Aan de heer G. Zalm
Minister van Financiën
Postbus 20201
2500 EE Den Haag
 
 
 
 

In persoon

5 januari 2002
Betreft: Rechtszaak CPB-tijd
 
 
 

Beste Gerrit,
 

Nog mijn vertraagde gelukwensen met de roeping tot het hoge ambt. En wellicht doet het je genoegen te vernemen dat ik zie dat je redelijk veel goeds tot stand brengt - bijv. waar je t.a.v. het kapitaallasten-stelsel de aarzelingen in de oratie lijkt te hebben overwonnen.

Op 17 januari a.s. is denkelijk de laatste zitting in de zaak die onder jouw verantwoordelijkheid bij het CPB begonnen is. Voor de afhandeling daarvan is Henk Don aanspreekbaar. Het lijkt me echter gepast je vandaag ter informatie te schrijven aangezien ook jouw rol besproken wordt. In bijgaande stukken - de pleitnota, het opstel ‘Omzien in verwondering, en ook angst’ en ook het boekje ‘Werkloosheid en armoede, de oplossing die werkt’ - kijk ik terug op de laatste veertien jaar. Ik kan me voorstellen dat je wilt weten wat er over je gezegd wordt.

In mijn ervaring ben je vooral gevormd geraakt in de wereld van ambtenarij en politiek, en is de wetenschappelijke attitude minder ontwikkeld geraakt. Er is alle kans dat ik de rechtszaak om juridische redenen verlies, en dat de integriteit van de wetenschap daardoor blijvend is aangetast. De rechter kan bijvoorbeeld stellen dat bespreking van de analyse toegestaan had moeten worden, maar dat dit verder irrelevant is omdat ik inmiddels ontslagen ben. Terwijl het ontslag mede op de breidel is gebaseerd. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is dit alles onverantwoord. Ik denk niet dat je dit begrijpt, en dit ondersteunt mijn oordeel t.a.v. je attitude.

Het feit dat je nu inmiddels 7½ jaar minister bent, geeft anderzijds ook weer een kans om de kwestie op te lossen. Zoals ooit koning Philippus in een dronken bui een vrouw een ranseling wilde geven, en zij riep ‘Ik ga in beroep’, en hij weer brulde ‘In beroep ? Tegen wie ? Ik ben je koning !’, en zij antwoordde: ‘Ik ga in beroep bij Philippus wanneer hij weer sober is.’ Wellicht geeft je beleidservaring nu meer perspectief op mijn analyse, en kun je nu sober oordelen. (1) Is de wetenschappelijke borging van het CPB eigenlijk niet pover ? (Misschien mag ik een beroep doen op je gevoel voor humor: ze hebben zelfs jou benoemd.) (2) Hoe heeft het beleid het er sinds 1990 vanaf gebracht ? Had een parlementaire enquête naar de voorbereiding van het beleid niet veel meer helderheid en inzicht in de discussie kunnen brengen ? (3) Waar je eigen ‘belastingplan’ nog op verdraaide informatie is gebaseerd, idem ? (4) Waar Oost-Europa en voormalige USSR dramatische ontwikkelingen te zien hebben gegeven, met verlies van mensenlevens dat eigenlijk vermeden had kunnen worden, en met nog steeds een trage uitbreiding van de EU, idem ? (5) Nu je inmiddels zelf nadert tot een ‘elderly statesman’, kun je wellicht meer waardering opbrengen voor het taalgebruik in de gebreidelde notitie, en zie je wellicht in dat kritiek daarop en op het ‘gebrek aan ervaring’ onwetenschappelijk is - zoals men ook J.M. Keynes moeizaam kan verwijten dat hij op relatief jonge leeftijd ‘Economic Consequences of the Peace’ schreef en het gedrag van staatslieden besprak.

Voor de goede orde: In bijgevoegde stukken zie ik een complicatie in het feit dat je inmiddels ook een kandidaat bent voor het premierschap. Ik neem hier vanzelfsprekend een terughoudende en bescheiden positie in, en mijn eerste neiging is natuurlijk je andermaal geluk te wensen. Anderzijds moet ik wel opmerken dat je de wetenschap gebreideld hebt, en kan ik niet juichen om een premier die minder goed begrijpt hoe wetenschap werkt. Ik weet verder niet zo goed wat ik hiermee moet, behalve dat ik vind dat dit in ieder geval bekend zou mogen zijn. Ik probeer me wel voor te stellen hoe dit voor een politicus uitwerkt. Erkennen dat je het destijds verkeerd hebt gezien, kan de politieke positie schaden - en het zou weer schadelijk voor de wetenschap kunnen zijn omdat je nu dan niet meer ruiterlijk zou kunnen zeggen dat je het verkeerd hebt gezien. Maar dit kan weer problemen betekenen wanneer de breidel t.z.t. bekend raakt, en Nederlanders tot de ontdekking komen dat zij verkeerd zijn voorgelicht. In alle waarschijnlijkheid zie je de fouten van weleer niet, maar gaan mensen daar toch anders over denken, en dan geeft dat weer grote problemen. Anderzijds kan het ook de politieke positie ten gunste komen wanneer vroegere fouten worden toegegeven en hersteld. Het zijn allemaal maar lastige afwegingen. Mijn preferentie blijft natuurlijk openheid van zaken te geven. Een goede mogelijkheid lijkt me dat we NOVA vragen of zij een uurtje aan de kwestie willen besteden. Lijkt je dat ook geen goede aanpak ?
 
 

Veel wijsheid toegewenst,
Met vriendelijke groet,
 
 

Thomas Cool

cc. anderen, website

http://thomascool.eu