[Punt 2 uit Het Vervolg]

2.     D ‘draait’ t.a.v. mijn functioneren in 1989.

 
2a.     Eerst niet, dan wel.
  2b.     De verkorte beoordeling van 17/10/89 rekende 2c.     D schrijft op 10/4/90:
"Bovendien is de taakomschrijving vrij sterk toegespitst op de relatief sterke punten in de huidige F.P.B. hetgeen u goede kansen biedt."
Dat gold ook in het verleden, dus zou weging van B en D tot minstens C mogen leiden. Quod non.
2d.     De reactie van de directeur bevat de noviteit van een nieuwe definitie van het "goed" functioneren, ingevoerd nadat de FPB op 19/2/90 door hem was vastgesteld.
i.     Oud en vertrouwd was:
De onder alle medewerkers verspreide nota "Referentiepaden voor honorering van CPB-medewerkers" van november 1987, vermeldt wel het "goed functioneren" maar definieert dit niet. Bijgevolg laat deze nota begrijpen dat een nadere definitie niet nodig is, cq. dat de oude definitie eruit bestaat dat men geacht wordt goed te functioneren wanneer men voldoet in de functie waarin men is aangenomen. Een beoordeling geldt ten aanzien van het FIF. De FPB hanteert code C voor "voldeed aan de vastgestelde eisen, functioneerde naar behoren". Een C zou tot honorering van de aan het FIF verbonden schaal leiden. Wat is tenslotte de betekenis van voldoen ? Het formulier voor de verkorte beoordeling vermeldt "naar behoren (= goed)".
ii.     De directeur voert in april 1990 een nieuw verschil in tussen "goed" en "voldoende". Hij schept een extra criterium voor het krijgen van de schaal van de functie waarin men functioneert en waarvoor men beoordeeld wordt. Het "goed" zijn vereist een soms "boven de gestelde eisen uitgaan" (code D).
De directeur stelt:
"Er is sprake van goed functioneren indien op alle in de F.P.B. genoemde algemene gezichtspunten aan de vastgestelde eisen wordt voldaan (dit is het naar behoren functioneren, waarderingscode C bij de F.P.B.) en [cursivering van TC] op een of meer gezichtspunten boven de eisen wordt uitgegaan. In het geval op een gezichtspunt niet aan de eisen wordt voldaan kan niettemin van goed functioneren worden gesproken indien het gezichtspunt niet van overwegend belang is voor de functie en indien op andere gezichtspunten in ruime mate boven de eisen wordt uitgegaan."
iii.     De directeur stelt t.a.v. mijn functioneren in 1989:
"Dit beeld laat een ‘voldoende’ functionerende medewerker zien, met enige kanttekeningen ten aanzien van het gedrag. Dit beeld werd bevestigd door de, op uw verzoek opgemaakte, F.P.B. Bovenstaande, naast het totale beeld van uw functioneren in het beoordelingstijdvak, heeft mij geen aanleiding gegeven om u een normale salarisverhoging (periodiek) te onthouden. Evenwel ontbrak mijns inziens juist dié voorwaarde in uw functioneren, die een extra salarisverhoging dan wel een bevordering op dit moment zouden rechtvaardigen."
iv.     De rechter heeft deze nieuwe definitie van de directeur gewoon overgenomen. Dat is wonderlijk. Omdat ik voldeed - volgens het BBRA - had de rechter moeten bevorderen.
De kwestie van deze nieuwe definitie is ook aan de orde gesteld bij de DC, en er is nog geen adequate reactie ontvangen.
v.     D is in de war t.a.v. de beoordeling voor de functie waarop men zit en de beoordeling voor een nieuwe en hogere functie. Het beroep geldt ook of de directeur tussentijds definities mag veranderen en af mag wijken van algemeen gangbaar beleid. (217)
 
 

217  D heeft het "referentiepad" ingevoerd in 1987 bij een formatieve herwaardering. Juristen blijken geneigd negatief te interpreteren dat ik in 1987 niet onmiddellijk om schaal 12 gevraagd heb. Ik zou hiermee impliciet hebben erkend minder goed te functioneren, of zo. Er is echter niets anders gedaan dan wat op het bureau normaal was, en wat collega’s ook in 1994 nog doen. De bezwarencommissie EZ d.d. 17 december 1990 stelt:


 Verder      Terug     Bezwaar     Begin van de brief          Begin van het boek          Afkortingen