Zeg, jongelui, economie is een wetenschap hoor !

 

Thomas Colignatus
7 oktober 2014
http://thomascool.eu

Abstract

Sommige jonge auteurs gaan over de schreef doordat zij over de maatschappij schrijven maar onvoldoende studie van economie maken, terwijl dat toch een relevante wetenschap voor hun onderwerp is. Het is belangrijk om het dédain aan de kaak te stellen. Een inhoudelijke discussie van hun gemaakte fouten is tamelijk zinloos wanneer zij die fouten ook nauwelijks kunnen beoordelen. Lezers van zulke auteurs moeten weten dat zij op ideologisch sleeptouw worden genoemen. Het artikel geeft een overzicht van economische wetenschap, werkloosheid, robotisering van arbeid, basisuitkering. Met name genoemd worden de jonge ideologen Jelmer Renema en Rutger Bregman.

Sommige jonge auteurs gaan over de schreef

Jonge auteurs als Jelmer Renema (promovendus natuurkunde over robots) en Rutger Bregman (drs geschiedenis over basisuitkering) doen uitspraken over ideologie, politiek en beleid waarbij zij verwaarlozen dat economie een wetenschap is.

Wanneer de overheid zijn beleid formuleert en politieke partijen hun verkiezingsprogramma’s schrijven, dan zijn er economen die de grootste onzin eruit filteren. Auteurs die zelfstandig op pad gaan zonder de economische wetenschap te respecteren gaan echter snel over de schreef. Wie geen economie heeft gestudeerd heeft natuurlijk de vrijheid om over maatschappelijke kwesties te schrijven. Maar een minimum aan discipline zou de wereld toch wel mogen verlangen.

Wie zich over natuurkunde uitlaat, heeft hopelijk het fatsoen de natuurkunde te bestuderen. Wie zich over geschiedenis uitlaat heeft zulk fatsoen hopelijk ook. Waarom zou dat fatsoen voor de economische wetenschap niet gelden ? Laten zij zich toch bij de Open Universiteit inschrijven, het vak economie leren, en daarna terugkomen. De maatschappij is sinds 1800 echt complexer geworden. Het idee dat iedereen zomaar over alles kan meepraten is achterhaald.

Het wordt erger wanneer een auteur beweert economie als wetenschap te respecteren maar dit respect in zijn gedrag feitelijk niet toont. Het wordt erger wanneer men naar een econoom verwijst maar de onzekerheden daarbij niet kan begrijpen. Bregman noemt zich "reporter" maar houdt zich niet aan de journalistieke norm dat toch minstens twee kanten moeten worden belicht. Een opiniestukje is snel geschreven maar heeft dan weinig waarde. Bregman’s artikel in de Washington Post en op internet over de basisuitkering rammelt aan vele kanten, en misleidt lezers in plaats van ze te informeren. Je zou kunnen zeggen dat een auteur toch recht heeft op een politieke ideologie en preferentie. Zeker, het zebravinkje mag anders zingen dan het roodborstje, daar zijn weinig regels voor. Er blijft echter gelden dat een academische opleiding mislukt is wanneer uit tekst en gedrag blijkt dat het respect voor wetenschap flagrant geschonden wordt.

Achterna lopen van autoriteiten is geen excuus

Het artikel van Renema over robots en van Bregman over de basisuitkering staan met elkaar in verband via de speech van Lodewijk Asscher van 2014-09-29 over de robotisering van arbeid en de toekomst van de verzorgingsstaat. Asscher schrijft, met ongetwijfeld een leesronde met correcties door economen op zijn departement:

"Als robots ertoe zouden leiden dat er voor veel mensen geen betaald werk meer is, moeten we ervoor zorgen dat er voor die mensen wel een inkomen is, zodat ze wel kunnen profiteren van de welvaartsgroei. Daar moeten we nieuwe instrumenten voor verzinnen, dat gaat niet met ons huidige stelsel. En als dat zo gaat, gaan ook de fiscale grondslagen enorm schuiven. Bijvoorbeeld, wat gebeurt er met de loonbelasting als veel minder mensen werken? Dan moeten we ook ons fiscaal stelsel helemaal opnieuw op de helling zetten. Dus, voor de lange termijn, grote beleidsvragen. En niet alleen voor de overheid. Voor de hele samenleving, en voor werkgevers en werknemers, liggen er enorme veranderingen in het verschiet. Zowel de politiek, als alle andere maatschappelijke partijen, kunnen daarbij niet blijven lopen in uitgesleten paden. De toekomst met robots vraagt om een frisse blik, en oplossingen die we nu misschien nog bizar zouden vinden."

Bregman verwijst naar de oplossing van een basisuitkering, en Renema beschrijft het risico op een politiestaat met robots voor de rijken en ghetto’s voor de armen, en dat huidige banen vaak al "bullshit jobs" zijn, zodat een fatsoenlijke samenleving met goede banen en wellicht een basisuitkering er niet vanzelf komt. Het zijn bekende verhaallijnen ook uit de science fiction, en het scherm is snel gevuld zonder dat we iets zijn opgeschoten.

Het kan gebeuren dat economen op het departement van Sociale Zaken en Werkgelegenheid fouten maken. Dan is het zaak van de buitenwacht om kritiek te leveren. Wanneer auteurs als Renema en Bregman zulke kritiek niet kunnen leveren is dat nog geen excuus om hun falende artikelen wel te gaan accepteren. Zij zouden kunnen zeggen: wij reageren alleen op wat economen van SZW aan adviezen aan de minister hebben meegegeven. Maar dat is te gemakkelijk. Politici hebben er een handje van om uit diverse economische analyses juist dat te kiezen wat in hun straatje uitkomt. Zulk selectief citeren keurt men meestal af. Datzelfde kunnen we dus doen t.a.v. het selectief winkelen door Renema en Bregman.

Er is een taakverdeling

Eerder in 1998 schreef ik al over de taakverdeling van burgers, beleid en wetenschap, met voorbeelden van enkele burgers en journalisten die over de schreef gingen. Laat ik dit nu herhalen met verwijzing naar deze twee jonge auteurs.

Nota bene: Wetenschappelijke economen hebben niet de neiging om anderen erop te wijzen dat zij economen en wetenschappers zijn. Het is raar om te zeggen wat vanzelfsprekend is. Mijn collegae zullen t.a.v. Renema en Bregman de schouders ophalen. Zij zouden pas in beweging kunnen komen wanneer hen vragen worden gesteld. Een enkeling ziet er misschien iets in voor een column of een weblog. Het kabinet Rutte II telt econoom Van Rijn, landbouweconoom Dijsselbloem en bedrijfskundigen Schultz, Blok, Wiebes, Dekker en Teeven. Wanneer een wetenschappelijk econoom van het Centraal Planbureau bij dit kabinet op bezoek komt om de doorrekeningen te presenteren, dan zal deze niet gaan zeggen de deskundige te zijn en dat men dit maar te slikken heeft. Die deskundigheid spreekt vanzelf en toont zich door het adequaat uitleggen van punten en beantwoorden van vragen.

Dus, dat ik nu protesteer tegen het dédain voor economie als wetenschap bij Renema en Bregman is ongebruikelijk. De lezer kan zich daardoor ongemakkelijk gaan voelen. Menig lezer heeft een hekel aan iemand die als een deskundige gaat uitleggen hoe het wel zou zitten. Men is blij niet meer op school te zitten waarin een leraar uitlegt dat 1 + 1 = 2. Mjin protest komt echter voort uit enige zorg voor de kwaliteit van de maatschappelijke discussie. Jonge mensen die hun talenten verspillen aan onzin en daarbij het publiek desinformeren en opjutten in ideologie, daar voel juist ik me ongemakkelijk bij. Ik zou vervolgens graag zien dat meer mensen zich bewust worden van het belang van de economische wetenschap, zodat meer mensen daar eens op gaan studeren en zodat de rol daarvan in het beleid vergroot kan worden.

Veel problemen, zoals waarover Renema en Bregman te hoop lopen, ontstaan door juist een te geringe invloed van de economische wetenschap. De verbetering ligt niet in negeren maar in bevorderen. Wanneer maatschappelijk breder zicht ontstaat op het belang van de economische wetenschap dan zal men eerder kiezen voor een grotere rol bij de voorbereiding van het beleid.

Zo zouden Kamerleden vragen mogen stellen over de kwaliteit van de economische analyse achter Asscher’s speech, en zou de minister intern een kwaliteitsslag kunnen maken. Het zou de transparantie ook bevorderen wanneer de minister aangeeft welke economieboeken hij heeft bestudeerd. Is hij in staat voldoende tegenwicht te geven aan ambtenaren die met economische drogredeneringen wellicht werken aan afbraak van de verzorgingsstaat ?

Aristoteles keek reeds naar economie

Aristoteles en Xenophon en hun leerlingen besteedden reeds aandacht aan de ‘oikonomika’, zie bijv. Wim Klever (1986) "Archeologie van de economie". De Romeinen deden het ook niet zonder geld en logistiek voor hun legioenen. De statistiek speelde een belangrijke rol voor het bepalen van het nationaal inkomen, te beginnen door William Petty in 1665. Economie werd een wetenschap door Fançois Quesnay (1694-1774) met zijn "Tableau économique" in 1758. De ontwikkeling ging daarna vrij rap met Adam Smith (1723-1790) en zijn "Wealth of Nations" in 1776. In Engeland kreeg het vak al vroeg een wiskundige vorm, met auteurs als Ricardo and Jevons. De Econometric Society werd in 1930 opgericht om systematisch te onderzoeken welke theorieën nu door de feiten werden gedragen. Econometrie is geen specialisatie maar een generalisatie met kennis van economie, wiskunde en statistiek. In Nederland was Jan Tinbergen (1903-1994) een pionier door in 1936 het eerste econometrisch model voor een nationale economie te maken. De discussie toendertijd over de voors en tegens verschilt niet wezenlijk van die van tegenwoordig. Wel zijn die modellen onmisbaar gebleken voor het beleid. Begrotingen van overheden en bedrijven kijken immers een periode vooruit, en beleidsmakers willen een beeld hebben van de onzekerheden, en wat er zou gebeuren wanneer men aan de beleidsknoppen draait.

De natuurkunde kan als wetenschap bogen op natuurwetten met constanten zoals de snelheid van het licht in een bepaald medium. De economie heeft zulke zaken nog niet ontdekt. De economie kent wel principes. Men spreekt over de wetten van vraag en aanbod, maar dat zijn slechts principes zonder getalswaarden, bjiv. dat bij een aanbodtekort de prijs omhoog gaat en bij een overschot de prijs omlaag, ook al kan dit juist andersom liggen bij wat dan inferieure goederen worden genoemd worden, zoals varkensspek. Een belangrijk principe is dat van de comparatieve voordelen: dat vrijhandel gangbaar gunstig uitpakt omdat landen zich kunnen toeleggen op wat dan hun comparatieve voordeel heet. De zoektocht is ook naar uitzonderingen die de regel bevestigen, zoals dat van ‘infant industrieën’ die wel bescherming zouden behoeven, of dat specialisatie ook de afhankelijkheid vergroot. Het aantal ontdekte principes is toch wel indrukwekkend, en samen met een econometrisch model waarin getalswaarden zijn geschat, biedt de economie veel meer stevigheid voor beleidskeuzen dan Aristoteles voor mogelijk zou hebben gehouden.

Wetenschapsfilosofen en methodologen hebben beargumenteerd dat natuurkunde niet zo hard en onweerlegbaar is als gangbaar voorgesteld. De naam van Thomas Kuhn met zijn paradigma (in zo’n 23 betekenissen) komt dan naar boven. Het wikipedia artikel over de "wetenschappelijke methode" geeft een aardig beeld van de verschillende aspecten die hier spelen. Natuurkunde en economische wetenschap verschillen niet in de bedoeling die methode toe te passen, behalve dat natuurkundigen laboratoria kunnen gebruiken en enorm veel meer onderzoeksgeld krijgen en economen met mensen te maken hebben. Het wordt gangbaar niet verantwoord geacht om met nationale economieën te experimenteren.

De invoering van de euro was geen wetenschappelijk experiment maar een beleidskeuze waar veel economen tegen hebben gewaarschuwd. Andere economen hebben weer niet gewaarschuwd, maar beleidsmakers hebben de neiging om adviseurs te zoeken die een onderbouwing aan gewenste besluiten geven. Critici kunnen ook ontslagen worden, zie het onheuse ontslag van Bernard Connolly bij de EU in 1995, waar Wim Kok niet tegen optrad.

Een kern en vele facetten

Wetenschap is mensenwerk, zeker wanneer het over mensen gaat. De economische wetenschap kent geen paus die bepaalt wat de leer is waarover je niet hoeft te twijfelen. Er zijn leerboeken tot op een bepaald niveau van een opleiding. Bij doorstuderen leer je de nuances waar de leerboeken aan voorbij moeten gaan. Er zijn tijdschriften met allerlei specialisaties, en ook binnen vakgebieden zijn er stromingen. De economische wetenschap kent tradities en modes. Het vak wordt wat anders beoefend in Europese landen dan in de USA, en in de USA heb je "freshwater" (Chicago, Friedman) en "saltwater" (Cambridge MA, Keynes) economen. De rijkdom aan benaderingen is enerzijds wat verwarrend, want het zou prettig zijn wanneer we de waarheid eindelijk gevonden hadden, maar heeft anderzijds ook voordelen: discussie houdt de zaak levendig, en wanneer mensen geholpen zijn met de inzichten die deze discussie voortbrengt dan is dat een groot goed.

Door die stromingen is het ietwat lastig over "de" economische wetenschap te spreken. Aan universiteiten heeft men de "Faculteit der Econonomische Wetenschappen" – in meerderheidsvorm. Toch is het opvallend dat economen elkaar weten te vinden: het blijft toch een eigen vakgebied of beroep. Recentelijk wierp Eric van Damme de vraag op of er geen beroepscode zou moeten komen: geen code zonder beroep.

Van Planbureau 1945 tot Economisch Hof 2015 ?

Bij al die stromingen bestaat er wel een logische plek waarin allerlei inzichten samenkomen: namelijk in het advies voor het opstellen van de nationale begroting. Hier moeten de diverse inzichten over landbouw, industrie, onderwijs, zorg, lonen en prijzen enzovoorts worden geïntegreerd in een zo goed mogelijk pakket. Landen hebben hiervoor hun speciale bureau’s: Centraal Planbureau (NL), Office for Budget Responsibility (UK), Commissariat général du Plan (FR), Sachverständigenrat (DE), Council of Economic Advisers (USA), enzovoorts. Waar in de economische wetenschappen gangbaar een soort vrijheid-blijheid heerst, waarbij het ook de sport is om zekerheden ter discussie te stellen en nieuwe inzichten te ontwikkelen, heeft het advieswerk van de planbureau’s die vrijheid niet, en is men onderworpen aan de eis dat de klant het best denkbare advies moet hebben. Aan de universiteiten kan men academisch stellen dat niemand de waarheid in pacht heeft, en dat in de chaostheorie een vlinderslag aan de andere kant van de wereld leidt tot dramatisch andere uitkomsten, maar een planbureau moet keuzes maken over de prijs- en inkomenselasticiteiten van de vraag, de ontwikkeling van de wereldhandel, en ga zo maar door.

Ik werkte op het CPB in 1982-1991 en was in 1989-1990 betrokken bij de lange termijn studie 1990-2015 die uiteindelijk gepubliceerd is als Scanning the Future en Nederland in Drievoud (1992). In het allereerste ‘technisch pad’ dat ik in 1989 met het Athena model maakte bleek dat de werkloosheid stelselmatig in al die 25 jaar hoog bleef. Dat was onlogisch, want werkloosheid is op zijn hoogst iets voor de middellange term van zeg vijf jaar. Een beleidsreactie zou toch niet kunnen uitblijven. In mijn analyse keek ik ook naar de invloed van de CPB-modellen op de beleidsvoorbereiding zelf. Mijn conclusie was dat de overheid de werkloosheid zelf schept en dat fouten in de CPB-modellen daarbij een rol spelen. Deels betreft het fouten in internationaal gangbare economische analyses, want andere landen hebben ook last van structurele werkloosheid door vergelijkbare omstandigheden. Mijn analyse mocht van de directie niet besproken, doorgerekend en gepubliceerd worden. Dit is censuur van de wetenschap, want mijn aanstelling was een wetenschappelijke. Ik werd op een kamertje apart geplaatst en later met onwaarheden ontslagen. Ik kan zeggen dat deze gang van zaken mjin analyse natuurljk wel bevestigt. De ambtenarenrechter prikte het onheuse ontslag niet door, want doet geen onafhankelijk onderzoek, en accepteert wat de directie verzint want het komt van het bevoegde gezag. De kwestie krijgt niet de aandacht die bij verdient. Het moge niet verbazen dat ik sinds 2004 adviseer tot een boycot van Nederland totdat de censuur van de economische wetenschap is opgelost. Ook de huidige crisis bevestigt mijn analyse, maar daar kijkt niemand naar. Zie op Joop.nl mijn brief aan minister van Economische Zaken Henk Kamp, die politiek verantwoordelijk is voor het functioneren van het CPB. De minister doet er niets mee. Mensen die boos waren op de "Griekse statistiek" waarmee Griekenland in de euro kwam zouden zich bozer mogen maken op de "Nederlandse economische wetenschap" die de CPB-directie bedrijft.

De huidige constructie met een CPB werkt niet. Als het erop aankomt dan heeft de economische wetenschap onvoldoende bescherming. Dit is in strijd met de bedoelingen van Jan Tinbergen bij de oprichting van het CPB en de door de Tweede Kamer gegeven taakomschrijving. Wie dit alles aan mijn persoon toeschrijft mag verklaren hoe het dan zit met twee andere CPB-ers die ervoor hebben gekozen dan maar te zwijgen. Eén is reeds overleden en zal permanent zwijgen. De benoeming van niet-wetenschapper Laura van Geest tot directeur van het CPB is een andere schending het wetenschappelijk karakter. Nederland betaalt de prijs. Onder meer in de desinformatie van zijn jongeren. Een parlementaire enquête is het minste dat nodig is om de kwestie zorgvuldig over het voetlicht te brengen en te beoordelen.

In ieder geval is er een helder advies: schep een Economisch Hof op grondwettelijke grondslag, met de macht een begroting af te keuren wanneer deze volgens het hof misleidend is. Voor wie meent dat het CPB goed functioneert is het een verdiende promotie voor het CPB, en voor wie meent dat het CPB steken laat vallen is het de noodzakelijke correctie. Zie mijn boek DRGTPE voor een voorbeeld hoe een amendement op de grondwet kan luiden. Niet-economen die meer over de analyse willen weten verwijs ik naar het boek voor het grotere publiek "Democratie & Staathuishoudkunde" (2012).

Iets meer over robots en basisuitkering

We hebben vastgesteld dat er een economische wetenchap is, dat de betekenis daarvan voor beleid en economie groot is, en dat burgers schade leiden wanneer die wetenschap door censuur wordt getroffen. Daartegenover stellen we twee jonge auteurs, een natuurkundige en een geschiedkundige, die aan de weg timmeren met ideologie, politiek en beleid, maar echter met stiefmoederlijke behandeling van juist die economische wetenschap.

De academische opleiding van Renema en Bregman heeft gefaald, want zij tonen onvoldoende respect voor een wetenschap die relevant is voor hun onderwerp, de maatschappij. Met hun herkomst uit de wetenschap zouden zij ook in het geweer moeten komen tegen de censuur van wetenschap, maar dat doen zij ook niet. Om die censuur te constateren hoef je geen economie te kennen, je hoeft alleen na te gaan wat er gebeurd is en wat er momenteel gebeurt. Het interesseert ze echter niet, hun focus is op ideologie, politiek, beleid.

Nu zal een onschuldig lezer van de twee aangehaalde artikelen van Renema en Bregman denken dat dit toch aardige stukjes zijn, en dat, als er fouten in staan, de discussie daarover inhoudelijk gevoerd kan worden. Ja, zoiets is natuurlijk denkbaar. En dan ook voor ieder stukje dat daarna komt. Zoals jurist Asscher door de staat betaalde economen krijgt om hem iedere keer weer van advies te dienen. Zodat deze jonge auteurs over de tijd een gratis cursus economie krijgen maar daar niet systematisch over nadenken en fout op fout kunnen blijven stapelen. Totdat ofwel lezers doorkrijgen dat het dwaallichten zijn, ofwel een secte van aanhangers overblijft, zoals uiteindelijk ook Ronald Plasterk financieel woordvoerder van de PvdA-fractie mocht worden voordat de inner crowd aldaar eindelijk doorkreeg dat hij het niet kon, met ondertussen een puinhoop in de economieën van Zuid Europa.

Nee, het dédain moet aan de kaak gesteld worden.

Maar voor de volledigheid dan het volgende.

Het kan inderdaad soms helpen om (arme) mensen zomaar een bedrag te geven, maar dat kan beter ingekaderd worden in een fatsoenlijke analyse dan in ideologie.

Ten aanzien van de basisuitkering heb ik reeds in "Trias Politica & Centraal Planbureau" (1994) in het artikel "Wat stampen we lekker, zegt Muis" uitgelegd wat de basisfout is. Een getalsmatige update treft men in dit Volkskrant artikel van 2008.

Hier op Sargasso in juli 2013 door "Michel" staat nog eens helder uitgelegd dat de basisuitkering niet zo’n goed idee is (maar zonder verwijzing naar het belastingvacuüm). Het is vreemd dat journalisten wel de misleiding door Bregman oppikken maar niet de weerleggingen. Van "De Correspondent" wordt gesteld dat het "nieuwe journalistiek" zou zijn maar volgens Chis Aalberts is het gewoon een opinieblad. Ja, geen onderzoek maar opinie.

De basisuitkering staat ook in de aangehaalde CPB lange termijn studie 1990-2015, die zoals besproken tot stand is gekomen met censuur en machtsmisbruik. Het idee van CPB-directeur Gerrit Zalm van toen was om het bestaansminimum te fixeren op de waarde van 1990 zodat de basisuitkering in 2015 de hoogte van dat minimum van 1990 zou hebben. Hierdoor zou het mogelijk worden om grote delen van de sociale zekerheid af te schaffen en de economie veel "flexibeler" te maken. Gerrit Zalm was overigens geen wetenschappelijk onderzoeker maar een beleidsambtenaar die op oneigenlijke wijze op het CPB als directeur werd aangesteld.

In dit artikel noemt Renema de basisuitkering "links" maar Bregman toont voorstanders van links naar rechts, dus wellicht is het links wanneer de voorkeur voortkomt uit verdwazing en is het rechts wanneer men de afbraak van de verzorgingsstaat voor ogen heeft.

Weliswaar verwijst Bregman naar econoom Guy Standing, maar die blijkt ideologisch bevlogen en gaat een inhoudelijke reactie op mijn kritiek uit de weg, zie hier, ook al was ik speciaal naar Amsterdam gekomen om met hem kennis te maken en op die kritiek te wijzen. Het past om tegen Standing te protesteren in plaats hem enthousiast te citeren. Het past om niet selectief te winkelen.

Of Renema’s voorbeelden van plee, stofzuiger en kassa historisch kloppen ben ik niet nagegaan, dat beschouw ik als iets voor Bregman.

Ten aanzien van de technologische ontwikkeling wijs ik met nadruk op Merijn Knibbe (2008), "De lessen van de jaren dertig", Economisch-Statistische Berichten, ESB 93 (4550) 19 december, p792-795. Vooralsnog heb ik geen gratis online versie kunnen vinden. Een beetje van de discussie tref je hier (en zoek dan op Knibbe). Een citaat, ietwat leesbaarder gemaakt want het komt van een weblog:

"This rise in investments and the acceleration of productivity growth did not cause the [Great] Depression, but it is at least part of the explanation why the 11, 9, 13 and 5% growth rates of GDP of the 1934-1937 period did not solve the problem of unemployment. Only the 17, 19 and 16% growth rates of 1942-1944 did. Now, the world had literally never experienced anything like this before: unprecedented growth which did not lead to overheating - but just continued the slump. So, classical economists of the day can be excused for not seeing what happened before their eyes. (..) Friedman and Lucas however can't be excused - in Science, there is no excuse for outright denial. Instead of looking at unprecedented historical changes which changed our economy and our lives to the core, they just try to frame 'the disturbing new world' in their cosy classical schemes."

Het lijkt me dat de technologie dezer dagen een vergelijkbare uitdaging vormt. De banken komen nauwelijks aan investeringskredieten toe behalve vooral voor kostenbesparing via uitstoot van arbeid. Dat is een extra argument voor nationale investeringsbanken, welke echter in de speech van Asscher niet genoemd worden. Zie hier op Joop.nl mijn waarschuwing voor een gigantische crisis.

Terwijl mijn waarschuwing uit juli 2013 stamt zien we in november 2013 een soortgelijke gedachte bij Paul Krugman en Larry Summers. Ook Olivier Blanchard van het IMF is huiverig, nu in oktober 2014. Helaas hebben deze andere auteurs nog geen beschikking over mijn analyse over de werkloosheid die door de directie van het CPB met censuur is getroffen.

Mijn kritiek op de anti-wetenschappelijke bangmakerij door Renema staat op mijn weblog. Hij reageerde daarop op zijn eigen weblog. Renema stelt mijn positie verkeerd voor. Ik heb bilateraal gevraagd of hij e.e.a. wilde corrigeren, want anderen hebben weinig aan zulke ruis, maar dat wijst hij af, zie deze Bijlage. Derhalve bestaat mjin rejoinder nu uit dit artikel.

Volledigheidshalve ook nog dit

Volledigheidshalve merk ik op dat ik ook andere kritiek op de opstelling van Renema heb. (a) Renema zou als natuurkundige een bijdrage kunnen leveren door naar het onderwijs in wiskunde te kijken. Dat wijst hij af. (b) Renema is lid van de PvdA. Het verbaast me dat PvdA-er Renema geen belangstelling heeft voor een analyse over de werkloosheid. Ik was in 1974-1991 lid van de PvdA. Ik mocht mijn analyse over de werkloosheid ook niet presenteren bij de Wiardi Beckman Stichting, het "wetenschappelijk bureau" van de PvdA. De secretaris van hun studiegroep die me de afwijzing meedeelde was Paul de Beer, destijds voorstander van een basisuitkering. (Ik kwam dus twee basisuitkering adepten tegen: Zalm bij het CPB en De Beer bij de WBS.)

Bregman trad op in een uitzending van Buitenhof 5 okt. 2014, samen met gepromoveerd arbeidssocioloog Ruud Vreeman. Zie voor een verantwoording waarom ik de PvdA verlaten heb het artikel "Soms loopt het zo" in "Trias Politica & Centraal Planbureau" (1994). Daarin staat dat ik ook met Vreeman heb gesproken. Hij toonde, noch als gepromoveerde, noch als vakbondsman, noch als kandidaat voor het voorzitterschap van de PvdA, belangstelling voor mijn analyse over de werkloosheid en de censuur van de wetenschap door de directie van het CPB. Vreeman presenteert zich als iemand die alles al zou hebben meegemaakt maar nog wel het ideaal van werk voor iedereen koestert, ook al vraagt niemand hoe hij dat wil bereiken. Bregman wil de utopie terugzien en werpt Vreeman een gebrek aan bevlogen idealen voor - maar ziet niet dat Vreeman toch een ideaal formuleert ook al is Bregman daar weer tegen (of aarzelt hij hier toch even ?). De kritiek van historicus Bregman betreft alleen de utopie voor de toekomst en niet de historische medeverantwoordelijkheid van Vreeman voor de situatie waarin we zitten. De Buitenhof-uitzending toont ons zo een gesprek tussen oude en jonge verblindheid.

Eerder constateerde ik ook voor andere jongeren dat zij ernstig verdwaald zijn.

Ter besluit

Als econometrist en oud-wetenschappelijk medewerker van het CPB 1982-1991 adviseer ik:

(1) Een parlementaire enquête naar de massale werkloosheid van de afgelopen 45 jaar en de rol daarbij van de voorbereiding van het economisch beleid, en met name de rol van het CPB.

http://www.ipetitions.com/petition/PE_werk_CPB

(2) Ontslag van de hoogleraren economie wegens collectief falen t.a.v. de integriteit van de economische wetenschap.

http://thomascool.eu/Thomas/Nederlands/TPnCPB/Artikelen/AdviesOntslagHooglerarenEconomie.pdf

(3) Een boycot van Nederland totdat de censuur van de wetenschap is opgeheven.

http://boycottholland.wordpress.com/about

NB. De adviezen tot Economisch Hof, enquête, ontslag hoogleraren, en boycot maken deel uit van de economische theorie danwel analyse. Hoogleraren economie dienen daar onderwijs in te geven. Doen zij dat niet, dan falen zij ook daarin als wetenschappers. Wanneer de maatschappij eenmaal wetenschap heeft ontdekt is de weg terug lastiger, maar men kan kiezen voor barbarij.