Aan de KNAW
Dr. C. H. Moen, directeur
Amsterdam

 

26 augustus 1995

Betreft: uw reactie van 25 augustus op mijn verzoek van 24 augustus om ondersteuning t.a.v. mijn verzoek aan de minister van EZ om een nader onderzoek van management en afdeling op het Centraal Planbureau

- Uw referentie DIR\CM\6941

 

Geachte dr. Moen,

N.a.v. mijn verzoek van 24 augustus antwoordt u mij dat de KNAW zich niet mengt in arbeidsconflicten tussen een werkgever en een individuele werknemer.

Ik heb inderdaad niet verzocht dat de KNAW dat deed.

T.a.v. mijn verzoek heb ik aangegeven dat het gaat om de wetenschappelijke ethiek. Wellicht wilt u nog de eerste zin van mijn brief lezen, alsmede de passage in mijn brief aan de minister van EZ waarin ik aangeef dat m.i. de CPB directie arbeidsrechtelijke regelingen misbruikt om de inhoud van de wetenschappelijke discussie te sturen.

De steun die ik de KNAW vraag dient om dat misbruik nader te onderstrepen, en heeft dus wetenschappelijk ethische betekenis.

Ik kan niet goed begrijpen dat u een duidelijk ethisch verzoek voorshands alleen arbeidsrechtelijk lijkt te interpreteren. Mag ik in alle vriendelijkheid opmerken dat u er verstandig aan doet om mij als intelligent te beschouwen ? Mijn verzoek is passend, het is voldoende belangrijk om druk bezette mensen ervoor te benaderen, en ik verzoek alleen iets wanneer de redelijke verwachting is dat mijn gelijk op den duur ook erkenning zal krijgen. U zult er mee vertrouwd zijn dat de wetenschap vele gevallen heeft gekend waarin aanvankelijke twijfel later plaatsmaakte voor een zeker enthousiasme. Bij processen van acceptatie speelt ‘onwil’ vaak een negatieve rol. Ik hoop dat daarvan van uw kant geen sprake is. Gezien uw eerste reactie op mijn toch heldere verzoek ben ik daar wel een beetje bang voor geworden. Het lijkt me verstandig om daar, bij deze, melding van te maken.

Ik houd mij beschikbaar voor nadere vragen uwerzijds.

Met vriendelijke groeten,

 

Thomas Cool