Kruisende analyses over de werkloosheid
 
 

 
Bestaat waarheid ? Over dit soort vragen heeft de huidige hoofdredacteur van ESB een mooi en volgens mij moeilijk boek geschreven. (1) Mijn antwoord voor deze pagina’s is dat in ieder geval consistentie nagestreefd kan worden. Wanneer sommige zaken in de discours als feiten of data (d.w.z. als vooralsnog niet nader betwijfelde beweringen) worden geaccepteerd, dan kan het streven naar consistentie ons al een eind op weg helpen.

Wanneer analyses verschillen is het soms mogelijk om de data te laten beslissen welke analyse de meest geschikte is. Dat lukt overigens niet altijd. Wanneer uitgangspunten verschillen maar eenzelfde uitkomst voorspellen, dan kan het waarnemen van die uitkomst niet helpen om ten aanzien van de uitgangspunten te discrimineren. Dit soort situaties vormt de dood in de pot, en leidt tot stagnatie. Vandaar dat wetenschappers hun best doen om consequenties af te leiden welke onderscheidend zijn, en ook toetsbaar met data. Wanneer een onderscheidend en toetsbaar gevolg bestaat, dan kunnen we zeggen dat de analyses elkaar kruisen.

Ten aanzien van de werkloosheid, met name van laagopgeleiden, bestaat er een aantal kruisende analyses. Hier zinvol te behandelen zijn er drie, te weten de analyses van Don, Kleinknecht en Cool. De analyses staan alle in de congresbundel van De Nederlandse ArbeidsmarktDag 1995 die eind juni 1996 gepubliceerd werd. (2) Hieronder vatten we de analyses samen, zetten kenmerkende aspecten in een tabel en ronden af met de beslissende data.

Henk Don, momenteel directeur van het Centraal Planbureau, meent (3) dat er sprake is van globalisering, waardoor de traditionele instrumenten van budgettair en monetair beleid bot zijn geworden, en waardoor er een cumulatie bestaat van ongunstige trends voor laagopgeleiden. Duidelijke oorzaken acht hij de hoogte van de uitkeringen, en verdringing van lager opgeleiden door hoger opgeleiden. Hij erkent dat het omstreden is of de werkloosheid verder in de hand gewerkt wordt door de concurrentie met de lage lonen landen, en zo ook t.a.v. de ontwikkeling van de technologie. Maar ondanks dit omstreden zijn meent hij dat de ontwikkeling hier toch wel helder is:

Al met al ziet hij een no regret policy in loonkostenverlaging, scholing en deregulering van de voor buitenlandse concurrentie beschermde sectoren. Hij waarschuwt: Alfred Kleinknecht, momenteel wetenschappelijk directeur van het Economisch en Sociaal Instituut van de VU, meent (6) dat de huidige Nederlandse werkloosheid wordt veroorzaakt door de algemene loonmatiging die behoudzuchtige ondernemingen subsidieert. Hij meent dat er geen globalisering is, maar regionalisering, en dat de Nederlandse prestatie dan vergeleken moet worden met die van de EG landen. Hij waarschuwt voor een ‘teveel’ aan flexibiliteit, bijv. dat werkgevers niet meer zouden investeren in scholing van hun medewerkers omdat deze al te flexibel van baan wisselen. Hij pleit Schrijver dezes meent (8) dat de huidige werkloosheid wordt veroorzaakt door het belastingbeleid van de OECD landen. In de jaren ‘50 lag de belastingvrije voet ter hoogte van het bestaansminimum, en waren de laagopgeleiden aldus vrijgesteld van belangrijke heffingen. De OECD landen kennen de conventie de tarieven voor inflatie aan te passen, terwijl het bestaansminimum echter sneller stijgt. In West Europa vertaalt dit zich in een hoog minimumloon, en in Amerika in grotere armoede. Doordat hoger opgeleiden minder concurrentie ondervinden, kunnen zij gemakkelijker inflatoire looneisen stellen, totdat de werkloosheid ook hun rangen bereikt. Technologie en internationale handel hebben het probleem minder erg gemaakt dan het anders had kunnen worden. Deze onevenwichtige ontwikkeling wordt in de hand gewerkt door de heersende visie ten aanzien van de marginale belastingtarieven. Als antwoord amendeer ik het neoclassieke paradigma op tweeërlei wijzen. De consequentie van deze analyse is dat de huidige werkloosheid inderdaad inefficient blijkt. Er bestaat dus een gratis oplossing waarin sommigen erop vooruit kunnen zonder dat dit ten nadele van anderen gaat.

Hierboven heb ik bij iedere auteur steeds geschreven dat hij het gestelde ‘meent’. Het zijn geen stellingen die slechts een resultaat van literatuurstudie geven of de uitkomsten van een opiniepeiling, waarbij de rapporteur kleurloos meldt dat hij zelf de eigen mening achterhoudt. Het betreft hier geen politieke mening, maar een mening op grond van wetenschappelijk onderzoek. De auteurs hebben de zaak onderzocht, en staan voor wat zij de best denkbare verklaring achten. Er is derhalve een bestaand discussieveld.

De analyse van Kleinknecht acht ik voor de huidige discussie weinig relevant. We hebben hier een verhaal voor Nederland, en weinig verklaring voor de werkloosheid in andere landen. De punten dat er geen globalisering maar regionalisering bestaat, en dat overflexibilisering dreigt en dat de AVVCAO (9) belangrijk is voor de stabiliteit van de arbeidsmarkt, zijn correct, maar staan logisch los van het punt van Schumpeter (dat zoals gezegd weinig houvast geeft voor de verklaring van de massale werkloosheid in de OECD landen). Deze constatering is genoeg, en ik zou het hier graag bij willen laten. Terwille van de auteur voeg ik er echter het volgende toe. Het punt van door loonkosten gedreven uitstoot is bekend, wellicht minder door Schumpeter en meer door de Vintaf-discussie. (10) Het beleid besloot werkgelegenheid niet meer zo snel te vernietigen, en kwam uit op algemene loonmatiging. Beter was geweest om meer nadruk te leggen op loonkostenmatiging juist aan de onderkant van het loongebouw - beter, omdat mijn analyse aangeeft dat dit gunstig is voor een hogere groei onder volledige werkgelegenheid en lagere inflatie. Dit laatste is echter niet het verhaal van Kleinknecht, o.a. omdat hij mijn analyse niet kent (en citeert). Het verhaal van Kleinknecht is - althans gunstig gelezen - dat divergerende loonkostenontwikkelingen tot meer (investerings-) dynamiek leiden in het hogere loonkostengebied. Maar hij houdt dan een armoedeval aan de onderkant, en volgens mij ook een te groot inflatierisico.

Concentreren we ons op de analyses van Don en mij. De verschillende aspecten zijn wellicht het duidelijkst te maken door ze in een tabel te zetten. Dat is in bijgesloten tabel gebeurd.

 

Tabel van kruisende analyses

 
Onderwerp Henk Don Thomas Cool
Oorzaak massale werkloosheid globalisering, lage lonen landen ("?"), technologie ("?"), hoge uitkeringen, verdringing OECD beleid t.a.v. belastingen
Lage lonen landen "Het belang van lage-lonen-landen voor de werkloosheid in het westen is omstreden. Het voorbeeld van de Nederlandse fiets is in macro-economische cijfers niet goed terug te vinden." (11) Maar: "Hoewel de meningen over het belang van deze trends uiteenlopen, is de richting van de effecten steeds dezelfde: ongunstig voor de arbeidsmarktpositie van de laag opgeleiden." (12) Handel leidt op den duur vooral tot inkomensverbetering (zeker in een verstandige waarborgstaat). Door laagproductieven productief te houden, heeft de handel de problemen t.a.v. de belastingen juist verminderd.
Technologie "Het bekende voorbeeld is de automatisering van eenvoudig werk, waardoor de vraag naar laag-opgeleiden afneemt. Niet duidelijk is waarom de technologische ontwikkeling nog steeds zo een asymmetrie zou vertonen, integendeel, de moderne informatietechnologie richt zich veel meer op automatisering van geschoold werk." (13) Maar: "Hoewel de meningen over het belang van deze trends uiteenlopen, is de richting van de effecten steeds dezelfde: ongunstig voor de arbeidsmarktpositie van de laag opgeleiden."  Technologie kan tijdelijk en locaal tot werkloosheid leiden, maar werkt op den duur toch vooral uit tot inkomensverbetering (zeker in een verstandige waarborgstaat). Door laagproductieven productief te houden, heeft de technologie de problemen t.a.v. de belastingen juist verminderd.
Verdringing op arbeidsmarkt mede oorzaak van werkloosheid gevolg, en leidt tot inflatie
Belangrijkste belastingtarief marginale tarief gemiddelde tarief
Belastingvrije voet Verhoging voet leidt tot hoger marginaal tarief. Kwijtschelden van heffingen tot minimumloon kost niets, omdat men daar nog niet werkt en dus toch al geen belasting betaalt.  

Van belang is het lagere gemiddelde tarief p.p. bij volledige werkgelegenheid.

AVVCAO "deregulering van de arbeidsmarkt (....) Anders dan recent in ESB werd betoogd blijkt uit CPB-onderzoeken dat lonen buiten het CAO-gebied lager zijn" (14) Zorgt voor stabiliteit op en beheersbaarheid van de arbeidsmarkt. Alternatief is: verbieden van excessen.
Uitkeringen zuinig zijn met hoogte en toekenningscriteria Een degelijk stelsel is mogelijk wanneer de belastingstructuur herzien wordt; er bestaan al strafkortingen, maar er zijn geen banen.
Uit de beschrijving van de analyses, uit de overzichtstabel, en uit de achterliggende studies waarnaar de auteurs verwijzen, komen de verschillen duidelijk tot uitdrukking.

Het aardige van wetenschap is dat zij steeds blijft verrassen. Ook hier. Weliswaar kan de lezer uit bovenstaand overzicht wel de verschillen snappen, maar het blijkt dat men het verschil pas echt gaat zien wanneer men gaat proberen de data of feiten te zoeken op grond waarvan men een beslissing kan nemen welke van de twee analyses het meest geschikt is. Het verrassende is dan, dat die data maar in beperkte mate op het partiële terrein van belastingen en arbeidsmarkt gevonden kunnen worden. De data die Don en ik gebruiken zijn dezelfde, alleen de (theoretische) interpretatie verschilt. Een cruciaal experiment langs de lijnen van mijn voorstel - bijv. varianten van kwijtschelden van belastingen beneden het minimumloon - zal een overheid niet licht aangaan, gezien alle twijfels - en ook belangen - op dit terrein. Derhalve lijkt enerzijds duidelijkheid te bestaan, maar lijkt men meteen vast te zitten.

Dan de verrassing. Mijn analyse is namelijk integraal, en omvat ook de besluitvormingsstructuur. Ook hier verschillen de analyses van Don en Cool. In mijn integrale analyse wordt een verbetering van het beleid richting volledige werkgelegenheid onder prijsstabiliteit niet door gebrek aan kwaliteit van de partiële analyse, maar door verstarring in de beleidsvoorbereiding tegengehouden. Wanneer er maar voldoende wetenschappelijke ruimte zou zijn, zou mijn analyse snel veld winnen, en zouden uiteindelijk ook regering en parlement de belangrijke beleidsstappen durven zetten. Don ziet dat echter anders. Volgens hem is er voldoende wetenschappelijke ruimte, zelfs zoveel ruimte dat hij bespreking van mijn analyse binnen het CPB maar verboden heeft, en de auteur ontslagen. (15) Aldus zijn hier wederom kruisende visies. Het cruciale experiment dat hier een beslissing mogelijk maakt is dan het volgende. Iets dat in de ogen van velen goedkoper en minder risicovol zal zijn dan het eerder genoemde experiment met de belastingen en premies. Dat ‘experiment’ bestaat uit een parlementaire enquête naar de massale werkloosheid van de laatste twintig jaar en de rol daarbij van de voorbereiding van het economisch beleid. Een burger of bisschop die wil werken aan de aanpak van werkloosheid en armoede, heeft derhalve het wetenschappelijk advies dat hij zijn inspanning beter kan richten op het bevorderen van zo’n enquête.

Burgers, parlementariërs en journalisten (want echte wetenschappers weten dat al) wordt verzocht er rekening mee te houden dat men niet op voorhand reeds kan weten wat een wetenschapper aan nieuwe dingen ontdekt, en dat het derhalve nodig is om de nieuwe analyse grondig te bestuderen - en vragen te stellen ! - voordat men erover kan meepraten.

 

24 september 1996

 

Thomas Cool
http://www.can.nl/~cool

 

Voetnoten

 
  1. H. A. Keuzenkamp, “Probability, econometrics and truth”, proefschrift KUB 1994. NB: ik heb het nog niet uit, laat staan laten bezinken.
  2. “Flexibilisering: het Nederlandse antwoord op internationalisering? Arbeidsmarktstrategie in een mondiale economie”, CBS en de Stichting NAD 1996.
  3. F.J.H. Don, “Arbeidsmarktstrategie in een mondiale economie”, CBS/NAD op. cit. p 11-15
  4. Op cit. p. 13
  5. Op. cit. p 15. Tijdens de plenaire discussie verving hij het “kan” door “zal”.
  6. A.H. Kleinknecht, “De mythe van de globalisering en de Nederlandse concurrentiepositie”, CBS/NAD, op. cit. p 24-29
  7. Op. cit. p 29
  8. T. Cool,  “Belastingstructuur, inflatie en werkloosheid”, CBS/NAD op. cit. p173-188
  9. AVVCAO = Algemeen Verbindend -Verklaren van Collectieve Arbeids -Overeenkomsten
  10. W. Driehuis & A. van der Zwan (red), “De voorbereiding van het economisch beleid kritisch bezien”, Stenfert Kroese 1978. Merk op dat de benadering van Den Hartog & Tjan in de jaren ‘80 weinig relevant bleek.
  11. Op cit. p 13
  12. Op cit. p. 13
  13. Op. cit. p 14
  14. Op cit. p 13, inclusief voetnoot
  15. Een commissie van wetenschappers (van de NVMC) heeft de publicatie-kwestie onderzocht en geconstateerd dat er onvoldoende ruimte voor discussie lijkt te hebben bestaan. De Centrale Raad van Beroep heeft het ontslag geaccepteerd, maar ik beschouw dit als dwaling van het recht, en verzoek om herbehandeling waarbij nu eindelijk eens getuigen worden gehoord.
PM. De redactie van ESB is niet ingegaan op de mogelijkheid van publicatie in haar kolommen.