Zo leren we nooit iets van parlementaire enquête

Gertjan Dijkink
 
de Volkskrant, 17 maart 1999
 
 

Nu de Bijlmer-enquête is afgerond, rijst de vraag wie de schuld zal krijgen van wat fout ging. Juist die vraag staat een zinvolle discussie in de weg, meent Gertjan Dijkink. In plaats van regels en procedures aan te scherpen, doen we er beter aan kritisch denken te bevorderen. 
 
 

GETUIGE de commentaren in het nieuws is de belangrijkste vraag na de afronding van de verhoren in de Bijlmer-enquête wie in dit drama als hoofdschuldige zal worden aangewezen. Helaas is dat ook de vraag die tot nu toe bij parlementaire enquêtes iedere zinvolle discussie in de weg staat. 

Niet dat onze bewindslieden hebben uitgeblonken door speurzin of door een overmaat aan intuïtie voor wat er allemaal mis kan gaan, maar eigenlijk valt ze dat nauwelijks te verwijten. Wij prefereren in dit land nu eenmaal bewindslieden en politici die zich niet door verbeelding maar door regels en een technocratisch oordeel laten leiden. 

Het is dan ook geen wonder dat we bij een onderzoek naar tragische gebeurtenissen vooral verantwoordbaar [dVk maakt hiervan: 'verdedigbaar'] gedrag tegenkomen. Het probleem van de risico-maatschappij (zoals de Duitse politicoloog Ulrich Beck onze huidige maatschappij noemt) is echter dat het kunnen vermijden van ongelukken eerder om verbeelding vraagt dan om bestuurlijke degelijkheid. 

De weg naar misstanden die het onderwerp vormen van parlementaire enquêtes is doorgaans geplaveid met goede bedoelingen. Ambtelijk geknoei, samenzweringen, grove verwaarlozing van regels en plichten: vergeet het maar. Vaak is het morele druk uit de politiek zelf of  vanuit belangrijke lagen van de samenleving die onontkoombaar heeft geleid naar een resultaat dat ons later zo onaangenaam treft. 

Pas toen de steun aan het noodlijdende RSV-concern boven de miljard was gestegen begonnen politici zich af te vragen waarom men zich met zo'n uitzichtloze zaak had gecommitteerd, maar iedere beslissing om weer een paar honderd miljoen in de scheepsbouw te storten was steeds met het volle verstand genomen. 

Pas toen de Nederlandse militairen in Srebrenica niet in staat bleken om een massamoord te stoppen, begonnen we na te denken over de vraag waarom ze militair niet wat beter voor die taak toegerust naar het gebied waren gestuurd (of misschien liever helemaal niet). 

Zijn er dus vreselijke fouten gemaakt? Welnee, wie vooraf had gewezen op het gevaar van militaire tegenacties door de Serviërs had als repliek gekregen dat het om een 'vredesmissie' [dVk laat ' weg] ging. Een naïeve opvatting zeker, maar wel één die breed gedragen werd. 

Het zijn vaak morele of prestige overwegingen in de Nederlandse politiek - de werkgelegenheid moet gesteund worden, Nederland's imago vergt deelname aan vredesmissies - die ervoor zorgen dat een beleid zonder clausules wordt gevoerd. 

Natuurlijk is het zo dat ieder parlementair onderzoek onregelmatigheden aan het licht brengt maar daardoor moeten we ons niet van de wijs laten brengen. [dVk: door laten misleiden]. Wie eenmaal het vergrootglas van een onderzoek op een willekeurige werksituatie legt, zal allerlei onreglementairs ontdekken. Soms gaat het om menselijke zwakten, maar vaak is het ook alleen maar mogelijk om een taak goed te verrichten door enigszins af te wijken van regels. We weten toch wat het beproefde middel is om de moderne samenleving te 'ontregelen' [dVk laat ' weg]: de stiptheidsactie. 

Zolang infiltratieoperaties in het drugsmilieu tot opsporingssuccessen leidden, maakte niemand zich druk om de ambtelijke en wettelijke regulering van het opsporingsbeleid. Pas toen politie en justitie zelf het lijdend voorwerp dreigden te worden van een crimineel spel [dVk: criminele milieus] kwamen justitieambtenaren in de beklaagdenbank terecht ('IRT'-enquête). 

De onvermijdelijkheid van zulke ontwikkelingen was trouwens al vijftien jaar eerder uitvoerig in de Amerikaanse literatuur gedocumenteerd en behoorde tot de intellectuele bagage van iedere Nederlandse criminoloog in de jaren tachtig (zie bijvoorbeeld P.K.Manning, The Narco Game uit 1980). 

Gebrek aan kennis is meestal geen excuus bij zulke maatschappelijke ongelukken, het gaat eerder om de onwil om er iets mee te doen of om gebrek aan voortellingsvermogen voor het feit dat zoiets zich ook bij ons kan voordoen. 

In de risico-maatschappij betekent de vraag naar meer parlementaire onderzoek dat wij allen de kans lopen om onverwacht voor een commissie te moeten verschijnen die ons indringend vraagt waarom we ons niet meer bewust waren van de consequenties van een of ander gedrag. 

Het enige verweer dat we dan zullen hebben is de opmerking dat ons gedrag nu met andere maatstaven gemeten wordt dan toen omdat de consequenties onbekend waren. Er waren immers geen reële aanknopingspunten voor medisch onderzoek in de eerste periode na de Bijlmerramp, er was immers een algemene consensus over een niet-militaire rol van onze jongens in Bosnië, etcetera. 

Door de dramatisering die kwesties ondergaan bij parlementaire enquêtes en door de habitus van aanklager die commissieleden zich aanmeten, dreigen dat soort argumenten gemakkelijk te verbleken en veel beklaagden ervaren dat terecht als een Kafkaiaanse situatie. 

Valt niemand dan ooit iets te verwijten? Zeker wel. Wat parlementaire enquêtes laten zien is het algemene probleem van de gezagsgetrouwheid in Nederland, het argument 'het lag niet op mijn weg om dat te doen', waardoor informatie achtergehouden wordt die eigenlijk elders bekend had moeten zijn. 

Gezien het tragische lot van de meeste 'klokkeluiders' (mensen die de buitenwereld alarmeren over misstanden in hun organisaties) hebben mensen die zo redeneren vanuit het eigenbelang ongetwijfeld gelijk. We zouden dus vooral iets moeten doen aan de opvoeding tot kritisch denken in de samenleving en de honorering van dwars gedrag in organisaties. 

Dat lijkt een belangrijker les dan de systematische aandacht voor weeffouten in organisaties en procedures die bestuurskundigen steeds weer aan de dag leggen na betreurde gebeurtenissen. 
 

Gerjan Dijkink is politiek geograaf, 
verbonden aan het Amsterdam Study Centre for the Metropolitan Environment (AME)

(Met dank aan de auteur voor de oorspronkelijke text en permissie tot plaatsing /TC)