Mijn standpunt t.a.v. de censuur op het NSF na de evaluatie op 20 decemberThomas Colignatus, 21 en 22 december 2004
20 december 2004 was een wonderlijke dag. Om te beginnen schreef ik mijn brief aan het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Ik ben een groot verdediger van de taak en plaats van de wetenschap, maar curieus genoeg worden veel problemen juist veroorzaakt door mensen met zo'n wetenschappelijke taak. Ik kan wel begrijpen dat mensen daarom "de wetenschap" met een korreltje zout nemen, en ook mijn beroep daarop, maar de enige weg blijft het verdedigen van de wetenschap zelve, ook tegen de verzakers daarvan. En toen dus naar The Florin, Nobelstraat 2-4, Utrecht, voor de evaluatie van het NSF. Met lood in de schoenen, want mijn verzoek om een woordvoerder was door de co-ordinatiegroep afgewezen en een paar mensen op de debat-lijst hadden duidelijk de moeite genomen om me in niet-mis-te-verstane en soms lange emails uit te leggen dat mijn protest tegen de censuur op het NSF niet thuishoorde op de evaluatie van het NSF. Ik wenste te antwoorden aan hun goede bedoelingen, maar moest dan ingaan tegen hun advies, geen makkelijke positie. Ik ben de gespreksleider - iemand van de Novib - dankbaar voor de wijze waarop hij het gesprek leidde. Tegelijk reageerden de aanwezigen welwillender dan ik had gevreesd. Angst blijft een slechte raadgever - en het was maar goed dat ik mijn vrees hier had overwonnen. De gespreksleider begon correct met zijn voorstel voor de agenda. Hierdoor kon ik het woord vragen en verwijzen naar mijn email met het voorstel van wijziging. Een belangrijke rol werd gespeeld door een van de aanwezigen die opmerkte mijn email niet gezien te hebben en mijn verhaal nog niet te begrijpen maar wel te vinden dat er dan ruimte voor moest zijn. Ik kreeg de indruk dat een sfeer van ongemakkelijkheid daarna plaatsmaakte voor berusting in het onvermijdelijke. Met de gespreksleider werd afgesproken dat ik in het eerste deel van de vergadering de ruimte zou krijgen. Daar ging het ook om: dat het punt zelfstandig onder ogen werd gezien en niet verdronk in de zee van opmerkingen. De vergadering concentreerde zich daarna op de evaluatie zoals oorspronkelijk door eenieder beoogd. Het had een goede uitwerking dat eenieder nu zijn zegje kon doen. Er ontstond ook een palet aan meer structurele en meer indivualistische opmerkingen, waardoor ook een beeld ontstond dat mijn opmerking niet uit de toon hoefde te vallen. Ik kreeg als laatste voor de pauze het woord. Misschien lastig, omdat iedereen aan de verfrissingen wilde, maar het was eigenlijk ook wel mooi om de discussie zo te sandwich-en. Ik heb vijf minuten genomen, mezelf kort ge-introduceerd, en als belangrijkste boodschap neergezet dat de directie van het CPB mij zwart maakt, de man en niet de bal speelt, dat ik op het Erasmus MC andermaal zwartgemaakt word (zie de brief boven), en dat het dus niet helpt wanneer ik op het NSF de beschuldiging krijg dat ik mij niet aan de orde van de vergadering zou hebben gehouden. Wil mijn kritiek als wetenschapper t.a.v. de censuur door de directie van het CPB serieus genomen worden, dan doet het NSF er verstandig aan om mijn kritiek als wetenschapper t.a.v. de censuur op het NSF ook serieus te nemen. Of je kunt het kind met het badwater weggooien. Ik heb ook nog kunnen opmerken dat ik nooit heb beweerd dat Gerrit Zalm of Mirjam de Rijk slechte mensen zijn, maar ik constateer slechts dat die censuur bestaat en verzoek dat die ongedaan wordt gemaakt. Ik geloof dat een aantal mensen hier inderdaad naar geluisterd heeft. Mensen onderschatten hoe zwaar het is om als slachtoffer van censuur en als zwartgemaakt persoon aandacht voor zulke problematiek te vragen. Maar mijn indruk is dat het dit keer redelijk ging. Er waren geen vragen. Ik heb daarna nog opgemerkt dat ik, over de situatie nadenkend, nog heb gedacht aan de mogelijkheden van een commissie voor de omgangsvormen en een raad van wetenschappers, maar dat het van de bereidheid van de deelnemende organisaties afhangt of men hieraan wil meewerken en dat ik daar verder weinig aan kan doen. Er was nog de reactie dat als er censuur zou zijn gepleegd of een ander probleem, dat dit vooral het probleem zou zijn van de organisatoren van genoemde bijeenkomst, te weten de "Nieuwe Dialoog" met Novib, FNV en Raad van Kerken, en niet van de plenaire bijeenkomst van het NSF in het geheel. Ik ben het er mee eens dat dit vooral het probleem van de organisatoren is, maar denk niet dat het alleen hun probleem is. Een mogelijkheid voor me was om het NSF vaarwel te zeggen wanneer er die avond niet zulke onderzoekscommissies werden gevormd. De vorming van zulke commissies was alleszins redelijk, waar ik mijn probleem ruim van tevoren had toegelicht en onderbouwd, en de organisaties alle tijd en ruimte hadden gehad om zich erop voor te bereiden. Mijn voorstel was redelijk, maar werd nog niet zo ervaren. Hoeveel moeite moet de wetenschap doen voordat zij met respect behandeld wordt ? Waar ik echter het gevoel kreeg dat er toch wel door een aantal mensen geluisterd was, juist ook door mensen die aanvankelijk avers tegen mijn spreken stonden, besloot ik dit groeiend begrip niet verder te belasten. Ik besloot te blijven. In de pauze kon ik direct met enkele aanwezigen van gedachten wisselen. Het kwam gelukkig uit dat er direct die mogelijkheid van bilaterale feedback bestond. In het tweede deel van de avond, vooral over de toekomst, kwam het punt niet meer terug. Totzover de avond van de 20e december. Hoe verder met de Stichting Natuur en Milieu en de Novib die officieel op papier hebben gesteld dat ik mij op zondag 28 november 2004 op het NSF niet aan de orde van de vergadering zou hebben gehouden - ten overstaan van Lodewijk de Waal (FNV), Sylvia Borren (Novib), Ineke Bakker (Raad van Kerken), Vera Dalm (Milieudefensie) en anderen ? Hoe verder met deze goedbedoelende SNM en Novib die echter ontkennen dat hun opstelling neerbuigend en beledigend is en een krenking van de wetenschap, en die een klacht terzake afdoen met een beschuldigende brief in plaats van een serieus onderzoek ? Wat te doen met de Raad van Kerken, FNV en de "Nieuwe Dialoog" die een email van me over deze kwestie hebben kunnen zien maar die nog niet gereageerd hebben ? Wat te doen met het NSF, dat sinds 28 november van die censuur op het NSF weet, en dat zelfs op de plenaire vergadering van 20 december niet in staat is om te besluiten dat de zaak onderzocht moge worden, maar dat in ieder geval de gelegenheid tot spreken bood, dat voor een deel geluisterd heeft en hopelijk is gaan nadenken ? Tja, men kan het welwillend beschouwen, zoals men welwillend kijkt naar kinderen die op het strand zandkasteeltjes bouwen en die weinig benul hebben van de stijgende zeespiegel. Of men kan deze personen serieus nemen, beseffen dat men druk bezig is om de dijken te verhogen maar geen oog heeft voor het verraderlijk opkomende kwelwater, zodat een waarschuwing op zijn plaats is. Ik adviseer al tot een boycot van Nederland. Wie moeite met die gedachte heeft kan gaan oefenen met Ahold, Phillips, Unilever, Shell, Akzo-Nobel, Numico, enzo, maar ook met SNM en Novib etcetera. Het heeft werkelijk geen zin om donaties aan deze goedbedoelende organisaties te geven wanneer zij bereid zijn tot censuur en toedekking daarvan of laks toekijken. Ja, boycot dus ook die andere organisaties van het NSF, tenslotte zijn ook zij op hun verantwoordelijkheid aan te spreken zolang de kwestie niet is opgelost. Eigenlijk ben ik wel blij dat ik die boycot heb verzonnen, het is een prachtige generieke oplossing voor dit soort problemen. (PM. Sommige mensen worden kriegel wanneer ik spreek over "de wetenschap dit" en "de wetenschap dat". Waar haal ik de euvele moed vandaan, denkt men dan, om zo te spreken ? Zo'n reactie is een misverstand. Ik gebruik slechts literaire overdrijving waar een kern van waarheid in zit. Stelt u zich een indiaan voor die op zijn reservaat zit. Er komen bulldozers die de bomen beginnen plat te rijden. De indiaan gaat voor zo'n boom staan en houdt het briefje "reservaat" omhoog. De kranten schrijven dan "De indianen komen in opstand" of zo. Dan is het helemaal niet zo dat alle indianen uit de hele geschiedenis plots iets gedaan hebben. Iedereen begrijpt hier het taalgebruik. Op dezelfde wijze zeg ik tegen politici, directie CPB, bestuur SNM enzovoorts dat ze met hun vingers van de wetenschap af moeten blijven. Ik weet me hier in het goede gezelschap van Spinoza, Erasmus, Aristoteles, Newton, Einstein, die ook wel eens zoiets zeiden of dachten. Nou, is het misverstand opgelost ? Was u eerst kriegel en is dat nu weg ? Goed. Dan had ik nog wel de vraag: wat vindt u er nu van dat de directie CPB, bestuur SNM, Novib, bestuur Erasmus MC onvoldoende respect voor de wetenschap tonen ?)
|