Verknoopte problemen: 
Ad Melkert, CPB, Gerrit Zalm, werkloosheid, WAO, Arbvo en ESF affaire, de verkiezingen 2002, en de verwording van de PvdA tot een PvAd
 
 
 
 

Thomas Cool, 8 augustus 2001






In het bekende interview met Ad Melkert in het Volkskrant magazine ("Opvolger", 5 mei 2001, p12-17) oefent hij kritiek op het Centraal Planbureau tijdens de WAO affaire, in de periode dat Gerrit Zalm daar directeur was. In die periode schreef ik als wetenschappelijk medewerker en econometrist op het CPB een notitie waarin ik het werkgelegenheidsbeleid evalueerde, en waarin ik ook kritische keek naar zaken als WAO en het Centraal Bureau voor de Arbeidsvoorziening (CBA / Arbvo). Ik kwam tot het advies tot een parlementaire enquête. Deze notitie mocht van Zalm niet worden besproken en werd van publicatie afgehouden. Ad Melkert heeft toen geen kamervragen gesteld over deze breidel. In 1993 werkte ik als consultant voor UCLAF, het fraudebestrijdingsbureau van de EU. Bij het CBA / Arbvo zijn inmiddels onregelmatigheden bij ESF subsidies vastgesteld, welke leiden tot een terugvordering van vooralsnog 447 miljoen gulden. Ad Melkert wordt hierop aangekeken als verantwoordelijk minister die te weinig toezicht op correcte besteding zou hebben gehouden. Al deze problemen lijken mij met elkaar verknoopt. De gehele gang van zaken versterkt het argument voor een parlementaire enquête naar de werkloosheid en rol daarbij van de voorbereiding van het economisch beleid.
 

Ad Melkert en de Bermuda Driehoek

In het bekende interview met Ad Melkert in het Volkskrant magazine ("Opvolger", 5 mei 2001, p12-17) stelt hij: 

"Neem de besluitvorming rond de WAO in 1991. Het aantal arbeidsongeschikten steeg schrikbarend. Er moest iets gebeuren, maar ik vind dat de manier waarop dat ging, anders had gemoeten. Het gebeurde op stel en sprong en ik ben ervan overtuigd dat de ramingen door ambtenaren zijn gepolitiseerd om ministers te dwingen kleur te bekennen. Er werd een atmosfeer van een dwingende noodzaak geschapen door ambtenaren uit de Bermuda-driehoek van Financiën, Economische Zaken en het Centraal Planbureau. De politiek heeft zich door hen op sleeptouw laten nemen in het tempo en de wijze waarop het is gebeurd. We hadden best kunnen zeggen, luister eens, we nemen een half jaar de tijd voor een aantal opties en daarmee voor het vinden van maatschappelijk draagvlak, ook bij de vakbeweging." (p15 rechterkolom).  Daarnaast stelt hij ook: "Die jarenlange gesel van Financiën dreigt de rijksoverheid in de gevarenzone te brengen."

Deze laatste uitspraak over de gesel heeft in de pers de aandacht getrokken. Hierbij is opgemerkt dat een behoedzaam financieel beleid toch voordelen heeft, en dat Ad Melkert zelf één van de eerste politici is geweest die deze ‘gesel’ heeft gehanteerd en zelfs als basis voor zijn politieke carrière heeft gebruikt. Opgemerkt is dat niets hem belet of heeft belet om zelf met creatieve voorstellen te komen. In de pers is het beeld blijven hangen van iemand die de anderen de schuld geeft om zelf beter over het voetlicht te komen.

De opmerking over de Bermuda driehoek heeft in de pers geen aandacht gekregen. Hierbij zijn de volgende punten van belang: 

  1. De directeur van het CPB was destijds professor Gerrit Zalm, en hij hield zich intensief met het WAO dossier bezig. Inmiddels is Gerrit Zalm bekend als minister van Financiën.
     
  2. Het is maar de vraag of Ad Melkert de kaart zo aan de ambtenaren kan toespelen - waar hun handelen toch is gedekt door de politieke verantwoordelijkheid van de diverse ministers, en waarbij de ministers van het CDA wel degelijk een urgentie uitstraalden, zoals premier Ruud Lubbers die een grens van een miljoen stelde. Het WAO-dossier rommelde al langer, en men kan niet doen alsof men er door overvallen is. De politicus Melkert poogt hier de verantwoordelijkheid af te schuiven, zoals hij dat ook doet met de uitspraak over de gesel.
     
  3. Wanneer Ad Melkert toch van ‘politisering’ overtuigd is, waarom doet hij dan niets met die kennis ? Waarom komt er geen onderzoek naar deze misstand - die nogal wat gevolgen heeft gehad. Er is een parlementaire enquête gehouden naar de uitvoering van het beleid, maar nog niet naar de voorbereiding van het beleid. Wellicht valt de Kamer niet van zo’n onderzoek te overtuigen, maar de PvdA zou het zelf kunnen onderzoeken.
     
  4. Mijn CPB notitie in 1990 die door CPB directeur Zalm gebreideld is (CPB interne notitie 90-III-38), behandelt het falen van het beleid ten aanzien van de werkloosheid - inclusief WAO - en adviseert tot een parlementaire enquête naar de voorbereiding van het beleid. Op grond van mijn deelname aan de lange termijn studie was mijn verwachting dat het beleid niet houdbaar was, en dat er beleidswijzigingen te verwachten waren. De WAO crisis van 1991 bevestigde mijn gelijk. Het verbaast mij dat dit geen vragen oproept naar de gang van zaken. Überhaupt zou een ‘Bermuda-driehoek’ om onderzoek vragen.
     
  5. Ad Melkert heeft zichzelf klaarblijkelijk ook laten opjutten - en destijds niet krachtig gereageerd richting de geconstateerde ‘politisering’. Hij heeft naar mijn herinnering juist ook meegedaan aan de poging om het aanvankelijke kabinetsakkoord ten aanzien van de WAO te verdedigen bij de PvdA achterban. Hij is politicoloog en maar beperkt thuis op het terrein van economie en financiën. Middels zijn woordkeus in het interview slaagt hij er wel in zijn zwakke performance anders voor te stellen: namelijk overmacht door ‘politisering’ vanuit een ‘Bermuda-driehoek’.
     
  6. Toen mijn CPB notitie gebreideld werd, heb ik een exemplaar gezonden naar de Kamer, waarna mijn handen vrij waren richting alle politieke partijen. Ad Melkert, die mij kende als collega-bestuurslid van de PvdA afd. Scheveningen, heeft verder geen vragen gesteld.
     
  7. Er ligt natuurlijk een structureel probleem ten aanzien van de beleidsvoorbereiding. In die zin heeft Ad Melkert gelijk, en zijn gevleugelde term ‘Bermuda driehoek’ kan een goede uitdrukking zijn van oprechte zorg. Beter is het dan, om ook de rol van de politiek en het politieke proces zelf erbij te betrekken. Zie verder mijn analyse ten aanzien van de herziening van de Trias Politica middels een grondwetsherziening omtrent een Economisch Hof. Zie mijn boeken TP & CPB 1994 en DRGTPE 2000 voor recente uitwerkingen van de CPB notitie.


Ad Melkert en de ESF affaire

Mijn CPB notitie die door CPB directeur Zalm gebreideld is (CPB interne notitie 90-III-38), besteedt ook anderhalve pagina (p16-17) aan indertijd nieuw opgezetten Centraal Bureau voor de Arbeidsvoorziening (CBA). (Zoek op CBA. De afkorting Arbvo wordt gehanteerd voor de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.) Een en ander is relevant voor het werkgelegenheidsbeleid, en het is niet ontoevallig dat ook Ad Melkert daarmee als minister SZW mee te maken kreeg.

Het toeval wil dat ik in 1993 als consultant een project heb gedaan bij UCLAF, het fraudebestrijdingsbureau van de EU, en zo enige ervaring heb met het fraude-onderwerp - terwijl medio 2001 sprake blijkt te zijn van zo’n affaire bij het CBA / Arbvo met ESF subsidiegelden waarbij ook Ad Melkert betrokken is. Het is natuurlijk minder toevallig dat ik er nu over schrijf - want zonder mijn ervaring met het onderwerp zou ik mij minder uitgedaagd voelen om juist hierover te schrijven.

Hierover dan het volgende.

(1)

In de ESF affaire wil de Europese Commissie 447 miljoen gulden van Nederland terugvorderen voor ten onrechte verleende gelden in de periode 1994-1996. Hierbij kan een deel nog vallen onder de verantwoordelijkheid van minister Bert de Vries, valt een deel in ieder geval onder de verantwoordelijkheid van Ad Melkert, en laten zich ook nog terugvorderingen verwachten voor de latere periode onder Klaas de Vries en mogelijk ook Willem Vermeend.

Wat opvalt is dat er geen rekening is gehouden met de wettelijke rente. Wordt dat wel gedaan, dan stijgt het bedrag met circa 193 miljoen tot 640 miljoen gulden (van midden 1995 tot midden 2001). Het gaat hierbij als met het volgende voorbeeld dat ik vaker gebruik in de context van de Europese fraudebestrijding. Stel dat je in Nederland olijven gaat telen in een plantenbakje op je achterbalkon. Je vraagt subsidie aan voor 100 hectare, en krijgt bijvoorbeeld een miljoen gulden. Na een jaar kom je tot de ontdekking dat het niet gelukt is, en je meldt dit netjes aan Brussel en stort het geld terug. Er is geen fraude, want je hebt het geld netjes teruggegeven. Ondertussen heb je wel de rente genoten, bijvoorbeeld bij 6% voor een bedrag van 60 duizend gulden. De maatstaf van de wettelijke rente is overigens willekeurig gekozen, want je zou het geld ook kunnen gebruiken voor speculaties op de beurs en misschien nog grotere winsten kunnen boeken. Terugvordering is dus niet onmiddellijk een eenvoudig probleem, maar gebruik van de wettelijke rente is denkelijk wel een minimale eis. Brussel gaat daar vaak aan voorbij, zoals nu klaarblijkelijk weer bij deze ESF affaire.

Überhaupt roept de wijze waarop de EU het terug te vorderen bedrag vaststelt vragen op. Er wordt gesproken over een willekeurige steekproef van 45 projecten (uit een totaal van circa 4500), met een totaalbedrag van 12,2 miljoen gulden, op grond waarvan een terug te vorderen percentage van 41% wordt vastgesteld, leidend tot de 447 miljoen. Van deze 45 projecten was voor slechts 7 (16%) geen projectadministratie meer aanwezig. Deze steekproef lijkt dan niet representatief, omdat dit ontbrekingspercentage voor het gehele bestand veel groter lijkt te zijn, aangezien de accountant ook vaststelt: "Uitbreiding van ons onderzoek tot een aantal projecten op basis waarvan wel een statistisch verantwoorde schatting kan worden gemaakt van het subsidiebedrag dat niet rechtmatig is, vergt een onevenredig grote investering van tijd, met name vanwege het veelal niet meer aanwezig zijn van (delen van) projectadministraties en van personen die inhoudelijk bemoeienis met de projecten hebben gehad." Te verwachten is dus dat er veel meer is terug te vorderen dan de fl 640 miljoen. De wijze van vaststellen en terugvorderen geeft dus aanleiding te denken dat Brussel Den Haag op een zeer hoffelijke wijze behandelt.

(2)

Goed te onderscheiden zijn de vragen van enerzijds doelmatigheid en anderzijds die van beleid, uitvoering en controle. Er is een legalistische visie die zich ten eerste niet bekommert om de doelmatigheid zolang maar de regels zijn toegepast, en die ten tweede Melkert lijkt vrij te pleiten indien het akkoord juridisch correct is maar door het CBA / Arbvo verkeerd uitgevoerd. Deze twee aspecten zijn apart te bespreken.

(3)

In Haagse kringen lijkt de belangrijke politieke vraag te zijn of er hier sprake is van fraude of slechts onregelmatigheden. Van fraude is pas sprake indien de rechter daartoe een oordeel heeft geveld na een zorgvuldig proces met hoor en wederhoor. Bij een onregelmatigheid zou men zich aan de regels houden indien de onterecht verleende subsidie maar wordt teruggestort.

Vooralsnog spreken betrokkenen over onregelmatigheden en niet over fraude. Het rapport van de accountant van het ministerie van SZW richt zich op de rechtmatigheid en laat zich niet uit over de noodzaak tot aangifte van fraude. Het spreekt slechts over bijvoorbeeld ‘onjuiste berekeningen’ en ‘onvoldoende onderbouwing’ en ‘geen projectadministratie meer aanwezig’. Wanneer Nederland nu het geld voor deze onregelmatigheden terugstort, zal, via de redenering die in de Haagse politiek opgeld doet, de positie van de verantwoordelijke ministers niet wezenlijk geschaad zijn. Nederland heeft zich dan aan de Europese regels gehouden, en de ministers hebben zelfs minstens 193 miljoen verdiend.

De redenering in de Haagse politiek is legalistisch, en neemt geheel willekeurig de bestaande zwakke wetgeving als uitgangspunt. Regelgeving is vaak ook bewust zwak, met wetten die nauwelijks zijn uit te voeren en die onregelmatigheden uitlokken.
Juister lijkt mij het bestuurlijk-economische uitgangspunt dat kijkt naar de doelen en middelen. Naast de rechtmatigheid staat de doelmatigheid - maar waar de discussie nu vooral gaat over de rechtmatigheid dan komt de doelmatigheid in oppositie.

Het is het bestuurllijk-economische uitgangspunt dat veroorzaakt dat we verbaasd zijn dat Brussel niet aan de rente denkt. Het is dit uitgangspunt dat het ons mogelijk maakt om te constateren dat wetten zwak zijn geformuleerd, zoals klaarblijkelijk ook ten aanzien van de ESF. Uitgaande van dit betere uitgangspunt kan het gedrag van de betrokken ministers nog steeds bekritiseerd worden.

Of, zoals ook mijn CPB-notitie uit 1990 stelde: "One should not expect the CBA to succeed under present conditions (...)". 

Het verschil tussen het legalistische en het bestuurlijk-economische uitgangspunt heeft nog een ander helder voorbeeld. Bij de parlementaire enquête naar de uitvoering van de WAO verdedigde Wim Kok de rol van de vakbeweging met het argument dat het gebruik daarvan niet in strijd was met de wet. Dit zei hij, terwijl de feitelijke ontwikkeling toch was dat veel werklozen van die regeling gebruik maakten en terwijl de huidige component van verborgen werkloosheid in de WAO nog steeds hoog is. Het parlement heeft deze legalistische verdediging geaccepteerd, terwijl het bestuurlijk-economische uitgangspunt hem zou verwerpen.

De betere redenering is dat ministers worden aangesproken op de bestuurlijk-economische effectiviteit van hun optreden. De wet is hier dienend aan dit optreden, en is een instrument dat gehanteerd wordt om dit optreden te schragen. De wet kan dan ook niet als uitvlucht worden gebruikt indien het optreden in strijd is met de gewenste bestuurlijk-economische effectiviteit.

Dit leidt tot twee aanbevelingen. Ten eerste kan de accountant van het ministerie van SZW ook gevraagd worden om niet alleen naar de rechtmatigheid van de uitgaven maar ook naar hun doelmatigheid te kijken. Ten tweede zou de vraag in de publieke discussie toch vooral mogen zijn of het land op deze wijze bestuurd moet worden.

(4)

Maar goed, vergeten we even de doelmatigheid en volgen we de rechtmatigheid. Dan is er het vraagstuk van scheiding tussen beleid, uitvoering en controle. Een ander aspect van de legalistische benadering is dat politici het beleid vaststellen en dat problemen alleen te wijten zijn aan de uitvoerders wanneer die zich niet aan de regels houden. Deze benadering verdient de qualificatie 'legalistisch' omdat het manco gaat wanneer ‘de kat op het spek wordt gebonden’ en onbedoeld gebruikt te verwachten is. Dan is controle vereist, en het moet onderdeel van het beleid zijn dat er voldoende controle is.

Het onderscheid tussen fraude en onregelmatigheid is daardoor minder scherp dan de gangbare redenering wil doen geloven. Wanneer de wettelijke kaders falen dan heet het slechts geen fraude omdat de wet zwak is. En soms scheppen politici bewust zwakke wetten om meer manoeuvreerruimte te hebben. Dit kunnen dan wetten en regels zijn die nauwelijks zijn uit te voeren en die onregelmatigheden uitlokken.

Minister Ad Melkert heeft aan CBA / Arbvo en aan de Kamer gemeld dat de gebruikte ESF gelden geconditioneerd waren. Een mogelijke visie is dan, dat de minister hier zijn werk gedaan heeft, en dat het vervolgens aan de uitvoerder CBA / Arbvo is om bij de uitvoering ook de regels toe te passen. Sommigen kijken naar de tekst van het akkoord, en menen dat minister Melkert zich aan de regels heeft gehouden. De Rekenkamer stelt: "Op macroniveau is onrechtmatig gebruik niet aangetoond." (De Volkskrant, 4 augustus 2001. Merk op dat de Rekenkamer hier voorbij gaat aan de vraag van de doelmatigheid). FNV voorzitter De Waal stelt: "Kwade opzet kan Melkert niet worden verweten." (NRC, 4 augustus 2001).

Terpstra (CNV) vindt de reactie van De Waal "voorbarig en naief", en stelt: "Net als De Waal was ik er zelf niet bij. Maar uit de verhalen van degenen die er wél bij waren, maak ik op dat we allemaal het boetekleed moeten aantrekken." (De Volkskrant 3 augustus.)

Inderdaad meldt de NRC van 4 augustus ook: "FNV-beleidsmedewerker Simon van der Pol verklaarde dat sinds het akkoord met Melkert binnen Arbvo de term ‘ESF eigen organisatie’ is ontstaan. Zo zei hij tegen deze krant: "Het ESF-geld werd in het akkoord geboekt als ‘inkomsten’ wat strikt genomen niet kan: het geld moest weer uitgegeven worden. Ik herinner me zeer levendig dat Hazenbosch (CNV-beleidsmedewerker, red) en ik tegen elkaar zeiden: dit leidt tot gedoe, dit loopt verkeerd af, hier haal je een kankergezwel mee naar binnen.""

Er zijn twee mogelijkheden: of Melkert heeft geweten dat de kat op het spek werd gebonden, of hij heeft het niet geweten. In beide gevallen zit hij fout. Wie de situatie rond het CBA / Arbvo een beetje kent en ook een beetje weet hoe mensen in elkaar zitten en hoe de politiek werkt, voelt aan zijn water dat Melkert geweten heeft dat de kat hier op het spek gebonden werd. Ad Melkert stond als minister ook onder druk om tot een akkoord te komen en zodoende zelf als succesvol minister tevoorschijn te komen. Ook al is er dan geen sprake van corruptie in de zin van een directe overdracht van geld in een zwart koffertje, toch mogen wij onze ogen niet sluiten voor de andere vorm van beloning. Het kan heel goed dat hij ertoe verleid is geraakt om een juridisch correct akkoord te sluiten, terwijl hij wist dat dit door de andere partij anders geïnterpreteerd zou worden. Dat is dan misschien politiek handig op de korte termijn, maar bestuurlijk zwak. In het andere geval heeft hij het niet geweten, maar dan is het parlement te adviseren dat men ministers kiest die tenminste zo competent zijn dat zij weten wanneer er een fraudegevoelig akkoord wordt gesloten.

In alle gevallen blijft de zwakte van de controle opvallend. Niet alleen is het geld ondoelmatig besteed, en niet alleen wordt nu 41% teruggevorderd omdat het niet binnen de regelgeving valt, maar inderdaad heeft SZW in een aantal gevallen ook aangifte van fraude moeten doen.

(5)

Vooralsnog heb ik mij het meest verbaasd over de reactie van Ronald Plasterk. De laatste zin van zijn column luidt: "Misschien was het achteraf niet slim om het geld zo te besteden, en dan nog is het de vraag wie daarvoor verantwoordelijk was. Maar met fraude heeft dit niets te maken." (De Volkskrant 3 augustus 2001).

  1. Ik heb boven het onderscheid tussen fraude en onregelmatigheden uitgelegd. Strikt genomen heeft de affaire wel met fraude te maken aangezien  SZW in een aantal gevallen aangifte heeft gedaan. Melkert is politiek en bestuurlijk verantwoordelijk voor een situatie welke deze fraude heeft mogelijk gemaakt. In ruimer opzicht heeft de kwestie ook met fraude te maken omdat het onderscheid tussen onregelmatigheden en fraude misbruikt kan worden door zwakke regelgeving.
     
  2. In zijn column gebruikt Ronald Plasterk een voorbeeld uit eigen ervaring, waarin langdurig met Brusselse ambtenaren gesteggeld werd over de interpretatie van de regelgeving: "Officieel bleef de regel onveranderd dat er geld naar concrete projecten kon en niet naar infrastructuur, maar die begrippen konden door de Brusselse ambtenaren opeens wat ruimer geinterpreteerd worden". Hij schetst hier evenwel een cruciaal andere situatie: de gelden zijn pas toegekend nadat overeenstemming is bereikt over de besteding. Bij de ESF affaire is men niet met Brussel in onderhandeling gegaan, heeft men gelden aangevraagd op grond van de regels en is men vervolgens zelf aan het invullen geslagen. Dit heet slechts geen fraude omdat Brussel de mogelijkheid van terugvordering hanteert.
     
  3. Niemand heeft beweerd dat de ministers zelf corrupt zijn of gefraudeerd hebben. Ook ik vermoed slechts dat Ad Melkert onder druk heeft gestaan en de verleiding niet heeft kunnen weerstaan. De teksten in de media zijn hier steeds correct geweest, en dat is verstandig van ze gezien de juridische problemen bij laster. Plasterk neemt echter aanstoot aan het woord ‘fraude’ op zich. Zo stelt hij: "Volgens een commentaar in de NRC staat ons land te kijk als ‘fraudeur’." Gezien wat er gebeurd is, verbaast het mij niet dat het buitenland zo tegen Nederland aankijkt. Het is onduidelijk waarom Ronald Plasterk meer in die tekst leest dan wat er staat. 
     
  4. Heeft het Plasterk’s instemming dat Ad Melkert de verantwoordelijkheid zou afwijzen, en verwijst naar de Arbeidsvoorziening die een juridisch correct akkoord verkeerd heeft uitgevoerd ? Plasterk werpt nu nog slechts de vraag op: maar het gaat om zijn antwoord. 
     
  5. De nadruk in deze affaire ligt mijns inziens bij het bestuurlijk-economische mismanagement. Het werkgelegenheidsbeleid op zich is rijp voor een parlementaire enquête. Het is onduidelijk waarom Ronald Plasterk dit punt niet benadrukt. 
(5)

Het zou me verbazen wanneer oud-Rekenkamer-voorzitter Henk Koning, die de affaire voor minister Willem Vermeend onderzoekt, al deze aspecten zou meenemen. 
 
 

Ad Melkert en Gerrit Zalm en de verkiezingen 2002

In mijn hoedanigheid van wetenschappelijk medewerker en econometrist van het CPB adviseer ik tot genoemde parlementaire enquête. Daarnaast ben ik ook burger met een politieke analyse - en inmiddels werk ik ook niet meer bij het CPB, zodat deze scheiding nog helderder is. Gezien de rol van Ad Melkert als Kamerlid bij het niet-houden van genoemde enquête en gezien de rol van Gerrit Zalm als oud-CPB directeur die de analyse en het advies breidelde, kan het informatief zijn indien ik ook mijn politieke indruk op schrift stel.

Momenteel is Ad Melkert in het nieuws wegens de ESF affaire. Evenwel, ondanks al het voorgaande, en schrijvend in augustus, lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat hij daardoor als politicus wezenlijk beschadigd zou raken. Hij heeft teveel politiek gewicht, en de stoomwals heeft teveel snelheid.

Veel belangrijker daarentegen is de inhoud van de verkiezingsprogramma’s die momenteel geconcipieerd worden. Met Kyoto en de G8 in Genua in het achterhoofd zou men juist daarvoor aandacht willen vragen.

Het is natuurlijk koffiedik kijken waar de verkiezingen in 2002 over zullen gaan en wie de belangrijkste kandidaten zullen zijn, maar er kan een redelijke verwachting worden beargumenteerd. Voor de PvdA laat zich een affiche verwachten met Wim Kok en Ad Melkert op één foto, en voor de VVD een affiche met Hans Dijkstal en Gerrit Zalm. In beide gevallen zou de eerste kandidaat met name voor de Kamer optreden en de tweede kandidaat voor het Premierschap. In de algemene beleving waarin het Premierschap belangrijker wordt gevonden zullen de verkiezingen in 2002 dan vooral gaan tussen Melkert en Zalm.

Het is vrijwel zeker dat Kok niet langer als Premier beschikbaar is. Het risico van ‘afbladderen’ in een derde termijn is groot, terwijl het ook schadelijk voor de PvdA zou zijn indien Melkert als minder geschikt zou worden neergezet. Het aardige is dat Kok wel aan de verkiezingen kan deelnemen - samen met Melkert op één foto, zoals Kok zelf destijds op één foto stond met Joop den Uyl. Nederlandse verkiezingen gaan immers om de Kamer en niet om het Kabinet. De PvdA hoeft de ‘Premierbonus’ bij de verkiezingen dus niet te verliezen, en Kok kan dus gerust aan de verkiezingen meedoen terwijl hij tegelijk meldt niet langer Premier te willen zijn en slechts voor een deel van de periode in de Kamer zitting te willen nemen en daarna beschikbaar te zijn voor andere functies in de wereld.

Waar Hans Dijkstal de lijsttrekker voor de VVD zal zijn, is het de vraag of hij de meest geschikte kandidaat van de VVD voor het Premierschap is. Zalm is de internationaal bekende en gerespecteerde minister van Financiën, bijvoorbeeld de Nederlandse vertegenwoordiger bij het IMF, of in Italië bekend als ‘il duro’. Het Premierschap is bovendien hard werk, en dat schijnt Zalm beter te bevallen dan Dijkstal. Van Agt heeft het Premierschap nog op ontspannen wijze uitgeoefend, maar in die periode zijn ook de staatsfinanciën ontspoord. Indien de VVD naar het bedrijfsleven luistert, zal men voor Zalm als Premier kiezen.

De keuze van deze lijsttrekkers zal een tamelijk autonoom proces zijn waarin nog weinig kan veranderen. Genoemde personen hebben hun sporen verdiend en in hun partijen de nodige aanhang verworven. Indien iemand in de PvdA kritiek op Melkert zou uiten, of in de VVD op Zalm, dan kan deze criticus het verwijt verwachten dat hij de partij zelf verzwakt. Critici zullen zich dus tweemaal bedenken voordat zij tot oppositie besluiten.

Ik zie mijn verwachting in grote lijnen bevestigd door het VN interview met Hans Dijkstal (4 augustus 2001). Hij stelt: "Er zijn twee koppen waar ik bang voor ben. De eerste is: Dijkstal wil geen premier worden. De tweede is: Dijkstal is dé kandidaat van de VVD om premier te worden. Zouden jullie die dus willen vermijden ?" Inderdaad kiest VN voor de kop: "Kies niet de minister-president!" Dijkstal kiest bewust en geheel terecht voor het huidige staatsrecht waarin het parlement wordt gekozen, en waarin het premierschap wordt bepaald in de daarop volgende coalitie-onderhandelingen. Dit lijkt me ook vanuit de sociale keuze theorie het optimale model, aangezien kiezers alleen op hoofdlijnen (partijkleuren) kunnen kiezen omdat zij gangbaar veel minder kennis van problemen en personen hebben. (Zie mijn boek "Voting Theory for Democracy".) Wel is het zo dat Dijkstal vooralsnog expliciet de taakverdeling tussen hem en Zalm afwijst, en zelfs aangeeft dat ieder op de eerste vijf plaatsen nog wel premier kan worden. Wellicht kiest de VVD dan voor een affiche met deze kopgroep van vijf. In ieder geval zou het me bevreemden indien de VVD de vraag in het geheel uit de weg gaat. Toen Bolkestein meedeed, heeft hij inderdaad een tijdlang geprobeerd niet op de vraag in te gaan, maar uiteindelijk heeft hij zich toch als premierkandidaat opgeworpen, doch ook op zo’n laat moment dat de electorale impact heel gering was. Het is de vraag wat de VVD denkt te winnen door ook plaats 3, 4 en 5 als premierkandidaten te profileren, want het vergroot het aantal personen aan wie de misschien pijnlijke vraag gesteld kan worden waarom men het niet geworden is.

Veel belangrijker dan de personen zouden de achterliggende politieke keuzes moeten zijn. Dat is althans de theorie. Kijken we naar die keuzes, dan vinden we echter niet zoveel verschil tussen Melkert en Zalm. De verkiezingen 2002 vinden plaats tegen de achtergrond van een wereld die momenteel 6 miljard mensen telt, terwijl het er 8 miljard zullen zijn in 2020. In de komende vijf kabinetsperioden komen er 2 miljard mensen bij. Waar menigeen een kabinetsperiode al te kort vindt om werkelijk beleid te kunnen maken, is deze ontwikkeling razendsnel. De bevolkingstoename zal niet in Europa plaatsvinden, maar zal wel zijn invloed op Europa uitoefenen, met bijvoorbeeld migratie, milieudruk, ziektes en geweld. Waar staan Melkert en Zalm bij deze uitdaging ? Vooralsnog blijken zij dan te kiezen voor een slechts gradueel verschillende liberale globalisering. De strijd tussen Melkert en Zalm is aldus tragisch voor de inhoud en de politieke keuze. In theorie zijn personen alleen relevant waar zij de politieke keuzes representeren en waar de burger al dan niet het vertrouwen heeft dat zij deze keuzes waar zullen maken. Kijken we daarnaar, dan is het verschil echter verwaarloosbaar. 

Hoogleraar Jan Breman critiseerde de PvdA: 

"(...) ik zie ook in die partij de verwording, het verraad van het sociaal-democratische erfgoed, van de solidariteitsgedachte. De snelheid waarmee ook onze eigen politici de Derde Weg hebben omarmd, is tekenend. Dat gaat alleen maar over onze eigen samenleving. Ik zeg altijd: op de Derde Weg is de Derde Wereld weg. De sociaal-democratie is verworden tot een keuze voor een politiek leider en de vraag hoe die het doet in de campagne, en gaat niet meer over de principes van de partij en gaat ook niet meer over de inrichting van de samenleving, anders dan die te vervolmaken. Die blijde boodschap moet uitgestraald worden. In zowel materieel als immaterieel opzicht bevindt deze samenleving zich op de rand van haar geloofwaardigheid." (de Volkskrant 9/6/2001) Waar Wim Kok jarenlang het politieke gezicht van de PvdA was, en Ad Melkert aldus in de luwte de ruimte had om te werken aan vernieuwing, maar dat heeft nagelaten, is de PvdA aldus verworden tot een PvAd.

Voor de verkiezingen 2002 kunnen we dus veel mannetjesmakerij verwachten, en weinig debat op inhoud. Deze verwachting spreek ik vanzelfsprekend vooral uit in de hoop dat de voorspelling zichzelf ongedaan maakt, en dat de commissies die momenteel de verkiezingsprogramma’s opstellen bijvoorbeeld door Kyoto en Genua geïnspireerd raken tot wezenlijke keuzes. 
 
 

Thomas Cool, 8 augustus 2001

http://thomascool.eu