Zaterdag 22 september 2001
 

Geachte heer Cool,
 

Het Stichtingsbestuur van het Echte Klokkenluidersfonds heeft zich beraden over het gesprek dat wij op donderdag 13 september 2001 met u hebben gevoerd en over de twee brieven die u daarna aan de stichting heeft gezonden.

Met u kijken wij terug op een plezierig verlopen gesprek. Daarnaast waarderen wij de aandacht die u blijkens uw brieven aan onze activiteiten schenkt.

U beschrijft uw eigen casus als die van een gebreidelde wetenschapper, waarbij u als doel streeft naar heropening van het wetenschappelijk discours binnen het CPB over de door u ingenomen controversiële standpunten. Hoewel uw casus zeker raakvlakken heeft met de klokkenluidersproblematiek, zijn wij op basis van ons overleg, uw brieven en nader beraad tot de inhoudelijke conclusie gekomen, dat uw zaak niet rechtsstreeks kwalificeert voor steun door ons fonds. Dit besluit wordt mede ingegeven door de harde noodzaak om met onze uiterst beperkte financiële en organisatorische middelen, zeer selectief om te gaan en ons te beperken tot - zoals reeds blijkt uit onze naam - de echte klokkenluider. Daarnaast speelt, op meer pragmatisch niveau, ook de ouderdom van uw casus een rol.

Overigens moet het ons van het hart dat het ons spijt dat u uw uitgebreide brief aan ons van 17 september in afschrift aan zes anderen heeft gezonden. U ontkracht daarmee het predikaat “vertrouwelijk” dat u aan uw brief geeft. Wij zullen overigens van onze zijde uw casus blijvend vertrouwelijk behandelen en wensen u veel sterkte met uw activiteiten.

Met vriendelijke groet,

Mr drs Gertjan van der Brugge
voorzitter

Stichting Het Echte Klokkenluidersfonds
Jacob van Lennepkade 340
1053 NJ Amsterdam
 

Aan het bestuur van de stichting ‘Het Echte Klokkenluidersfonds’
Voorzitter mr. drs. Gertjan W. van der Brugge
Jacob van Lennepkade 340
1053 NJ Amsterdam

020-6739762

cc. Dezelfde wetenschappers uit mijn brief van 17 september jl.
 
 

Internet

3 oktober 2001
Betreft: Uw brief van 22 september en uw folder voor een congres op 26 oktober 
 
 
 
 

Geachte mr. Van der Brugge,
 

Ik dank u vriendelijk voor uw antwoord van 22 september in reactie op ons gesprek en mijn vertrouwelijke schrijven van 17 september. 

Tot mijn spijt begrijp ik uw antwoord niet.

Uw afwijzend standpunt komt me ook definitief over - waar uw brief geen uitnodiging bevat voor een nader gesprek over aarzelingen uwerzijds - en ik zal deze dan ook als definitief beschouwen.

Op basis van het voorliggende kan ik slechts oordelen dat u vooralsnog onvoldoende begrip heeft van de wetenschappelijk ethiek. Tevens gaat u voorbij aan inzichten uit de econometrie. Op zich verschilt uw reactie niet van die van zovelen, maar juist van u had ik meer verwacht.

Uw standpunt is niet zonder gevolgen. Ik verwacht dat uw stichting in de pers enige aandacht zal krijgen. Anderen zullen mij naar uw stichting verwijzen. Ik zal dan moeten uitleggen dat ik contact met u heb gehad, en dat dit niets heeft opgeleverd, zoals ook mijn contact met NWO-ECOZOEK of de KNAW of het NRC-Handelsblad niets heeft opgeleverd. Menig mens is echter geneigd dergelijke instituten toch enig oordelingsvermogen toe te kennen, en zo ook uw klokkeluidersfonds dat zich specifiek op dit terrein begeeft. Dat een contact niets oplevert, zal de situatie zo schaden. Dit verklaart ook waarom ik deze contacten op het internet documenteer - zoals ik dan ook deze brief op het internet zal zetten. Eventueel wordt zo het beeld versterkt van de eenzame zandhapper in de woestijn, maar daar kan ik dan weinig aan doen want zoiets zou een uiterst onhandige reactie van de omgeving zijn.

Mocht bij u nog een residu van aarzeling bestaan, dan kan ik u nog attent maken op:

  • Ik ben uitgenodigd een lezing te geven bij het Forum voor Europese Cultuur te Amsterdam. Dit zal plaatshebben op vrijdagavond 8 februari 2002 te Felix Meritis. Deze lezing zal lijken op mijn lezing van 18 januari 2001 voor de Rotary in Utrecht maar zal ook meer ingaan op de actualiteit van de verkiezingen van 2002 - bijvoorbeeld met de data dat Gerrit Zalm de wetenschap breidelt en dat Ad Melkert geen kamervragen stelt. 
  • Vrijdag 19 oktober 2001, van 10-15 uur, organiseert het Samuel van Houten Genootschap een congres over: "Problemen bij de democratische besluitvorming in het algemeen en t.a.v. milieu en werkgelegenheid in het bijzonder: Naar een betere bescherming van de rol van de economische wetenschap" - Voorzitter professor Lucas Reijnders, inleidingen door mijzelf en Roefie Hueting, een kritische reactie door professor Jarig van Sinderen (directeur WRR), en wij zoeken nog naar een andere kritische referent. We zijn te gast bij de Stichting Natuur en Milieu, Donkerstraat 17, 3511 KB Utrecht, Tel. 030-2331328, www.snm.nl. Dit is op loopafstand van het Centraal Station, via Mariaplaats, Zadelstraat en dan 1e straat links. Kosten: Gratis. Omdat maximaal 30 plaatsen beschikbaar zijn, is aanmelding vooraf gewenst: via cool@dataweb.nl. 
  • Ik mag mijn boek "Voting Theory for Democracy" (VTFD) presenteren op de onderzoeksdag van het Netwerk Algemene en Kwantitatieve Economie (NAKE), op 12 oktober gehouden bij De Nederlandsche Bank (DNB) te Amsterdam. De analyse hierin was het tweede deel van de analyse die in 1990 door de directie CPB gebreideld werd.
  • Vorige week kreeg ik een uitnodiging op briefpapier van het CPB voor een workshop: 
"Dear Colleague, 
After three lively workshops from th network on European integration, CPB and OCFEB are happy to invite you for a meeting on Thursday October 25 about the Economic aspects of EU enlargement. The workshop will take place (…) We look forward to see you again. 
Yours sincerely, Ruud de Mooij" 

Ik krijg deze uitnodiging na een deelname aan de vorige workshop, en het lijkt me zinvol om naar deze nieuwe bijeenkomst te gaan. Maar, als ik zo’n uitnodiging zie, dan vind ik het weer uitermate vreemd dat ikzelf in 1990 geen bijeenkomst mocht houden om te spreken over mijn paper en om de reacties van anderen te vernemen.
 
 

In de NRC van 1 oktober lees ik dat het officieel is. Volgens het oordeel van de Wereldbank geldt nu ook, ik citeer de NRC: "Mogelijk 40,000 kinderen jonger dan vijf jaar zullen sterven als gevolg van de terreuraanslagen in de Verenigde Staten op 11 september. (…) Er bestaat een heel duidelijk verband tussen teruggang in economische activiteit en kindersterfte en armoede. (…) We moeten ons bewust zijn van die ongelijkheid, want het overwinnen van armoede staat gelijk met het zoeken naar vrede."  Ik voeg kopieën toe van dit NRC-artikel en van het oorspronkelijke artikel in de International Herald Tribune dat ik kon achterhalen. De Wereldbank blijkt een model van Lawrence Summers te gebruiken. Zoals beschreven in het boekje "Werkloosheid en armoede, de oplossing die werkt" is een structuur mogelijk waarbij armen beschermd blijven voor de economische conjunctuur. In de huidige situatie bestaat die bescherming niet, en ik ben het dus eens met de analyse van Summers. Dit inzicht was mij in 1989-1990 reeds helder, en wellicht begrijpt u nu iets van het belang van de zaak. Dat een en ander nu in een model staat is nuttig, maar niet essentieel, omdat een model slechts een hulpmiddel is terwijl de doorslag gegeven wordt door de kennis van de econometrist en het oordeel van de wetenschapper.

Mogelijk kent u geen gewicht toe aan mijn persoon, maar wellicht wel aan de Wereldbank. Dat de kwestie van de breidel door de directie van het CPB maatschappelijke aandacht krijgt, is van het grootste gewicht.
 
 

Omdat deze brief op het internet komt te staan, herhaal ik uit het besprokene:

Voor het wetenschappelijk forum - en destijds deed ik dat het eerst op het ‘Albeda congres’ in 1990 - presenteer ik de volgende analyse: De almaar voortdurende werkloosheid (incl. WAO en dergelijke in Nederland) wordt niet veroorzaakt door een gebrek aan wetenschappelijk inzicht maar door een verstarring in de voorbereiding van het beleid - welk probleem een parlement pas goed kan begrijpen door een enquête te houden naar die werkloosheid en de rol daarbij van die beleidsvoorbereiding. Waar mijn analyse in diezelfde zomer van 1990 door de directie van het CPB gebreideld werd, protesteer ik voor het wetenschappelijk forum ook tegen deze breidel, en adviseer ik het Nederlandse parlement ook aan deze breidel aandacht te besteden.

Het wetenschappelijk forum reageert vooralsnog ontoereikend:

  • Toen ik de kwestie van het tegenhouden van mijn analyse in 1991 op NWO-ECOZOEK aan de orde stelde, gaf professor Frank den Butter daarover verkeerde informatie door aan de directie van het CPB, en hielp zo in feite bij dit onheuse ontslag. 
  • Professor André Köbben was tot mijn vreugde bereid om het aspect van de publicatiegang te bekijken, en hij oordeelde inderdaad dat de directie beter de indruk had kunnen vermijden rechter in eigen zaak te zijn geweest. Maar hij nam geen contact op met Den Butter en hij onderzocht niet de kwestie van het onheuse ontslag, en hij noemt de kwestie ook niet in zijn boekje "De onwelkome boodschap". Waarom zo beperkt ? Misschien heeft Köbben het onderzocht en wil hij er niet over wil praten ? Voor de goede orde: Ik heb groot respect voor professor Köbben, en vind het slechts frustrerend dat hier geen voortgang is. 
  • In 1997 was er een Audit van het CPB door een internationale groep van wetenschappers, met deelname van professor Frank den Butter als enige Nederlander. Deze groep heeft mij gehoord, maar de kwestie afgewezen als niet langer actueel - terwijl de kwestie nog steeds voor de rechter ligt, terwijl de CPB-directie voor die rechter nog de vreselijkste breidel pleegt en leugens uitspreekt, en terwijl kinderen sterven en terroristen steeds vreselijker aanslagen plegen. De Audit looft het CPB ! Nu ben ikzelf ook zeer te spreken over de kwaliteiten van het CPB, maar deze breidel moet opgelost worden.
  • Ik heb vorig jaar op 21 juni 2000 een brief geschreven aan KNAW President professor Rob Reneman, en die reageert niet, ondanks ondersteuning van mijn schrijven door professor Richard Gill (UU, KNAW). In het blad Academia van september 2001, erkent Reneman dat de dreiging op een toename van wetenschappelijk wangedrag reëel is, maar hij zegt ook doodleuk: "Ik heb er nog niets van gemerkt." Je schrijft dus een brief, je vraagt om een gesprek, en dan wordt dit beweerd. Eventueel kan Reneman alleen refereren aan de universiteiten, maar het blijft vreemd.
Waar het wetenschappelijk forum dus faalt ten aanzien van de breidel van de wetenschap door de Nederlandse overheid, leek het mij verstandig om ook contact met u te zoeken. Ik hanteer hier enige behoedzaamheid. Gangbaar heeft een ambtenaar een zwijgplicht, maar omgekeerd heeft een wetenschapper juist de plicht om van zijn bevindingen melding te maken. 
  • Ik verwijs hier ook naar het proefschrift van Mark Bovens, inmiddels hoogleraar te Utrecht, die spreekt over ‘klokkeluiders’ maar die aangeeft niet de kwestie van wetenschappers onderzocht te hebben ("Verantwoordelijkheid en organisatie", Tjeenk Willink 1990). 
  • Tevens verwijs ik naar mijn opstel ‘Ben ik een klokkeluider ?’ op het internet en aan de Kamer aangeboden, waarin ik aangeef mij beter te herkennen in het label ‘gebreideld wetenschapper’. 
Inmiddels heeft de overheid een ‘Commissie Integriteit Rijksoverheid’ (CIR) ingesteld per januari 2001. Waar de wet verder geen onderscheid maakt, zou ik voor de wet een klokkeluider in ruime zin genoemd kunnen worden. 
  • Deze CIR zou de aangewezen gesprekspartner zijn, en ik heb mij in feite ook aan de beschreven procedure gehouden, zoals ik in 1990 éérst plv. secretaris-generaal mr. Jan Willem Weck heb geschreven, en zijn non-reactie afgewacht, voordat ik mij gedwongen zag externen te spreken. Helaas werkt deze commissie niet met terugwerkende kracht. 
  • De ruime definitie laat onverlet dat ik moeite blijf houden met de term ‘klokkeluider’, waar het mij er toch om gaat dat een wetenschapper moet kunnen denken, zeggen en schrijven wat hij of zij verantwoord acht - terwijl een klokkeluider gangbaar een zwijgplicht heeft (en alleen de alarmklok van het dorp mag luiden indien er echt een dijkdoorbraak is).
Ik ben er nog niet uit hoe en in welke mate u enige bemoeienis zoudt kunnen hebben (had kunnen hebben). Waar ik aan dacht was een poging de lethargie van het wetenschappelijke forum te doorbreken. Waar de directie van het CPB mijn persoon zwart maakt, de man speelt en niet de bal, zou een validatie van de degelijkheid van mijn persoon door een externe beoordeling, bijvoorbeeld door uw fonds, wonderen kunnen doen. Deze gedachtenvorming houdt nu evenwel op door uw brief van 22 september.

U schrijft mij namelijk:

  • De zaak kwalificeert zich niet rechtstreeks voor steun door uw fonds.
  • U heeft weinig middelen en moet scherp selecteren t.a.v. ‘de echte klokkeluider’.
  • Op praktisch niveau is er ook de ouderdom van de casus.
Ik vind het jammer dat u op deze wijze tot uw oordeel komt. Liever had ik gezien dat u uw oordeel in concept formuleerde, en dat we elkaar weer hadden gesproken. Tot mijn spijt begrijp ik namelijk helemaal niets van deze afwegingen. 
  • Mijn casus is wellicht ‘oud’ maar niet verouderd. Hij is misschien oud, zoals een kind van 10 oud is, of een grijsaard van 70, maar nog steeds actueel, want de directie breidelt nog steeds. De zaak ligt bijv. nog steeds voor de rechter (en zou ik daar geen gelijk krijgen dan is zou dat een dwaling zijn). Ook mijn economische analyse is actueel. Ik zie nog regelmatig een CPB-publicatie waarvoor mij helder is dat deze op verkeerde wijze tot stand is gekomen - maar ik heb de kwestie al ten principale aan de orde gesteld en zie er weinig heil in om dat in afzonderlijke gevallen steeds weer te doen. Volgend jaar zijn er verkiezingen, en de politieke partijen discussiëren over allerlei economische kwesties, maar zij hebben klaarblijkelijk niet door dat veel problemen voortkomen uit een verkeerde structuur van de beleidsvoorbereiding met daarin klaarblijkelijk ook breidel. Collega-economen nemen mij niet serieus, en - omdat mijn analyse deugt - klaarblijkelijk slechts doordat ik door het CPB met leugens ben ontslagen. En de kinderen sterven nog steeds.
  • Op uw aanstaand congres van 26 oktober zult u veel aandacht besteden aan de kwestie van het RIVM en dr. Hans de Kwaadsteniet. Ook daar gaat het om een gebreideld wetenschapper ! Ik heb het nog eens nagevraagd bij de afd. Voorlichting van het RIVM, en hij had wel degelijk een wetenschappelijke aanstelling. Dat De Kwaadsteniet een kwestie aan de orde stelde in het publieke debat was terecht. Het RIVM heeft ook van de kwestie geleerd, en er is nu een vertrouwenspersoon aangesteld. Tegelijk echter heeft het RIVM zijn functioneren ter discussie gesteld en ooit zijn ontslag gezocht, om hen moverende redenen. Waar De Kwaadsteniet zich daar blijkbaar tegen verzet door dit aan de rechter voor te leggen, is hij in eigen perceptie een gebreideld wetenschapper.
  • U gaat niet in op de andere aspecten van de wetenschappelijke ethiek die ik u voorlegde in mijn vertrouwelijk schrijven van 17 september. Deze zijn helaas vertrouwelijk, en kan ik dus niet noemen in deze brief welke in kopie op het internet staat.
  • U schrijft ook dat u weinig middelen heeft en scherp moet selecteren t.a.v. ‘de echte klokkeluider’. In wezen geldt dit natuurlijk altijd, en dit klinkt zeer redelijk. Maar wij hebben slechts kort met elkaar gesproken. Indien uw fonds zo armlastig is, is het de vraag of het bestaan van uw fonds wel zo goed is. Een echte klokkeluider kan zo bedrogen uitkomen. Buitenstaanders kunnen gaan denken dat uw fonds alles regelt, maar in de feitelijke uitvoering kan blijken dat er te weinig middelen zijn. Bijvoorbeeld blijkt u mij nu het keurmerk ‘echte klokkeluider’ te onthouden - terwijl het op zijn minst beter zou zijn indien we de ruime definitie in het oog houden. Zoals gezegd: op deze wijze krijg ik weer de extra last om journalisten uit te leggen wat uw argumenten zijn en dat die argumenten onbegrijpelijk zijn. Indien u zo weinig middelen heeft, dan is het tamelijk onverantwoord om zo in de publiciteit te treden.

Tevens betreurt u het dat ik mijn brief van 17 september in afschrift aan zes anderen heb gezonden, en u meent: "U ontkracht daarmee het predicaat ‘vertrouwelijk’ dat u aan uw brief geeft." Ook dit begrijp ik niet. Zes mensen zouden heel wel iets vertrouwelijk kunnen houden. In het bijzonder betreft het hier zes wetenschappers en heb ik aandacht gevraagd voor de wetenschappelijke ethiek. Indien anderen deze vertrouwelijkheid schenden, dan is het beslist niet mijn schuld.

Ik ontkom niet aan de conclusie dat u onvoldoende begrip heeft van die wetenschappelijke ethiek. Mogelijk is deze reactie van me voor u moeilijk te verteren, en mogelijk zoudt u ook geneigd kunnen zijn om deze reactie naast u neer te leggen. Ik kan slechts zeggen dat ethiek mijn duurzame interesse heeft gehad, en sinds 1990 in sterker mate, en dat mijn oordeel dus niet overhaast is. In de kwestie rondom de breidel door de directie van het CPB ben ik helaas ook de enige die alles goed overziet. Ik respecteer gaarne ieders visie en bijdrage, maar zolang men het niet overziet, moet ik aandacht vragen voor wat niet gezien wordt.

Dit alles betekent ook, dat ik altijd bereid ben nader van gedachten te wisselen. Mocht u later nog eens wakker worden met een aarzeling in het gemoed, dan zou het op uw weg kunnen liggen om nog eens een nader gesprek met enkele wetenschappers erbij aan te gaan.
 
 

Met vriendelijke groet,
 

Thomas Cool

http://www.dataweb.nl/~cool