Aan de Voorzitter van de Centrale Raad van Beroep
Postbus 16002
3500 DA Utrecht

AANTEKENEN

25 maart 1999

Betreft: Beroepschrift t.a.v. zaak van de minister van EZ vs Cool, AWB 97 / 2348 AW d.d. 22 december 1997
 
 
 
 

Geachte voorzitter,

In mijn schrijven van 20 maart 1998 heb ik u verzocht de zaak niet in behandeling te nemen totdat de Haagse rechtbank uitspraak heeft gedaan t.a.v. de kwestie van de verplaatsing.

Inmiddels heeft de Haagse rechtbank uitspraak gedaan. Deze treft u hierbij.

Ik ben zeer geschrokken door de uitspraak van de Haagse rechtbank: niet alleen is men onlogisch, maar ook wordt mij de mogelijkheid van beroep bij uw college ontzegd.

In antwoord hierop heb ik (a) de voorzitter van de Haagse rechtbank om een gesprek verzocht, (b) de minister van EZ om besluitconsequentie verzocht.

Waar ik aanneem dat (b) zal leiden tot een nieuwe gang langs de diverse beroepsinstellingen, verzoek ik u de behandeling van de kwestie van de FPB uit te stellen totdat alle zaken wederom bij uw college verzameld behandeld kunnen worden.
 
 

Met vriendelijke groet,

Thomas Cool