Homo Homini Lupus

 

 

Het acht uur journaal van 3 juli 1993 toonde ons de 27 jarige Rus Sasha die in zijn kost voorzag door een stal jongetjes van zo’n 6 tot 8 jaar aan heren in autos ter beschikking te stellen. Gelegen op zijn groezelige matras legde Sasha trots uit dat deze handel winstgevender was dan die in wapens en drugs.

Deze scene beroert de diepe en bittere woede die ieder weldenkend en welvoelend mens al jaren in zich weet. Telkens weer worden grenzen van beestachtigheid overschreden die eerst onmogelijk leken. Waar we afgesproken hadden dat we van WO II geleerd hadden, kregen we eerst armoe en honger ver weg - en toen dicht bij huis de genocide, de concentratiekampen en verkrachtingen in Joegoslavië. (1)

De mens is de mens een wolf - dit wordt al geconstateerd sinds het begin van de jaartelling. Maar dat de mens zo is, is nimmer een goede reden tot acceptatie geweest. Het is juist reden tot verzet.

Woedend maar waardig, koel en rechtvaardig, verzet tegen de schoften (2) van deze wereld.

Verzet kan. Het werkt. Het middel dat duurzaam gebleken is, is de sociale en liberale rechtsstaat. Ontsporingen worden hier ontmoedigd, worden afgestraft. Het tuig krijgt niet de kans zich te organiseren. Wanneer je je wilt teweerstellen tegen de wrede kant van de menselijke natuur, dan betekent dat, dat je je moet inzetten opdat de hele wereld voor zo’n sociale en liberale rechtsstaat gaat kiezen.

Een klein land als Nederland lijkt weinig te kunnen doen. "Doen" is nauwelijks het goede woord. "Doen" is vrij zinloos wanneer andere landen het vooral zelf moeten regelen. Echter, Nederland kan wel een voorbeeldfunctie vervullen en een lichtend baken zijn voor stuurloze landen die best willen weten hoe het eventueel ook kan. Dit is de belangrijkste bijdrage die Nederland op dit moment kan leveren. Dat dit zo is, is geen hoogmoed. Buitenlandse beleidsmakers zeggen soms zelf dat ze wel eens naar Nederland kijken. Het is ook zeer logisch. Natúúrlijk kijken andere landen naar hoe zaken in het welvarende Nederland geregeld zijn.

Het cruciale voorbeeld op dit moment is hoe je de werkloosheid op een nette manier kunt aanpakken. Werkloosheid is de sleutelvariabele. Ook wel voor Nederland, maar we zijn zo rijk dat het voor ons vooral een luxe-probleem is. Het gaat juist om de andere landen. Met name Rusland en Oost Europa. Sinds het vallen van de Berlijnse Muur in 1989 tikt daar een economische, sociale en ook nucleaire tijdbom. De topprioriteit is dat iemand, een land, laat zien dat werkloosheid oplosbaar is.

Het is hier, op dit punt, dat Nederland een groot verschil kan maken. Wanneer we bereid zijn tot enige zelfkritiek, dan lukt het ons die werkloosheid aan te pakken, en dan zijn we daarin een voorbeeld voor de rest van de wereld. Dat lukt echter alleen wanneer Nederland bereid is tot het allermoeilijkste. Nederland zou namelijk bereid moeten zijn tot zelfkritiek.

Dit is een oproep aan de waarden van dit land. Aan ons sociaal gevoel, onze vrijheidsdrang en ons gezonde verstand. Zo men wil: de traditie van Erasmus, Spinoza en Tinbergen. Een beroep op die grote namen is nodig en geoorloofd: want voor de bereidheid om ons kwetsbaar op te stellen moeten we het beste in ons aanroepen.

In het voormalige oostblok worden grote volksmassas in hun eerste levensvoorwaarden en bestaanszekerheid bedreigd. Hoge inflatie holt de inkomens uit. Werkloosheid bedreigt een geestelijk weinig weerbare bevolking. Werkloosheid betekent niet een minimale uitkering zoals hier, maar bittere kou en direct gevaar voor het leven. De georganiseerde misdaad rukt op - want een mens moet eten. In februari 1994 (NRC 2/2/94) berichtte de internationale arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties, de ILO, dat de werkloosheid in Rusland al was opgelopen tot minstens 10 procent, en dat het ergste nog moet komen bij de privatisering van de grote staatsbedrijven. De werklozen krijgen 7 dollar per maand, "ongeveer een vijfde van wat volgens de ILO nodig is voor een bestaansminimum". De inflatie is zo’n 20 procent per maand, weliswaar teruggebracht van 30 procent per maand, maar voor hoelang ? De Volkskrant van 19/7/94 berichtte:

"In 1993 daalde de levensverwachting voor de Russische man in een tijdsbestek van twaalf maanden met 3,5 jaar tot gemiddeld 59 jaar. (...) Doodsoorzaak nummer één is drankmisbruik (...) Volgens Russische sociologen hebben de veranderingen veel mensen uit het lood geslagen, zoals ook blijkt uit de sterke stijging van het aantal zelfmoorden."

 

In zo’n wereld vallen bepaalde politici terug op nationalistische sentimenten en bruut geweld om macht te verwerven en te behouden. Wat er dan kan gebeuren laat zich beschrijven met Joegoslavië en Ruanda - en met Weimar en Hitler-Duitsland.

Wat er in Joegoslavië gebeurde, is vooraf voorspeld. De westerse politici, de pers, de grote massa hadden er alleen geen ogen voor en luisterden niet. Joegoslavië is de eerste vervulling van een voorspelling die bij de val van de Berlijnse Muur in 1989 ten aanzien van heel het oosten is gedaan. De couppoging tegen Gorbatsjov in 1992 had bij een wat ander verloop net zo goed kunnen slagen. En nog is Rusland niet rustig.

Joegoslavië bijt de spits af omdat de wolven daar meer kans kregen. Het waren de "oud-communisten" onder leiding van Milosevic die hun macht niet wilden verliezen. Door een oorlog te beginnen konden zij de teugels aantrekken en hun machtspositie zo lang mogelijk rekken. Er zijn natuurlijk ook andere factoren. Maar die andere factoren mogen de kern niet verduisteren. Nationalistische en religieuze gevoelens zijn instrumenten voor machthebbers om hun macht te handhaven en te vergroten. Het is niet het nationalisme - of antisemitisme - zelf, dat de wolven voedt, nee, het is de bewuste politieke motor, die dergelijke sentimenten als instrument hanteert. Een uitspraak als deze heette vroeger extreem te zijn. Dat is die dus niet. Velen zullen inmiddels wel hun naïviteit verloren hebben. Velen zullen de rol van de bewuste politiek in Joegoslavië en Ruanda inmiddels wel onderkennen.

Het oosten is explosief. Letterlijk explosief. De kernenergiecentrales aldaar zijn krakkemikkig en nieuwe Chernobyls zijn denkbaar. Voor een centrale kunnen essentiële voorraden plotseling ontbreken, of, door economische tegenslag worden ingenieurs en operators fatalistisch, zelfdestructief of gewoon ladderzat. Het Britse blad The Economist schreef in december 1992 in zijn vooruitblik voor 1993:

"Een of andere volksstamleider zou de hand kunnen leggen op een van de 30.000 kernkoppen die in de ex-USSR rondslingeren. Met alles in Rusland zo onbeheersbaar geworden (...) lijkt de westerse nonchalance over het lot van het overbodige kernwapenarsenaal aldaar riskant."

 

Sindsdien is de situatie niet echt verbeterd. De Oekraïne gebruikt de nucleaire anarchie op haar grondgebied bewust als breekijzer voor onderhandelingen. De FBI kwam op 4 juli 1994 met het bericht (NRC 4/7/94) dat de georganiseerde misdaad in Rusland en Oost Europa verantwoordelijk is voor "diefstal en verspreiding van nucleair materiaal, een fenomeen dat tot ‘een nucleaire ramp’ kan leiden".

 

Het is meer gezegd: onze kinderen wacht zo een stralende toekomst.

Europa negeert de vulkaan onder zijn voeten. John Kenneth Galbraith heeft die bepaalde vorm van ‘tevredenheid’ al treffend beschreven en aan de kaak gesteld. Maar zelfs Galbraith’s welsprekendheid kan weinig bereiken. Voordat Europa in beweging komt moeten eerst huis en haard bedreigd worden. Het is wederom een kwestie van tijd. Het westen zal in beweging komen. De grootste zorg is dus te zorgen dat die onvermijdelijke beweging een zinvolle richting krijgt, en dan zo vroeg mogelijk.

Het kenmerk van ieder goed voorstel is dat het oosten zichzelf moet helpen. Het westen schept slechts de voorwaarden daartoe. Directe inmenging kan maar heel beperkt. Goede suggesties zijn hier vooral subsidies voor scholing, kranten en tv. Zorgen dat het papier er daadwerkelijk is. Een Marshall-plan is zeker nuttig wanneer de zaak begint te lopen maar is dan ook bijna overbodig (hoewel je zoiets toendertijd in Nederland niet moest durven beweren). De topprioriteit is en blijft dat Nederland of een ander Westers land laat zien dat werkloosheid oplosbaar is. Juist de druk vanuit het oosten kan het westen ertoe brengen iets te accepteren waar het zelf voordeel bij heeft.

Het gunstige scenario is dit. Nederland laat zien dat werkloosheid aan te pakken is. Het verzamelde bewijs bestaat dan uit (1) de jaren 1950-1970 voor alle OECD landen, (2) Zweden, (3) Japan, (4) Nederland volgens een reeds bestaand CPB scenario in een lange termijn studie naar 2015, en (5) Nederland anno 1994 als eye-opener. Los van tijd en cultuur blijken dan normale economische wetten te gelden en te zijn bewezen. Vervolgens zullen internationale organen zoals OECD en IMF overstag gaan. Andere westerse landen volgen het voorbeeld. Handelsbeperkingen kunnen dan teruggebracht worden tot het minimum ten aanzien van oneerlijke praktijken zoals uitbuiting van mens en milieu. Dan kan het oosten gaan exporteren en de buitenlandse valuta verdienen voor de aanschaf van moderne investeringsgoederen, die nodig zijn om op de wereldmarkt mee te komen. Het oosten kan dan ook werkloosheidsregelingen financieren - die weinig gebruikt hoeven worden maar wel het gevoel van zekerheid versterken.

Hoe komt dit scenario van de grond ?

Het verbijsterende van de zaak is deze. Er is geen objectieve noodzaak voor massale werkloosheid. De economische wetenschap heeft vaak genoeg beschreven hoe met de huidige werkloosheid om valt te gaan. Werkloosheid is inefficient. Aanpakken van de werkloosheid zorgt dat iedereen erop vooruit gaat. In wetenschappelijke tijdschriften is een en ander al voldoende vaak besproken. Er is alleen een collectief onvermogen om bestaande kennis toe te passen. Dat wil in concreto zeggen: mensen op verantwoordelijke posities weigeren die kennis tot zich te nemen en/of toe te passen.

In Nederland moet vooral gedacht worden aan het kwijtschelden van lasten voor de laagste loongroepen. Het netto minimumloon is te handhaven, wanneer de bruto kosten daarboven afgeschaft worden. Dat kan vooral door de belastingvrije voet op de hoogte van het bestaansminimum te kiezen. Doordat uitkeringen bespaard worden kunnen de lasten voor hogere inkomens uiteindelijk ook omlaag.

Dat dergelijke voorstellen om de werkloosheid aan te pakken toch niet tot beleid leiden, komt vooral door het bestaan van belangen - niet zozeer in ‘de maatschappij’ maar juist in de beleidsvoorbereiding. Dat verbaast niet. Economen hebben voldoende vaak belangenverstrengeling beschreven. Die kan overal voorkomen. Het cruciale van de huidige situatie is dat de hier relevante belangenposities zijn gebaseerd op een gebrek aan kennis juist ook bij de buitenwacht. Wanneer het grote publiek zou weten dat werkloosheid aan te pakken is, dan zou het op veel maatregelen wel anders reageren.

Medeverantwoordelijk zijn onze belangrijkste politici. Zij allen beweren op te komen voor werk en een redelijke inkomensverdeling, en voor een vreedzame ontwikkeling in Oost Europa. Maar zij allen hebben jaar in jaar uit meegewerkt aan massawerkloosheid, aantasting van de inkomensverhouding, en belemmering van de kansen van Oost Europa. De Nederlandse en Europese politieke leiders weten bijvoorbeeld maar al te goed welke rol Milosevic gespeeld heeft. Zolang ze ‘niet weten’ wat ze met Joegoslavië aanmoeten, laten ze het maar zo. Men schijnt ‘alleen’ niet te weten: dat je de werkloosheid kunt aanpakken en dat daardoor de hele politieke situatie anders wordt.

Medeverantwoordelijk zijn onze beleidsvoorbereidende instellingen. In Nederland is er het Centraal Planbureau dat een grote invloed op het denken ten aanzien van de werkloosheid heeft. Het CPB is een ambtelijke bureau onder politieke verantwoordelijkheid en geen naar objectiviteit strevende wetenschappelijke instelling. Wat het CPB, althans de directie daarvan, over werkloosheid schrijft is met een grote korrel zout te nemen.

Er is een gemengde verantwoordelijkheid van CPB en de politici die het werk van het CPB gebruiken. Het zou op zijn plaats zijn een parlementaire enquête te houden naar de voorbereiding van het economisch beleid en met name de rol van het CPB daarin. Bij een meningspeiling onder onderzoekseconomen in 1992 ondersteunde 40% deze gedachte. Zo’n enquête zou de beleidsverstarring doorbreken waardoor nu cruciale informatie niet tot de discussie doordringt.

De westerse samenlevingen zijn ten prooi aan een bepaalde verstarring, en de voortdurende massale werkloosheid getuigt daarvan. De gebeurtenissen in Rusland en Oost Europa bij de val van de Muur hebben een voorbeeld gegeven van bureaucratische en maatschappelijke verstarring. De risico’s van de grote onttakeling die daar plaatsvindt dwingen ons naar de eigen instituties te kijken. De stabiliteit in de wereld blijkt daar sterk van af te hangen. Met name hangt die af van de vraag hoe onze parlementen omgaan met wetenschappelijk advies. Dat is een institutionele kwestie die zich, zolang er weinig expliciete wetten zijn, afspeelt in het bereik van normen en waarden en van sociaal-psychologische conventies. Belangrijke economische besluiten zijn daarmee afhankelijk van omgangsvormen tussen mensen, en niet gereguleerd met voldoende toetsingsmomenten. Het "het oosten zichzelf laten helpen" is daarmee een stuk moeilijker, want het vergt van ons een grote geestelijke inspanning ten aanzien van onszelf, ons eigen falen, onze eigen mensen.

Nederland zou de moed tot zelfkritiek moeten tonen. Dat is een van de moeilijkste politieke processen die er bestaan. Dat is daarmee een taak die zou passen bij een van de duurzaamste democratieën ter wereld. Nederland kan überhaupt weinig anders doen of betekenen. Het is daarom een voorstel dat zinvol aan het Nederlandse publiek en zijn politieke klasse voorgelegd kan worden.

Doorgronden we de menselijke natuur, dan is dit toch de redelijke actie.
 
 

Voetnoten

 
  1. Dit stukje begint met genoemde Rus omdat het volgende te erg is en de lezer had kunnen afschrikken.
    Op zondag 15 november 1992 stond voor het programma Mona Lisa op de Duitse tv aangekondigd dat het over de arbeidsmarkt ging. Maar de redactie koos Joegoslavië. Bericht werd dat minstens 50.000 vrouwen systematisch waren verkracht en gemarteld. Kinderen waren voor de ogen van hun ouders verkracht tot ze stierven. Vrouwen waren de borsten afgesneden. Een Joegoslavische vertelde dat ze haar folteraar moest afzuigen en het sperma moest inslikken; en toen ze overgaf, moest ze het braaksel oplikken. Dag in dag uit, maand na maand. Na een half jaar werd ze weggestuurd, zwanger van het kind van haar folteraar, te laat om nog abortus te kunnen plegen.
  2. Sommige schoften ontstaan ‘door’ een situatie, maar dat is hier niet aan de orde. Een wetenschappelijk verantwoorde definitie van ‘schoft’ is bijvoorbeeld: iemand veroordeeld door een tribunaal à la Neurenberg.