Zie het overzicht
Aan het Secretariaat
KNAW, LOWI
D.G. de Hen, secretaris
tel. 020-5510703
dirk.de.hen / a t / bureau.knaw.nl 
Postbus 19121, 1000 GC Amsterdam
 

Betreft: Uw uitspraak d.d. 4 februari 2005 (kenmerk LOWI 2005-1221) n.a.v. mijn melding van 
20 december 2004    

9 februari 2005
 
 
 

Geachte heer De Hen,

Ik richt mij in deze brief andermaal aan het LOWI, en niet aan u in persoon. In ons telefoongesprek n.a.v. uw uitspraak, bovengenoemd, stelde ik een vraag, waarop u niet kon ingaan, omdat u mogelijke misverstanden wenste te vermijden die zouden kunnen ontstaan door aanvullende toelichtingen. Om deze reden lijkt het me verstandig om deze vraag expliciet aan het LOWI zelf te stellen, opdat men in gezamenlijke vergadering tot zo’n aanvullende toelichting zou kunnen komen en zodat misverstand hierover inderdaad vermeden worden. Mijn verzoek is ook of u mij op schrift wilt antwoorden. Vanzelfsprekend is het LOWI niet gehouden om mij t.a.v. deze verzoeken tegemoet te komen, maar het betreft wel een verduidelijking van uw uitspraak die m.i. uitermate zinvol is.

Gaarne zag ik van het LOWI de toelichting tegemoet, en hopelijk ook een motivering, dat het LOWI in uw uitspraak, bovengenoemd, afwijkt van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) artikel 6:2, die inhoudt dat het óók een besluit is wanneer een bestuur (kennelijk) weigert een besluit te nemen.

Hetgeen ik in mijn brief van 20 december 2004 aan u voorlegde was de kennelijke weigering van de decaan en de Raad van Bestuur van het Erasmus MC om mijn melding in behandeling te nemen, welke melding ik deed in mijn brief van 30 juli 2004 aan de decaan van het Erasmus MC, en welke melding mijn vermoeden betrof van een misstand omtrent de wetenschappelijke integriteit, inderdaad te omschrijven als "wetenschappelijk onderzoek voorbereiden, verrichten en over de resultaten daarvan publiceren overeenkomstig algemeen aanvaarde normen van wetenschappelijk handelen". De kennelijke weigering is nogmaals gedocumenteerd in het besluit van de instelling van 16 december 2004 t.a.v. mijn interne beroep t.a.v. die weigering.

Vanzelfsprekend is het LOWI geen bestuursorgaan en slechts een adviesorgaan. Dit betekent overigens slechts dat uitspraken van het LOWI niet zijn te toetsen door de bestuursrechter. Dit betekent evenwel niet dat het LOWI het bestuursrecht kan negeren. Onderzoekers en de instellingen werken onder het bestuursrecht en het LOWI zou hier rekening mee mogen houden.

Waar het Erasmus MC onder het bestuursrecht valt, geldt deze bepaling Awb 6:2 voor de decaan en de Raad van Bestuur van het Erasmus MC. De kennelijke weigering is door de Bezwarenadviescommissie (BAC) vastgesteld, en dus bestaat er het besluit ‘de zaak niet in behandeling te nemen’. Het LOWI is dus abuis wanneer het in uw brief stelt dat er ‘geen besluit’ van de decaan zou zijn. De enige reden voor de BAC om de interne bezwarenprocedure tegen dit besluit niet-ontvankelijk te achten was dat de interne regeling omtrent de wetenschappelijke integriteit geen zodanige juridische status (CAO) zou hebben dat daarvoor intern bezwaar en beroep open zou staan. Men zou denken dat het LOWI is opgericht om dan juist in die leemte te voorzien.

Eventueel is de uitspraak van het LOWI, bovengenoemd, tot stand gekomen doordat sommige leden van het LOWI niet doorzien hebben dat men hier afwijkt van de Awb en dat men doet alsof de instelling en onderzoeker niet onder de Awb vallen. De positie van het LOWI is hier vaag, en het is zinvol dat expliciet wordt verduidelijkt dat men afwijkt. Door deze duidelijkheid te verschaffen wordt immers ook duidelijk dat besturen van instellingen, die te maken krijgen met een onwelgevallige melding, ermee kunnen volstaan, althans wat het LOWI betreft, deze niet in behandeling te nemen. Wellicht is het ook de situatie dat sommige leden van het LOWI zich dit alles niet gerealiseerd hebben.
Voor de goede orde merk ik op dat ik het LOWI niet verzoek om de zaak opnieuw in behandeling te nemen. Indien het LOWI uit eigener beweging op zijn schreden terugkeert en alsnog zou besluiten om de decaan van het Erasmus MC te adviseren om mijn melding wél in behandeling te nemen, dan zou ik daar natuurlijk blij om zijn. Maar u heeft uw uitspraak gedaan en ik vraag u niet om een nieuwe behandeling. Ik zou wel graag de verduidelijking op schrift willen zien dat u zich niet conformeert aan het algemene beginsel van het bestuursrecht en de constatering van de BAC en mijzelf dat een kennelijke weigering ook een besluit is.

Voor de goede orde merk ik op dat het mij uiteindelijk gaat om de inhoudelijke behandeling van mijn melding en dat ik het zeer betreur dat anderen allerlei psychologische en juridische drempels opwerpen om tot zo’n behandeling te komen.

Voor de goede orde merk ik op dat het LOWI wel degelijk bevoegd is mij een vertrouwenspersoon t.a.v. de wetenschappelijke integriteit toe te wijzen, aangezien ik u deze toestemming heb gegeven. Ik meld het maar, voor het geval iemand anders in de toekomst zo’n verzoek aan u richt, en dat u weer denkt dat u dan niet bevoegd zou zijn. Voor de goede orde meld ik dat de interne regeling bij het Erasmus MC (alsmede de EUR) geen vertrouwenspersoon in de zin van het LOWI kent. De interne regeling wijst de decaan aan terwijl de notitie van het LOWI stelt dat dit niet de decaan kan zijn. Sinds april 2004 heb ik met geen enkele vertrouwenspersoon t.a.v. de wetenschappelijke integriteit over mijn vermoeden van een misstand t.a.v. de wetenschappelijke integriteit kunnen spreken. Dit is Nederland in 2005.

Voor de goede orde meld ik dat ik deze brief ook aan anderen zal laten lezen.

Hoogachtend,
 

Thomas Colignatus / Thomas Cool
http://thomascool.eu