Belastingplan is ouderwets


Harrie Verbon, hoogleraar Openbare Financiën aan de Katholieke Universitiet Brabant, in de Volkskrant van 14 december 1999




Dankzij de gezamenlijke inspanning van het CDA en GroenLinks kon nog net worden voorkomen dat het belastingplan van Paars nog deze eeuw door de Tweede Kamer werd geloodst. Een van de eerste daden van het parlement in de volgende eeuw zal niettemin de aanvaarding zijn van dit nieuwe belastingselsel. Slechter kan de eeuw politiek haast niet beginnen. Althans voor wie nog enige belang toekent aan een rechtvaardige belastingheffing, en voor wie oog heeft voor wat ons staat te wachten. 

Laten we nog eens wat belangrijke elementen van het plan opsommen. Ten eerste valt op dat de uitkeringen nog verder op afstand worden gezet door de zogeheten arbeidskorting. Deze arbeidskorting is een douceurtje die aan alle werkenden wordt toegekend, ongeacht hun inkomen. 

De werkenden met minimuminkomens (daar zijn er niet zo veel van) krijgen het, maar ook de manager met opties mag in de 21ste eeuw een bonus tegemoet zien ten koste van de mensen met uitkeringen. Ter rechtvaardiging beweert Paars dat uitkeringontvangers alleen maar bereid zullen zijn te gaan werken als ze er flink op vooruit gaan in vergelijking met hun uitkering. 

Dit is een argument uit de jaren tachtig van de 20ste eeuw. Toen was de afstand tussen uitkeringen en (netto) inkomens heel klein en moest je wel een dief zijn van eigen portemonnee als je als uitkeringsontvanger een baan accepteerde. Daarna hebben drie kabinetten Lubbers en twee kabinetten Kok de uitkeringen flink aangepakt. De ontwikkeling van de economie in de jaren negentig heeft er verder toe geleid dat werkgevers niet al te zuinig zijn met de beloning van nieuw personeel, als dat maar wat kan.De arbeidsmarkt zorgt er, met andere woorden, zelf wel voor dat het om financiële redenen aantrekkelijk wordt om te gaan werken. De oplossing vn de 21ste eeuw voor het probleem van de inactieven in onze maatschappij (voor zover dat een probleem is), is niet om uitkeringen nog verder achter te laten lopen, maar om er voor te zorgen dat mensen met een uitkering geschikt worden of blijven voor de arbeidsmarkt. 

Een tweede belangrijk element is de gedeeltelijke vervanging van de (progressieve) inkomstenbelasting door de (degressieve) BTW. Mensen hoeven minder inkomstenbelasting te betalen, maar omdat de BTW flink wordt verhoogd, worden vooral de mensen met lage inkomens daar alleen maar slechter van. De rechtvaardiging hiervan door het kabinet is dat de inkomstenbelasting zo lek is als een mandje en de BTW tenminste een robuuste grondslag heeft. Ook dat is een argument van 20ste eeuw toen de belastinginspecteur bij de kruidenier op de hoek nog de potten met bloem en ulevellen kon tellen, en daar de belastinggrondslag voor de BTW uit kon afleiden. 

Inmiddels hebben vele consumenten, vooral die met hoge inkomens, zich bekeerd tot het winkelen via Internet, een medium dat zo vluchig is dat het overheden over de hele wereld nog heel wat hoofdbrekers zal kosten daar een sluitend systeem van belastingheffing voor te bedenken. De veranderingen van de inkomensbelasting door de BTW is al weer een douceurtje voor de gegoeden onder ons: de lagere inkomenstenbelasting accepteren we, maar de hogere BTW zullen we ontlopen door meer van onze inkopen op het onbelaste Internet te verrichten. 

Een derde element is de zogeheten forfaitaire rendementsheffing. Dit is een heffing op vermogen die onafhankelijk is van de winsten die ermee behaald zijn. Het kabinet moppert op de opties van de topmanagers, maar ze weigert de buitensporige winsten die ermee behaald worden op een serieuze manier te belasten. Door Vermeend en Zalm is de rendementsheffing gepresenteerd als innovatie voor de 21ste eeuw. Fiscalisten weten echter dat in 1893 door minister van Financiën Pierson al eenzelfde soort heffing op vermogen is ingevoerd. Zo moeten we de volgende eeuw zelfs in met een belasting uit de 19de eeuw. 

Een vierde element is dat arbeidsinkomen hoger wordt belast dan kapitaalinkomen. Het standaardargument hiervoor is dat (financieel) kapitaal mobiel is en zonder enig probleem naar andere plaatsen op de wereld kan worden verplaatst voor belegging buiten de waarneming van de overheid. Daarom moet de overheid kapitaal met zijden handschoenen aanpakken. 

Arbeid, daarentegen, is niet mobiel: arbeid kan niet en wil niet weg en er is genoeg van: hogere belastingen op arbeid zullen dan niet tot een aantasting van de belastinggrondslag leiden. Dat lijkt een modern argument (flitsende dynamische beleggers, versus mobiele traag reagerende werkenden), maar dat is het niet. Door de vergrijzing zullen er straks tegenover relatief veel ouderen, nog maar weinig werkenden staan. Die ouderen willen verzorgd worden, maar aangezien er maar weinigen zijn die daarvoor kunnen zorgen, zal 'arbeid' steeds schaarser worden. 

Een belangrijk kenmerk van schaarse goederen is dat hun prijzen (lonen in dit geval) zullen stijgen en de belastingen op dat goed op andere factoren kunnen worden afgewenteld. Voor wie wel eens een boek van Heertje heeft ingezien, zal weten dat het alternatief voor arbeid in het productieproces niets anders dan kapitaal is. Naarmate arbeid dus onder invloed van vergrijzing schaarser wordt, zal de rekening van de belasting steeds meer bij de factor kapitaal worden neergelegd. Dat is ook niet meer dan logisch. 

In een vergrijzende maatschappij zal er minder behoefte zijn aan geavanceerde kapitaalgoederen, zoals die welke samenhangen met informatietechnologie. Als de babyboomgeneraite in de 21ste eeuw oud de der dagen zat begint te worden, zal ze geen computer aan haar bed willen, maar gewoon een verpleegster (m/v). Zelfs de socialisten in Paars hebben niet in de gaten dat de toekomst niet aan het kapitaal, maar aan arbeid is. 

Na dit alles is natuurlijk de vraag hoe het toch komt dat een belastingplan dat zijn tijd ver achter is, toch op zo'n grote steun in het parlement kan rekenen. GroenLinks en het CDA hebben de behandeling ervan weliswaar kunnen uitstellen, maar de aanname ervan zal er niet door belemmerd worden. Er zijn twee redenen aan te wijzen. Het plan is in het regeerakkoord dichtgetimmerd en, zoals we weten, is de functie van het regeerakkoord onder Paars vooral te verhinderen dat de Paarse Kamerleden nog langer nadenken. 

Het lijkt eenvoudiger om naar de maan te wandelen dan om het regeerakkoord tussentijds te wijzigen. Het belastingplan is het resultaat van een compromis en daar moet je voorzichtig mee zijn, willen Paarse politici ons doen geloven. Jammer alleen dat vooral rechts zoveel voordeeltjes heeft weten te behalen en de PvdA-politici er alleen maar blijk van hebben gegeven geen sterke 'trendwatchers' te zijn. 

De tweede reden is dat ook de sociale partners kennelijk nog met hun opvattingen in de 19de op 20ste eeuw blijven steken: zij hebben het plan in de SER immers omarmd. Als de polder ja zegt tegen een voorstel, dan is iedere kritiek, bij voorbaat kansloos. Misschien moeten we in de 21ste eeuw tegelijk met het belastingplan ook het poldermodel maar met de vuilnisman meegeven.

 

NB. Verbon snapt nog niet hoe het de werkloosheid kan worden aangepakt.
NB. Zie Cool die zegt dat het kabinet zelfs liegt en bedriegt.

Terug naar de index.