Een inbreuk op de integriteit van de wetenschap

 

 

ESB publiceerde een artikel van De Goederen over arbeidskostensubsidie, in welk artikel ook aandacht aan mijn alternatieve analyse wordt besteed. (1) Helaas wordt mijn analyse eenzijdig en misleidend voorgesteld. Vervolgens wordt weliswaar in een paar kolommen naar me verwezen, maar elders in het artikel worden ook gedachten van mij gebruikt welke geen verwijzing krijgen. Op een cruciale plek is er sprake van geschiedvervalsing. Last but not least wordt de economische wetenschap gemaltraiteerd. Voorafgaand aan publicatie heb ik de auteur en de redactie verzocht van die publicatie af te zien, en, vervolgens, met onderstaande argumenten onderbouwd dat publicatie wetenschappelijk onverantwoord is. Misschien zou het nu verstandig zijn niet te reageren. Alles overwegende acht ik het echter beter om toch protest aan te tekenen. Weliswaar bestaat het risico dat ikzelf hierdoor nog meer schade ondervind, maar op den duur is het voor ieders welzijn toch beter dat ik wel reageer. Hoe dan ook betreur ik ten diepste dat alles zo moet lopen.

Het is niet doenlijk genoemd artikel samen te vatten. Ik veronderstel dat de lezer het artikel bij de hand heeft. Dan ten eerste:
 

Gedachten van me die gebruikt worden zonder correcte referentie zijn de volgende:

(1) In de inleiding meldt De Goederen: "Een wig bij een loonpeil dat slechts een (...) netto minimuminkomen verschaft is irrationeel. Zo’n wig verhindert het ontstaan van de banen waarin dit inkomen kan worden verdiend. Niet alleen is de opbrengst aan belasting en premies bij de aldus tot werkloosheid gedoemden nihil (....)" Hier ontbreekt referentie aan mijn werk waaraan deze gedachte is ontleend. Het is beslist geen gangbare gedachte. Bijv. Paul Witteman op mijn zelfde opmerking tijdens de algemene discussie op de Arbeidsmarktdag 1995, reageerde: "Hé, heb je hier patent op aangevraagd ?" (2) Samen met De Goederen heb ik medio dit jaar een artikel in Trouw geschreven, en toen was ik nog gedwongen zijn toenmalige visie te accepteren: "Volgens een uitgewerkt en doorgerekend ‘plan’ (...) lopen belasting en premie-inkomsten in eerste instantie 9 à 10 miljard gulden per jaar terug." (3) Nadien is De Goederen de waarde van mijn benadering gaan inzien dat kwijtschelden van nietbestaande lasten niets kost. Maar in zijn artikel ontbreekt op deze plaats de referentie.

(2) In de sectie ‘Mogelijke bezwaren’ zijn aan mij gedachten ontleend t.a.v. (a) verdringingseffecten, (b) marginale tarieven, (c) divergente indexering.

(3) In de ‘Slotopmerking’ is aan mij de constatering ontleend dat subsidies voor laagbetaalde arbeid compenseren voor ten onrechte geheven belastingen zodat het geen echte subsidies zijn.

Vervolgens refereert De Goederen in de tussenliggende sectie ‘Goedkope oplossing’ wel aan één van mijn boeken, en hij zegt iets over mijn analyse. Hieronder kom ik terug op het eenzijdige en misleidende t.a.v. die weergave. Eerst is het nuttig het punt van het evenwicht helder te krijgen. Er is nl. geen evenwicht tussen deze ene referentie en het gebruik van mijn gedachten elders. Wetenschappelijk verantwoord zou zijn om eerst een overzicht van mijn analyse te geven - en dan ook de verschillende referenties tot hun recht te laten komen - en volgens te komen met vermeende bezwaren en mogelijke oplossingen. Nu verspreidt De Goederen mijn gedachten over zijn artikel. Een mogelijke reden kan zijn dat verdere referenties maar zijn weggelaten om het artikel qua vorm leesbaar te houden. Inderdaad is het niet altijd doenlijk bij iedere gedachte een voetnoot te geven. Maar deze werkwijze gaat wel ten koste van het goede zicht op mijn analyse. Het probleem van de leesbaarheid had ook opgelost kunnen worden door de gebruikte elementen bij elkaar te zetten. Nu lijkt het alsof De Goederen zelf zo verstandig is al deze dingen te bedenken - en tevens lijkt het, op de plek waar wel aan mijn boek gerefereerd wordt, alsof ik maar een dom voorstel doe.
 

Vervolgens het misleidende en eenzijdige.

Het niet-refereren heeft al zo’n effect. Daarnaast zijn verschillende punten weggelaten: (1) dat ik een nieuwe synthese voor de macroeconomie presenteer, (2) dat mijn voorstel t.a.v. de werkloosheid en belastingen betrekking heeft op een schaarbeweging, (3) dat ik de optimale implementatie mede laat afhangen van (nog te maken) planvorming, (4) dat het proces hier mijns inziens het beste ingeluid wordt door een parlementaire enquête, zodat menigeen, en zeker het maatschappelijk middenveld, versneld van de nieuwe analyse op de hoogte raakt. De synthese komt hieronder weer aan de orde. Laten we eerst kijken naar de werkloosheid en de belastingen.

De door mij voorgestelde wettelijk vast te stellen en dan door iedereen berekenbare schaarbeweging wordt door De Goederen voorgesteld als:

"Toename van het aantal banen mag vrij snel worden verwacht waardoor de marginale wig tussen nieuw- en oud WML weldra voldoende beneden honderd procent kan komen. De markt zou hierop anticiperen waardoor binnen dit traject toch reeds direct banen ontstaan. (...) Dit scenario is speculatief en het is twijfelachtig of het probleemloos zal werken." Om de misleiding goed te begrijpen is het nodig dat ik iets meer op het punt inga.

(A) Ten eerste is het 100% scenario maar één van de mogelijkheden. Stel evenwel dat dit gekozen wordt. Dan wordt de startsituatie gegeven (a) door het nieuwe bruto WML gelijk te stellen aan het huidige netto WML, en (b) door alle lonen tussen netto & bruto weliswaar bruto meer te laten verdienen maar netto gelijk te houden. Werkgevers zouden dan geneigd lijken te zijn alleen banen op het netto WML aan te bieden. Mij gaat het dan om het effect dat mensen (en vakbonden) zullen onderkennen dat iemand, die tussen netto & bruto verdient, er in de toekomst sterker op vooruit zal gaan, omdat ook het 100% tarief op den duur - door de schaarbeweging - zal verdwijnen. Daarnaast heeft een hoger bruto loon ook betekenis in het sociaal verkeer. Werkgevers zullen het niet bezwaarlijk vinden toch dat hogere loon te betalen voor diegenen die inderdaad die hogere productiviteit hebben. Aldus is het een drogreden te beweren dat alleen banen op netto WML zullen ontstaan.

(B) Stel eventueel dat het 100% scenario aanvankelijk zeer ineffectief is, en dat maar honderdduizend banen ontstaan exact op het bruto = netto WML niveau. Dat is inderdaad weinig. Maar, evenzovele uitkeringen van 15 duizend gulden zijn uitgespaard, wat een bedrag is van 1,5 miljard gulden. Hiermee kan het tarief verlaagd worden, en kan de positieve spiraal beginnen. Mijn analyse geeft vervolgens antwoord op vele bedenkingen die ten aanzien van de mogelijkheden van zo’n proces zijn geopperd - onder andere door een betere analyse van de effecten van het marginale tarief.

(C) Door de term schaarbeweging geef ik aan dat er een overgangstraject bestaat vanuit het huidige regime van massale werkloosheid naar het hernieuwde regime van volledige werkgelegenheid. Hierbij zijn er maatregelen van tijdelijke en redelijke aard. De Goederen doet het echter voorkomen alsof de effecten onbillijk en duurzaam onbillijk zijn:

"Om ongewenst meeprofiteren van bijvoorbeeld deeltijdwerkers te vermijden zou deze regeling volgens Cool tot voltijdwerkenden moeten worden beperkt: dit is echter in strijd met het systeem van de inkomstenbelasting en zou onbillijke gevolgen hebben voor deeltijdwerkers. Aan deze beperking wordt dan ook voorbijgegaan." De werkelijkheid is dat mijn analyse uitkomt bij een tijdelijk overgangstraject dat niets zou kosten, terwijl De Goederen een ingrijpende systeemverandering t.a.v. een arbeidssubsidie kent die duurzaam geld zou kosten - en terwijl mijn aanpak geenszins onredelijk is.

T.a.v. de onbillijkheid: Mijn traject houdt wel degelijk vast aan het draagkrachtbeginsel van de inkomstenbelasting: het bestaansminimum is vrijgesteld van belasting. Deeltijdwerkers staan hier buiten en worden dan niet onbillijk behandeld. T.a.v. de duurzaamheid: Het systeem van de inkomstenbelasting is niet zo rigide als De Goederen voorstelt. Naast het huidige synthetische stelsel bestaan er ook analytische varianten. Het arbeidskostenforfait kan in dit licht bezien worden. Overigens is het synthetische stelsel superieur, maar voor het overgangstraject is een tijdelijke analytische fase alleszins acceptabel wanneer uiteindelijk (mogelijk na een vijftal jaren) weer bij het synthetische stelsel uitgekomen kan worden. Over het gehele traject gaat niemand erop achteruit - en velen vooruit.

Mijn analyse blijkt dus ook niet speculatief - omdat de argumenten nu goed zijn weergegeven.
 

Dan het punt van maltraitering van de economische wetenschap.

De Goederen verwijst niet naar de economische literatuur (behalve mijn ene boek - dat echter gericht is op een groter publiek dan alleen economen) maar naar statistieken en publicaties van SZW. Verwijzingen naar besprekingen van arbeidskostensubsidie zoals bijv. Cool (ander boek) (4) en Snower (5) ontbreken. Ik begrijp uit mijn contact met De Goederen dat hij vooral wenst te reageren op voorstellen van SZW en dat hij alleen ‘zijn eigen’ goedkopere alternatief wil geven, zodat hij meent dat het niet nodig is - althans niet voor hem - om meer te doen. Het probleem is echter dat door deze werkwijze wel een verkeerde voorstelling van zaken ontstaat. Dit is denkelijk het beste met een voorbeeld te verhelderen: Terwijl ik met een middel tegen AIDS kom, geeft De Goederen daarvan een afgeleide zwakkere variant, en zegt hij dat het alleen werkt wanneer je ook levertraan drinkt. Het lijkt me dat wetenschappers tegen zo’n verschijnsel mogen waarschuwen. Vooralsnog heb ik geen betere term dan ‘mishandeling’.

Twee aspecten zijn hier aan de orde. Het eerste is dat mijn analyse een nieuwe synthese voor de macro-economie omvat. Naarmate deze synthese zijn weg vindt in het vakgebied zullen de leerboeken herschreven worden, en op een gepast moment zal het beleid meegaan. Wat De Goederen ‘speculatief’ noemt is op grond van mijn analyse slechts logisch. (Ik heb hier een cruciale wiskundig-economische stelling bewezen.) De Goederen verwijst naar mijn boek, maar gaat zonder argumenten aan de inhoud van de analyse voorbij.

Het tweede is dat mijn analyse niet alleen de werkloosheid maar ook de verstarring in de voorbereiding van het economisch beleid centraal stelt. Op logisch-empirische grond kan het één niet meer zonder het ander. Mijn analyse uit 1990 past bij de toenemende belangstelling van economen voor instituties. Het is heus niet zo dat SZW niet in gelegenheid is geweest bijv. de bovenaangehaalde voorstellen van Cool en Snower te bestuderen. Sterker nog, de huidige minister, Melkert, was in 1990 parlementslid, heeft kennis van mijn analyse kunnen nemen, maar heeft zich niet ingezet voor de wetenschappelijk geadviseerde parlementaire enquête - zelfs niet toen een jaar later de WAO-crisis ontstond. Mijn analyse is in verschillende kranten aan de orde gesteld, en genegeerd (zie bijv. de verkiezingsprogramma’s). T.a.v. Melkert is slechts de conclusie mogelijk dat hij bewust voor zijn huidige beleid kiest. Het negeren van onwelgevallige logica heeft echter weinig met wetenschap te maken.
 

Dit is ook het punt waarop De Goederen geschiedvervalsing pleegt.

Hij stelt over een van mijn bijdragen, ditmaal ten aanzien van het Pareto-verbeterende karakter van mijn analyse: "Dit inzicht heeft niet de aandacht gekregen die het verdient. Het verschaft evenwel ook niet zonder meer een praktisch bruikbare oplossing, al wijst het in de goede richting." (6) De historisch correcte oorzaak waarom mijn analyse nog weinig aandacht heeft gekregen, is de tegenwerking door de directie van het Centraal Planbureau, en, het ongeloof van de omgeving dat dit het geval zou kunnen zijn. De suggestie dat iets anders het geval zou kunnen zijn, met name de impliciete suggestie dat vakgenoten op grond van vrije discussie, studie en argumenten mijn analyse als onpraktisch hebben afgewezen, is geschiedvervalsing.

Hier is het nuttig te memoreren dat ESB tot op heden artikelen van me weigert waarin ik op wetenschappelijke grond adviseer tot een parlementaire enquête naar de 20 jaar voortdurende massale werkloosheid en rol daarbij van de voorbereiding van het economisch beleid. De ‘argumenten’ die ESB voor afwijzing van deze artikelen gebruikt deugen fundamenteel niet. Bijvoorbeeld heb ik de redactie geadviseerd om mijn zeer leesbare bijdrage voor de Nederlandse Arbeidsmarktdag 1995 (7) bredere bekendheid te geven door het in ESB opnieuw af te drukken: maar dit werd geweigerd met het ‘argument’ dat mijn wetenschappelijk advies tot genoemde enquête ‘niet aan de orde is’. ESB is met dit soort drogredenen al jarenlang een van de institutionele belemmeringen voor de aanpak van de werkloosheid. Het is nuttig dit punt te memoreren omdat er nu een combinatie is van jarenlange blokkade en de recente geschiedvervalsing. Door het artikel van De Goederen zou het beeld kunnen ontstaan (a) dat iemand anders dan ik eindelijk een 100% praktische oplossing heeft, (b) dat er al jarenlang iets mankeert aan mijn analyse en artikelen (zodat die terecht geweigerd zijn). Wanneer dat beeld zich gaat vestigen, wordt niet alleen de integriteit van de wetenschap verder aangetast, maar - en daar zal menigeen misschien gevoeliger voor zijn - raken we nog verder van huis van de praktische Pareto aanpak van de werkloosheid.
 

Ter afsluiting

Alles overziend hebben De Goederen en de redactie van ESB een grove inbreuk gepleegd op gepaste publicatienormen en de integriteit van de wetenschap. Naast publicatie van deze reactie lijkt het me gewenst dat er een onderzoekscommissie wordt ingesteld.

 

7/10/96
Thomas Cool
 

Voetnoten

 
  1. A.C. de Goederen, “Arbeidssubsidie en de schatkist”, ESB 25-9-96, p795-798
  2. Weergegeven naar mijn herinnering. Aanwezig waren zo’n 200 mensen.
  3. Thomas Cool & A.C. de Goederen, “We maken de armoede zelf!”, 3-5-96. Voor de goede orde: Het ‘plan’ is van De Goederen, en ik kon dit artikel ondertekenen omdat de berekening correct leek. Ikzelf heb nimmer een plan gepresenteerd, maar slechts een analyse. Een plan dat aan mijn normen voldoet vereist o.a. doorrekening met een CPB-model. Overigens is één aspect van die doorrekening eenvoudig (nl. dat het niets kost), maar voor een ‘plan’ is het zinvol toch ook meer aspecten te beschrijven.
  4. Thomas Cool, “After 20 years of mass unemployment: Why we might wish for a parliamentary inquiry”, interne notitie CPB 1990, opgenomen in “Definition & Reality in the general theory of political economy. Some background papers 1989-1992”, Magnana Mu Publishing & Research 1992 (appendix p151-157)
  5. D. Snower, “Converting unemployment benefits into employment subsidies”, Discussion papers in economics 8/93, Birkbeck college, University of London
  6. De overwegingen van De Goederen om mijn analyse ‘niet praktisch’ te noemen zijn hierboven reeds eenzijdig en misleidend bevonden. Het is overigens een gotspé om mijn brede analyse te reduceren tot ‘dit inzicht’ t.a.v. het Paretiaanse karakter, en dan te stellen dat het geheel niet praktisch zou zijn. Ik ben alleen met de analyse naar buiten getreden omdat hij praktisch is.
  7. Thomas Cool, “Belastingstructuur, inflatie en werkloosheid”, CBS/NAD, “De Nederlandse ArbeidsmarktDag 1995”, CBS 1996, p173-188