Aan de Arrondissementsrechtbank Den Haag
Sectie Bestuursrecht
T.a.v. voorzitter
Postbus 20302
2500 EH Den Haag
 

In persoon
 

 

26 maart 1998

 
 

Geachte Voorzitter,

 

Vrijdag 20 maart 1998 zond ik u een beroepschrift, en woensdag 25 maart 1998 schrok ik van het feit dat ik in dat beroepschrift, in een bijlage, een belangrijk eerder oordeel van uw rechtbank had gekwalificeerd als: "Dit is puur facisme."

Waar ik van schrok was: dat dit echt mijn oordeel is vanuit mijn wetenschappelijke integriteit.

Op het moment van het schrijven van betreffend beroepschrift zelf, toen ik mij vooral concentreerde op de analyse en de zaak zelf, was mij de verdere draagwijdte van mijn conclusie nog ontgaan. Nu echter moet ik opmerken dat ik diep geschokt ben van deze conclusie.

Want de situatie is dan toch deze: dat een integer wetenschapper die zich tot uw instelling wendt en daar recht zoekt, gebracht wordt tot zo’n conclusie.

Mijn indruk is dat het nu niet onmiddellijk relevant is om u nu te zeggen om welke zaak het gaat. U kunt dat zelf ongetwijfeld snel uitvinden, indien u dit wilt. Belangrijker is, dat dit gegeven bestaat, in eerste instantie los van de vraag om welke zaak het nu gaat. Ik heb die conclusie moeten trekken, en het is schokkend.

Ik meld het u nu slechts. Ik weet zelf momenteel niet wat ik verder kan doen. Het is uw rechtbank, en ik kan het u in ieder geval melden en u deelgenoot maken van het hier gestelde.
 

U veel wijsheid toewensend,

 

 

Thomas Cool



This is a Net Conscience Page, version 1998-02-10, by Thomas Cool.