Integriteit aan de Universiteit van Tilburg

(1) De recensie 2005-02-22, (b)  de melding aan de vertrouwenspersoon UvT
(opgenomen als bijlage in de brief aan de Raad voor de Journalistiek)
From: "haemers" <Haemers@uvt.nl>
To: "Thomas Cool / Thomas Colignatus" <cool@dataweb.nl>
Subject: RE: Melding van een vermoeden van een misstand omtrent de  wetenschappelijke integriteit
Date: Tue, 29 Mar 2005 17:05:32 +0200
 

Beste Thomas Cool,

Ik heb de bedoelde boekbespreking en uw bezwaar daartegen gelezen, 
en ik heb een gesprek gehad met Frans Kerstholt. Op grond daarvan
kom ik tot het volgende:

De boekbespreking komt mij over als normaal. Inhoudelijk zegt de zin
waar u aanstoot aan neemt dat u heeft nagelaten uw ideeën te toetsen,
terwijl dat van een econometrist wel zou mogen worden verwacht. Een
mening die geoorloofd is. Kerstholts toon is misschien iets feller.
Na lezing van uw toelichting werd me duidelijk dat door het gebruik
van het woord "verzaken" de zin als kwetsend geïnterpreteerd kan wor-
den. In het gesprek met Dr Kerstholt is me duidelijk gemaakt dat die
interpretatie niet bedoeld is. Ik heb hem gevraagd zijn toelichting
schriftelijk vast te leggen, te ondertekenen en naar mij te sturen.
Dat heeft hij gedaan. Indien u er prijs op stelt zal ik u een kopie
van de toelichting (die overigens inhoudelijk overeenkomt met een
eerdere e-mail van hem aan u) toesturen.

Ik hoop van harte dat hiermee de vermoede misstand is weggenomen.

Met vriendelijke groet,

Willem Haemers,
vertrouwenspersoon UvT


 
Commentaar Thomas Cool / Thomas Colignatus 30 maart 2005

Verslag van telefonisch overleg met deze vertrouwenspersoon:

(a) Het punt dat ik voorlegde betrof niet "kwesten". Het betrof "bewust verkeerd of tendentieus weergeven van resultaten en onderzoekverslagen van anderen" (pag 7 van de Notitie Wetenschappelijke Integriteit van de KNAW). De beschuldiging dat ik mijn vak zou verzaken noemde ik beledigend, zoals ook Paul Krugman beschreef dat hij "sheer intellectual outrage" had toen hij merkte dat zijn werk verkeerd werd voorgesteld.

(b) Kerstholt mag van mij in zijn recensie zeggen dat hij meent dat het boekje niet de empirische onderbouwing geeft die hij graag zou willen zien, maar hij moet er dan ook bij zeggen dat het een publieksboekje is en dat hij niet naar het onderliggende materiaal heeft gekeken. Zoiets zeggen is heel wat anders dan zeggen dat ik mijn vakgebied verzaak. 

(c) De vertrouwenspersoon bleek gevoelig te zijn voor de logische denkfout die Kerstholt maakt, maar, weigerde te concluderen dat deze dan diende te corrigeren.

(d) Kerstholt stelt aanvankelijk geen belediging in de zin te hebben, maar, het punt is juist dat hij de tekst beter eerst vooraf had laten lezen, zeker gezien de ernst van de beschuldiging, terwijl hij achteraf dan moet corrigeren nu hij mag inzien dat zijn stelling onjuist is en ingaat tegen de wetenschappelijke integriteit. 

(e) Aan de telefoon weigert deze vertrouwenspersoon deze punten te zien, meent hij voldoende tijd aan de kwestie besteed te hebben, verklaart hij mijn bezwaar niet ontvankelijk zodat hij geen rapport aan het College van Bestuur hoeft te doen. Bovendien wil hij dit alles niet op papier zetten.

Zo gaat de UvT dus om met de integriteit van de wetenschap.

NB. Het reglement Wetenschappelijke Integriteit van de KNAW stelt "De vertrouwenspersoon stelt vast of de klacht ontvankelijk is. Indien dit naar zijn/haar oordeel het geval is, meldt hij/zij dit aan het bestuur van de instelling." Klaarblijkelijk houdt alles op wanneer zo'n vertrouwenspersoon zijn rol verzaakt en de misstand afschermt. Conclusie: er lijkt nog steeds onvoldoende bescherming voor de integriteit van de wetenschap.


 
 
Aan het CvB 
De voorzitter Mr. H.M.C.M. van Oorschot
Universiteit van Tilburg
Warandelaan 2
Postbus 90153
5000 LE Tilburg
Tel +31 (0) 13 466 91 11
30 maart 2005
Geachte heer Van Oorschot,

Ik heb vorige week een melding gedaan aan de heer Haemers (UvT) t.a.v. een vermoeden van een misstand t.a.v. de integriteit van de wetenschap, waarbij een medewerker van uw universiteit een inbreuk pleegt van het "bewust verkeerd of tendentieus weergeven van resultaten en onderzoekverslagen van anderen" (pag 7 van de Notitie Wetenschappelijke Integriteit van de KNAW).

De heer Haemers verzaakt m.i. zijn plicht. Hij stelt de zaak voor alsof deze niet voor mij en de integriteit van de wetenschap van belang is en ontvankelijk zou zijn. Hij behandelt het optreden van de medewerker op vergoeilijkende wijze zonder oog te houden voor de andere kant.

Ik heb me genoodzaakt gezien om de kwestie op het internet documenteren, zie: http://thomascool.eu/Thomas/Nederlands/TPnCPB/KNAW/2005-03-UvT.html

Mijn verzoek aan u is de heer Haemers op zijn verzaken te wijzen, en de melding van mijn vermoeden van een misstand t.a.v. de wetenschappelijke integriteit serieus in onderzoek te nemen, zodat ik t.z.t. een besluit van uw CvB tegemoet kan zien dat ik eventueel aan het LOWI van de KNAW kan voorleggen. Ik hoop dat u als CvB niet meedoet aan laster en smaad.

Met vriendelijke groet,

Thomas Cool / Thomas Colignatus
http://thomascool.eu


 
 
Aanvulling TC 2005-03-31

Dr. Haemers noemt het aan de telefoon niet correct van me dat ik dit materiaal in het publieke domein plaats. Zijns inziens dient men ten aanzien van een gesprek met een vertrouwenspersoon ook de vertrouwelijkheid te bewaren.

(a) In goed Nederlands is er verschil tussen "iemand iets toe vertrouwen" en "vertrouwelijkheid over iets bewaren".

(b) Zittingen van een Rechtbank of de Raad voor de Journalistiek zijn openbaar. Dit is een paradox waar ik al eerder tegen aan gelopen ben: allerlei zaken worden eerst in alle vertrouwelijkheid besproken maar plots mag iedereen meekijken.

(c) Vanzelfsprekend betracht ik vertrouwelijkheid waar dit in de gebruikelijke goede zeden gewenst is. Een belangrijk aspect daarin is dat ik alles vanaf het begin beschrijf in nette termen.

In deze casus heb ik mijn protest t.a.v. de recensie als volgt afgehandeld:

(1) Ik heb het boek "De ontketende kiezer" in goed vertrouwen aan de redactie ter beschikking gesteld.

(2) Waar de recensie in het publieke domein was, en waar aldus in het publieke domein lasterlijk werd gesteld dat ik mijn vakgebied zou verzaken, heb ik mijn antwoord daarop publiekelijk geformuleerd.

(3) Tegelijkertijd heb ik contact opgenomen met de redactie en de auteur dat een correctie nodig was - en nog niet in het publieke domein gemeld dat ik dit gedaan had. Pas toen dit werd afgewezen, heb ik in vertrouwelijkheid gewezen op de mogelijkheid van LOWI en RvdJ. Pas toen wederom van correctie werd afgezien, heb ik de kwestie voorgelegd aan vertrouwenspersoon en RvdJ - bij de RvdJ is alles dan meteen publiekelijk geworden, bij de vertrouwenspersoon is er eerst nog een vertrouwelijke fase, hoewel mijn email aan de vertrouwenspersoon al onderdeel uitmaakt van de stukken aan de RvdJ. 

(4) Toen die vertrouwenspersoon zijn werk verzaakte, bestond er voor mij geen andere weg dan aan de buitenwacht uitleggen dat ik de goede weg heb gevolgd maar dat de vertrouwenspersoon zijn werk verzaakte. De vertrouwenspersoon heeft mij ook niet op een andere weg gewezen.

(5) Mijn verslaggeving van alles is clean. Ik beschrijf procesgang en argumenten. Indien teksten van betrokkenen overbodigheden of duidelijke vertrouwlijkheden bevatten, dan verwijder ik dit en geef ik dit aan met "(...)". Teksten geef ik exact weer zodat anderen kunnen controleren dat ik standpunten niet verkeerd weergeef en juist interpreteer. Van telefoongesprekken geef ik de kernargumenten zakelijk weer.

Ik zou willen dat anderen mij zo netjes behandelden als ik hen behandel. 

Dr. Haemers heeft afgewezen om mij een andere tekst te geven dan het bovenstaand email waarin hij mijn melding verkeerd voorstelt en mij met een kluitje in het riet stuurt alsof het probleem alleen aan mijn kant bestaat. 

Hij laat mij dan geen andere weg dan de gevolgde.

Overigens laat zich ook constateren dat dr. Haemers zichzelf ziet als 'vertrouwenspersoon voor de instelling' hetgeen toch iets anders is dan de functie volgens het reglement van het LOWI, waarin hij ook hoort te functioneren voor de externe persoon die de melding doet. Wellicht is het een optie dat men aan de UvT een rollenspel gaat spelen, waarbij een van de deelnemers mijn standpunt verdedigt, zodat men, na enig rollenspelen, erachter komt dat hier wel degelijk de integriteit van de wetenschap in het geding is. Laat ik ook verwijzen naar de Ethical Guidelines van de American Mathematical Society, dat men een positie van iemand niet zomaar verkeerd mag voorstellen: "To use no language that suppresses or improperly detracts from the work of others; To correct in a timely way or to withdraw work that is erroneous."