I. De aanleiding

 
In zomer en najaar 1989 maakte ik met Athena de eerste en "technische" projectie voor de lange termijn studie Nederland in drievoud. Voor die studie beschreef ik in een interne notitie van 23 november 1989 een aantal geconstateerde knelpunten voor de economische ontwikkeling. (206) Ik zag reeds op middellange termijn problemen ontstaan m.n. met betrekking tot de werkloosheid en de inactiviteit zoals de WAO, en deed een aantal voorstellen voor onderzoek. Het Technisch Pad 1990-2020 dat ik in die periode completeerde (alleen een afdelingsmemo (207)), ondersteunde toen reeds - en duidelijk was dat het niet anders zou worden - de belangrijkste conclusies van Nederland in drievoud.

Mijn werk in die periode was als goed beoordeeld, en ik had op 1 oktober 1989 dan ook de dubbele periodiek ontvangen, volgens het "CPB referentiepad voor goed functionerende medewerkers". Om administratieve redenen verschoof kort daarop de periodiekdatum naar voren, van 1 oktober naar 1 maart. Op 17 oktober 1989 stelde de chef voor 1 maart 1990 andermaal de dubbele periodiek volgens het referentiepad voor. Vervolgens nam mijn werk in oktober en november niet in kwantiteit of kwaliteit af.

In een gesprek begin december 1989 deelde mijn chef echter mee dat genoemde notitie ‘slecht was gevallen’. De door hem voorgestelde tweede periodiek werd niet verleend en de chef waarschuwde ten aanzien van mijn bevordering. (208)

Deze situatie was zeer problematisch. Ik kon en kan mij niet aan de indruk onttrekken dat - vooropgesteld dat de chef het oordeel van D getrouw overbracht - hier arbeidsrechtelijke middelen gebruikt werden om de inhoud en het verloop van een wetenschappelijke discussie te beïnvloeden. Aangezien het mogelijk is dat de chef e.e.a. verkeerd heeft weergegeven, is dit een observatie die slechts met de nodige behoedzaamheid gedaan wordt. Dat de onderzoeksvoorstellen verder niet besproken zijn, bevestigt de observatie echter wel.

Mijn zorg over de kwestie werd in gesprekken niet weggenomen. Om althans mijn arbeidsrechtelijke positie te beschermen heb ik tegen de mijns inziens onterechte beloningsbeslissing beroep aangetekend. Men zal begrijpen dat beter niet zo’n situatie kan ontstaan dat later gezegd zou kunnen worden dat ik accepteer of geaccepteerd heb dat ik minder goed zou functioneren. (209) Tegelijk heb ik verzocht om vertrouwenwekkende maatregelen in de sfeer van het management - hetgeen van belang was, kan men begrijpen, om nieuwe onaangename verrassingen bij de bevordering te voorkomen, juist ook, omdat ik blijkbaar een chef had die er geen probleem mee had dat periodieken werden gebruikt om de inhoud van de discussie te sturen. Als context is toen tevens verduidelijkt dat de planning voor de lange termijn studie niet zo realistisch was, en dat waarborgen nuttig waren tegen eventuele misverstanden over vertragingen.

Dat het nodig was maatregelen in de sfeer van het management te vragen legde klaarblijkelijk een last op de relatie met de directe superieuren. Mijn lezing van de nasleep is dat zij de situatie die door het beroep ontstond niet aankonden.

Hoe dit vervolg ook zij, ik maak er ernstig bezwaar tegen dat over de voorstellen van de notitie van 23 november 1989 geen enkele discussie is geweest - dat deze discussie voor zover ik kan zien zelfs in de kiem is gesmoord. Een voorstel zonder waarde zal in het stadium van de interne bespreking vanzelf door de mand vallen. Waarom deze voorstellen niet in bespreking en overweging zijn genomen, is iets waar alleen maar naar te raden is.

De volgende punten verduidelijken de ernst van dit bezwaar.

Ia.     Directeur Leniger van POI/EZ verklaarde (brief 12/11/91):

"betrokkene beschikt zeker over het voor zijn functie vereiste intellect, de kennis en de vaardigheden".
De rechtbank constateert:
"Buiten twijfel staat dat klager wat betreft zijn vaardigheden op de computer in combinatie met zijn kennis van de economie als goed functionerend bekend staat, hetgeen onder meer blijkt uit de opgemaakte FPB." (210)
D accepteert dat ik vakinhoudelijk goed ben, maar doet niets met de resultaten.
Ib.      Het wekt verwondering dat het basisinkomen-scenario dat later in Nederland in drievoud is opgenomen,
          verwant is aan mijn onderzoeksvoorstel - hoewel het economisch inferieur is. (211) Ic.      Nederland in drievoud is verschenen terwijl een van de participanten met machtsmisbruik uit het projectteam is gewerkt, niet in de eindpublicatie enkele opmerkingen heeft kunnen plaatsen, en niet op de betreffende conferentie is genood, zelfs niet na verzoek daartoe: want de directiesecretaris schrijft:
"Voor de internationale conferentie "Scanning the Future" zijn slechts een beperkt aantal genodigden voor gratis deelname verstuurd. [sic] Oud-medewerkers van het Centraal Planbureau behoren niet to de groep personen, die hiervoor in aanmerking komt. De sprekerslijst voor deze conferentie is reeds geruime tijd geleden vastgesteld en inmiddels gepubliceerd. Uw voorstel kan mede tegen deze achtergrond niet in overweging worden genomen."
Id.     EZ betoogde expliciet voor de rechtbank in oktober 1993, en de directeur schrijft op 28/2/94 in antwoord op mijn brief van februari 1994 wat meer impliciet, dat mij niet gevraagd is oplossingen voor de werkloosheid te bedenken:
"(...) hecht ik eraan op te merken dat de beslissingen met betrekking tot de beoordeling, beloning en - uiteindelijk - ontslag, waren gebaseerd op het oordeel over uw functievervulling. Aangezien tot de u opgedragen taken niet behoorde het ontwikkelen van oplossingen voor de werkgelegenheidsproblematiek, staan genoemde beslissingen los van het oordeel over uw concept-artikel."
Ie.     Deze taakopdracht "lezen en schrijven" omvatte niet ‘rekenen’. Er was derhalve geen toestemming voor gebruik van het mainframe.
i        Mijn verzoek om met Athena een werkgelegenheidsvoorstel door te mogen rekenen, heeft D afgewezen, eerst mondeling met het argument dat dit te duur was, en later, toen ik een schriftelijke verklaring verzocht, met het argument dat D het voorstel niet begreep. Den Hartog schrijft op 30 september 1991:
"Naast de ontoereikend geadstrueerde relevantie en de onduidelijke onderbouwing van ‘uw voorstellen t.a.v. werkloosheid met ATHENA op de computer door te rekenen’ en gegeven de vigerende prioriteitsstelling in de lopende werkzaamheden, hebben ook kostenoverwegingen in de afwijzing van uw verzoek een rol gespeeld."
Juist op het terrein waar officieel mijn kwaliteiten werden gewaardeerd, juist waar door rekenresultaten ‘begrip’ - als dát het werkelijk is - zou kunnen ontstaan (ook bij collega’s die minder ingevoerd zijn), verbood D voortgang.

ii.     Ik heb voor de rechter moeten betogen dat toegang tot de computer een wezenlijk deel uitmaakt van de wetenschappelijke functie van econometrist. D heeft hier het computergebruik laten controleren: (213)

"Onderzoek heeft uitgewezen dat klager in de maanden januari tot en met maart 1991 geen gebruik heeft gemaakt van het Mainframe terwijl het aantal files van klager op het Mainframe verminderd is. Kortom: het gebruik van het Mainframe is beperkt."
 

206  Cool, "Neoclassieke knelpunten voor de Nederlandse economie voor de ontwikkelingen op langere termijn", interne notitie 89/III/20, 23 november 1989. Deze notitie is in het bureau verspreid onder degenen die geabonneerd waren op notities van hoofdafdeling HA III.

207  Afdeling Multisectorstudies (MSS), 11 december 1989

208  Op 1 oktober 1990 was ik 8 jaar in dienst, en was volgens het referentiepad bevordering aan de orde.

209  Bijvoorbeeld zou een parlementair onderzoek heden kunnen gaan ‘concluderen’ dat ikzelf bijv. ‘de vakmatige onbruikbaarheid van die voorstellen had ingezien, en dat D slechts correct gehandeld had’.

210  FPB staat voor de Functionele Personeels Beoordeling, in casu het ‘rapport’ opgesteld door chef & HAC (Hoofdafdelingschef).

211  Inhoudelijk, voor de goede orde: Een basisinkomen betekent, voor wie in het eigen bestaan kan voorzien, hetzelfde als kwijtschelding van lasten onderin het loongebouw. Voor wie aangewezen is op een (deel-) uitkering, is een basisinkomen niet onmiddellijk de meest efficiente vorm van die uitkering.

212  Ik zeg niet dat er een cover-up is, er is slechts een aannemelijke grond voor nader onderzoek in die richting. De uitkomst van zo’n onderzoek maakt weinig uit, waar eerdere besluiten van D al bezwaarlijk zijn, maar is wel relevant voor een adequaat beeld van de historie.

213  Citaat vzn de landsadvocaat bij de BBV 26/8/91. Er is nog iets gerekend t.b.v. enkele tests van ISIS uit hoofde van deelname van een werkgroep terzake.

214  (a) Het laat zich vermoeden dat indien het mainframe wel was gebruikt, mij diefstal van rijkseigendommen verweten was gaan worden. (b) Waar de notitie van 23/11/89 het gebruik van een klein PC model als ZOEM adviseert, heb ik dit niet zelf gebruikt. Voor mij was dat een riskante investering in het leren van nieuwe programmatuur tegen een vage horizon van bezwarenprocedures. Voor anderen was er de geloofwaardigheidsdrempel van een onbekend en blijkbaar onvolledig model ZOEM, gebruikt door een uit de afdeling geplaatste medewerker. Sindsdien volg ik de literaire en wiskundig-economische aanpak. PM. Bij mijn afstuderen kreeg de wiskundig-economische scriptie een 9 en in 1988 kreeg ik een tweede prijs bij een korte verhalen wedstrijd. 


 Verder      Terug       Begin van de brief          Begin van het boek          Afkortingen