Overzicht van het falen van de media

Verweerschrift en mijn commentaar

Aan de Raad voor de Journalistiek 
Ter attentie van mevrouw mr. D.C. Koene, secretaris
p/a Joh. Vermeerstraat 22 
1071 DR Amsterdam 

Tilburg, 19 april 2005

Geachte Raad,

In verweer op de klacht van drs. Thomas Cool d.d. 25 maart j.l. deel ik u het volgende mede.

Commentaar van Thomas Colignatus 2005-04-27
Het initiatief tot het plaatsen op onze website www.globalternatives.nl van een recensie van het in deze klacht genoemde boek ging uit van de heren [sic] Cool. Hij beklaagde zich er in een e-mail van 30 november over dat dit boek nog steeds niet besproken was op onze website. Ik heb vervolgens mijn UvT collega dr. Frans Kerstholt bereid gevonden dit boek voor ons te bespreken. Wij zijn de heer Kerstholt zeer erkentelijk voor deze bespreking. (a) Wat is de relevantie van zo'n toeschrijven van een "initiatief" ? Globalternatives leek me een relevante groep, ik stuurde het boekje toe, dat leidde tot een positieve reactie en een uitnodiging voor een seminar, ik deed het voorstel tot een recensie, men ging daarop in. Ik kan i.h.a. niet verlangen dat men een recensie doet, dat maakt de redactie uit. Ik heb me op 30 november 2004 niet "beklaagd" maar ik heb slechts ge-informeerd hoe het ermee stond. Het is een belangrijk boek, een recensie zal ook voor deze Globalternatives zinvol zijn.
(b) T.a.v. mijn bezwaar bij de RvdJ t.a.v. de redacties van NRC etcetera ging het erom dat deze redacties onvolledig zijn, dat is iets anders. 
(c) Ook ik ben dr. Kerstholt erkentelijk voor zijn bereidheid en inspanning.
Hij geeft een weloverwogen oordeel over dit boek. Dat oordeel is kritisch zoals te verwachten is bij een goede recensie. (a) Het oordeel is op een belangrijk punt juist niet weloverwogen.
(b) Goede recensies dienen kritisch te zijn. Maar kritiek is geen bewijs van een goede recensie. Wanneer kritiek niet gefundeerd is, dan is het een slechte recensie. Maar zelfs dan is er sprake van vrijheid van meningsuiting. 
(c) Het punt is echter dat Kerstholt overgaat tot laster.
De heer Cool heeft zich met name gesoord aan het gebruik van het woord "verzaakt". De heer Kerstholt heeft goede argumenten om tot deze constatering te komen. Hij heeft die argumenten nog verder toegelicht in een e-mail van 24 maart j.l. gericht aan de vertrouwenspersoon van de UvT naar aanleiding van een klacht die de heer Cool bij hem had ingediende. Te uwer informatie voeg ik hierbij kopie van deze mail. Inmiddels heeft de heer Cool over deze vertrouwenspersoon een klacht ingediend bij het College van Bestuur van de UvT. (a) Het is niet alleen het woord. Het is de gedachte, die ook tot uitdrukking komt in de gehele passage en de eindconclusie.
(b) Het waren geen "goede" argumenten. In mijn bezwaar heb ik precies aangegeven waarom het geen goede argumenten waren en waarom de stelling lasterlijk is. De redactie gaan voorbij aan mijn inhoudelijke argumenten.
(c) Door alleen te melden dat ik zo'n bezwaar t.a.v. de vertrouwenspersoon heb ingediend kom ik een beetje te kijk te staan als iemand die tegen alles en iedereen bezwaar indien. Beter ware het geweest dat Globalternatives meldde dat mijn bezwaar is dat de vertrouwenspersoon voorbijgaat aan mijn inhoudelijke argument. Maar goed, ook Globalternatives gaat voorbij aan mijn inhoudelijke argument, dus het kost ze blijkbaar moeite om zoiets te zien.
Bovendien wil ik erop wijzen, dat de gewraakte zin rechtstreeks volgt uit de onmiddellijk voorgaande zin, die evenmin zonder voorafgaande informatie en argumentatie uit de lucht was komen te vallen. Ja, het is niet slechts een woord maar een heel betoog van de kant van dr. Kerstholt. Het is goed dat ik daartegen bezwaar maak want dit betoog is zonder grond en is lasterlijk.
De heer Cool heeft zich eraan gestoord dat wij de recensie van de heer Kerstholt niet in conceptvorm aan hem hebben voorgelegd. Ik vind dat vreemd, ik heb nog nooit meegemaakt dat het gebruik was/is om recensies eerst in concept aan de auteur(s) van een boek voor te leggen.  (a) Eerder heeft iemand mij een recensie vooraf ter commentaar voorgelegd. Dat was heel zinvol, want bevorderde de duidelijkheid. 
(b) De meesten hebben mij niet vooraf inzage gegeven, en dat ging vaak goed, maar in een enkele keer was het desastreus. Het is een moeilijk onderwerp, ik heb er veel ervaring in, recensenten veel minder.
(c) Ik heb inzage vooraf voorgesteld en verwezen naar deze slechte ervaring. De redactie heeft echter maling aan mijn ervaring.
(d) De redactie had kunnen constateren dat de recensent mijn integriteit en vakbekwaamheid ter discussie stelde. In mijn bezwaarschrift verwees ik naar de jurisprudentie: "Ik verwijs naar de cases “Peter R. de Vries tegen S. de Jong en de hoofdredacteur van HP/De Tijd” RvdJ 2003/43: “De kern van de klacht is dat in het artikel en de begeleidende reclameboodschap klagers integriteit als misdaadverslaggever ernstig in twijfel wordt getrokken, zonder dat hem gelegenheid tot wederhoor is geboden.” De RvdJ kritiseert dit en Globalternatives gaat daaraan voorbij.
Mijn conclusie is dezelfde als op 24 maart j.l. gemeld aan de heer Cool. Dr. Kerstholt heeft op weloverwogen wijze het werk van Cool en Hulst besproken en zijn mening over het boek heeft [sic] gegeven. Een normale taakopvatting bij het recenseren. Derhalve laten wij de recensie ongewijzigd op de website staan.  De redactie van Globalternatives gaat dus niet in op mijn argumentatie.
Vriendelijke groet,

Lou Keune
p/a XminY Solidariteitsfonds
De Wittenstraat 43-45
1052 AL Amsterdam


 
 
De uitspraak van de RvdJ t.a.v. de eerdere kwestie t.a.v. de redacties van NRC etc. heeft deze gevolgen voor deze kwestie t.a.v. Globalternatives. Hopelijk leidt het traject langs de wetenschappelijke integriteit  tot een oplossing.