Index         Samenvatting

 

Het kabinet liegt en bedriegt over belastingen en werkgelegenheid

 

Het kabinetsplan voor de ‘belastingen voor de 21e eeuw’ is een grote leugen. De burgers wordt een rad voor de ogen gedraaid en de wetenschap wordt verkracht. Er wordt een verkeerde voorstelling van zaken gegeven ten aanzien van de heffingskorting en de rol van de belastingvrije voet voor de werkgelegenheid. Wetenschappelijk onderzoek van een econometrist van het CPB wordt gebreideld en deze medewerker is met machtsmisbruik ontslagen. Er is alles te zeggen voor een parlementaire enquête naar de massale werkloosheid van de laastste decennia en de rol daarbij van de voorbereiding van het economisch beleid.

 

Minister Zalm (VVD) en staatssecretaris Vermeend (PvdA) hebben namens het kabinet een ‘belastingplan voor de 21e eeuw’ voorgelegd aan het parlement. Terwijl dit belastingplan verschillende opties biedt en geen keuze uitspreekt, wordt in de aanloop naar de verkiezingen en in de verkiezingsprogramma’s toch een begin van een keuze herkenbaar. De belastingvrije som dreigt uit de belastingen te verdwijnen, en zou dan plaats maken voor een heffingskorting. Deze ontwikkeling is zorgelijk omdat het kabinet nogal wat onwaarheden vertelt.

Als wetenschapper van het Centraal Planbureau in 1982-1991 heb ik de analyse ontwikkeld dat de massale werkloosheid in de rijke landen van de OECD veroorzaakt wordt door een verkeerd beleid in die landen ten aanzien van de belastingvrije voet. De belastingtarieven worden namelijk aangepast voor alleen inflatie, zodat de voet achterblijft bij stijging van de welvaart, en zodat de armoede aan de onderkant toeneemt ofwel de bruto minimumlonen te hoog moeten worden gesteld, zodat daar werkloosheid ontstaat. Waar beleidsmakers denken dat de werkloosheid door andere oorzaken ontstaat - zoals globalisering, technologie of marginale tarieven - zit het beleid op het verkeerde spoor, en worden het budgettair en monetair beleid zodanig ingezet dat de patient alleen maar zieker wordt. Voor de hogere inkomens kent de economie weliswaar hoogtijdagen, maar het ‘trickle down effect’ blijft achterwege.

Merk op dat de werkloosheid die door het huidige bruto minimumloon wordt veroorzaakt onnodig en inefficiënt is. Beneden het bruto minimumloon bevindt zich een belastingvacuüm, waardoor het mogelijk is om belastingen kwijt te schelden, of de voet te verhogen, zonder dat dit iets hoeft te kosten. Immers, voor voltijds werkenden geldt dat beneden het minimumloon niet gewerkt mag worden, en belastingtarieven in dat gebied genereren dan geen belasting-inkomsten. Zij hebben daar wel een nadelig hefboom-effect op het bruto minimumloon.

Dit inefficiënte belastingvacuüm wordt echter stelselmatig door de beleidsmakende instellingen genegeerd. CPB-directeur Zalm heeft de discussie over deze analyse destijds geblokkeerd, en mij met machtsmisbruik ontslagen. Door de verkeerde behandeling door de directie van het CPB en de daardoor veroorzaakte beeldvorming heeft de analyse tot nu toe niet alleen binnen maar ook buiten het CPB onvoldoende aandacht gekregen.

Nu het kabinet de belastingvrije som wil afschaffen, ontstaat een beetje de situatie als in een goedkope detective roman. Er is een moord begaan (werkloosheid), maar het wapen (de belastingvrije voet) wordt verborgen. Wanneer er geen wapen is, wordt het wel erg moeilijk om te achterhalen hoe de moord wordt gepleegd. Ieder jaar vallen er nieuwe slachtoffers, maar de getuige, waar toch al slecht naar geluisterd werd, krijgt helemaal geen gehoor meer, want hij spreekt over een wapen dat niet meer heet te bestaan ...

Hoe kan het, zo zal menigeen dan vragen, dat de werkloosheid blijft voortduren, wanneer de belastingvrije som wordt afgeschaft, die toch het moordwapen heet te zijn ? Ho. Stop. Lees het bovenstaande nog eens, en let goed op het verschil tussen ‘belastingvrije som’ en ‘belastingvrije voet’. De som wordt afgeschaft, maar de voet wordt bepaald door de situatie na verrekening van alle aftrekposten en bijtellingen, en ook straks de heffingskorting. Ook met die korting is die vrijstelling van belastingen per saldo te gering, m.a.w. de voet te laag, om een substantiële verlaging van het bruto minimumloon mogelijk te maken. De werkloosheid aan de onderkant zal dus structureel hoog blijven.

Het kabinet verdedigt de heffingskorting met een leugen:

"(...) voor (alleenstaande) belastingplichtigen in de eerste schijf betekent f 100 verhoging van de belastingvrije som in het algemeen een belastingvoordeel (1998) van circa f 36 (...), voor de tweede schijf een voordeel van f 50 en voor de derde schijf een voordeel van f 60." (paragraaf 8.2.2 uit de kabinetsnota)

"Aan een keuze voor het invoeren van een heffingskorting ligt de gedachte ten grondslag dat de belastingvrije som voor belastingplichtigen in dezelfde omstandigheden – behalve dus de hoogte van het belastbaar inkomen – eenzelfde (netto) waarde dient te vertegenwoordigen, ongeacht de hoogte van het inkomen." (paragraaf 8.2.3.3)

Tevens beweert het kabinet dat de afschaffing van de belastingvrije som en de introductie van de heffingskorting een tariefverlaging van enkele procenten mogelijk maakt voor de inkomens in de tweede en derde schijf.

Dit is apert onwaar.

Immers, wiskundig is er geen verschil tussen een stelsel met een belastingvrije som en een stelsel met een heffingskorting. Je kunt dit zien, met de wiskunde van HAVO 4, door de belastingtarieven als een functie te plotten en vervolgens verticaal te verschuiven terwijl je de schijfgrenzen gelijk houdt. Aldus: in het huidige stelsel ligt reeds een voor ieder gelijke korting op de belastingen besloten. De operatie die het kabinet ons echter presenteert is een horizontale verschuiving, waarbij de schijfgrenzen meegaan, en vervolgens pleegt men een aanpassing om enige neutraliteit te krijgen. Het kabinet doet dus meer dan alleen maar de som omzetten in een korting. Het blijkt dan, dat het kabinet feitelijk de belastingvrije voet verlaagt.

Het kabinet had dit resultaat ook kunnen bereiken met de bestaande instrumenten. De ‘heffingskorting’ is analytisch overbodig. Het enige nadeel van deze eerlijkheid was geweest dat het kabinetsplan minder spectaculair had geoogd, en het was meteen gebleken dat het kabinet ten aanzien van de laagste inkomens met lege handen staat. Of beter: omdat het kabinet aldus wederom de fout van de voetverlaging maakt waartegen mijn analyse juist waarschuwt, had eerlijkheid laten zien dat men met het moordwapen in handen staat.

Het kabinet zegt verder het draagkrachtbeginsel te verdedigen, maar schaft dit feitelijk af. Immers, terwijl de stelsels met som en korting wiskundig aan elkaar gelijk zijn, verschillen zij echter ten aanzien van het draagkrachtbeginsel.

Het gaat dan hierom:

Waar het kabinet aan de belastingvrije voet en de heffingskorting ‘kosten’ toerekent, wordt het draagkrachtbeginsel verlaten. En waar het kabinet het bestaan van het belastingvacuüm ontkent, worden allerlei kosten toegerekend welke niet bestaan, en wordt de aanpak van het probleem van de werkloosheid aan de onderkant van het loongebouw onterecht als onmogelijk voorgesteld.

Het kabinet presenteert een zekere vermindering van de werkloosheid. Naar het zich laat aanzien zal de werkloosheid de komende jaren inderdaad iets kunnen afnemen. Dat heeft echter vooral te maken met de vergrijzing. De maatregelen van het kabinet ten aanzien van de loonkosten aan de onderkant van het loongebouw hebben inderdaad ook enig effect. Doch, dit alles leidt ook de aandacht af van de werkelijke oorzaken. In die zin is de invoering van de heffingskorting een cover up. De analyse ten aanzien van het belastingvacuüm kan de gemiddelde belastingbetaler anno 1998 nog wel begrijpen, en wel omdat hij weet wat een belastingvrije som is. De toekomstige belastingbetalers die gaan denken in termen van heffingskortingen zullen dit veel moeilijker kunnen. Vooral, omdat men zal schrikken van de hoge toegerekende ‘kosten’.

Wanneer er onwaarheden verteld worden, wordt er mogelijk ook bewust gelogen. We ontkomen niet aan de constatering dat de bewindslieden op het onderwerp gestudeerd hebben, en dus moet het wel zo zijn dat zij bewust liegen. Wanneer helder is vastgesteld dat het kabinet liegt en bedriegt, ontkomen we er niet aan dit nader te onderzoeken. Immers, iemand die wat te verbergen heeft kunnen we weliswaar betrappen op een leugen, maar het is vaak veel belangrijker dat we gaan zien wat hij te verbergen heeft.

In het algemeen is mijn conclusie dat er sprake is van een vertrouwenscrisis. De belangen bij een cover up zijn erg groot geworden. Minister Zalm (VVD) was de CPB-directeur die mij met valse voorwendselen ontsloeg. Dit gebeurde onder minister Andriessen (CDA) die geen onderzoek instelde. Kamerlid Melkert (PvdA) heeft destijds geen kamervragen gesteld, en is nu minister van SZW. Minister Wijers (D66) van EZ is nu verantwoordelijk voor het CPB, en hoewel nog steeds beroepszaken lopen wijst hij mijn verzoek om een onderzoek af. En hiermee zijn dan de belangrijkste partijen genoemd waaraan de burger op 6 mei zijn stem moet geven !

Te hopen is dat wetenschappers en burgers ook door de gang van zaken rond het belastingplan gaan beseffen dat er veel waarde zit in mijn advies tot een parlementaire enquête naar de massale werkloosheid van de laastste decennia en de rol daarbij van de voorbereiding van het economisch beleid. Zie hier ook het boek: H. Hulst en A. Hulst m.m.v. Th. Cool, "Werkloosheid en armoede, de oplossing die werkt", Thesis Publishers 1998, en de informatie op het internet: http://thomascool.eu/Thomas/Nederlands/TPnCPB/TPnCPB.html.

Voor de goede orde benadruk ik dat ik slechts spreek ter verdediging van de integriteit van de wetenschap. Ik heb hier geen politiek doel ten aanzien van belastingvrije voet of heffingskorting. Het is aan de politiek om e.e.a. te bepalen. De wetenschap heeft hier slechts een dienende rol, en de wetenschap moet zwijgen wanneer de discussie zich toespitst op de preferenties. In de huidige fase echter ligt nog de vraag voor naar de wetenschappelijke correctheid van de analyses. Waar Paul Krugman in een soortgelijke situatie de term ‘sheer intellectual outrage’ gebruikte, zie ik me gedwongen uiterst verontwaardigd te protesteren tegen het huidige gigantische bedrog, en tegen de breidel en de verkrachting van de wetenschap.

 

27 april 1998, Thomas Cool (econometrist), Scheveningen



Ga naar de uitvoeriger bespreking, of  naar de korte bespreking met grafieken