Positie en scenario

 
Naar aanleiding van het concreet aantoonbare tegenhouden van de publicatiegang van een wetenschappelijk artikel hebik de minister, in casu de plv. SG van EZ, op 31 juli 1990 geschreven. Ik kon niet anders dan oordelen dat D schade deed aan de goede naam van het bureau, en Het heeft op mijn weg gelegen de minister te melden dat deze directie naar mijn mening niet te handhaven was. Dit is nog steeds mijn positie. (253)

Deze positie heeft geen andere status dan een mening van een individueel wetenschapper en ambtenaar in rijksdienst. Ik leg nadruk op de argumenten. Iedereen moet voor zichzelf oordelen. Hierbij is evident dat niet iedereen onmiddellijk de achterliggende analyse zal doorzien, de feiten zal kennen dan wel nagaan, en deze positie zal accorderen. Ook al zou het bijvoorbeeld het beste zijn dat we allemaal de minister verzoeken D te schorsen, dan nog is dat niet onmiddellijk de situatie. Openheid en respect over en weer zijn dan vanzelfsprekende, voorwaarden voor de bredere meningsvorming.

In het verlengde hiervan is het nuttig melding te maken van de volgende mogelijkheid. Wanneer de affaire daadwerkelijk tot schorsing van D leidt, hetzij door het personeel gevraagd, hetzij door de politiek geinitieerd, dan is er de kwestie van (tijdelijke) vervanging. Niet ondenkbaar is dat er een begeleidingscommissie komt, bijv. bestaand uit Theil, Buiter en Cramer. Vervolgens, er bestaat iemand die volgens mij door het personeel als directeur zeer gewaardeerd zal worden. Iemand die ook ik zeer zou vertrouwen. Ik kan vanzelfsprekend zijn naam niet noemen, terwijl me bovendien onbekend is of hij zelfs maar interim wil functioneren. Ik zou genoemde begeleidingscommissie diens naam kunnen noemen. De minister benoemt de kandidaat die de commissie voorstelt. Zo'n scenario zou de affaire beheersbaar houden.

De nieuwe (interim-) directeur zou een eigen mening terzake moeten vormen. Mijn voorstel aan hem zal zijn:

 

Ter Besluit

 

Jullie kunnen veel doen.

Bij de buitenwacht is een cruciale vraag waarom ik 'alleen' sta. Er bestaat terecht respect voor 'het CPB' - maar dit laatste label wordt in een casus als deze ten onrechte vrijwel gelijkgesteld aan D, die juist de problemen geeft, en dit bemoeilijkt een meer onbevangen beoordeling van de argumenten. In de optiek van anderen zal de balans veranderen wanneer meer CPB-ers afstand nemen van de wijze waarop deze directie deze zaak heeft behandeld. (254)

Ter bewaring van jullie positie als getuigen is de nodige terughoudendheid gepast. In herinnering mag gebracht worden dat ook mijn opstelling terughoudend is geweest. Het gaat erom het evenwicht te bewaren tussen de nodige distantie en de wetenschappelijke medeverantwoordelijkheid voor het gehele proces.

Er zijn verschillende vormen van afstand nemen:

  1. het plaatsen van vraagtekens
  2. het uiten dat vermoedelijk 'van twee kanten' fouten zijn gemaakt
  3. het oordelen dat er een onderbouwd verzoek tot schorsing van D ligt
  4. het ondersteunen van dit laatste verzoek
(Ad 1) Wanneer reeds enkele collega's vraagtekens plaatsen, zouden externe wetenschappers kunnen besluiten dat het zin heeft dat zij de zaak serieus gaan onderzoeken.

(Ad 2) Voor politici en pers zou interessant zijn dat collega's zouden vinden dat er 'van twee kanten' fouten zijn gemaakt. Waar ik voor hen niet tel, is voor hen interessant dat dan gevonden zou worden dat ook D fouten heeft gemaakt. Met name wordt het interessant wanneer die fouten in verband gebracht kunnen worden met vertraging in het onderzoek en het doorrekenen van voor de Nederlandse economie bijzonder relevante voorstellen.

(Ad 3 & 4)  De laatste twee punten zijn met name relevant voor de DC. Wanneer er een onderbouwd verzoek is D te schorsen, dan kan de DC besluiten dat de kwestie het hele bureau aangaat. Waar de DC blijkbaar nog niet zelfstandig tot dit oordeel gekomen is, kunnen jullie het signaal geven dat mijn verzoek onderbouwd is, en dat bemoeienis van de DC verdedigbaar is.

Wanneer je vreest voor je interne positie kun je - voor de goede orde op eigen kosten - een notaris mij schriftelijk van je anonieme oordeel op de hoogte laten stellen. (255)

Laat ik memoreren dat ik in bepaald opzicht niet 'alleen' sta. Al melding is gemaakt van de andere CPB collega die zich zag geconfronteerd met intimidaties maar die vooralsnog het verleden het verleden wil laten. Het advies tot een parlementaire enquete beperkt zich niet tot deze casus en bevat de redelijke verwachting dat er wel meer naar boven zal komen. Met nadruk: redelijke verwachting. Mijn bezwaar beperkt zich strikt tot de huidige directie in het gebeuren in deze casus. Het zou onverantwoord zijn dit te veralgemeniseren naar andere directies en collega's. Toch is tegelijkertijd een andere peiler in de analyse dat enige veralgemenisering verantwoord gedaan kan worden. Zie immers mijn papers in het kader van de macro-economische synthese. Ontwikkelingen in de economische wetenschap zullen me ondersteunen en gaan reeds in de goede richting. (256)

Daarnaast zijn er de maatschappelijke ontwikkelingen. Voor politici en pers telt zoals gezegd minder het argument maar tellen aantal en reputatie. Om deze laatste te doen groeien is tijd nodig. Enigszins geamuseerd constateer ik dat Kees Schuyt voor de werkloosheid in mijn richting denkt, en dat Eduard Bomhoff kritiek op het CPB heeft. Nu nog samenwerken, heren. In 1989 schatte ik dat het zo'n tien jaar zou duren, wanneer er geen parlementaire enquete kwam, voordat de maatschappelijke krachten zich zouden bundelen. Op de oude manier, bijvoorbeeld zonder jullie ingrijpen, duurt het dus nog zo'n vijf jaar. 'CPB' is dan wel een scheldwoord geworden.

Jullie kunnen de bestaande stukken lezen, vragen stellen, met studie de kwestie mogelijk gaan begrijpen. (257) Jullie kunnen me voor een bijzondere APV uitnodigen. Jullie kunnen een Commissie van Goede Diensten of een Onderzoekscommissie instellen ook zonder medewerking van D. Jullie kunnen de werkloosheidsdiscussie met me doornemen. Jullie kunnen een congres over het CPB organiseren, en mij als spreker uitnodigen. Jullie kunnen de twee opiniepeilingen invullen die ik recent aan de DC voor het bureau heb voorgelegd. Dit is geen uitputtende lijst van de mogelijkheden. (258)

Dit was een uitvoerig schrijven dat heel veel werk heeft gekost. Veel tijd is gaan zitten in het afwegen van opmerkingen betreffende collega’s, ook in het licht van mogelijke publicatie. Ik hoop dat de zorgvuldigheid - die voor begrip van de kwestie nodig is - ook daarin herkend wordt.

 

Met vriendelijke groet,

 

Thomas Cool
 
Scheveningen
 


252  Dit is een algemene beschrijving. Het bezwaar t.a.v. het gebruik van arbeidsrechtelijke middelen om de inhoud van de discussie te sturen, hierboven aan de collega's voorgelegd, is daarvan een onderdeel, dat zich meer concreet laat toetsen. Andere punten, zaken die collega's tegen me gezegd hebben, dragen hij aan het algemene oordeel, doch zijn minder zinvol door mijzelf voor te leggen en uit te werken.

253  Dit betekent niet dat D zou bestaan uit 'slechte mensen'. Alles afwegende is schorsing wel de minst slechte regeling. Een opmerking over de personele wisseling. Den Hartog is overleden, Van den Berg heeft zijn plaats ingenomen. Don heeft in het verleden geen afstand genomen en heeft nu deze casus in portefeuille genomen. Te betreuren is dat Don en Van den Berg geen contact hebben opgenomen om nadere vragen te stellen, hetgeen toch had gepast bij de nieuwe posities, zeker ook na de uitspraak van de rechtbank van december 1993 en
mijn brief aan D van februari 1994. De wisseling in D blijkt vooralsnog geen wisseling in argument t.a.v. "de huidige directie".
Binnen de structurele analyse verbaast het niet, maar het blijft wel jammer. Deze brief rond ik af op 21 augustus 1994, en
volgens de media zal Zalm morgen beëdigd worden als minister van Financiën.

254  Vide het ministerie van Landbouw. Wellicht waren er 10 op de 11.000 ambtenaren die echt hun mond opendeden over
vermeende misstanden. Voor de media is "10" van belang, en uiteindelijk kwam er een commissie-Kroes. In de huidige casus
gaat het vooralsnog om 1 op de 80 wetenschappelijke CPB-ers dan wel 1 op de 10 voor de kerngroep van Nederland in
drievoud. Een hoger percentage & van functionarissen waarvan je verwacht dat ze zich wetenschappelijk opstellen. Het blijkt
voor de media niet voldoende.

255  De Gele Gids noemt nabij Mr. O. Van der Schatte Olivier, Scheveningseweg 120, tel. 070-3501000.

256  Prof. Siebrand (EUR) schrijft in ESB 22/6/94 over de werkloosheid en in ESB 29/6/94 met Swank over het CPB. Hij denkt sterk in dezelfde richting. Hij heeft echter nog niet mijn inhoudelijke analyse, maar zou de argumenten nog eens langs kunnen lopen.

257  Aanbevelenswaardig is: M.A.P. Bovens, "Verantwoordelijkheid en organisatie", Tjeenk Willink 1990. Overigens is deze auteur
helaas geen econoom, en hij heeft het niet zozeer over wetenschap.

258  Een chef kan me voor een vacature voordragen.


Terug       Begin van de brief          Begin van het boek          Afkortingen