In plaats van FEEST een vertrouwenscrisis



In 1989/90 presenteerde ik een analyse die het mogelijk maakt de werkloosheid op een nette manier aan te pakken. In plaats van dat Nederland een groot feest organiseerde, kreeg ik een hoop ellende op mijn nek.

De personen in de verantwoordelijke posities reageerden aldus verkeerd. Niet alleen hielpen ze de zaak niet verder, maar ook, door hun verkeerde reactie, ondergroeven ze het maatschappelijk vertrouwen.

Immers, wanneer u de politie zegt ergens iets verdachts te hebben gezien, dan verwacht u dat deze dit onderzoekt. Doet men dat niet, dan vermindert uw vertrouwen. De politie op zijn beurt kan allerlei redenen geven waarom men niets onderzoekt, en men kan zichzelf ervan overtuigen dat u onredelijke eisen stelt. De samenwerking zal stroever verlopen. Gebeuren dit soort zaken vaker, dan ontstaat een kloof, en is uiteindelijk het vertrouwen weg.

Sinds 1990 heb ik met velen over mijn analyse gesproken. Er is ook in kranten over gepubliceerd. Steeds ontbrak de adequate reactie: de reactie van vragen stellen, onderzoeken, het gesprek aangaan. Door het ontbreken van de adequate reactie kent Nederland nu een bestuurlijke top die stelselmatig heeft gefaald. En als gevolg hiervan is, hoe dramatisch dit ook klinkt, in de Nederlandse samenleving een vertrouwenscrisis ontstaan. Topbestuurders en hun adviseurs zullen geneigd zijn te beargumenteren en het doen voorkomen dat men niet inadequaat gehandeld heeft. Deze ontkenning plant zich voort naar de omgeving, en verdere regionen. Men is toch eerder loyaal aan degenen die men denkt te kunnen vertrouwen dan aan de waarheid die dat vertrouwen op  losse schroeven zet. Als gevolg kan niemand meer in redelijke mate vertrouwen op wat anderen zeggen, en men moet steeds beducht zijn voor vertekening en belangenbehartiging.

Natuurlijk: ook voor 1990 bestonden belangen, en ook toen bestond de verleiding tot het geven van verkeerde voorstellingen van zaken wanneer het eigenbelang in het geding was. Toch heb ik de indruk dat de normen tegenwoordig zijn vervaagd. En de vertrouwenscrisis is m.i. daar.

De enige zekerheid die men heeft is:

  1. Ikzelf houd mij aan wetenschappelijke normen. Dus mij kunt u wel vertrouwen. (Maar houd wel uw kritische zin, alstublieft.)
  2. Laat eerst een parlementaire enquête gehouden worden naar de massale werkloosheid en de rol daarbij van de voorbereiding van het economisch beleid, en in het bijzonder naar de rol van het Centraal Planbureau. En oordeel pas daarna.
Tot die enquête in de steigers staat heeft praten en discussiëren weinig zin. Nederlanders kunnen elkaar toch niet meer voldoende vertrouwen. Eerst die enquête opstarten, daarna is er hoop op een kentering en een herstel van het onderling vertrouwen.

In deze pagina's illustreer ik de vertrouwenscrisis met enkele voorbeelden. Het zijn illustraties, en geen poging tot bewijs. Ik zou nog niet weten hoe ik e.e.a. zou moeten bewijzen. Ik beschik nog niet over wetenschappelijk bruikbare definities van 'vertrouwenscrisis', 'topbestuurder', 'vertrouwen' en dergelijke. Aldus vallen deze pagina's onder het concept van de 'Net Conscience Page': het uitspreken van het geweten.


De illustraties zijn overigens ook voortdurend in ontwikkeling, en af en toe voeg ik wat toe. Alfabetisch (klik K voor Wim Kok):

A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z



CDA   CU   D66   GroenLinks   PvdA  PvdD   PVV     SGP    SP    VVD  


 This is a Net Conscience Page, version 1998-02-10, by Thomas Cool.