Weg met het belastingvacuüm !

Thomas Cool / Thomas Colignatus
www.dataweb.nl/~cool

1 juni 2012

De belastingvrije voet kan het beste liggen op het niveau van het bestaansminimum voor werknemers. Hierdoor kunnen velen voor netto = bruto gaan werken, dus zonder verlies aan een fatsoenlijk bestaansminimum. Het stelsel kan een basisverzekering heten omdat men op minimumniveau voor allerlei onheil verzekerd blijft ook al betaalt men geen premie. Deze maatregel is cruciaal omdat de hoge bruto minimumloonkosten massale werkloosheid veroorzaken, waardoor het stelsel van sociale zekerheid uit zijn voegen is gegroeid.

De cruciale gegevens staan in bijgaande tabel. Wanneer iemand voor € 15.354 aan de slag gaat dan wil de overheid dat de werkgever € 22.748 betaalt. 


 
Wettelijk minimumloon in 2012 (in Euro’s)
Totaal
Bruto minimumloon
18810
Netto, na aftrek van werknemer-premies en belastingen (alleenstaande)
15354
Bruto loonkosten: bruto + werkgever-premies
22748
Belastingen en premies (excl. BTW e.d.)
7394
Lasten als percentage van bruto loonkosten
32.5%
Lasten als percentage van netto inkomen
48.2%

Bron: http://www.cpb.nl/cijfer/het-microtax-programma-cep-2012
en het wml van 2012 invullen. Exclusief ziektekosten en zorgtoeslag.


Stel dat een werknemer een productiviteit heeft van 1000 euro minder, dus € 21.748. Kan de werkgever hem aannemen ? Nee. Door belastingen en premies zou het inkomen onder het wettelijk minimum zakken. De werknemer wordt werkloos en komt in de bijstand. De rare effecten zijn: (a) de gevraagde belasting en premie komt zo niet binnen, toch wil de overheid dat die geheven worden, (b) zonder die feitelijk papieren belasting en premie zou de werknemer gewoon aan de slag kunnen en in het eigen onderhoud kunnen voorzien, (c) nu jaagt de gemeenschap zichzelf op kosten. 

Het verschil tussen netto loon en bruto loonkosten heet standaard de wig. Voor het minimumloon kan die wig beter belastingvacuüm genoemd worden want dit effect van werkloosheid is heel anders dan voor de hogere inkomens. Het is een raar verschijnsel. Je zou een term als belastingwoestijn kunnen gebruiken maar belastingvacuüm verduidelijkt dat er zelfs geen zand valt te halen. Belastingen die niet binnenkomen zijn ook kostenloos kwijt te schelden.

Hoe is deze rare situatie ontstaan ?

Het wettelijk minimumloon geldt voor voltijds banen. Beneden dat loon mag dus niet voltijds gewerkt worden. Je mag ook parttime werken en beneden het minimumloon verdienen. De officiële tabellen voor belastingen en premies houden ook rekening met inkomens beneden het minimumloon. Tot zover klinkt dat wel redelijk. Maar hier wordt het onredelijk: voor voltijders zijn deze belastingen en premies echter illusoir want als je niet voltijds beneden het minimumloon mag werken dan zijn er ook geen inkomsten.

De terminologie vergt enige verklaring. (1) Er is een verschil tussen belastingen en premies want de premies zijn voor verzekeringen. Economisch-analytisch is het verschil tussen belastingen en premies niet relevant voor werknemers op minimumniveau want de keuzevrijheid of je wel of niet die betreffende verzekeringen aangaat is er niet. Derhalve gebruik ik hier de term belasting voor belastingen inclusief premies. (2) De belastingen kenden vroeger een belastingvrije som en tegenwoording een belastingkorting. Economisch-analytisch gebruik ik de term belastingvrije voet voor vrijstelling van belastingen en premies aan de onderkant. (3) Op dezelfde wijze is er de term belastingvacuüm voor zowel belastingen als premies voor voltijders tot het wettelijk minimumloon. Let wel: ‘tot’ en niet ‘tot en met’. Wie werk vindt op het minimumloon betaalt natuurlijk netjes die belasting. Het gaat om het traject daaronder. 

Menigeen denkt dat een hoge belastingvrije voet heel erg duur is voor overheid en de fondsen omdat deze voet voor iedereen moet gelden. Deze gedachte is onjuist. Net boven de voet kunnen we een inhaaltarief leggen en zo aansluiten bij de bestaande tarieven zodanig dat voor de hogere inkomens weinig verandert. 

Het belastingvacuüm is een probleem in alle OECD landen en ontstaat deels door bureaucratie, deels door politieke kortzichtigheid en deels door onwetenschappelijk gedrag van economen. In de jaren vijftig hadden we volledige werkgelegenheid en toen gold voor het minimum ongeveer dat bruto = netto. Toen is ook de internationale afspraak gemaakt de belastingvrije voet met de inflatie op te hogen. Het bestaansminimum is echter gestegen met inflatie plus de stijging van de welvaart. Door deze verschillende indexatie is het belastingvacuüm sluipend gegroeid zodat in de jaren zeventig werkloosheid en stagflatie ontstond. De overheid probeert dit op te lossen met deregulering en liberalisatie maar dat is dus een verkeerd medicijn als de oorzaak elders ligt.

Deze tekst is gebaseerd Trias Politica & Centraal Planbureau (1994) en, met Hans Hulst, De ontketende kiezer (2003). Een aanvulling was Iedereen Blij (2010), mijn antwoord aan Marcel van Dam. De PDFs hiervan staan op mijn website. Ik heb de laatste twee boeken opgenomen in een nieuwe bundel Democratie & Staathuishoudkunde (2012), niet in PDF.