Herman Wijffels: banken gered, economie gevloerd

Thomas Colignatus
3 juli 2013
http://thomascool.eu

Samenvatting

De economische crisis brak uit met de val van Bear Stearns in augustus 2007. We zijn nu zes jaar verder maar de overheden hebben de crisis nog steeds niet onder controle. Voor Europa is de belangrijkste oorzaak natuurlijk de architectuur van de euro, met de dwang tot verdere politieke integratie waar menigeen zich tegen verzet. De column van Marike Stellinga in de NRC van 29 juni 2013 draagt de titel: "We hebben deze crisis verspild". Binnen dit geheel kijkt dit artikel naar de banken. Europa werkt aan een Bankenunie en Nederland heeft de Commissie Structuur Nederlandse Banken onder voorzitterschap van Herman Wijffels, met op 28 juni 2013 een rapport over een dienstbaar en stabiel bankwezen. De commissie verdedigt de banken en negeert de omvallende bedrijven en toenemende werkloosheid. Wanneer Nederland de adviezen van deze commissie overneemt dan werkt het land zich dieper in de put. Een alternatief wordt geboden in mijn nieuwe economische theorie die sinds 1990 getroffen is door censuur door de directie van het Centraal Planbureau. Het blijft verbazen dat Nederland censuur van de wetenschap prefereert boven waarheid, verstand, kennis en redelijkheid. Leg het land plat en boycot Nederland tot de censuur is opgelost. De bijlage bevat een rekenvoorbeeld hoe zowel huiseigenaren als banken geholpen kunnen worden. Wanneer de huiseigenaar is geholpen dan is indirect ook de bank geholpen.

Inleiding

Vrijdag 28 juni presenteerde de Commissie Structuur Nederlandse Banken haar rapport Naar een dienstbaar en stabiel bankwezen in perscentrum Nieuwspoort.

Voorzitter Herman Wijffels verzorgde een inleiding en overhandigde het eerste exemplaar aan minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem. De minister beloofde komende september een integrale reactie ten behoeve van het parlement te geven. Daarna vertrok hij naar de ministerraad en mochten de journalisten hun vragen aan Wijffels stellen.

In mijn hoedanigheid als internet-columnist heb ik enkele van mijn vele vragen gesteld. Er is een subtiel verschil: een persconferentie is voor journalisten die zich beperken tot het stellen van vragen en dit is toch wat anders dan een presentatie aan een wetenschappelijk publiek waarbij ook discussie plaatsvindt.

Mijn vragen afgelopen vrijdag waren gebaseerd op het persbericht en het snel lezen van cruciale onderdelen van het rapport. Mijn vragen raakten de kern. Ik schrijf deze tekst nu na grondiger lezen van het rapport maar de kern verandert niet.

Voordat we naar die kern kijken, is het nuttig de huidige economische situatie in herinnering te roepen. Maar laat ik eerst enkele opmerkingen maken over wetenschap en journalistiek

Wetenschap en journalistiek

Mijn advies luidt zulke belangrijke rapporten voortaan voor een gemengd publiek van zowel journalisten als wetenschappers te presenteren.

  • De journalistieke verslagen zijn van een bedenkelijk niveau, zie met name NRC Handelsblad (Anouk van Kampen 28 / 6) en de Volkskrant (Peter de Waard 29 / 6).
  • Journalisten noemen het "verslaggeving" wanneer men uit het persbericht van de commissie overschrijft dat het gaat om "herstel van vertrouwen" maar de journalisten prikken niet door dat cruciale oorzaken van wantrouwen niet worden weggenomen alsmede dat de maatregelen de economie in recessie houden.
  • Journalisten laten zich zodoende meeslepen in een mediastrategie van degene die het zaaltje bij Nieuwspoort afhuurt.
  • Opvallend is ook dat de journalisten na afloop van de persconferentie geen navraag bij mij deden over mijn kritische vragen. Ik ben wel met één journalist in gesprek geraakt, de uitzondering die de regel bevestigt. Maar ook deze journalist vond dat hij gekomen was om over het rapport van de commissie te rapporteren, en dat de informatie die ik gaf niet tot een nader verslag hoefde te leiden.
  • NRC Handelsblad corrigeert nog een beetje (Chris Hensen 29 / 6) door aan hoogleraren in het land een reactie te vragen, te weten Bert Scholtens (Groningen), Roel Beetsma (UvA) en niet-econoom Ewald Engelen (UvA). Je mag hopen dat men het rapport gelezen heeft. Het is echter de vraag of die hoogleraren rekening houden met de kritische vragen op de persconferentie waar zij niet aanwezig waren.
  • Wanneer journalisten zelf niet kritisch zijn is het beter die kritiek expliciet te organiseren. Wellicht dat de afdelingen voorlichting hiermee in de toekomst rekening willen houden, aannemende dat men de democratie en niet de desinformatie wil bevorderen. Of zou "voorlichting" een woord uit de new-speak van George Orwell zijn ?
  • Journalist Jesse Frederik (ftm 17 juni) meent dat verslaggeving over "discussie" nog niet genoeg is: "Door alle economische controverse in een discussieframe te gieten stellen de media zich een te beperkte taak. Waarheidsvinding vereist meer dan dat, zeker omdat economische ideeën zulke verstrekkende gevolgen hebben. Economen kunnen wegkomen met stupide uitgangspunten en verkeerde voorspellingen, júist omdat deze naar goed journalistiek gebruik nooit in twijfel worden getrokken. Onwenselijk. Ook voor media-economen zou de meritocratie moeten gelden."

De column van Marike Stellinga in NRC 29 / 6 draagt de titel: "We hebben deze crisis verspild". Zij brengt hier de boodschap over van de BIS, de centrale bank der centrale banken te Basel. In het navolgende zullen we zien dat de commissie Wijffels doorgaat met het verspillen van kostbare tijd.

De huidige economische situatie

Het rapport moet verbetering brengen voor de huidige economische situatie. Welke is die ?

"Een ongekend hoog percentage bedrijven kampt met financiële problemen. Een kwart van alle ondernemers in het midden- en kleinbedrijf (MKB) valt onder de afdeling bijzonder beheer van de banken, ook wel de 'intensive care' van de financiële dienstverleners, schrijft het Financieele Dagblad vandaag." NRC Handelsblad, 25 juni 2013.

"In mei 2013 zijn 796 bedrijven en instellingen (exclusief eenmanszaken) failliet verklaard. Dit is het grootste aantal sinds het begin van de reeks in 1981. In april werden er 694 bedrijven en instellingen failliet verklaard. Vooral in de handel en de zakelijke dienstverlening werden er in mei veel meer faillissementen uitgesproken dan in april. Het aantal failliet verklaarde bouwbedrijven veranderde nauwelijks." CBS op 10 juni.

Faillissementen van bedrijven en instellingen (excl. eenmanszaken)

De commissie erkent: "Bedrijven klagen dat de bank de klant en de sector(en) waarin deze opereert niet meer kent, kredietaanvragen te lang duren en dat afwijzingen onvoldoende worden gemotiveerd." (p18)

Daarom stelt de commissie vroom: "Verhoging van de kapitaalbuffers kan plaatsvinden door het inhouden van winst, reductie van kosten en het aantrekken van nieuw kapitaal. Relatieve verbetering van de kapitaalsposities dient niet te gebeuren door beperking van de kredietverlening." (p23-24)

Dus: wat gebeurt mag niet gebeuren.

Wensdenken dus.

Het probleem gesignaleerd maar verder genegeerd.

De commissie gaat dus niet vierkant achter het klagende midden- en kleinbedrijf staan, de klant aan wie men dienstbaar zegt te willen zijn. In plaats van de banken krachtig de les te lezen en de minister op te roepen paal en perk te stellen, prevelt men schone woorden.

De banken gered, de economie gevloerd.

Het CBS over de werkloosheid: "De effecten van de krimpende economie zijn duidelijk zichtbaar op de arbeidsmarkt. Het aantal banen van werknemers is verder afgenomen en de werkloosheid neemt verder toe. In mei is het aantal werklozen met 9 duizend gestegen tot 659 duizend personen. Dat komt overeen met 8,3 procent van de beroepsbevolking. Het aantal openstaande vacatures is verder afgenomen. De loonontwikkeling is gematigd. In het eerste kwartaal van 2013 waren de cao-lonen 1,8 procent hoger dan een jaar eerder. De cao-loonstijging ligt hiermee al bijna drie jaar onder de inflatie." Hierbij blijft ook de positie van ZZP-ers zonder opdrachten problematisch.

Werkloosheid en banen, gecorrigeerd voor seizoeninvloeden

Er is ook het probleem van de hypotheken onder water: "Begin 2011 waren er 4,2 miljoen huishoudens met een eigen woning. Bij ruim één miljoen was de waarde van deze woning op dat moment lager dan de fiscale hypotheekschuld. Sinds 2008 is het aandeel huishoudens met een woning met onderwaarde bijna verdubbeld: van 13 procent tot 25 procent." CBS 21 maart 2013. DNB 10 juni schat het voor 2013 op 1,3 miljoen.

Eigen woning van ruim één miljoen huishoudens onder water

Kern van de kritische vragen

De kern van de kritische vragen op dit rapport is dat de commissie voorbijgaat aan de noodzaak aan nationale investeringsbanken. Deze zijn nu urgent nodig maar ook voor de structurele stabiliteit op langere termijn.

In een crisis schiet het bedrijfsleven altijd tekort bij het genereren van de noodzakelijke investeringen. Bedrijven investeren nog wel in technieken die de kosten verlagen, waardoor de arbeidsproductiviteit omhoog gaat, maar dit leidt tot verdere uitstoot van arbeid, waardoor de werkloosheid blijft toenemen. Nodig zijn investeringen die volledige werkgelegenheid herstellen.

De enige goede oplossing voor zulk structureel falen van de commerciële banken is dat de overheid voor nationale investeringsbanken zorgt. Binnen de economische theorie is de logica hiervan precies aan te geven, zie p157 van mijn boek DRGTPE (2000, 3e druk 2011).

Investeringsbanken maken ook een essentieel onderdeel uit van mijn Economic Plan for Europe, september 2011.

Daarentegen spannen Wijffels cs. het paard achter de wagen. Zij redeneren geheel vanuit de bankensector en laten de rest van de economie aan het lot over.

Wanneer de banken weer op orde zijn, menen Wijffels cs., dan komt het vertrouwen weer terug, durven banken weer risico’s te nemen, en zullen bedrijven weer gaan investeren. Comparatief statisch valt hier iets voor te zeggen, maar dynamisch klopt het voor geen meter. Keynes zei: Op de lange termijn zijn we allemaal dood.

De redenering van Wijffels cs. ontkent het wetenschappelijk inzicht in de economische oorzakelijkheid. Reeds in de jaren ’30 verduidelijkte Keynes dat bedrijven redeneren vanuit de afzetverwachtingen. Het zijn ook de bestedingen die het inkomen bepalen. Pollock & Letta bevestigden die gedachte in 2001. In de risicoberekeningen van de banken spelen de afzetverwachtingen vanzelfsprekend ook een grote rol.

Op de persconferentie stond Wijffels zodoende als een anti-wetenschappelijke hogepriester te bezweren dat vertrouwensherstel noodzakelijk was. Een onderbouwing en doorrekening kon hij niet geven, ook niet toen ik hem daarnaar vroeg.

Vervolgens presenteert de commissie diverse maatregelen die het bankwezen "op orde" moeten brengen. Dit is new-speak voor het verdedigen van de positie van de banken en het aan het lot overlaten van de rest van de economie.

Laten we de voornaamste maatregelen van Wijffels cs. bekijken. Alvorens dat te doen doe ik er goed aan de theoretische context aan te stippen alsmede de situatie in Europa.

De euro - de monetaire invalshoek, bankenunie, depositogarantiestelsel en resolutiemechanisme

De architectuur van de euro werkt uit als een gouden standaard, terwijl we van de Grote Depressie toch weten dat dit niet werkt. In de USA heeft men relatief snel de banken gesaneerd, niet alleen omdat men daar soms daadkrachtiger is, maar vooral omdat hun monetaire architectuur dit toestaat. In Europa hebben we echter de euro. Hiervoor is niet voldaan aan de criteria voor een optimaal monetair gebied. De Europeanen gaan momenteel zo onhandig met de mogelijke aanpassingen om dat zich laat verwachten dat de economische stagnatie voortduurt.

  • In het traditionele economische model moeten de lidstaten macht afstaan aan Brussel. Brussel is echter een bureaucratisch orgaan dat bijv. ook medewerker Bernard Connolly ontsloeg toen deze voor de euro waarschuwde ("The rotten heart of Europe" 1995). Zie mijn advies voor een euro 2.0.
  • Belangrijk is het artikel Money as gold versus money as water (MGMW) van april 2013. Dit is nu "gepubliceerd" in het tijdschrift Real-World Economics Review RWER nummer 64 van 2 juli 2013. Een Nederlandstalige versie is Geld als goud versus geld als water, maart 2013. Je kunt dit artikel ook zien als mijn alternatief voor dit rapport-Wijffels.
  • Zie deze toch wel aardige discussie bij Buitenhof 27 januari 2013 tussen Guy Verhofstadt, Arjo Klamer en journalist Martin Visser. Klaarblijkelijk zou na de EU-verkiezingen van 2014 onderhandeld moeten worden over een nieuw pact, waarover dan wellicht in 2017 een referendum gehouden zou kunnen worden. De discussianten hanteren nog het model van "euro plus overdracht van soevereiniteit" versus "euro opheffen", terwijl mijn analyse hiervoor nog een derde optie geeft: "euro met ieder land een eigen Economisch Hof".

We beginnen spoedig aan het zevende jaar na de val van Bear Stearns in augustus 2007 waarmee de crisis begon. Nog steeds is veelal dezelfde elite aan de macht die de crisis niet zag aankomen danwel hielp veroorzaken. Opvallend is bijvoorbeeld dat ook President Obama zich laat meeslepen door adviseurs met connecties met Wall Street, zie bijv. http://thomascool.eu/Papers/Drgtpe/Crisis-2007plus/2009-04-06-Depression.pdf. Timothy Geithner had geen directe banden met Wall Street, zoals sommige geruchten suggereerden, maar voerde een beleid dat vooral de banken redde en de economie verwaarloosde (Dean Baker, Guardian 2013-01-11).

De laatste zes jaar zijn vooral gebruikt om de gevestigde posities te verdedigen, de schulden af te schuiven op de overheden, en vervolgens op de bevolking. De toegenomen werkloosheid maakt de bevolking natuurlijk bang voor de toekomst. Menigeen laat zich op sleeptouw nemen door politici, journalisten en "wetenschappers" die er ook maar weinig van begrijpen maar die toch van alles beweren.

Zeer amusant (cq. om te huilen) was het artikel van Jesse Frederik (Volkskrant 1 juni) over de moeite die economen zoals Sweder van Wijnbergen hebben hun blunders toe te geven, zie ook de "nabrander" door Arthur Huizinga (Volkskrant 13 /6). Een nabespreking door Frederik zelf is op FTM 17 juni, waaruit ik hierboven reeds citeerde. Van belang blijft dat er verschil is tussen het fout toepassen van een op zich juiste theorie en het toepassen van foute theorieën.

Ik verwijs nogmaals naar DRGTPE en MGMW. Ik hoef hier niet te herhalen wat daar staat. Wel kan ik hieronder soms een redenering hanteren die wellicht alleen te begrijpen is tegen de achtergrond van deze analyse. Wanneer de lezer iets wonderlijks hoort dan is het nuttig daar te kijken.

MGMW staat overigens sinds begin april 2013 op het internet, en ik heb de link verstuurd aan Sylvester Eijffinger (4 april), Arnoud Boot (28 april) en Van Wijnbergen (5 mei) die in de commissie blijken deel te nemen. Herman Wijffels heb ik gewaarschuwd t.a.v. Platform DSE (20 april) en Sustainable Finance Lab (1 mei), en bij bestudering van de links had ook hij DRGTPE & MGMW gevonden. Klaarblijkelijk heeft niemand de geboden kans benut.

Laten we kijken wat de commissie ervan maakt.

Kapitaalreserve

Conform de nieuwe norm van Basel III dient de kapitaalreserve van banken 12% te zijn in 2019. Wijffels gaf aan dat verhoging naar voren moest worden gehaald van 2019 naar 2014. "Wanneer men het niet vrijwillig doet dan moet de overheid het opleggen. Overigens halen veel banken het al."

Wonderlijk genoeg blijkt uit grafiek 8 op pagina 31 voor de Nederlandse banken dat de reserve weliswaar in 2008 op 8% stond maar inmiddels in het eerste kwartaal van 2013 hoger dan 12% is. Volgens het recente rapport van Borgioli cs. p17 bij de Europese Centrale Bank is dat ook in Europa reeds het geval (waarbij "uitschieters" wel zijn weggelaten). Het advies van Wijffels betekent dan dat deze ratio tussentijds niet mag inzakken.

Er zijn hier wel problemen mee. (1) De grafieken geven alleen gemiddelden. Volgens Borgioli cs. is er toch een belangrijk percentage dat de norm nog niet haalt. Hoe zit dit voor Nederland ? (2) Een open vraag is hoeveel slechte leningen banken nog in de boeken hebben staan die ze eigenlijk zouden moeten afschrijven, maar die ze niet afschrijven omdat ze hun 12% willen halen. (3) Er is verschil tussen Basel II en Basel III t.a.v. onderliggende elementen. Volgens de Monitoring Exercise van de European Banking Authority van maart 2013 pag 13 kan er een verschil zijn van 4% tussen wat nu als 12% wordt gerekend en onder Basel III slechts als 8% mag worden genomen. (4) Er zijn ook de "off-balance vehicles" en de "schaduw-banken". (5) In een artikel in de Economic Journal komen David Miles cs. bovendien op een kapitaalnorm van 20% (in druk 2013, online beschikbaar sinds 2011). (6) In een IMF paper wijzen Benes & Kumhof op het Chicago Plan uit de tijd van de Grote Depressie dat juist 100% reserve stabiliteit zal geven.

De commissie merkt op dat het balanstotaal der banken aan het eind van de jaren zeventig zo’n 100% van het BBP was. Nu is dat meer dan 400%. Bij de huizen zagen we een duidelijke inflatie, welke inflatie maar heel beperkt in het CBS-consumentenprijsindexcijfer terecht komt, want het CBS meet daarin de kosten van levensonderhoud en niet het vermogen. Ook bij de aandelen laat zich zo’n vermogensinflatie veronderstellen. Wanneer de lucht uit deze vermogenswaarden gehaald moet worden is het maar de vraag hoe het zit met het eigen vermogen bij de banken.

Klaarblijkelijk is Basel voor de commissie voldoende gezaghebbend en heeft men zich daar alleen vergist in de jaartellen 2014 en 2019 ?

Basel is het natuurlijk ook niet aan te rekenen dat men de financiële sector heeft laten ontsporen, met de crisis waarin we nu zitten ?

Juister was het geweest wanneer de commissie had uitgelegd wat er allemaal niet aan Basel deugt, zodat regering en parlement daaromtrent hun gedachten hadden kunnen vormen.

Op de vraag welke onderbouwing en modelberekening zijn commissie heeft gebruikt gaf Wijffels nog wel het antwoord dat men vragen had ingewonnen bij enkele hoogleraren die in de commissie zaten.

Hooggeleerde leden van de commissie zijn Barbara Baarsma, Arnoud Boot, Dolf van den Brink, Sylvester Eijffinger, Dirk Schoenmaker, Sweder van Wijnbergen. Ik maak de lezer attent op mijn advies uit 2005 tot ontslag der hoogleraren economie wegens hun collectief falen. Er is sinds 2005 geen reden er beter over te denken.

Bankenbelasting

Vervolgens adviseert de commissie "de bankenbelasting te heroverwegen, omdat deze contrair is aan versterking van de solvabiliteit en het kredietpotentieel van de banken belemmert." (p24).

Wederom redeneert men puur vanuit de sector. De overheid kan zomaar belasting kwijtschelden en de 3% EMU tekortnorm speelt blijkbaar geen rol.

Het rapport bevat geen overzicht van de kostenstructuur der banken. Met het rapport in de hand kunnen we niet bepalen of er wellicht op salarissen en bonussen bespaard kan worden.

In theorie is het denkbaar dat de overheid de opbrengsten van de bankenbelasting steekt in nationale investeringsbanken, zodat met leverage een groter effect wordt bereikt ten aanzien van de investeringen, waar de huidige banken nu tekortschieten. Dat vergt wel dat de EMU tekortnorm zulk onderscheid tussen kapitaal en lopende uitgaven acceptereert. Het zou toch mooi zijn geweest wanneer de commissie daar iets over gezegd had.

Bail-in versus bail-out

Wijffels gaf aan dat het rapport paste bij het recente besluit van de Eurozone omtrent de Bankenunie. Voor banken die in de problemen komen geldt niet langer een "bail-out" waarbij de overheid te hulp schiet maar geldt een "bail-in" waarin de kosten verhaald worden op de houders van aandelen, obligaties en deposito’s. Dijsselbloem zei bij Cyprus begin dit jaar onbekend te zijn met het woord "template" maar kan het woord nu vrijuit hanteren.

Op de vraag of banken hierdoor niet huiverig worden om risico’s te nemen waardoor investeringen wegvallen en de economie verder in recessie blijft en de werkloosheid hoog, zodat Europa met zijn "bail-in" bezig is zichzelf verder in de ellende te werken, antwoordde Wijffels dat juist goed-gekapitaliseerde banken het aandurven risico’s te nemen.

Wederom het anti-wetenschappelijke vrome wensdenken.

Op de herhaalde vraag op welke modelberekeningen hij dit alles baseerde gaf Wijffels wederom geen antwoord.

Het is nuttig te zien in welke kronkels men terecht kan komen. Kijkend naar de concurrentie tussen de Nederlandse banken (rapport p19-20) stelt men dat het nuttig is dat de systeembanken (die anders een bail-out zouden krijgen) nu ook de kosten krijgen van een bail-in. Op zich is het level playing field een relevant aspect. Wanneer een fiets een lekke band heeft dan kun je gelijkheid krijgen door ook de andere band lek te steken. Zinvoller is te kijken naar een manier om soepeler te gaan rijden, bijvoorbeeld door de lekke band te repareren.

Krediet, groei, werkloosheid

Stel dat de aangehaalde grafiek 8 van de commissie klopt en dat banken blijkbaar al op 12% goed gekapitaliseerd zijn, zoals het rapport uiteindelijk suggereert, ook al moeten we daar veel kanttekeningen bij plaatsen. Toch zijn de Nederlandse banken terughoudend met hun kredietverleningen. Bij hypotheken en midden- en kleinbedrijf wordt alom geklaagd. Ook de grote kapitaalkrachtige bedrijven zijn terughoudend met hun investeringen en klaarblijkelijk staan de banken niet klaar om een deel van het risico te dragen. De visie van de commissie lijkt dan niet consistent.

De kredietwaardigheid hangt in belangrijke mate af van de verwachte economische ontwikkelingen. Wanneer de verwachtingen laag zijn dan zullen ook de banken minder risico willen nemen en minder krediet verlenen. Wijffels gaf aan dat we een periode tegemoet gaan waarin de groei minder hoog zou zijn dan in het verleden. Dit is een belangrijke punt en het verbaast dat zelfs dit niet is terug te vinden in de journalistieke verslaggeving.

Als hogepriester hanteerde Wijffels de spreuk "in het verleden hebben we de groei geleend van de toekomst, nu moeten we daarmee leren leven" – welk beeld wellicht enige betekenis heeft wanneer het gaat om uitputbare grondstoffen maar wat grote onzin is wanneer het gaat om de dienstbaarheid en de stabiliteit van banken, het onderwerp van zijn rapport.

Klaarblijkelijk heeft de commissie dus ook niet gekeken naar wat hun maatregelen betekenen voor de werkloosheid – het woord komt in het rapport niet voor.

Wat is de situatie ? In de laatste decennia is er overvloedig krediet geweest waarbij grote risico’s konden worden afgedekt met goedkoop kapitaal, wat heeft geleid tot de beperkte groei die we konden waarnemen. Nu het krediet sterk wordt ingeperkt is de cruciale vraag hoe de noodzakelijke werkgelegenheid dan wel tot stand kan komen. Ik verwijs naar mijn boek DRGTPE. Op mijn vraag of de Commissie had gekeken naar de rol van specifieke investeringsbanken gaf Wijffels dus geen antwoord. Of we moeten het als een antwoord beschouwen, dat hij weer stelde dat de adviezen in het rapport bijdroegen tot herstel van vertrouwen.

Overigens maak ik de lezer attent op de maatstaf voor het milieu-duurzame nationaal inkomen met soortgelijke groei, ontwikkeld door Roefie Hueting, zie http://www.sni-hueting.info. Hueting verdient m.i. de Nobelprijs economie en het is wonderlijk hoe hij en zijn werk in Nederland worden behandeld.

Opsplitsen of niet ?

Gangbaar stelt de economische theorie dat dienstverlening wordt bereikt door meer concurrentie. Ook de salarissen bij de banken kunnen onder controle worden gehouden wanneer er flink geconcurreerd moet worden. Nu valt er op deze gangbare theorie wel wat af te dingen maar het verbaast dat de commissie ex cathedra stelt dat de Nederlandse banken niet opgesplitst hoeven te worden. Waarom is het niet onderzocht ? Natuurlijk, wanneer je de conclusie al weet, en onderzoek gevaarlijk vindt, dan benoem je een commissie die het resultaat ex cathedra kan stellen. Maar wat is dit ? Een hoogmis met bankaire waarzeggerij of een door de minister ingestelde commissie die gevraagd is om zaken eens uit te zoeken ?

De commissie stelt dat de dienstverlening gebaat is met zo universeel mogelijke banken, die alleen beperkt moeten worden t.a.v. het handelen ten eigen bate. Dat is echter een aanname en geen resultaat van streng onderzoek. Wanneer we evidence based medicine willen, en sinds kort ook evidence based education, waarom dan niet evidence based banking ?

Me dunkt dat de diverse producten en diensten van banken kunnen worden beheerd door kleine eenheden waarbij de overheid competitieve markten schept. Gegeven de beschikbaarheid van enkele staatsbanken en de voorbeelden van coöperatieve banken zijn er ampele mogelijkheden om hier nader werk van te maken.

Hypotheken

Klaarblijkelijk zat er in de commissie niemand uit de pensioenwereld en kon men vrijelijk fantaseren over wat voor de banken nuttig is t.a.v. de pensioenpotten. Een andere financiering van minder rendabele hypotheken, in het voorstel tot Nationale Hypotheek Obligaties (voorstel Van Dijkhuizen), zorgt natuurlijk voor hogere winsten en dergelijke. Ik laat deze opmerkingen voor wat ze zijn.

De commissie wil op termijn hypotheken beperken tot 80% van de marktwaarde. Dit was bij het Lenteakkoord van 2012 reeds op 100% gezet. (Abusievelijk spreekt de Volkskrant bij beide over de executiewaarde, of Peter de Waard meent dat hiertussen in de huidige situatie geen verschil meer is.) Het is onduidelijk waarop die 80% is gebaseerd, behalve dat het wel een grappig getalletje is wanneer je oma ook zo oud is en je het geld van haar wilt lenen in plaats van de bank.

Voor starters suggereert de commissie "bouwsparen". Hiermee bedoelt men een ruil van pensioenopbouw voor de eigen woning. Het is wonderlijk dat andere maatregelen juist volledige aflossing van de hypotheek verlangen. Zulke spaargelden worden vastgelegd in de stenen en zijn niet langer voor daadwerkelijke pensioenuitgaven beschikbaar. De coördinatie ontbreekt hier.

Gelukkig wil de commissie deze maatregelen slechts behoedzaam over langere tijd invoeren, want men begrijpt wel dat de huidige situatie fragiel is.

Het is een wonderlijke situatie. We zien in de laatste jaren veel beleidsontwikkeling op dit terrein, en vooral maatregelen die de woningmarkt verder in het slop werken.

Ik maak enkele opmerkingen hoe je de markt vlot zou kunnen trekken en laat het verder daarbij:

  1. Waarom "bouwsparen" ? Er is weinig bezwaarlijk aan 100% start-financiering en een afbouw tot 80% in de eerste tien jaar. Een woning van EUR 200.000 vergt dus extra aflossing van EUR 4000 of 333 per maand gedurende tien jaar. Je kunt het ook nog kindvriendelijk maken door te temporiseren wanneer er kinderen zijn.
  2. Het is begrijpelijk dat men de HRA wil beperken tot rentelasten volgens een annuïteitenlening van 30 jaar, maar het zou mogelijk moeten blijven om feitelijk een aflossingsvrije hypotheek te voeren. Wie 67 is heeft weinig aan een volledig afgelost huis maar wil het huis juist opeten. In feite geldt die behoefte aan flexibiliteit voor iedereen.
  3. Van belang is niet de huidige te hoge huizenprijzen te redden maar te zorgen voor nette afbouw van de bubble. Voor huizen die onder water staan of komen, kan met hetzelfde bedrag zowel de huiseigenaar als de bank geholpen worden. Als de huiseigenaar geholpen is, dan heeft de bank meteen weer een gedekt krediet op de balans. Wonderlijk genoeg kijkt het beleid vooral naar de banken en te weinig naar de huiseigenaren. De overheid kan een "bad bank" scheppen die ongedekte hypotheekschulden overneemt. Hiervoor zijn verschillende financieringsconstructies denkbaar, waarbij het kernpunt is dat de overheid zo kredietwaardig is dat men zaken over de tijd kan gladstrijken, en dat dit niet perse geldt voor individuele huizeneigenaren (die deels door de banken in crisis zijn gestort). Zie een rekenvoorbeeld in de bijlage. PM. Te overwegen is een bonus te geven aan degenen die uit de problemen zijn gebleven.

Conclusie

Is het alleen maar onhandig dat de commissie de analyse in DRGTPE & MGMW klaarblijkelijk niet heeft omarmd ? Aardig is te zien dat de commissie eind januari 2013 een consultatie-ronde hield waarin een 16-tal instellingen en personen een inzending hebben gedaan. Ik was mij niet van die mogelijkheid bewust en vraag me af of ik gereageerd zou hebben indien ik ervan had geweten. DRGTPE is beschikbaar sinds 2000 (Journal of Economic Literature vol. 38, no. 4, December 2000, voor de eerste editie, reference number JEL 2000-1325). Het economisch plan voor Europa met de monetaire schepping van EUR 800 miljard is beschikbaar op MPRA sinds september 2011. Er valt iets te zeggen om elkaar te behandelen als volwassen mensen, en pas kritiek te geven op de gebakken taart wanneer die een misbaksel blijkt.

De commissie spreekt over "macro-prudentieel toezicht" maar kiest wel een heel erg beperkt inzicht in de macro-economie. Weliswaar is het tegenwoordig in veel kringen gebruikelijk group-think te plegen en andersdenkenden uit te sluiten en te belasteren, maar in een modern hoog-technologisch en wetenschappelijk ontwikkeld land als Nederland zou men toch ook de open en kritische blik verwachten.

Ik kan niet anders dan ook dit rapport Naar een dienstbaar en stabiel bankwezen te onderkennen als een leugenachtig product vanuit een financiële elite die vooral de eigen posities wil afschermen, en die welbeschouwd niet geïnteresseerd is in een dienstbaar en stabiel bankwezen. Eerder heeft men interesse in stabiele winsten en een bevolking die dienstbaar is aan de elite. We zien die elite ook falen bij de benoeming van niet-wetenschapper Laura van Geest tot directeur van het Centraal Planbureau, een falen zowel bij degenen die haar benoemden als bij degenen die de wetenschap niet krachtig verdedigen. Zie mijn brief aan Laura van Geest en de brief aan de wetenschappelijke collegae bij het CPB. Herman Wijffels zelf is na een leven in bestuur en bedrijfsleven deeltijd-hoogleraar geworden en heeft twee eredoctoraten ontvangen. Hij komt mij niet over als een nieuwsgierig wetenschapper en je vraagt je af wat er mis is met de Nederlandse universiteiten.

Ik adviseer tot een parlementaire enquête waarbij ook de schrijvers van dit rapport onder ede worden gehoord. Hoogleraren houden natuurlijk altijd hun academische vrijheid. Maar zij kunnen ook incompetent blijken of selectief informatie hanteren waarbij zij onwelgevallige informatie negeren. De banken vormen een beerput, dit rapport lost dat niet op, maakt het juist erger. De "wetenschappers" in de commissie waren in 2005 al te ontslaan, en er is geen reden daar nu anders over te denken.

 

 

Bijlage: Een "bad bank" met de naam "Red huiseigenaren en banken tegelijk" (RHBT)

Er zijn verschillende invalshoeken te onderscheiden, aan te duiden met letters van het alfabet.

(A) Stel dat iemand een aflossingsvrije hypotheek heeft van EUR 250.000 tegen een oude rente van 5%, met een resterende looptijd van tien jaar. De jaarlasten zijn dan EUR 12.500.

(B) De hypotheekrente is nu 4% dus de "present value" van de geldstroom voor de bank is EUR 270.277. We nemen aan dat de bank dit niet als winst heeft bijgeboekt en dat de hypotheek voor EUR 250.000 mag worden afgelost en dan ook zo in de boeken staat.

(C) Als gevolg van ontslag kan de hypotheekgever alleen nog maar EUR 8.000 per jaar betalen, zolang de WW duurt, en mogelijk na drie jaar eigenlijk nauwelijks iets. De woning kan beter verkocht worden maar is nog slechts EUR 200.000 waard, 20% minder.

(D) De eigenaar zou marktconform in het huis kunnen blijven wonen, indien de bank bereid zou zijn om een aflossingsvrije hypotheek van EUR 200.000 voor tien jaar tegen 4% te geven, met inderdaad die jaarlasten van EUR 8.000. Maar dan zou de bank volledig opdraaien voor het verschil van EUR 50.000.

(E) Wordt de restschuld van EUR 50.000 geheel door de ex-eigenaar gedragen, dan kunnen we veronderstellen dat deze een annuïteitenlening krijgt met een looptijd van 20 jaar tegen de huidige rente van 4%. Dat betekent een jaarlijkse rente plus aflossing van EUR 3680. Dat betekent dat betrokkene EUR 8000 – 3680 = 4320 per jaar overhoudt om iets te huren, dus voor EUR 360 per maand. Mocht de eigenaar na drie jaar alsnog in de bijstand komen dan is denkelijk schuldsanering nodig.

De bank speelt in dit scenario aanvankelijk geheel vrij, want ontvangt EUR 200.000 uit de verkoop van de woning en een betalingsregeling voor EUR 50.000 van de ex-hypotheekgever. De bank loopt wel het risico dat de ex-eigenaar na drie jaar in de bijstand en schuldsanering komt.

(F) Een alternatief is dat de woningeigenaar zich failliet laat verklaren. Mogelijk besluit de rechtbank dat de restschuld van EUR 50.000 voor een belangrijk deel voor rekening van de bank komt.

(G) Er is een argument dat de bank de slechte lening beter reeds kan afschrijven, wat vanzelfsprekend ten nadele van winst en vermogenspositie gaat.

We zien dat banken dit eigenlijk niet doen, terwijl 25% van de hypothecaire woningen "onder water" staat.

Is het nu een goede strategie om het eigen vermogen van de banken te verhogen, zodat zij wel in staat zijn deze afschrijvingen te doen – waardoor het vermogen weer daalt ? Een nadeel van dit verhogen van het eigen vermogen is natuurlijk dat de kredietverlening afneemt, waardoor de economie verder stagneert.

(H) Een mogelijkheid is dat de overheid tussenbeide treedt. Staatsleningen doen nu 2% maar dit zal stijgen bij een groter beroep op de kapitaalmarkt voor zulke saneringen. We veronderstellen 3%.

(I) De overheid sticht een "bad bank", bijvoorbeeld met de naam "Red huiseigenaren en banken tegelijk" (RHBT). Het is wel grappig dat dit een "bad bank" wordt genoemd en niet een "good bank" (weer new-speak ?).

  1. De RHBT leent op de kapitaalmarkt EUR 250.000 voor tien jaar tegen 3%. Dit kost jaarlijks EUR 7.500.
  2. De RHBT neemt de hypotheek van de bank over. De bank heeft weer EUR 250.000 in de boeken staan, en nu als cash. In zekere zin gaat de bank erop achteruit: in plaats van een vermeende "zekerheid" van EUR 12.500 per jaar moet het op de markt weer 4% (EUR 10.000) of meer zien te verdienen.
  3. De RHBT neemt van de huiseigenaar een aangepaste hypotheek van EUR 250.000 voor tien jaar, tegen EUR 8.000 per jaar, dus 3.2%.
  4. Met zulke passende maatregelen op macro-economisch niveau is de kans groter dat de eigenaar binnen drie jaar weer werk heeft gevonden. Indien hij of zij weer een hogere last kan betalen, dan staat hij of zij onder de verplichting de hypotheek zo mogelijk aan te passen aan de vigerende marktwaarde van het huis. Stel gemakshalve (om niet steeds nieuwe bedragen te verzinnen) dat de waardedalingen op de huizenmarkt door deze maatregelen ook tot stoppen is gebracht. Stel dat de eigenaar jaarlijks EUR 12.000 kan betalen en dat het huis nog steeds EUR 200.000 waard is. Een bullit lening met jaarlijks EUR 12.000 en na tien jaar ineens EUR 200.000 heeft tegen 3% een "present value" van EUR 251.181. Aldus kan de hypotheek daarin worden omgezet en blijft de kapitaalmarktlening gedekt. Dit is een situatie waarin de RHBT quitte speelt.
  5. Eventueel heeft de huiseigenaar geluk wanneer de waarde van het huis over tien jaar inderdaad weer EUR 250.000 is (2.3% waardestijging per jaar). Maar in dat geval komt het ook weer mooi uit dat een hypotheek beperkt blijft tot 80% van de waarde.
  6. Er zijn natuurlijk ook situaties met verlies denkbaar. Eventueel komt betrokkene na drie jaar inderdaad in schuldsanering of is er over tien jaar de noodzaak tot herfinanciering van EUR 250.000 terwijl de woning nog steeds maar EUR 200.000 waard is. Zulke risico’s zijn te schatten en maken deel uit van het financieringsplaatje. E.e.a. blijft eleganter dan we gangbaar zien (zoals zaken op hun beloop laten).

(J) Bovenstaande aanpak gebruikt de integrale bedragen. De kerngedachte is de bedragen uit de markt te halen zolang de rente voor overheidspapier zo laag is. Bekijken we punten I.a en I.d dan speelt RHBT quitte en zou het in wezen niet nodig zijn om de bedragen daadwerkelijk te lenen en af te lossen. Een kortere route kan zijn afspraken te maken over de bedragen die volgen uit de verschillen. Wanneer de bank geconfronteerd wordt met de mogelijkheid van die inkomensachteruitgang van EUR 12.500 naar EUR 10.000 (of anders met het risico in G), dan is men wellicht bereid om mee te denken.

  1. De hypotheek wordt gesplitst in een deel van EUR 200.000 met jaarlijkse last van EUR 8.000 en een deel van EUR 50.000 en toekomstige inkomsten.
  2. De eigenaar geeft de hypotheek van EUR 200.000 met de jaarlijkse last van EUR 8.000 inclusief de belofte 50% van de netto-inkomenstoename aan verhoging van de hypotheeklast te besteden met een maximum van EUR 12.500.
  3. De bank krijgt de beschikking over de waardestijging van het huis vanaf EUR 200.000 tot een maximum van EUR 50.000 over tien jaar, te verminderen met een navenant bedrag voorzover de eigenaar weer meer rente is gaan betalen (actuarieel te berekenen ten opzichte van genormaliseerde inkomsten van EUR 10.000 in plaats van EUR 12.500). Hierbij passen wellicht ook verscherpte regelingen omtrent onderhoud ten behoeve van waardebehoud (een van de redenen waarom banken momenteel blijkbaar terughoudend zijn t.a.v. claims omtrent de waardestijging).
  4. Regelneverij: De overheid neemt 10% van het bedrag aan onderwaarde (EUR 6,5 miljard van EUR 65 milard) uit de huidige markt, tegen 2% rente, voor een fonds. Op bovenstaande regeling is er een belasting van 10% op succesvolle uitkomsten en een subsidie op voor beide partijen pijnlijke uitkomsten, met een batig saldo waarmee het fonds over tien jaar op nul saldeert.
  5. Het is opmerkelijk dat de hedge funds van de dienstbare banken en Vereniging Eigen Huis nog niet zo’n schema hebben voorgesteld. Teveel haken en ogen ?