Gerrit Zalm en het gebod tegen laster


Arjan Visser, freelance journalist / programmamaker, heeft een boekje gepubliceerd "De Tien Geboden", Rainbow Pocketboeken 2001. Dit verzamelt interviews die sinds 1998 in Trouw zijn verschenen. Een interview uit het boek is met Gerrit Zalm, de huidige minister van Financiën, die in 1991 ook de directeur van het Centraal Planbureau (CPB) was die mij met leugens, machtsmisbruik en breidel van de wetenschap ontsloeg. 

Zalm reageert ook op het gebod "Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste". Overigens is dit een betere vertaling dan "Gij zult niet liegen" - want indien Duitsers u vragen of u onderduikers verbergt dan moogt u gerust hun leven redden (want het zijn tenslotte gasten). De juiste vertaling lijkt te zijn "Gij zult niet lasteren" - kwaad spreken over anderen.

De integrale tekst van dit onderdeel in het interview is:

"Onwaarheid spreken probeer ik tot het uiterste te vermijden. Dat mag alleen als het staatsbelang op het spel staat. In het kabinet kan ik zeggen wat ik wil, maar als een besluit eenmaal is gevallen, moet ik het ook verdedigen. Het overkomt mij weleens dat ik een besluit lees en denk: nou, nou, nou. Maar ik zal nooit zeggen dat het een topbesluit is, terwijl ik vind dat het een rommeltje is. Dan onthoud ik mij liever van commentaar. Nou goed dan, misschien verspreek ik mij een enkele keer. Ze vroegen mij of de vader van Máxima op de bruiloft aanwezig mocht zijn en ik zei ja. de volgende vraag was: "Maar er mankeert toch van alles aan die man?" en ik antwoordde: "Inderdaad, hij deugt niet." Zo heb ik mijzelf bij alle Nederlanders populair gemaakt, want mensen onthouden alleen datgene wat hen bevalt. Ik had het er laatst nog met Annemarie Jorritsma over. Toen die verloving van Willem-Alexander en Máxima op komst was, gonsde het van de geruchten, maar wij mochten natuurlijk niets zeggen. Dus Annemarie ontkende glashard dat ze ervan  op de hoogte was. Een dag later maakte ze de Franse president uit voor "engerd". Ik zei: "Annemarie, dat heb je niet goed aangepakt. Eerst zit je te liegen. Dat is niet goed. En daarna spreek je de waarheid en dat is óók niet goed!" "Ja," zegt ze, "maar jij hebt je ook vergaloppeerd met met die vader van Máxima." "Da's waar," gaf ik toe, "maar dat is regeringsbeleid geworden en jouw mening over die engerd niet." (p 294)

Tevens, bij het onderdeel "Gij zult niet stelen" is er nog de alinea:

"Ik ben als minister van Financiën, in die zin, ook een beetje de minister van eerlijkheid. Daarom gaat het al zo lang, zo goed. Er is vertrouwen. Als ik zeg: "Het komt wel in orde, laat mij maar even," dan geloven ze me op mijn woord. Door één keer iemand te bedriegen zou ik al mijn zorgvuldig opgebouwde goodwill verliezen." (p 293)

Tja. Het boekje van Arjan Visser laat de sprekers aan het woord, en het is niet bedoeld als evaluatie van hun perfomance. Toch vragen deze uitspraken om een weerwoord.

Ik was van 1982-1991 econometrist en wetenschappelijk medewerker bij het CPB. Zalm verplaatste mij in april 1990 uit mijn werk en afdeling. Hij gebruikte daarvoor artikel 58 van het ARAR - gebaseerd op de overweging dat het bijvoorbeeld mogelijk moet zijn ambtenaren van Den Haag naar Groningen te verplaatsen indien dat in het belang van de dienst is. Dit artikel is neutraal, en spreekt zich niet uit over het functioneren van iemand. Door gebruik te maken van dit artikel werd mij de mogelijkheid van beroep onthouden, en ik weet nog steeds niet waarom ik zo nodig verplaatst moest worden. Later in de rechtszaak kwamen wel stukken boven water met de onheuse aantijging dat ik niet zou functioneren - maar die stukken waren geen 'besluiten', en dan is er geen mogelijkheid van beroep. Door mij op deze manier te verplaatsen en anderhalf jaar op een kamertje apart te zetten, maakte directeur Zalm het mogelijk om mij daarna in 1991 te ontslaan.

Een interne bezwarencommissie meende:

"8.1. Ten aanzien van de verplaatsing van betrokkene naar een andere kamer -gelegen buiten de afdeling-, overweegt de Commissie dat de Dienstleiding van het CPB, nu het blijkbaar een maatregel met een enigszins disciplinair karakter betreft, meer zorgvuldigheid had moeten en kunnen betrachten. De Commissie heeft met name toch de indruk gekregen, dat e.e.a. nogal rauwelijks heeft plaatsgevonden, terwijl toch als algemeen rechtsbeginsel aanvaard is dat (ook) een (deels) disciplinaire maatregel niet genomen kan worden dan nadat op behoorlijke wijze hoor en wederhoor aan betrokkene is geboden." 

Deze interne bezwarencommissie interpreteerde mijn bezwaar overigens verkeerd en dacht dat het alleen om de fysieke werkruimte ging en niet het werk en de afdeling, en liet deze verplaatsing doorgaan. Hier krijgt de nietsvermoedende werknemer te maken met het op de keper beschouwd toch tamelijk autistische systeem van de rechtspraak, waarbij de rechter het oordeel niet vooraf in concept ter inzage geeft, zodat fouten alleen hersteld kunnen worden in een zeer traag proces van hoger beroep. Op deze wijze verwierp deze interne bezwarencommissie het merendeel van mijn bezwaren. Dat leidde tot een patstelling. Dat deze bezwaren waren verworpen, betekende verder niets, want mijn functioneren was niet ter discussie gesteld, en ik deed gewoon het nieuw opgedragen werk op het kamertje apart. Gerrit Zalm evenwel besloot mij dan maar te ontslaan.

Toen ik ontslagen was en de zaak bij de rechter voorkwam, oordeelde de rechtbank op 15 december 1993:

"Tussen partijen is met name in geschil welk karakter aan het genomen besluit moet worden toegekend. Gemachtigde van verweerder heeft ter zitting uitdrukkelijk aangegeven dat op grond van artikel 58, eerste lid, van het ARAR door de directeur van het CPB besloten is klager ander werk op te dragen én hem te verplaatsen. Klager werd aldus in de gelegenheid gesteld te gaan "lezen en schrijven". De verplaatsing moet, zo stelt verweerder, gezien worden als een ordemaatregel. Ter motivering daarvan is door gemachtigde van verweerder gesteld dat de voortgang van de werkzaamheden op de afdeling van klager onaanvaardbare vertraging ondervond, waarbij in het midden wordt gelaten of klager deze situatie met opzet heeft laten ontstaan. Bestreden wordt dat aan de verplaatsing een disciplinair karakter heeft gezeten. Naar het oordeel van de rechtbank is hier echter geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 58 ARAR. Dit artikel is veeleer geschreven voor situaties waarin een ambtenaar verplicht kan worden tijdelijk andere werkzaamheden te verrichten, indien een werkgever het in het belang van de organisatie noodzakelijk acht dat die werkzaamheden verricht worden. In klagers geval is gesteld, noch gebleken dat de door hem na de verplaatsing te verrichten werkzaamheden - voorzover zij al anders waren, afgezien van de uitbreiding naar "lezen en schrijven" -, van een dergelijk karakter waren. Daarbij komt dat de rechtbank zich niet aan de indruk kan onttrekken dat de verplaatsing toch een enigszins disciplinair karakter had. Klager heeft immers onweersproken gesteld dat hij op zijn nieuwe werkplek geen toestemming had voor toegang tot het mainframe, hetgeen een belemmering vormt voor de uitoefening van zijn werkzaamheden. Voorts komt het de rechtbank voor dat de verplaatsing meer is bedoeld als een definitieve oplossing voor de ontstane problemen op de afdeling, zodat niet onaannemelijk is dat verweerder klager permanent van diens afdeling verwijderd heeft willen houden. Het vorenstaande heeft tot gevolg dat naar het oordeel van de rechtbank verweerder een hem toekomende bevoegdheid heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor zij gegeven is en hij aldus in strijd heeft gehandeld met het verbod van détournement de pouvoir. Het onderhavige besluit komt dan ook voor nietigverklaring in aanmerking." 

In 1998 besloot de minister van Economische Zaken (EZ) om geen nieuw besluit te nemen. Letterlijk zei de advokaat van het Rijk: "U zou weer op uw plek zitten, indien u niet inmiddels ontslagen was." Aldus is mij andermaal de mogelijkheid tot verweer tegen de verplaatsing onthouden, terwijl die verplaatsing wel is gebruikt om mij te doen ontslaan.

Ik geeft dit voorbeeld van de verplaatsing omdat het zo helder is. Er zijn wel meer voorbeelden van leugens, machtsmisbruik en breidel in mijn casus, maar die zijn complexer. In feite is de hele zaak complex. Uiteindelijk laat de rechter mijn ontslag toch doorgaan, en menigeen zou dan kunnen denken dat Zalm au fond toch gelijk had. Er is echter sprake van een dwaling van het recht en tevens is mijn ervaring dat het arbeidsrecht in wezen toch vrij zwak is. Heden, 25 september 2001, ligt de vraag nog steeds voor bij de ambtenarenrechter. De rechter heeft voortijdig over het ontslag geoordeeld, zonder te wachten op duidelijkheid omtrent de kwestie van de verplaatsing. Daarom heb ik om heropening van de kwestie van het ontslag verzocht wegens het nieuwe feit van het besluit uit 1998 van EZ om geen nieuw besluit te nemen. 

Ik vraag ook de buitenwacht om een onderzoek: want het is een misverstand te denken dat het alleen een rechtszaak is. In feite maakt de directie van het CPB misbruik van het zwakke arbeidsrecht om de wetenschap te breidelen - en dat is een zaak die zich denkelijk toch alleen buiten de rechtszaal laat vaststellen.

Gerrit Zalm blijkt wel vaker te liegen.

Mijn analyse die gebreideld wordt is deels gebaseerd op het werk van CPB-collega X, en er blijkt een EZ-nota te bestaan die X's analyse verkeerd voorstelt, welke nota is ondertekend door de toenmalige directeur Algemene Economische Politiek (AEP), inderdaad, Gerrit Zalm, die in 1989 directeur van het CPB werd. Toen Zalm directeur werd, is X ook bij het CPB vertrokken. Ik heb deze nota medio jaren '90 gekregen van publicist Arie de Goederen, met commentaar van hem erbij, alsook diens vraag bij de hem destijds onbekende handtekening van Zalm: “Wie is deze bedrieger?” Voor de goede orde herhaal ik dat de EZ-nota mij onbekend was in mijn CPB-tijd. Voor lezers van Trouw kan ik nog opmerken dat ik met De Goederen een stukje had in Trouw van 3 mei 1996 "We maken de armoede zelf" - waarop een positieve reactie kwam van Willem Breedveld op 15 mei 1996. Over de kwestie is er inmiddels het handzame boekje van journalisten Hans Hulst en Auke Hulst, m.m.v. ondergetekende, "Werkloosheid en armoede, de oplossing die werkt", Thesis Publishers 1998.

Als minister heeft Gerrit Zalm ook gelogen ten aanzien van het belastingplan. Zie de pagina daarvoor op mijn internet site

Of zie mijn voordracht voor de Utrechtse Rotary, van 18 januari 2001, "De democratie en de beleidsleugen".

Begrijp mij goed dat ik mij hier niet uitspreek over Gerrit Zalm als mens, directeur of politicus. Zo'n totaal-oordeel is niet aan mij en is niet aan de orde. Het enige wat ik wil opmerken, wanneer Arjan Visser dan toch zo'n interview houdt en zo'n boekje publiceert, is dat Gerrit Zalm wel degelijk op grove wijze zondigt tegen het gebod "Gij zult niet lasteren". Ook verzoek ik om een onderzoek tegen deze laster om mijn naam te zuiveren, zodat ik gewoon weer op het CPB aan de slag kan.

Gerrit Zalm is later wellicht de eerste die roept "Hoe heb ik zo blind kunnen zijn!?" Ten aanzien van het kamerlid Van Baalen heeft hij destijds ruimhartig verklaard dat wie eenmaal van blaam is gezuiverd, ook weer normaal moet kunnen functioneren. Voorlopig echter is mijn indruk dat hij op zijn minst heel erg verblind is - en laster blijft laster. Misschien is hem uiteindelijk te vergeven dat hij zijn zonde niet zo snel zag, maar dit is een minder urgente vraag dan het punt dat de kwestie onderzocht moet worden.

Na Srebrenica en de terreuraanslagen op het Pentagon en het WTC, groeit het besef dat werkloosheid en armoede voedingsbodems zijn voor dit soort geweld. Locale machthebbers als Milosevic en Bin Laden kunnen dan misbruik maken van frustraties van misdeelden om hun eigen doelen na te streven. Er bestaat echter een analyse hoe werkloosheid en armoede in de wereld op nette wijze aangepakt kunnen worden. Deze analyse wordt sinds (minstens) 1989 gebreideld door de directie van het CPB. En mijn persoon wordt belasterd. Wederom wordt scherp uitgelicht dat elementair fatsoen cruciaal is voor het algemeen welzijn.
 

Thomas Cool, September 25, 2001
http://thomascool.eu