Aan de minister van Economische Zaken
T.a.v. de directie Personeel, Organisatie en Informatiemanagement
T.a.v. de Commissie Advisering Bezwaarschriften
Postbus 20101
2500 EC 's-Gravenhage

AANTEKENEN

14 februari 2000
Betreft: Bezwaarschrift t.a.v. het besluit van de directie van het CPB d.d. 4 februari 2000
 
 
 
 
 
 

Geachte minister,
Geachte commissie,
 
 

Bijgaand treft u een brief aan van de directeur van het CPB, d.d. 4 februari 2000, kenmerk D/9901103, welke twee besluiten bevat:

  1. Het besluit niet te reageren op mijn verzoek om ondersteuning van de gedachte dat mijn casus met terugwerkende kracht kan worden voorgelegd aan de beoogde Commissie Integriteit Rijksoverheid (CIR).
  2. Het besluit überhaupt niet meer op brieven mijnerzijds (over het arbeidsverleden alleen?) te reageren.
Besluit 2 lijkt me laakbaar in het algemeen. Er ligt nog een zaak voor bij de Centrale Raad, er dient in juni een zaak bij de gewone ambtenarenrechter, en überhaupt kan er altijd iets gebeuren, bijvoorbeeld een parlementaire enquête, waardoor men denkt dat een vraag aan de directie van het CPB (ook t.a.v. het arbeidsverleden) van nut kan zijn. Mijn vragen zijn altijd ter zake, en zoveel zijn het er niet, dus ook qua belasting kan ik dit besluit niet begrijpen. Overigens wijs ik erop dat het juist EZ is geweest die door nodeloze vertragingen en door machtsmisbruik ervoor gezorgd heeft dat e.e.a. meer doorlooptijd vergt. Ik verzoek u het algemene besluit te vernietigen.

Besluit 1 is een voorbeeld van het voorgaande. Er is een nieuwe ontwikkeling t.a.v. de nieuw op te zetten CIR, en waar mijn casus al sinds jaar en dag op het terrein van de 'klokkeluiders' ligt, is mijn verzoek aan de directie CPB om de casus aan de CIR voor te leggen niet verrassend en slechts billijk. Als zaken in het verleden goed geregeld waren, dan was de CIR nu ook niet nodig ! Echter, de directie wil niet eens over het verzoek nadenken ! De weigering hierover na te denken en gemotiveerd uitspraak te doen, schaadt de rechtsgang, ook waar ik de rechter de mogelijkheid heb voorgelegd pas uitspraak te doen dan nadat de CIR naar de situatie gekeken heeft. Ik verzoek u ook dit besluit te vernietigen, en het CPB op te dragen het verzoek serieus in behandeling te nemen.

Als bijlagen voeg ik toe:

(1) de brief van de directeur CPB,
(2) mijn oorspronkelijke verzoek,
(3) een ondersteunende verklaring van prof. dr. R. Gill t.a.v. dit verzoek,
(4) mijn brief van vandaag aan de rechter over de huidige rechtsgang,
(5) een artikel uit EZ-journaal over klokkeluiders.
Voor meer informatie verwijs ik naar mijn uitvoerige internetsite.

Met vriendelijke groet,
 

Thomas Cool
Rotterdamsestraat 69, 2586 GH Scheveningen
http://thomascool.eu, cool@dataweb.nl

Cc. betrokkenen