Staatscourant 19 maart 1998 
 
Commentaar van Thomas Cool, 28 maart 1998 

De werkafspraak tussen Hans, Auke en mij is dat ik de wetenschap bedien en zij het grote publiek. Deze recensie vraagt een antwoord van mij.

Hans Hulst en Auke Hulst 
(m.m.v. Thomas Cool): 
Werkloosheid en armoede. De oplossing die werkt, Thesis Publishers, Amsterdam, 1998, ISBN 90 5170 447 x, Prijs: f 24,90
Beter geen haakjes rondom me. 
Het is opmerkelijk op hoeveel plaatsen er in Europa en de Verenigde Staten wordt gediscussieerd over mogelijkheden om de werkloosheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt te bestrijden. Het boek "Werkloosheid en armoede, een oplossing die werkt" past duidelijk in deze discussie. Opmerkelijk? Niet echt. CPB-ers Van Schaaijk (ESB 1983), Bakhoven (ESB 1988) en Cool (CPB 1990) constateerden dat binnen het huidige stelsel de werkloosheid aan de onderkant structureel en groeiende is. Dat deze werkloosheid niet aan technologie of globalisering lag, was toen ook al duidelijk. Zo wist ik in 1989/90 dat het probleem niet weg zou gaan, en dat mijn analyse actueel zou blijven. Dus ik zit (on-) geduldig te wachten totdat bij anderen het kwartje valt. 

(Toets der empirie: de voorspelling is uitgekomen.) 

(De subtitel is overigens "de oplossing" en niet "een oplossing".)

Het is een helder geschreven boek met het karakter van een vlugschrift - zeer vlot leesbaar en soms demagogisch op het humoristische af. Ik heb echt mijn best gedaan om dit te beperken, maar bij samenwerking is het geven en nemen. Journalisten stellen andere eisen dan wetenschappers, zie de verantwoording in het boek.
In dat boek zijn de opvattingen van  ‘Opvattingen’ kan lezen als ‘politieke opvattingen’ en het is: ... de wetenschappelijk verantwoorde analyse van de ex-CPB econometrist ...
Thomas Cool verwoord door de journalisten Hans en Auke Hulst.  
Overigens zijn sommige van zijn gedachten wel erg summier uitgewerkt. Het is maar een publieksboekje van 115 kleine pagina’s! Er wordt verwezen naar mijn internet site http://www.can.nl/~cool, en daarvan kan men weer roepen dat het uitvoerig is... De recensent kan beter zeggen: de analyse wordt met grote verfstreken beschreven, hetgeen nuttig is voor het overzicht dat dit boekje de gewone burger moet brengen. Ook al hapt de deskundige soms naar adem omdat er blijkbaar veel is dat hij nog nader moet bestuderen.
Wat inhoud en benadering betreft sluit het boek aan bij "Rewarding Work", het recent verschenen boek van de Amerikaanse econoom Phelps, waarin deze subsidie bepleit van banen in de particuliere sector. M.i. is het verwarrend om er nu al anderen bij te halen. Bespreek eerst het boekje. 

Maar t.a.v. Phelps: 

Minimumloon te hoog 
Het boek bestaat uit drie delen. In het eerste deel worden de symptomen geschetst van de huidige werkloosheidssituatie. Een van de conclusies is dat in Nederland ongeveer twee miljoen mensen - een kwart van onze beroepsbevolking - zouden kunnen en willen werken, maar daartoe door de arbeidsmarkt niet in staat worden gesteld. Dit enorme aantal wordt echter niet onderbouwd
  • Het boekje bevat een opsomming van mee te tellen categorieën.
  • De diagrammen met de productiviteitsverdeling bevatten een gearceerd gedeelte; en de verdeling is geschat op waargenomen voltijdswerkers.
- zonder dat ik wil ontkennen dat de officiële cijfers de situatie zeker onderschatten.
  • Wat is het aantal volgens jou dan ? (Henk Don, de directeur van het CPB, noemde ooit 20%.) Is dit de belangrijkste discussie t.a.v. het boekje ?
  • Ikzelf ben pragmatisch: verbeter het systeem, en dan blijkt wel hoe groot de werkloosheid echt was.
Bij de symptomen wordt overigens terecht aandacht geschonken aan de vicieuze cirkel rond werkloosheid, armoede en criminaliteit en aan het belang van werk als sociale factor. Deze problematiek wordt vaak onderbelicht in de economische discussie - waarbij het bovengenoemde boek van Phelps een opmerkelijk gunstige uitzondering is. 

  

In het tweede deel van ‘Werkloosheid en armoede’ worden de oorzaken van de werkloosheidsproblematiek geanalyseerd. Welnu, deze is zeer eenvoudig aan te wijzen: het minimumloon is te hoog!

  • Beter: de auteurs wijzen op meestal weinig belichte gevolgen van het te hoge minimumloon.
  • Ik kwam tot de huidige analyse na studie van keynesianisme, monetarisme, Barro & Grossman, Malinvaud, aanbod-economie, rationele verwachtingen, etcetera, dus, niet echt eenvoudig.
  • Mijn analyse is een amendement op "de bestaande modellen". De hele analyse is derhalve minstens zo complex als die modellen. Dat is niet "eenvoudig". 
  • In een publieksboekje kan e.e.a. eenvoudig worden voorgesteld, dat is waar. Maar zelfs dan presenteren we de Phillipscurve, en bespreken we de betekenis van de verschuiving daarvan. En nog wel meer aspecten. In het boekje is bijv. ook de vlucht in de WAO genoemd.
  • De enige reden waarom ik mijn positie t.a.v. de zinvolheid van een parlementaire enquête kan handhaven, is dat de analyse in algemene termen ook is uit te leggen aan een grotere groep. 

  • Waar de directie van het Centraal Planbureau mij ook gebreideld heeft t.a.v. mijn analyse t.a.v. het theorema van Arrow, sta ik tamelijk machteloos. Dat is zo complex, daar kan de buitenwacht niets mee.  
    En: het verhaal moet niet alleen zijn uit te leggen, maar wanneer ik ook maar 1 foutje zou maken, word ik door de collega’s weggekegeld¼ Dus het is een verhaal dat staat.
De reden daarvan ligt in ons belastingstelsel: door de wens de marginale tarieven te verlagen is noodgedwongen de belastingvrije voet ook verlaagd en derhalve het tarief voor het minimumloon verhoogd. Met de laatste zin (‘en derhalve’) zal de lezer moeite hebben. Suggestie: maak er een aparte zin van, of schrap het gewoon.
Omdat het netto-minimumloon een levensvatbaar inkomen moet opleveren, is daardoor het bruto-minimumloon veel te hoog uitgevallen. Daardoor worden veel mensen werkloos. De remedie is even eenvoudig: stel een belastingvrije voet in die overeenkomt met een aanvaardbaar bestaansminimum, en stel het netto-minimumloon hieraan ook gelijk. Mensen die het minimumloon verdienen hoeven dan geen belasting te betalen. Maar omdat dat mensen zijn die nu geen werk hebben, en dus nu ook geen belasting betalen, is dit pure winst. De voordelen van de oplossing worden nog verder uitgewerkt in het derde deel van het boek. 

  

Bij deze analyse en oplossing zijn uiteraard de nodige kanttekeningen te plaatsen. Ten eerste is in Nederland bepaald niet overtuigend aangetoond dat de hoogte van het minimumloon de hoofdoorzaak is van de werkloosheid. Ook de auteurs onderbouwen deze stelling niet.

  • Dat het minimumloon zo’n cruciale rol in het economisch proces speelt, is wel overtuigend aangetoond. Ik laat mij namelijk niet zo gemakkelijk overtuigen. Anderen kunnen voordeel hebben van de beschikbare argumenten wanneer zij mijn werk bestuderen. Je moet dan wel de tijd nemen om mijn werk te bestuderen.
  • Je kunt niet zinvol verwijzen naar ‘de’ analyse van de Nederlandse situatie, want dat debat is gemankeerd. Zo negeren nogal wat auteurs mijn werk.
  • Je hebt gelijk dat e.e.a. niet in dit boekje uitgewerkt wordt, maar dat is een open deur, want het is een publieksboekje. 

  • Zie mijn home page voor de diverse verwijzingen: bijv. de wiskundig-economische stelling met bewijs in herleide vorm: On the political economy of employment in the welfare state 
  • Waarom zie je het argument t.a.v. de verschuiving van de Phillipscurve niet ? (Bijvoorbeeld.)
Het probleem is juist dat in de huidige situatie in Nederland bij loononderhandelingen werkgevers en werknemers bijna geen gebruik maken van de loonschalen op en vlak boven het minimumloon. Dan is het ook niet duidelijk waarom een verlaging van het minimumloon zou leiden tot volledige werkgelegenheid. Je tegenwerping is erg flauw, en niet logisch. 
  • Lees bij ons voor ‘minimumloon’ bijv. ‘wettelijk of CAO-minimum’. Het gedrag van de sociale partners om een nog hoger bruto minimum te kiezen dan het wettelijk niveau, is een versterking van het multiplier effect t.a.v. voet en bestaansminimum. Dat is geen weerlegging maar extra bewijs.
  • Wel is het zo dat de overheid vooral het wettelijk minimum als instrument heeft, en dat de sociale partners een eigen verantwoordelijkheid hebben. Hier is dan verstandig mee om te gaan. Indien de overheid het wettelijk minimum aanpast conform mijn analyse, dan kunnen werkgevers een lagere CAO loonschaal bepleiten, zonder dat de vakbeweging kan stellen dat dit a-sociaal zou zijn. Sterker nog: de vakbeweging zou het moeten accepteren vanuit werkgelegenheidsoogpunt.

  • Dus: het is voor de Nederlandse situatie wel bewezen dat het WML van belang is! 
    Dit is een bewijs op logische gronden. Jij verwijst naar statistische studies, die echter niet relevant zijn omdat de statistiek alleen de huidige situatie laat zien.
In de Verenigde Staten is het probleem dat de loonhoogte waarbij volledige werkgelegenheid optreedt ligt beneden een aanvaardbaar bestaansminimum (vandaar Phelps zijn pleidooi voor loonkostensubsidies).
  • Dit is een definitiekwestie. Het is een eyeopener wanneer je inziet dat dit zo is. Namelijk: In het herleide vorm model zijn alle kosten en baten mee te nemen. Bijvoorbeeld wanneer Nederland vrijwel gratis ziekenfonds heeft en de VS hier heel duur is, of wanneer Nederland huursubsidie geeft en de VS niet, dan wordt bij ons een ‘loonkostensubsidie’ (à la Phelps) gegeven, zonder dat die zo’n naam heeft - maar in het herleide vorm model komt alles terecht onder de noemer ‘vrijstelling van lasten’.
  • Hoe dan ook sluit dit niet uit dat onze aanpak al een forse verbetering betekent. We kunnen later altijd bekijken of we naast het kwijtschelden van belasting (verhoging van de voet) ook nog extra subsidie moeten geven voor resterende groepen.
Tot slot blijft onduidelijk wat de financiële consequenties zijn van het verhogen van de belastingvrije voet van rond de 5.000 gulden naar rond de 18.000 gulden - ook hierover wordt merkwaardig genoeg door de auteurs met geen woord gerept.
  • De werkelijke cijfers zijn van ca. 7.000 naar 21.000 voor alleenstaanden en van (met voetoverheveling) 14.000 naar 24.000 voor paren.
  • Je hebt zelf boven toegegeven dat het gratis kan ! (Want de verhoging van de voet geldt alleen beneden het huidige bruto minimumloon.)
  • Het boek verwijst wel degelijk naar mijn onderbouwing (op het internet).
  • Overigens, zoals gezegd, wordt mijn werk door de CPB-directie gebreideld: http://thomascool.eu/Thomas

  • /Nederlands/TPnCPB/TPnCPB.html 
  • Ga mij (aldus) niet verwijten dat ik geen beschikking heb over de middelen om e.e.a. door te rekenen! In de huidige situatie heb ik gedaan wat in mijn vermogen lag, bijv. een wiskundig economisch bewijs geleverd.
Onmogelijk en gevaarlijk 

Een interessant alternatief wordt gepresenteerd in een artikel van Graafland en De Mooij in de Economisch Statistische Berichten van afgelopen februari. Op basis van berekeningen met het MIMIC-model van het Centraal Planbureau stellen zij dat een belastingkorting voor laaggeschoolde werknemers het meest effectief is.

Neen, het debat in Nederland is, zoals gezegd, gemankeerd. Graafland en De Mooij rekenen niet door wat ik voorstel. Er zijn hier mijnenvelden van terminologische verwarringen.  

Bijv. Graaflands ‘verhoging’ van de belastingvrije som betekent gewoonlijk ook een verdubbeling voor gezinnen, namelijk via de overheveling van de belastingvrije som van niet-werkende partner naar de werkende partner. Dat is nodeloos duur. 

Mijn voorstel t.a.v. de voet zit anders in elkaar.

De auteurs van ‘Werkloosheid en armoede’ bepleiten overigens in een merkwaardig zijpad voor een versterking van de onafhankelijkheid van het CPB, door dit onder te brengen bij een Economisch Hof dat ook een veto zou mogen uitspreken over de Rijksbegroting. Dit lijkt mij een staatsrechtelijk onmogelijke, en ook zeer gevaarlijke ontwikkeling.
  • Is geen zijpad, maar de tweede peiler van het boek.
  • Wanneer jij vindt dat het huidige CPB ‘op wetenschappelijke wijze de modellen en cijfers bepaalt, en ook over de middelen beschikt om dat te garanderen’, dan stel ik niets anders voor dan wat jij denkt dat al geregeld is (maar niet geregeld is).
  • Pas op met uitspraken over het staatsrecht ! Ik heb er diep over nagedacht, ik weet niet of jij dat al gedaan hebt. Bijv. bevat bovengenoemd paper met het wiskundig economische bewijs ook een stelling en bewijs over de rol van informatie. De Public Choice zou je achterdochtiger moeten maken t.a.v. monopolies die slecht gereguleerd zijn !

  • Zie een voorbeeld van wat de grondwetswijziging zou kunnen inhouden in: A constitutional amendment for an Economic Supreme Court 
    Je kunt niet voorbijgaan aan de problemen die het boekje noemt t.a.v. het CPB. Herinner je je van een paar jaar geleden dat Bolkestein de suggestie deed tot 2 CPB’s ? Ik pak het, meen ik, fundamenteel correct aan: logisch, democratisch, optimerend, weldenkend, etc. 
  • Voor de goede orde, ben ik consistent: wanneer het CPB werkelijk een instelling met wetenschappelijke basis was geweest, dan had er allang een doorrekening plaatsgevonden (bijv. was er intern een discussie geweest, en had ik Graafland e.e.a. kunnen uitleggen - hij weet m.i. nog weinig van mijn analyse, want er was geen discussie mogelijk)
Al met al lijkt het voorstel dat in dit boek wordt gedaan niet erg uitgewerkt en waarschijnlijk ook niet houdbaar.
  • Je zegt eigenlijk niets anders dan dat het een publieksboekje is (met maar 115 pagina’s). Zolang je de referenties niet bestudeerd hebt, kun je geen inhoudelijk oordeel vellen. Niet proberen dus. Geef een ander soort recensie.
  • Er zijn veel voetnoten, er is de grafische bijlage, en er is de verwijzing naar de uitwerking op internet.
Maar de wijze waarop het voorstel wordt gemotiveerd kan de lezer wel inspireren om daar verder over na te denken. Hou deze gedachte vast: het boekje is bedoeld om een groter publiek inzicht te geven in wat volgens ex-CPB econometrist Thomas Cool de echte discussie is (welke in het debat onder economen gebreideld danwel genegeerd wordt).
En in veel van de zijpaden Waarom nou weer ‘zijpaden’ ? 
die bij de presentatie van het voorstel in dit boek worden bewandeld benadrukken de auteurs terecht de verwevenheid van de problematiek van inactiviteit met problemen rond sociale zekerheid, werkethos, veiligheid en gezondheidszorg. Dit alles maakt dat het een boek is dat toch de moeite waard is om gelezen te worden.
  • Dat laatste is de vraag, na al je kritiek. Wanneer je dit echt meent, zou je een andere recensie moeten schrijven, prikkelender, uitnodigender, ¼ 
  • Zo kun je verwijzen naar het gebeuren op het VVD congres, waarin het congres tegen de zin van het bestuur koos voor handhaving van het minimumloon in plaats van afschaffing. Dit boekje geeft nieuwe argumenten voor die discussie.
  • Benadruk de vragen die het boekje oproept, en concludeer dat er inderdaad nog werk voor de collega’s ligt om te verhelderen en meer eensluidend aan het grote publiek te berichten.
Prof. dr. Joan Muysken drs. Th. Cool (door het onheuse ontslag door de directie van het CPB helaas nog niet kunnen promoveren en hoogleraar kunnen worden. Maar goed, Keynes was dat ook niet, wat op een wat rare manier toch een geruststelling is.)
 

 
Nog in het algemeen

Het valt op dat er niets gezegd wordt over de dynamische marginaal. Zie ook het paper dat ik voor de EEA heb ingediend: The dynamic marginal tax rate. Mijn analyse is hier minstens zo fundamenteel als die t.a.v. de voet en de multiplier daarbij.

Hier kan men als volgt redeneren:

  1. Als het waar is dat het dynamisch marginale (gemiddelde) tarief belangrijker is dan het statisch marginale (ook micro, voor ieder apart), dan is het huidige beleid t.a.v. voet en marginale tarieven evident fout (en dit is zelfs zonder doorrekening in te zien).
  2. Je kunt je dan afvragen: Hoe hard is nu het bewijsmateriaal t.a.v. het tarief ? Het boekje geeft aan dat het bewijsmateriaal wijst in de richting van het dynamisch marginale (gemiddelde) tarief.
  3. Misschien gelooft men dit nog niet, maar, de auteurs hebben wel gelijk dat er, gezien het belang van de kwestie, veel meer duidelijkheid moet komen t.a.v. de invloed van dat tarief. Het huidige beleid is inderdaad gebaseerd op op zijn minst ‘zwak’ te noemen fundamenten.
De recensie gaat ten onrechte aan dit fundamentele punt voorbij.

Denkelijk kan de lezer dezes nog zijn of haar voordeel doen met mijn artikel in de CBS-bundel uit 1996 t.a.v. de Nederlandse Arbeidsmarktdag 1995. Hier laat ik zien dat de conventionele analyse t.a.v. marginale tarieven voortkomen uit een statisch model, en dat mijn analyse voortkomt uit een dynamisch model (dat spoort met het gebruik van een Phillipscurve): Belastingstructuur, inflatie en werkloosheid.

E.e.a. heeft een ingrijpende betekenis. Ik spreek daarom niet voor niets over een nieuwe economische synthese.


Resumerend: Het publiek krijgt nu een premature recensie, en de vernieuwende analyse krijgt weer geen eerlijke kans.