Aan het College van Bestuur van de Erasmus Universiteit en de Rector Magnificus
Mw. dr. J.C.M. van Eijndhoven, voorzitter College van Bestuur
Prof.dr. S.W.J. Lamberts, Rector Magnificus
Postbus 1738
3000 DR Rotterdam
 
 

Betreft: verzoek tot instelling van een onderzoek en schorsing van decaan FGG en afdelingshoofd MGZ voor de duur van dit onderzoek, zulks n.a.v. de weigering van de decaan FGG d.d. 16 december 2004 om een melding d.d. 30 juli 2004 van een vermoeden van een misstand t.a.v. de wetenschappelijke integriteit in behandeling te nemen (de kwestie van het seminar van prof. dr. W. van de Ven over de stelselherziening in de gezondheidszorg) 

23 december 2004 
 
 
 

Geacht College van Bestuur en Rector Magnificus,
 

Op 30 juli 2004 dit jaar deed ik aan de decaan van de Faculteit der Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen (FGG) van de Erasmus Universiteit een melding betreffende "Integriteitskwesties Erasmus MC en MGZ, ontslagbrief". Deze melding betreft een vermoeden van een misstand t.a.v. de wetenschappelijke integriteit en daarin verzoek ik de decaan om een onderzoek in te stellen, en het afdelingshoofd voor de duur van dit onderzoek als afdelingshoofd te schorsen.

Deze melding is mijns inziens niet correct behandeld. 

Ik neem in overweging dat u aan te spreken bent ten aanzien van het optreden van de decaan.

Alles afwegende lijkt het me verstandig u te verzoeken om instelling van een onderzoek van hetgeen ik meldde en de behandeling van de melding, en schorsing van decaan FGG en afdelingshoofd MGZ voor de duur van dit onderzoek.

Voor de goede orde merk ik op:

(a) Ik heb de weigering van de decaan ook voorgelegd aan het LOWI van de KNAW, zie mijn brief d.d. 20 december 2004. Deze brief is te vinden op mijn website via de link http://thomascool.eu/Thomas/Nederlands/TPnCPB/MedischEthisch/2004-12-20-LOWI.html
Waar het LOWI niet kan besluiten over mijn bovenstaand verzoek aan u staat mijn verzoek aan u dus op zichzelf en zou het onjuist voor ieder van ons zijn het advies van het LOWI af te wachten. Gezien de ervaringen met het LOWI is het bovendien maar de vraag of men mijn brief zorgvuldig behandelt en ook gezien de tijd zou direct optreden door u aan te bevelen zijn.

(b) Voor de goede orde merk ik op dat de kwestie ook op mijn website gedocumenteerd is, waarbij u voor lezing van de files het password [VOORALSNOG GEHEIM] moet gebruiken, via deze link: http://thomascool.eu/Thomas/Nederlands/TPnCPB/MedischEthisch/index.html
Hier is ook mijn brief van 30 juli 2004 aan de decaan te vinden.

(c) Reden u te schrijven is ook enige onduidelijkheid t.a.v. de bevoegdheden van Erasmus MC en de EUR. Indien u hier bevoegd blijkt, wat t.a.v. de decaan toch zou mogen gelden, dan verzoek ik uw verantwoordelijkheid te nemen, waar de decaan FGG en de Raad van Bestuur van het Erasmus MC dit hebben nagelaten.

Relevant voor deze punten zijn de volgende aspecten:

(1) Als bijlage bij deze brief treft u het besluit d.d. 16 december 2004 van de voorzitter van de Raad van Bestuur van het Erasmuc MC, mede namens de decaan FGG, betreffende mijn brief van 30 juli 2004 aan de decaan. Hierbij zijn het advies van de Bezwarenadviescommissie (BAC) en het "verslag" van de hoorzitting van de BAC opgenomen als eigen bijlagen. 

Overigens acht ik het bezwaarlijk dat het bestuur van het Erasmus MC, in een telefoongesprek met mr. M. Spit, heeft afgewezen om mij dit besluit met bijlagen ook digitaal ter beschikking te stellen. Dit belemmert mij zeer in het contact met anderen over deze zaak. Ik verzoek u de decaan aan te sporen mij die stukken wel digitaal ter beschikking te stellen, cq. deze zelf aan te vragen en dan aan mij ter beschikking te stellen.

Overigens komt het "verslag" voor rekening van de secretaris van de BAC: dit is niet opgesteld via een bandopname met vervolgens ondertekening door beide partijen. Op een paar punten is het "verslag" verwarrend of onjuist. Ook is de commissie niet ingegaan op mijn verzoek om het advies eerst nog in concept met mij te bespreken, zodat het advies m.i. de nodige dwalingen vertoont. Het verbaast me dat mensen op een dergelijke onzorgvuldige wijze met de integriteit van de wetenschap en de toekomst van een persoon durven omgaan. Wat mij zeer stoort is dat mijn opstelling in de periode na het seminar vertekend wordt weergegeven. Er wordt gesteld dat ik niet bereid zou zijn om aan een oplossing mee te werken, terwijl ik daarvoor juist mijn best deed. Het lijkt me essentieel dat mijn standpunt hier gehoord en verwoord wordt door een wetenschappelijk raadspersoon.

Voor mijn bezwaar op het punt van de wetenschappelijke integriteit t.a.v. dit besluit van de decaan verwijs ik naar de inhoud van mijn brief aan het LOWI.

(2) Mr. M. Spit van het Erasmus MC was zo vriendelijk mij een kopie van de "richtlijn wetenschappelijke integriteit" toe te zenden. Deze blijkt door u te zijn medegedeeld aan de medewerkers van de EUR op 31 oktober 1997 met kenmerk CvB / 145.735, en te zijn vastgesteld op advies van het College van Decanen. Blijkens de brief van het bestuur van het Erasmus MC d.d. 16 december 2004 zou deze regeling ook nog gelden voor wetenschappelijke onderzoekers van het Erasmus MC, en dus ook voor mij gedurende mijn aanstelling aldaar tot 1 augustus 2004. Deze richtlijn is mij dus pas gisteren bij de post onder ogen gekomen - zie mijn toelichting in de brief aan het LOWI - maar het bestuur van het Erasmus MC, inclusief de decaan, vindt dat mijn brief van 30 juli 2004 daaronder zou vallen, en daarin kan ik mij verenigen. Wonderlijk is dan dat mijn brief van 30 juli 2004 aan de decaan is gericht maar dat de decaan tot op heden niets gedaan heeft.

Na mijn incorrecte ontslag bij het Erasmus MC per 1 augustus 2004 acht ik mij nog steeds en waar relevant gebonden aan deze richtlijn wetenschappelijke integriteit. Het is daarbij van belang een punt te verduidelijken ten aanzien van de bepalingen in artikel 6 in die regeling ten aanzien van de geheimhouding, en met name "Al hetgeen in het kader van deze regeling wordt besproken en op schrift wordt gesteld, is vertrouwelijk. De betrokken personen zijn tot geheimhouding verplicht." Het is de bedoeling van de decaan geweest om via het ontslag de banden van de FGG met mijn persoon te beëindigen. Onduidelijk kan zijn hoe dit zich verhoudt tot de gebeurtenissen vóór en na 1 augustus 2004. Laat ik daartoe verhelderen dat ik de regel hanteer dat ik t.a.v. mijn melding van 30 juli 2004 vooralsnog die geheimhouding bewaar, maar dat ik publiekelijk protesteer tegen de verzaking door de decaan. Dit publieke karakter van het protest is ingegaan via mijn persbericht van 2 en 4 november 2004 ten behoeve van de openbare behandeling op 8 november 2004 van mijn bezwaarschriften aan Raad van Bestuur van het Erasmus MC en decaan FGG t.a.v. ontslag en kennelijke weigeringen waaronder de weigering te reageren t.a.v. mijn brief van 30 juli 2004. Mijn brief aan het LOWI staat in vrij leesbare vorm op het internet om hierover vrijelijk met anderen te kunnen communiceren. Voor de goede orde meld ik dat ik ook deze brief aan u in deze vrij leesbare vorm op mijn website zal opnemen. Verzaking van regelingen ten aanzien van de wetenschappelijke integriteit kan op geen enkele wijze onder de geheimhouding vallen die de regelingen zelf wel vragen.

(3) Waar de kwestie die ik u voorleg complex is, verzoek ik u om mij een vertrouwenspersoon (voor de instelling) toe te wijzen die de kwestie wél in behandeling wil nemen. Tevens verzoek ik u mij een raadspersoon (voor mijn persoon) toe te wijzen die me kan assisteren bij het nader toelichten van de kwestie, ten behoeve van de zorgvuldigheid en begrijpelijkheid en dat u pas daarna naar de kwestie kijkt. Mijn hoop is aldus dat u het in dit stadium nog niet als uw eigen taak beschouwt om de kwestie reeds te beoordelen, maar dat u eerst bevordert dat er zo’n kwaliteitsslag heeft plaatsgevonden. Vanzelfsprekend, mocht het niet mogelijk zijn dat u zulke voorafgaande assistentie aan mijn persoon ter beschikking stelt, dan is mijn verzoek dat u de kwestie hoe dan ook beoordeelt, waarbij ik dan wel moet aantekenen dat er een hoger risico van onbegrip is. Overigens, ik kan het belang van zo’n raadspersoon niet genoeg benadrukken, zeker waar het mij tot nu toe – in strijd met de regelingen van de instelling – aan een vertrouwenspersoon bij de instelling ontbroken heeft. Mijn verzoek aan u is de kwestie met de nodige zorg en spoed in behandeling te nemen.
 

Hoogachtend,
 

Thomas Colignatus / Thomas Cool
http://thomascool.eu