PDF

Aan het College voor de Rechten van de Mens
info@mensenrechten.nl

 

 

6 januari 2013
Betreft: De Rechten van de Mens en de CPB-kwestie sinds 1990

 

 

Geachte voorzitter mr. Laurien Koster en andere leden van het College,
 

Uw College bestaat sinds 2010. Ik ontdekte uw bestaan in de context van een melding aan het Adviespunt Klokkenluiders dat sinds 1 oktober 2012 bestaat. Mijn melding van een vermoeden van een misstand aldaar staat in deze weblink. http://thomascool.eu/Thomas/Nederlands/TPnCPB/AK/2013-01-01-AanHetAdviespuntKlokkenluiders.html

Ik heb uw mission statement zorgvuldig gelezen. Mijn suggestie is de verschillende Rechten van de Mens langs te lopen en te zien wat u zou kunnen doen. http://www.mensenrechten.nl/wat-zijn-mensenrechten/mensenrechten-op-een-rij

  1. Allereerst t.a.v. de samenleving:
  2. In artikel 22 staat: "Een ieder heeft als lid van de gemeenschap recht op maatschappelijke zekerheid en heeft er aanspraak op, dat door middel van nationale inspanning en internationale samenwerking, en overeenkomstig de organisatie en de hulpbronnen van de betreffende Staat, de economische, sociale en culturele rechten, die onmisbaar zijn voor zijn waardigheid en voor de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid, verwezenlijkt worden." Die zekerheid staat onder druk door de huidige crisis. De internationale samenwerking van Nederland met landen als Griekenland en Spanje met hun hoge (jeug-) werkloosheid vergt ook een inzet door Nederland. Naast "Griekse statistiek" is er ook "Nederlandse wetenschap". Laat Nederland orde op zaken stellen.
    http://boycottholland.wordpress.com/about
  3. In artikel 23 lid 1 staat: "1.Een ieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtmatige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid." Een element hierin is het principe van volledige werkgelegenheid.
    1. Wanneer werkgevers zaten te springen om arbeidskrachten dan zouden velen minder geneigd zijn te discrimineren. De hoge werkloosheid met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt leidt tot een extra last aan discriminatie. In plaats van kurieren am Symptom is het College derhalve te adviseren zich te richten op herstel van het mensenrecht in artikel 23 lid 1 voorzover dat betrekking heeft op volledige werkgelegenheid.
    2. In 1948-1970 leek dit ideaal bereikbaar maar daarna trad stagflatie in: ofwel hoge werkloosheid ofwel hoge inflatie. Vanaf president Reagan in 1982 wordt gedacht dat volledige werkgelegenheid economisch buiten bereik is geraakt, en dat alleen liberalisatie en flexibilisering van markten nog tot verbetering kan leiden. In Nederland schafte Ruud Lubbers het doel van de volledige werkgelegenheid af ten gunste van herstel van de overheidsfinanciën. De deregulering van de (financiële) markten heeft echter tot de huidige crisis geleid. De hernieuwde regulering leidt reeds tot nieuwe werkloosheid.
    3. Het blijkt wel degelijk denkbaar om volledige werkgelegenheid te herstellen. Een analyse hierover wordt sinds 1990 door censuur getroffen bij het Centraal Planbureau (CPB). Zie http://boycottholland.wordpress.com/about/ en de bovenaangehaalde melding aan het Adviespunt Klokkenluiders. Er zijn ook nog andere economen die onderzoek doen naar volledige werkgelegenheid, zoals http://www.socialinclusion.gov.au/node/147, CofFEE http://e1.newcastle.edu.au/coffee (of wikipedia) en http://www.fullemployment.org/. Gangbaar gaan deze andere economen voorbij aan de censuur bij het CPB. In Nederland is een voorbeeld professor Joan Musyken, die twee miljoen werkzoekenden berekent (http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/overheid-moet-geen-uitkering-maar-werk-aanbieden maar die de censuur negeert http://thomascool.eu/SvHG/Hulst/Staatscourant.html
    4. Het College kan niet het werk van economen overdoen maar zou kunnen onderzoeken:
      1. Of de overheid wel voldoende in het werk heeft gesteld om het mensenrecht van de volledige werkgelegenheid te bewaken.
      2. Of er inderdaad censuur van de wetenschap is bij het Centraal Planbureau, wat er toe leidt dat regering en parlement onvolledige informatie krijgt. (Uw College kan zich hierbij niet verlaten op de Ambtenarenrechter, aangezien die geen wetenschappelijke criteria heeft gehanteerd.)
      3. Wat economen ertoe brengt om aan die censuur voorbij te gaan.
        1. Waarom schrijven de wetenschappelijke tijdschriften als Economisch-Statistische Berichten (ESB) of internet-sites als MeJudice.nl er niet over ? Waarom mag ik daar niet zelf een protest tegen de censuur van de wetenschap publiceren ?
        2. Waarom, bijvoorbeeld, reageert professor Muysken niet op mijn reactie op zijn aangehaalde recensie in de Staatscourant, dat hij voorbijgaat aan het onderliggende onderzoek ?
        3. Waarom wordt de kwestie ook genegeerd door journalisten economie in de economische rubrieken van kranten en tv ?
          http://www.thomascool.eu/Thomas/Nederlands/TPnCPB/Pers/FalenVanDeMedia.html
      4. Waar zulk gedrag irrationeel is, speelt hierbij smetvrees een rol, de angst voor de ontslagen medewerker, de weerzin voor de tot pariah gemaakte wetenschapper die met iets nieuws komt ? Dient het geen mensenrecht te zijn dat een wetenschapper die met iets nieuws komt voor zulke reacties beschermd wordt ? (Zie de bespreking van artikel 2 hieronder.)
      5. Waarom hebben onderzoekers van mensenrechten in al die jaren sinds 1990 niet gezien dat hier mensenrechten in het geding zijn, en moet ik dit weer zelf aan de orde stellen ?
      6. Zo mogelijk adviseert het College snel tot een advies aan de Tweede Kamer tot een parlementaire enquête om de zaak grondig uit te zoeken, zowel de kwestie van volledige werkgelegenheid in het algemeen als niet te vergeten het detail daarbinnen van de censuur bij het CPB.
  4. In artikel 26 lid 2."Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden." Mij is inmiddels gebleken dat dit niet het geval is bij het onderwijs in wiskunde. Wiskundigen worden opgeleid voor abstractie en wanneer zij voor de klas komen staan dan zien zij daar plots reëel bestaande leerlingen. Zij lossen hun cognitieve dissonantie op door vast te houden aan traditie. Niet de volle ontwikkeling der leerlingen staat voorop maar de wiskundige traditie die vol zit met historische rariteiten. Ook Hans Freudenthal was een abstracte wiskundige die met zijn "realistische wiskunde" een hele "realiteit" verzon. Zie mijn boeken "Elegance with Substance" (2009), "Conquest of the Plane" (2011), "Een kind wil aardige en geen gemene getallen" (2012), "De eenvoudige wiskunde van Jezus" (2012), mijn advies tot een parlementair onderzoek en de bespreking door Richard Gill (Leiden, KNAW): http://www.ipetitions.com/petition/tk-onderzoek-wiskundeonderwijs en http://www.math.leidenuniv.nl/~gill/reviewCOTP.html (Nieuw Archief voor Wiskunde maart 2012).
  5. Wenselijk lijkt me een verslag aan de VN over de misstand in Nederland.
  6. Terwijl de voorgaande punten zich richten op de samenleving, bekijk ik hieronder hoe de mensenrechten voor mijzelf relevant zijn:
  7. In artikel 2 staat: "Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status." Hierbij is "van welke aard ook" van belang, en het "zoals" alleen een toelichting. Wanneer een wetenschapper die met iets nieuws komt tot pariah wordt gemaakt, dan zou dit vallen onder "van welke aard ook".

    NB. Op de website van uw College staat dit verkeerd. Op
    http://www.mensenrechten.nl/over-ons/waarvoor-kunt-u-bij-het-college-terecht
    staat de limitatieve opsomming, en ontbreekt het het "van welke aard ook".
  8. De Mensenrechten spreken vervolgens vooral over strafrecht en niet over Ambtenarenrecht. In artikel 5 wordt gesproken over "onterende behandeling" maar mijn ontslag was eervol. Het is wel machtsmisbruik van de directie van het CPB om mij ontslag aan te zeggen wegens onbekwaamheid in de hiërarchie te functioneren, maar het is ook onjuist van de Ambtenarenrechter om eraan voorbij te gaan dat mijn functie-omschrijving een wetenschappelijke was zodat de term "hiërarchie" dubieus is.

    In artikel 7 is sprake van "ophitsing". Ja, in mijn ervaring is het inderdaad zo dat de directie bij dit ontslag de rechter heeft opgehitst om het ontslag door te laten gaan. In artikel 12 is sprake van "enige aantasting van zijn eer of goede naam". Inderdaad is deze ontslaggrond als zo’n aantasting te beschouwen, het spelen van de man en niet de bal, ook al heeft de rechter dit doorgelaten, maar de rechter gaat ervan uit dat het bevoegde gezag de waarheid spreekt en heeft geen getuigen gehoord en nader onderzoek op het CPB en de afdeling gedaan. In artikel 12 is sprake van "bescherming door de wet" maar die is dan afwezig.

  9. In artikel 18: "Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst". Waarin artikel 18 verder spreekt over godsdient en het onderwijzen daarvan, lijkt me dat minstens hetzelfde mag gelden voor wetenschap. Dit gebeurt in artikel 19. "Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven." De directie van het CPB heeft me toegestaan het betreffende paper over de werkloosheid op congressen te presenteren en aan tijdschriften aan te bieden. Die vrijheid van meningsuiting werd toegestaan. Waar het om gaat, is dat dit het paper reduceert tot een "mening". Terwijl het een wetenschappelijk resultaat is. Hier blokkeerde de directie de publicatiegang in de reeks der CPB-memoranda "op naam van de auteur". De rechter liet dat toe maar hanteerde geen wetenschappelijke criteria. Zie de bespreking op pag 112-113 van "De ontketende kiezer" (DOK) (2003): http://www.rozenbergps.com/files/CoolDEF1.pdf Een artikel komt tot het advies tot een parlementaire enquête, een ander artikel geeft een oplossing voor het probleem van Kenneth Arrow over de onmogelijkheid van collectieve beslissingen, namelijk dat Arrow in verwarring is over het onderscheid tussen stemuitslagen en beslissingen. Onderdirecteur Den Hartog (inmiddels overleden) stelt: "Meer concreet, in de ene presentatie is klaarblijkelijk de positie van het CPB in negatieve zin in het geding, terwijl de andere presentatie niet van zodanig gehalte is dat de CPB-directie die het ondersteunen waard vindt." Bij het eerste geeft de onderdirecteur een oordeel, wat wetenschappelijk gezien niet kan, en bij het tweede misbruikt hij het argument van kwaliteit terwijl het ook dan om de inhoud zou moeten gaan. Ook hier hitst de directie de Ambtenarenrechter op, die klaarblijkelijk sowieso aanneemt dat het bevoegde gezag de waarheid spreekt. Pijnlijk is dat de directie eerst het gebruik van het computermodel verbiedt en later stelt dat het een eis voor publicaties van het CPB zou zijn dat er kwantitatieve berekeningen aan ten grondslag liggen.
  10. Artikel 20 lid 1: "1.Een ieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering." Op diezelfde pagina’s DOK:112-113 wijst de directie gebruik af van een zaal om de artikelen in de lunchpauze te bespreken, met verwijzing naar de inhoud der artikelen. Mogelijk dacht men in 1948 vooral aan gebruik van ruimte’s buiten overheidsgebouwen, maar me dunkt dat wetenschappers van de overheid normaliter toch hun functie mogen uitoefenen in de overheidsgebouwen.
  11. Artikel 27 lid 1: "1.Een ieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan." Anderen kunnen niet deel hebben aan de wetenschappelijke vooruitgang en anderen en ik kunnen de vruchten daarvan niet plukken wanneer er censuur van mijn bijdrage aan de wetenschap is. Die censuur beperkte zich niet tot 1990 maar begon toen en duurt nog steeds voort. De directie van het CPB negeert dat de economische crisis mijn analyse bevestigt, zie ook de melding van het vermoeden van een misstand aan het Adviespunt Klokkenluiders.
  12. Artikel 27 lid 2: "Een ieder heeft het recht op de bescherming van de geestelijke en materiële belangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk, letterkundig of artistiek werk, dat hij heeft voortgebracht." Ja, iedereen heeft daar recht op, behalve de ontslagen wetenschapper van het CPB die immers tot pariah is gemaakt en niet meer gehoord hoeft te worden.
  13. Artikel 28: "Een ieder heeft recht op het bestaan van een zodanige maatschappelijke en internationale orde, dat de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, daarin ten volle kunnen worden verwezenlijkt." Aan de plicht tot melding der misstand heb ik voldaan. In de jaren 1989-2012 heeft een dergelijke orde ontbroken waarin de censuur van de wetenschap en machtsmisbruik door de directie van het CPB opgelost kon worden. In de procedure bij de Ambtenarenrechter heb ik overigens verzocht om middelen om de gang naar het EHRM te maken, daar mij deze middelen ontbreken. Helaas is dat afgewezen.

In deze brief heb ik zowel generieke punten genoemd die u kunnen aanspreken als individuele punten waarvoor een procedure wenselijk lijkt.

Gaarne verzoek ik om een gesprek.
 

Met vriendelijke groet,
 

Thomas Cool / Thomas Colignatus
Econometrist en leraar wiskunde
(...)