De democratie staat op spel


Opinie - Erasmus Magazine - 29 januari 2004
 

"De voorstellen van D66 voor staatkundige vernieuwing zijn gebaseerd op misplaatste ideeën. De partij negeert wetenschappelijke inzichten en lijdt aan cognitieve dissonantie en groepsdenken." Dat betoogt Thomas Colignatus, econometrist en werkzaam bij het Erasmus MC. Hij nodigt D66-ers aan de EUR uit mee te doen aan een simulatie-experiment dat hen op andere gedachten kan brengen.

Bij de creatie van het kabinet Balkenende II heeft D66 veranderingen bedongen ten aanzien van districtenstelsel, referenda en direct gekozen burgemeester. Volgens deskundigen zijn deze veranderingen in strijd met een algemeen ervaren gevoel van democratie en betekenen zij een verslechtering ten opzichte van ons huidige proportionele representatieve stelsel. Het komt slechts door de wippositie van D66 in het Haagse machtsspel dat deze verslechtering afgedwongen wordt. Verantwoordelijk minister De Graaf van D66 lijkt geen referendum over zijn voorstellen te willen, wil de veranderingen nog voor de volgende verkiezingen invoeren en zoekt naar manieren om de grondwet te omzeilen, zodat alles buiten de kiezer om geregeld lijkt te gaan worden. De democratie zoals we die kennen staat op spel. Wat hierbij opvalt is de grote spanning tussen politiek en wetenschap. Hoe valt deze spanning te verklaren en hoe kunnen we daar mee omgaan? 

Cognitieve dissonantie

In de psychologie is een verklaring ontwikkeld hoe het kan komen dat mensen aan nieuwe informatie voorbijgaan (Aronson, “The social animal”). Die verklaring spreekt ook economen aan want het gedrag wordt beschreven vanuit het omgaan met schaarse middelen. Gedrag wordt gestuurd vanuit onze hersenen, onze hersenen hebben de taak om informatie te verwerken, maar hebben beperkte vermogens. Indien je al van iets overtuigd bent dan kost het de hersenen veel werk en energie om deze overtuiging te veranderen. Voor de hersenen kan het dan soms economischer zijn om nieuwe informatie gewoon te negeren. Het bestaan van tegenstrijdige informatie (oude predispositie en nieuwe toestroom) wordt cognitieve dissonantie genoemd. Vervolgens kan in groepen ‘groepsdenken’ optreden. De groep is zo overtuigd van het eigen gelijk dat tegenstrijdige informatie collectief verworpen wordt. De leiders zouden hun gezicht verliezen indien zij zouden moeten toegeven dat zij een fout hebben gemaakt. De volgelingen zien geen noodzaak om nog naar nieuwe informatie te kijken want de leiders hebben er tenslotte al goed over nagedacht. Wie afwijkt van het dogma kan duidelijk niet goed nadenken en beledigt ook de leiders met de suggestie dat zij niet goed kunnen nadenken. Niemand vindt het fijn om een paria te zijn en de dwang tot saamhorigheid is groot. Een mogelijkheid om te proberen cognitieve dissonantie en groepsdenken te doorbreken is mensen uitnodigen om zich open te stellen voor andere ervaringen, bijvoorbeeld via het doen van een simulatiespel.

D66 van 1966 tot 2004

Het verhaal van D66 is in belangrijke mate het verhaal van cognitieve dissonantie en groepsdenken. Bij de oprichting in 1966 werd gepleit voor meer democratie, en genoemde drie veranderingen (met gekozen premier) werden gepresenteerd als de uitvoering daarvan. Deze keuze kan niet zijn ingegeven door een grondige studie van de literatuur. In 1966 was onder deskundigen reeds bekend dat deze maatregelen niet zouden leiden tot een grotere democratie, althans met als norm het bovengenoemd algemeen ervaren gevoel. Wellicht valt de oprichters hun naief enthousiasme nog te vergeven maar problematischer is de opstelling van de gehele partij gedurende de hele periode van 1966 tot 2004. Terwijl het bewijsmateriaal toenam dat de maatregelen nadelig zijn voor de democratie, bleef D66 het intellectueel vacuüm handhaven. Wie de materie wel bestudeerde, werd natuurlijk ook geen lid van D66.

Voorbeelden

Bekijk ten eerste het districtenstelsel. Laten er 10 districten van 10 mensen zijn. Laat een rode partij in elk van 6 districten 6 aanhangers hebben, en de rest zijn blauwen. Dan heeft een minderheid van 36 procent roden toch 60 procent van de zetels in het parlement. Zie Engeland voor een praktijkvoorbeeld. Een argument van D66 is dat hierdoor een betere band tussen kiezers en gekozenen kan ontstaan. Dit kan soms zo zijn, maar is dat werkelijk de prijs van het verlies aan afspiegeling waard? Kan de band niet op andere wijze verbeterd worden? Inmiddels zijn er verschillende varianten van het districtenstelsel geopperd. Steeds blijkt dat hoe dichter zo’n variant tot het proportionele stelsel komt, hoe beter men het vindt. Is het niet eerlijker te erkennen dat het districtenstelsel altijd de mindere oplossing is? 
Ten aanzien van referendum en gekozen burgemeester is de wiskunde hetzelfde, of het nu om zaken of personen gaat.  Verkiezingsuitslagen zijn met regelmaat controversieel. Bij Bush en Gore snoepte Nader vooral stemmen van Gore weg. Bij het Franse stelsel van stemmen in twee ronden hadden we president Gore gehad. Maar zo’n procedure heeft ook het tegenvoorbeeld van Chirac en Jospin waarin Jospin’s kiezers al in de voorronde versplinterden zodat Chirac en Le Pen doorgingen. Bij een andere procedure die wel recht doet aan de voorkeuren hadden we president Jospin gehad (met name mijn voorstel van de ‘Borda Fixed Point’ regel). Goede procedures blijken complex en kunnen niet met goed fatsoen gebruikt worden voor een volksraadpleging. Burgers hebben vervolgens ook nauwelijks tijd om zich in issues te verdiepen. Veel democratischer is het om burgers op partijen te laten stemmen, zodat de professionals in die partijen via discussies en onderhandelingen tot de uiteindelijke keuzes komen. 

Simulatiespel

D66-ers zijn aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. CDA en VVD waren voorheen inhoudelijk niet overtuigd maar verbinden zich aan dit kabinet. Alleen D66 heeft de ruimte tot inkeer te komen. Nu het er werkelijk op aankomt wil men hopelijk de redelijkheid een kans geven en de kwestie nog eens grondig bestuderen. Vandaar dat ik wetenschappers aan de EUR die aanhangers van D66 zijn uitnodig om deel te nemen aan een simulatiespel. U kunt zich hiervoor aanmelden. Maak 25 euro over op giro 3736767 t.n.v. Thomas Cool, Scheveningen o.v.v. “EUR simulatiespel D66” en uw e-mail adres. U krijgt dan het boek “De ontketende kiezer” toegestuurd (winkelwaarde 19,95 euro) waarin u reeds kunt gaan studeren. In maart krijgt u een uitnodiging voor de simulatiedag, denkelijk een zaterdag of zondag in april of mei. Maximaal 100 deelnemers.

Thomas Colignatus is werkzaam bij het Erasmus MC, afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg, voor een onderzoek naar de kosteneffectiviteit van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker, en is daarnaast secretaris van het Samuel van Houten Genootschap, het wetenschappelijk bureau van het Sociaal Liberaal Forum (www.dataweb.nl/~cool).
 

Vervolg-artikel van 6 mei 2004