(a) complete tekst zonder commenteer, (b) tekst met commentaar


Het spel en de knikkers

De Kamer krijgt vanaf nu eindelijk objectief advies van economen

Frank Kalshoven, de Volkskrant 12 maart 2005


Zou het Betuwlijn-debacle zijn voorkomen als kamerleden goed geïnformeerd waren over kosten en baten? Zou het AOW-fonds er gekomen zijn als het ging om een lege huls? Zou het tweede kabinet-Kok ook zo met belastinggeld hebben gesmeten als gezaghebbende mensen nuchter hadden vastgesteld dat dat op de toppen van de hoogconjunctuur onverstandig is?

Antwoord niet zonder meer ja, nee, en nee – hoe verleidelijk dat ook is. Toch is dat wat de Tweede Kamer graag zou horen.

Op initiatief van het CDA, gesteund door PvdA en D66, wordt komende week een Raad voor Economische Aangelegenheden (REA) ingesteld, een adviesorgaan van de Tweede Kamer. De raad wordt (in deeltijd) bevolkt door vijf academische economen van naam: Sylvester Eijffinger (Tilburg), Cees Koedijk (Maastricht), Arjen van Witteloostuijn (Groningen), Coen Teulings (Amsterdam, UvA) en Willem Buiter (Oost-Europa Bank en UvA). De vijf gaan de Kamer gevraagd en ongevraagd adviseren.

Het goede nieuws is dat het parlement zo weer een stapje zelfstandiger wordt. Ofschoon de Kamer officieel het hoogste gezag vertegenwoordigt in de Nederlandse politieke verhoudingen, is het kabinet, ondersteund door zo’n 120 duizend rijksambtenaren, toch een stukje sterker. Ook als er niet ronduit gelogen wordt – dat gebeurt alleen bij hoge uitzondering – maakt het kabinet de Kamer niet zelden gek met informatie. Te veel informatie is een probaat middel om zelfs het ijverigste Kamerlid te breken. Veel informatie met tegenstrijdige uitgangspunten werkt ook heel goed. En informatie die kennisarm is, daar kunnen veel Kamerleden al helemaal niet mee uit de voeten. De Raad voor Economische Aangelegenheden kan de Kamer helpen het bos te blijven zien tussen de bomen. 

Maar is hiermee ook voorkomen dat de Kamer instemt met de aanleg van zo’n spoorlijn, het AOW-spookfonds, en begrotingen accordeert die het financieringstekort doen oplopen zonder de burger meer waar te geven voor zijn geld? Nee natuurlijk.

We zouden het de Kamerleden zelf moeten vragen, maar ik vermoed dat ze donders goed wisten dat de goederenspoorlijn, AOW-fonds en uitgavenexplosie voorbeelden waren van slecht beleid. Ze stemden er toch mee in – uit politieke overwegingen. Kan zijn: coalitiebelangen. Kan zijn: oogt hier en nu daadkrachtig, en de rotzooi ruimt iemand anders later wel op. Kan ook zijn: zo wordt mijn partij voor een deel van het electoraat (vervoerders, AOW’ers, werknemers in de publieke sector) aantrekkelijker.

Hoe kleinzielig die politiek er soms aan toegaat, bleek deze week nog eens toen de VVD de definitieve stemming over de instelling van de Raad tegenhield. Kamerlid Jan Rijpstra over zijn diepe gedachten daarachter: ‘Waarom zit er geen VVD-econoom in de raad?’ Mijn tienerdochters hebben voor zulke mensen de term überloser paraat.

Van economen wordt wel gezegd: vraag er tien om hun mening en je krijgt er elf terug (omdat John Maynard Keynes, de Britse grootheid uit het interbellum, altijd twee opinies verkondigde). Maar over kwesties als de drie genoemde kunnen mensen met een beetje economische smaak niet op hoofdlijnen van mening verschillen. Dat er desondanks economen hebben gepleit voor spoorlijn, spookfonds en spendeerdrift is te wijten aan smaakgebrek en scoringsdrift.

Ga er dus eens van uit dat Eijffinger, Koedijk, Buiter, Teulings en Van Witteloostuijn in het komende proefjaar van de Raad uitsluitend scherp geformuleerde, unanieme opinies aan de Kamer zullen sturen, desnoods dwars tegen kabinetsplannen en informatiebormbardementen in. Neemt de Kamer dan nog uitsluitend verstandige besluiten? De kern van het probleem van de stomme besluiten schuilt in de spelregels, verbergt zich niet in de knikkerzak. De Raad voor Economische Aangelegenheden zou misschien een zuster kunnen krijgen die de Raad voor Politieke Moed kan worden genoemd. Deze politicologenraad zou dan vlijmscherp kunnen analyseren waarom de verstandige adviezen van de REA niet worden overgenomen: partijbelang, coalitiebelang, electorale overwegingen.

Gerrit Zalm, al in drie kabinetten minister van Financiën, heeft over het voorstel voor de REA gezegd: ‘Ik vind het helemaal niks.’ Kamer en kabinet beschikken volgens hem over voldoende inhoudelijke kennis. Waarom heeft hij dan toch ingestemd – als minister van Financiën nog wel – met de spoorlijn, het spookfonds en de uitgavenexplosie? Ik vermoed dat de Raad voor Politieke Moed daar, in alle objectiviteit, een bepaald vernietigende analyse van zou kunnen maken. 

De Raad voor Economische Aangelegenheden kan helpen de Kamer te wapenen tegen het kabinet; de Raad voor Politieke Moed zou burgers kunnen wapenen tegen politici.

Reageren? f.kalshoven @ volkskrant.nl
 


 
 

Het spel en de knikkers

De Kamer krijgt vanaf nu eindelijk objectief advies van economen

Frank Kalshoven, de Volkskrant 12 maart 2005

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Commentaar van Thomas Colignatus, 14 maart 2005

Dit artikel is een gotspe. Het is lucide geschreven en geeft de impressie van helderheid maar geeft lezers tegelijk onjuiste want onvolledige informatie. Wellicht betreft het hier slechts een column en kan Kalshoven theoretisch niet aangesproken worden op volledigheid, maar m.i. mogen de lezers door het karakter van deze rubriek wel degelijk adequate berichtgeving verwachten. Het lijkt er tevens op dat Kalshoven eindelijk zicht begint te krijgen voor de problematiek waar ik al 15 jaar aandacht voor vraag. Maar laat hij dat dan zeggen. Laat hij mijn werk eens serieus bestuderen en de lezers van de krant attent maken op de betere conclusies van bijv. "De ontketende kiezer" (2003).

De titel is al niet goed, immers:

(a) De politieke partijen hebben al hun wetenschappelijke bureaus, er zijn wetenschappers die deelnemen aan commissies, en zijn er bijdragen voor krant en tv. Vele economen aan de universiteiten claimen reeds wetenschappelijk en dus onafhankelijk advies te geven.

(b) De directie van het Centraal Planbureau stelt dat het bureau een onafhankelijk wetenschappelijk instituut is. Wanneer de Kamer en/of Kalshoven dat niet vinden, laten ze dat dan zeggen. 

(c) Ik protesteer tegen de censuur van de wetenschap door de directie van het CPB. Als het CPB echt een wetenschappelijk instituut is dan mag die censuur niet. Van de rechter mag het, met rare argumentatie. Een structurele oplossing is een Economisch Hof zodat de wetenschappelijkheid in de grondwet wordt verankerd en niet met een pennestreek kan worden aangetast.

Zou het Betuwlijn-debacle zijn voorkomen als kamerleden goed geïnformeerd waren over kosten en baten? Zou het AOW-fonds er gekomen zijn als het ging om een lege huls? Zou het tweede kabinet-Kok ook zo met belastinggeld hebben gesmeten als gezaghebbende mensen nuchter hadden vastgesteld dat dat op de toppen van de hoogconjunctuur onverstandig is?

Antwoord niet zonder meer ja, nee, en nee – hoe verleidelijk dat ook is. Toch is dat wat de Tweede Kamer graag zou horen.

(a) De voorbeelden zijn goed gekozen. Noem dan wel de namen van de economen die hierover geadviseerd hebben en die door de Kamer genegeerd zijn. Merk op dat je voorbeeld gedegen uitgewerkt moet zijn en tegelijk in hoofdlijnen door de burger te volgen.

(b) Voor de Betuwelijn: zie hier.

(c) Voor het AOW-fonds: zie hier.

(d) Mijn voorbeeld sinds 1990 is de werkloosheid.
 

Op initiatief van het CDA, gesteund door PvdA en D66, wordt komende week een Raad voor Economische Aangelegenheden (REA) ingesteld, een adviesorgaan van de Tweede Kamer. De raad wordt (in deeltijd) bevolkt door vijf academische economen van naam: Sylvester Eijffinger (Tilburg), Cees Koedijk (Maastricht), Arjen van Witteloostuijn (Groningen), Coen Teulings (Amsterdam, UvA) en Willem Buiter (Oost-Europa Bank en UvA). De vijf gaan de Kamer gevraagd en ongevraagd adviseren. (a) Jammer van die naam. Er is al een onderraad van de ministerraad die zo heet.

(b) Dat "gevraagd en ongevraagd" kan nu ook al.

(c) Dit zijn niet zulke imposante namen. Vijf Belgen waren misschien beter geweest. Zie mijn advies tot ontslag van de hoogleraren economie (pdf) van 1 januari 2005.

Het goede nieuws is dat het parlement zo weer een stapje zelfstandiger wordt. Ofschoon de Kamer officieel het hoogste gezag vertegenwoordigt in de Nederlandse politieke verhoudingen, is het kabinet, ondersteund door zo’n 120 duizend rijksambtenaren, toch een stukje sterker. Ook als er niet ronduit gelogen wordt – dat gebeurt alleen bij hoge uitzondering – maakt het kabinet de Kamer niet zelden gek met informatie. Te veel informatie is een probaat middel om zelfs het ijverigste Kamerlid te breken. Veel informatie met tegenstrijdige uitgangspunten werkt ook heel goed. En informatie die kennisarm is, daar kunnen veel Kamerleden al helemaal niet mee uit de voeten. De Raad voor Economische Aangelegenheden kan de Kamer helpen het bos te blijven zien tussen de bomen.  (a) De Kamer is al zelfstandig. Het probleem is dat er te weinig scheiding van machten is t.a.v. het gebruik van informatie.

(b) Als de Kamer het wil, kunnen scherpe vragen ook tot die helderheid leiden. Het probleem is echter vaak dat Kamerleden ook zelf belang hebben bij een zekere vaagheid. Zie het voorbeeld van het vroegere Kamerlid Jan van Zijl.
 
 
 
 
 

Maar is hiermee ook voorkomen dat de Kamer instemt met de aanleg van zo’n spoorlijn, het AOW-spookfonds, en begrotingen accordeert die het financieringstekort doen oplopen zonder de burger meer waar te geven voor zijn geld? Nee natuurlijk.

We zouden het de Kamerleden zelf moeten vragen, maar ik vermoed dat ze donders goed wisten dat de goederenspoorlijn, AOW-fonds en uitgavenexplosie voorbeelden waren van slecht beleid. Ze stemden er toch mee in – uit politieke overwegingen. Kan zijn: coalitiebelangen. Kan zijn: oogt hier en nu daadkrachtig, en de rotzooi ruimt iemand anders later wel op. Kan ook zijn: zo wordt mijn partij voor een deel van het electoraat (vervoerders, AOW’ers, werknemers in de publieke sector) aantrekkelijker.

Hoe kleinzielig die politiek er soms aan toegaat, bleek deze week nog eens toen de VVD de definitieve stemming over de instelling van de Raad tegenhield. Kamerlid Jan Rijpstra over zijn diepe gedachten daarachter: ‘Waarom zit er geen VVD-econoom in de raad?’ Mijn tienerdochters hebben voor zulke mensen de term überloser paraat.''
 
 
 

(a) Kalshoven spreekt het "vermoeden" uit dat Kamerleden "donders goed wisten" dat er sprake was van "slecht beleid". Dit vermoeden is duidelijk in strijd met de ervaring.

(b) Hoe kan Kalshoven nu consistent Kamerlid Jan Rijpstra zien als iemand (b1) die volgens tieners een überloser is, (b2) die graag onafhankelijk advies wil, (b3) maar wel met VVD-inbreng, (b4) die "donders goed weet" dat er sprake is van "slecht beleid" wanneer zoiets het geval is ? Ik geef toe, wanneer X of Y gestoord is, dan is het moeilijk om een consistent beeld van X of Y te geven, maar, ga dan niet beweren dat X of Y "donders goed weet" dat er sprake is van "slecht beleid" wanneer zoiets het geval is.

(c) Het inkijkje in huize Kalshoven stemt droef. In plaats van dat pappa Kalshoven de dochters vertelt dat ze hun mond moeten spoelen omdat je iemand niet zomaar kunt uitschelden, neemt pappa het uitjouwen gewoon over. Waar halen die dochters die mentaliteit vandaan, van het schoolplein of van pappa zelf ? De betere moraal is: (c1) respect voor Kamerleden, want hun vak is moeilijk, (c2) zakelijke kritiek per onderwerp, (c3) kritiek op de persoon mag, maar pas nadat je de nieren geproefd hebt en (c1 & 2) niet tot verbetering hebben geleid zodat je duidelijk met een manipulant te maken hebt.

Van economen wordt wel gezegd: vraag er tien om hun mening en je krijgt er elf terug (omdat John Maynard Keynes, de Britse grootheid uit het interbellum, altijd twee opinies verkondigde). Maar over kwesties als de drie genoemde kunnen mensen met een beetje economische smaak niet op hoofdlijnen van mening verschillen. Dat er desondanks economen hebben gepleit voor spoorlijn, spookfonds en spendeerdrift is te wijten aan smaakgebrek en scoringsdrift.
 
 
(a) Er zijn meer dan drie problemen.

(b) Er zijn meer motieven dan smaakgebrek en scoringsdrift.

(c) Een Economisch Hof kan tot een redelijk oordeel komen zonder dat alle economen het met elkaar eens zijn. Zoals ook de Hoge Raad tot een oordeel komt zonder dat alle juristen het met elkaar eens zijn. Het gaat hier om de functie van scheiding der machten en niet om de absolute waarheid.

Ga er dus eens van uit dat Eijffinger, Koedijk, Buiter, Teulings en Van Witteloostuijn in het komende proefjaar van de Raad uitsluitend scherp geformuleerde, unanieme opinies aan de Kamer zullen sturen, desnoods dwars tegen kabinetsplannen en informatiebormbardementen in. Neemt de Kamer dan nog uitsluitend verstandige besluiten? De kern van het probleem van de stomme besluiten schuilt in de spelregels, verbergt zich niet in de knikkerzak. De Raad voor Economische Aangelegenheden zou misschien een zuster kunnen krijgen die de Raad voor Politieke Moed kan worden genoemd. Deze politicologenraad zou dan vlijmscherp kunnen analyseren waarom de verstandige adviezen van de REA niet worden overgenomen: partijbelang, coalitiebelang, electorale overwegingen.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
(a) Aanvankelijk dacht ik dat Kalshoven dit idee van die "Raad voor Politieke Moed" (RPM) als ironie bedoelde, om duidelijk te maken waar het aan scheelt. Maar, wanneer hij zijn RPM bevolkt met politicologen, dan blijkt dat hij het toch wel enigszins serieus bedoelt. Het is dan een dwaling.

(b) Het scheelt inderdaad aan een ruggegraat. De ruggegraat die nodig is, is die t.a.v. wetenschappelijk onderbouwde informatie. Deze ruggegraat kan worden aangebracht door een Economisch Hof dat een begroting met een veto treft wanneer de informatie misleidend is.

(c) Politicologische bespiegelingen over partijbelang, coalitiebelang, electorale overwegingen doen niet ter zake voor de democratische besluitvorming. Waar of onwaar is voldoende, niet het politieke motief waarom het onwaar is. Een politicus zal zelden expliciet zulke motieven bekennen. Soms verwijst men naar het regeerakkoord, maar wellicht is men het er dan stiekum mee eens en durft men het niet voor de achterban te bekennen. Politici zijn tot alles in staat. Politicologen hebben daar geen rol bij, behalve als externe waarnemers die vaak ook maar wat raden omdat ze ook niet in de hoofden van mensen kunnen kijken.

Gerrit Zalm, al in drie kabinetten minister van Financiën, heeft over het voorstel voor de REA gezegd: ‘Ik vind het helemaal niks.’ Kamer en kabinet beschikken volgens hem over voldoende inhoudelijke kennis. Waarom heeft hij dan toch ingestemd – als minister van Financiën nog wel – met de spoorlijn, het spookfonds en de uitgavenexplosie? Ik vermoed dat de Raad voor Politieke Moed daar, in alle objectiviteit, een bepaald vernietigende analyse van zou kunnen maken. 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
(a) Zalm heeft gelijk t.a.v. "helemaal niks".

(b) Zalm heeft ongelijk t.a.v. de motivatie van "voldoende inhoudelijke kennis". Ministers, Kamerleden en medewerkers ten departemente kunnen best onvoldoende wetenschappelijke kennis hebben. Wetenschap is een andere tak van sport. Nodig is een Economisch Hof op wetenschappelijke grondslag.

(c) Een analyse "vernietigt" niet. Daarvoor is een grondwettelijke macht nodig. Bijvoorbeeld de kiezers. Kiezers hebben al zo'n drie keer de kans gehad om Zalm weg te stemmen, ook al is zo'n "vernietigende analyse" te schrijven, zelfs door "VVD-economen". Maar kiezers hebben tot nu toe op hem gestemd - wegens hun eigen electorale overwegingen. Conclusie is dat je kiezers hier ook niet kunt vertrouwen. Wanneer het probleem complex is dan liever een Economisch Hof dat toeziet op de kwaliteit van de informatie die voor de besluitvorming wordt gebruikt.

De Raad voor Economische Aangelegenheden kan helpen de Kamer te wapenen tegen het kabinet; de Raad voor Politieke Moed zou burgers kunnen wapenen tegen politici. 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
(a) Alles "kan". Maar zal het ook ? Niet alleen bewapening tegen het kabinet maar juist ook de Kamer zelf.

(b) Er is nog geen "Raad voor Politieke Moed". Door al 15 jaar durende censuur van de wetenschap en de bijna zolang falende journalistiek is de burger nog steeds onbeschermd.

(c) De REA brengt de oplossing weer verder weg. Door zo'n REA is het fundamentele probleem niet opgelost, zullen sommigen eerst denken van wel maar daarna gefrustreerd afhaken. De economische wetenschap komt in een kwader daglicht.

(d) Het zou verstandig zijn wanneer deze REA als eerste "ongevraagd advies" komt met een reflectie op de warrige argumentatie die tot de eigen instelling heeft geleid, en adviseert tot een parlementaire enquete naar de voorbereiding van het economisch beleid.

Reageren? f.kalshoven @ volkskrant.nl In mijn ervaring heeft reageren weinig zin. Zie de kwestie bij de Raad voor de Journalistiek. Maar stuur Kalshoven gerust een emailtje dat zijn stukje niet deugt en vraag hem eens waarom hij "De ontketende kiezer" (2003) nooit besproken heeft. Door de slechte journalistiek van de Volkskrant heeft ook de discussie in de Kamer over de REA schade ondervonden. De Kamer blijft natuurlijk zelf verantwoordelijk voor de informatie die tot de REA heeft geleid, maar, in het publieke domein falen de media.

 
 
 

Toelichting t.a.v. het "AOW-spaarfonds".

In 1996 was Jan van Zijl, destijds PvdA-Kamerlid en nu voorzitter van de Raad voor Werk en Inkomen, de "aanjager" van het "AOW-fonds".

Op 26 februari 2005 schreef Kalshoven in "Het spel en de knikkers" deze boude uitspraak: 

"Destijds, in 1996, confronteerde ik Van Zijl met het leugenachtige karakter van zijn pijnloze oplossing." 
Van Zijl zei toen: "de spaarpot heeft een belangrijk politiek-psychologisch effect." 

Kalshoven (26 februari 2005): 

"Dat psychologische effect bestond er dus uit dat mensen dachten dat het vergrijzingsprobleem werd opgelost. Gratis. Is dat een leerzame geschiedenis of niet? Hoed u voor praatjesmakers." 
Op 3 maart 2005 reageerde Van Zijl: "Kalshoven neemt een loopje met feiten over AOW". Daarin verdedigt hij zich: "Dat het hier niet slechts ging om een virtuele operatie, bleek wel uit de grote moeite die Melkert aanvankelijk had met het hele idee." 

Deze verdediging slaat nergens op. Ad Melkert is niet de objectieve rechter over de vraag of zaken wel of niet een virtueel karakter hebben. Ad Melkert is een politicus. Zie het opstel Soms loopt het zo.

Van Zijl gebruikt deze analogie:

"Honderduizenden [sic] mensen maken door aflossing van de hypotheekschuld ruimte voor toekomstige extra uitgaven voor bijvoorbeeld de studiekosten van de kinderen. Zolang men die ruimte niet gebruikt voor nieuwe langlopende verplichtingen, is er niets aan de hand."
Dit is een verkeerd voorbeeld. Omdat Van Zijl geacht moet worden om te weten waarover hij het heeft, is het ook een demagogisch voorbeeld. Immers, die mensen uit het voorbeeld staan bij zo'n aflossing in contract met een andere partij die eventueel het huis kan opeisen.

Bij het AOW-fonds heeft de overheid alleen met zichzelf te maken. 

Het juiste voorbeeld is: iemand schrijft in zijn dagboek dat hij een uitgave, die hij zich al heeft voorgenomen (de Kamer heeft al voor de AOW gekozen) deze ook te betalen. Fantastisch, hij heeft nu twee keer besloten dat hij de uitgave zal doen, de ene keer in het begin, en de tweede keer om "psychologische" redenen. Merk op: die psychologie betreft vooral de buitenwacht, die op het verkeerde been wordt gezet.

Want het is nog helemaal niet geregeld dat die uitgave straks ook gedaan kan worden. Zoals Jan van Zijl beseft: er zijn straks ook andere verplichtingen, die ofwel uit belastingen, leningen of bezuinigingen betaald moeten worden. Eventueel is er straks in 2020 een tekort, en verwijst iemand naar het "fonds", maar, is er reden om dat "fonds" nog niet aan te spreken en juist te "bewaren" voor de toekomst in 2030 als het echt zwaar weer wordt. Wellicht acht men het beter om voor de periode 2020-2030 de AOW te verlagen. Wat heb je dan veiliggesteld ? Hallo, Jan ? Wellicht de stemmen van ouderen die er weinig van begrijpen ?

Van Zijl weet ook nog een andere drogreden:

"Greenspan, voorzitter van de Federal Reserve, en directeur Wellink van De Nederlandsche Bank doen niet anders, maar dat zijn natuurlijk geen leugenaars en praatjesmakers, omdat ze niet behoren tot de kaste (politici) waarvan veel journalisten qualitate qua vinden dat het leugenaars zijn."
Het is soms onvoorstelbaar hoeveel spagghetti een politicus kan veroorzaken:

(a) Van Zijl hanteert de logica: "Als je iets zegt dan is het gebaseerd op kennis en ervaring. Greenspan en Wellink doen dat. Dan kan ik het ook." Nee, zo werkt het niet.

(b) Journalisten en Van Zijl moeten onjuistheden aan de orde stellen, bij elkaar en ook bij Greenspan en Wellink. Er is inderdaad ook nog wat mis t.a.v. de positie van de Centrale Banken. Er is ook nogal wat mis bij de journalisten.

(c) Van Zijl: "Het door mij uitgedragen idee was afkomstig van De Nederlandsche Bank en werd door de DNB ook van harte ondersteund (ook allemaal praatjesmakers en leugenaars?)." 

(c1) Merk dan op dat DNB tot doel had om politici voor zichzelf in bescherming te nemen, met een dubieuze implementatie. DNB had helemaal niet het doel de kiezers te misleiden. 

(c2) Het zou van kennis van zaken getuigd hebben wanneer Van Zijl dit idee van DNB had afgeschoten. Er bestaat het verschijnsel van "oormerken" van inkomsten maar dat is hier niet aan de orde.

(c3) Had Van Zijl het doel om politici voor zichzelf in bescherming te nemen of ging het hem om het "psychologische" effect dat, zoals Kalshoven opmerkt, kiezers dachten dat het vergrijzingsprobleem werd opgelost ? 

PM. Het is interessant om te lezen dat Jan van Zijl ook zelf onder invloed staat van "psychologische" effecten. Het gaat dan met name om de daadkracht waar ook Jan Peter Balkenende voor staat en waar Van Zijl denkelijk in mee moet gaan omdat anders zijn RWI en zijn positie wegbezuinigd worden zoals al bijna dreigde te gebeuren:

"En om maar meteen te voorkomen dat ik door Kalshoven volgende week opnieuw wordt weggezet als zachte heelmeester: in de gezondheidszorg, het onderwijs, de sociale zekerheid en het arbeidsmarktbeleid zijn volgens mij ingrijpende en vaak pijnlijke maatregelen nodig om tot een moderne verzorgingsstaat te komen en deze toekomstbestendig te maken."
In het opstel Soms loopt het zo (1994) had ik al een beeld gegeven van Jan van Zijl en het treft me dat hij over al deze jaren niet veranderd is. Het vermogen om gebrek aan kennis en opportunisme met dadendrang te combineren blijft imponeren. Jammer dat hij geen journalist is geworden.