Aan de minister van Economische Zaken
Afdeling POI
Postbus 20101
2500 EC ‘s-Gravenhage
 


Betreft:

Aanvulling op mijn brief van 29 maart 2002 en 4 april 2002
Uitspraken van de Centrale Raad van Beroep d.d. 21 februari 2002
98/447 AW, 00/4386 AW, en 00/4407-00410 en 00/4412 en 004414
En de uitspraak van de Rechtbank d.d. 22 juli 2003 AWB 02/02004 BESLU
5 september 2002
 
 
 

Geachte minister,
 

(1) In de uitspraak van de Rechtbank d.d. 22 juli 2003 AWB 02/02004 BESLU (bijlage) wordt aangegeven dat mijn brieven van 29 maart 2002 en 4 april 2002 zijn doorgestuurd als bezwaar, en dat de rechtbank geen aanleiding ziet om verandering in die situatie te brengen. Ter zitting heeft de rechter duidelijk aangegeven dat behandeling als bezwaar aan de orde is. Ook heeft mr. C.S. Bol aangegeven dat EZ beslist niet het oogmerk heeft de rechtbank voor het hoofd te stoten. Momenteel zijn zes weken verstreken waarin u de gelegenheid heeft gehad het bezwaar inderdaad door te sturen aan de bezwarencommissie. Mogelijk is wederom sprake van een kennelijke weigering ? Hoe dan ook, ter voorkoming van misverstanden verzoek ik u alsnog om tot deze doorzending aan de bezwarencommissie over te gaan. Ik zal niet aarzelen eventueel alsnog kennelijke weigering te constateren.

(2) Ter zitting heeft de rechter ook een juridische ‘impressie’ gegeven ten aanzien van mijn eerste verzoek t.a.v. de FPB voor de periode van 1 januari 1989 - 31 januari 1990. Het zou heel goed kunnen, ik ben vanzelfsprekend zeer beperkt in mijn juridische mogelijkheden, dat de Centrale Raad wel degelijk een oordeel heeft geveld, dat slechts vernietigd kan worden door de Europese Rechter. Mijn verzoek aan u tot het opmaken van de FPB kan zich dan ook als volgt vertalen: (a) een versterking van het (andere) verzoek om middelen beschikbaar te stellen om deze stap naar de Europese Rechter te maken, (b) het verzoek om mijn lezing te onderschrijven, dat de Centrale Raad niet onaangekondigd een FPB mag vaststellen als dit niet aan de orde is, en dat voor vaststelling getuigen gehoord moeten worden. Bij (b) kunt u altijd zelfstandig overgaan tot herzien van dit FPB danwel opstellen van een nieuw FPB.

Mijn verzoek is of u met de brieven van 29 maart 2002 en 4 april 2002 ook deze huidige brief en de stukken voor de rechtbank aan de bezwarencommissie toestuurt. Welbeschouwd zou de bezwarencommissie de beschikking moeten hebben over het hele dossier.
 
 

Met vriendelijk groet,
 
 

Thomas Cool

http://thomascool.eu