Aan de minister van Economische Zaken
T.a.v. de secretaris-generaal
Postbus 20101
2500 EC 's-Gravenhage

 

 25 maart 1999 AANTEKENEN
Betreft: Verzoek tot verschillende besluiten

 

  

 

Geachte minister,

 

Bij uw besluit van 18 februari 1998, kenmerk POI/98009040, heeft u besloten geen nieuw besluit te nemen t.a.v. een eerder vernietigd besluit.

Zoals besproken tijdens de zitting van de EZ bezwarencommissie betekent dit dat ik de iure ben teruggeplaatst in mijn functie bij het CPB, althans tot aan mijn ontslag in oktober 1991.

Waar ik in de periode tot april 1990 goed gefunctioneerd heb, er in april 1990 geen verplaatsing heeft plaatsgevonden danwel een ander besluit, en ik sinds april 1990 mijn nieuwe taakopdracht ("lezen en schrijven") naar behoren heb vervuld, o.a. door het schrijven van een advies tot een parlementaire enquête naar het CPB, moet ik concluderen dat de verkorte beoordeling van december 1990 (bijlage) en het aansluitende salarisbesluit abuis zijn.

Aangezien zulks in mijn belang is, verzoek ik u de verkorte beoordeling van december 1990 te herzien. Tevens zou er in normale omstandigheden sprake zijn van een periodieke verhoging - bij het CPB zelfs een dubbele periodiek - hetgeen leidt tot een nabetaling over de periode van januari tot oktober 1991.

Tevens zou gezien de brief van de directeur van het CPB van januari 1990 sprake zijn van een beoordeling aan het eind van 1990 m.b.t. een bevordering naar schaal 12, met wederom financiële gevolgen. Ik neem aan dat zo'n besluit gebaseerd wordt op een FPB. Ik verzoek u mij inzage te geven in deze FPB.

Aldus verzoek ik u de diverse besluiten te nemen welke logisch voortvloeien uit uw besluit van 18 februari 1998. Ik verzoek u hierbij een termijn van zes weken in acht te nemen. Bij in gebreke blijven zal ik mij tot de geëigende beroepsinstanties moeten wenden.

 

Met vriendelijke groet,

 

 

Thomas Cool

Cc. betrokkenen

(Rechtbank, Centrale Raad)