Opinie: Integriteit en vertrouwen


Erasmus Magazine 24 maart 2005
 

De Erasmus Universiteit en het Erasmus MC beschouwen wetenschappelijke integriteit als kernwaarde. Wetenschappelijke integriteit is voor 99,999% in het onderzoek zelf ingebakken. Echter, in 0,001% van de gevallen – een schatting met de natte vinger – kan toch een extra inspanning nodig blijken. De huidige regulering kent echter omissies, is de ervaring van Thomas Colignatus.

In april 2004 deed ik mijn dienstleiding op de FGG een melding van een vermoeden van een misstand ten aanzien van de wetenschappelijke integriteit naar aanleiding van de gang van zaken rondom een seminar over de stelselherziening in de gezondheidszorg. De behandeling van deze kwestie heeft juist ook last gehad van de regelgeving omtrent integriteitsvraagstukken omdat werkende weg problemen daarin aan het licht kwamen. De gemelde kwestie zelf is nog steeds niet onderzocht.

Ik zou meer aspecten kunnen noemen, maar beperk me tot één punt. Het belangrijkste probleem in de huidige regelgeving is de omissie in de interne richtlijnen van de landelijke eisen:

(1) De eigen Rotterdamse “Richtlijnen wetenschappelijke integriteit” uit 1997 stellen:

“Gevallen waarin het vermoeden bestaat dat een persoon in dienst van of op andere wijze betrokken bij de Erasmus Universiteit Rotterdam zich niet als een goed beoefenaar van de wetenschap heeft gedragen, worden aangemeld bij de meest gerede decaan.”
(2) Er is ook het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) van de KNAW, met het landelijk reglement uit 2003 en de onderliggende “Notitie Wetenschappelijke Integriteit” van de KNAW, NWO en VSNU uit 2001. Deze hebben in principe voorrang boven de eigen interne regelingen omdat de universiteit zelf gekozen heeft aan de VSNU mee te doen. Het LOWI reglement bevat een Toelichting waarin het woord “moeten” voorkomt:
“In de eerdergenoemde notitie worden de procedures beschreven die binnen de universiteiten en binnen KNAW en NWO moeten worden gevolgd bij klachten over wetenschappelijk wangedrag (...). De besturen van de universiteiten en van NWO en KNAW hebben op zich genomen bij hun instelling of organisatie één of meer vertrouwenspersonen aan te stellen aan wie vermoedens van wangedrag kenbaar gemaakt kunnen worden.”
(3) De landelijke notitie bepaalt ook: 
“Aangezien de vertrouwenspersoon adviseert aan het bevoegd gezag is een personele unie van vertrouwenspersoon en lid van het bestuur van de Instelling, decaan of directeur van een onderzoekschool, onderzoek- of onderwijsinstituut niet mogelijk.”
Bij mijn melding in april 2004 heb ik expliciet gesteld dat in Rotterdam een dergelijke vertrouwenspersoon ontbreekt. Nu in maart 2005 ben ik daar nog steeds naar op zoek. Ik zou het erg waarderen indien enkele wetenschappers van de EUR zich bij mij melden om voor mij deze essentiële vertrouwensfunctie te vervullen. Ooit zullen de Rotterdamse besturen zich wel aan het LOWI conformeren, maar op korte termijn is de integriteit van de wetenschap ermee gediend dat de melding met enige spoed door anderen dan mijzelf wordt getoetst.

Thomas Colignatus is op dit moment ‘between jobs’ (http://thomascool.eu)
 

PM. Zie ook hier.