Aan prof. dr. A. Köbben
Leiden

Kopie: Redactie NRC

15 maart 1999
Betreft: Aanvullende reactie na lezing

 

 

 

Geachte professor Köbben,

 

(1) Na lezing van het boek "De onwelkome boodschap" kan ik de verwachting zoals in mijn vorige brief geuit handhaven. Ik mag u en de heer Tromp feliciteren met een heel goed leesbaar boek voor het grotere publiek, op een terrein waarop relatief weinig beschikbaar is. Anderzijds is de analyse zwak, zal het wetenschappers en politici daardoor maar matig aanspreken, en is de voorgestelde oplossing niet de juiste. Een belangrijk punt is dat u zich in een bepaald opzicht te naief opstelt. U 'ontdekt' wat goede wetenschappers al weten: dat op dit terrein sprake is van machtsongelijkheid. U geeft de machtigen geen argumenten om een deel van hun macht af te staan, u geeft de machtelozen geen motieven en middelen om meer ruimte af te dwingen. Zo'n functionaris bij de KNAW zal dingen veelal erger maken - zoals bestaande beroepsprocedures in wezen ook een extra kwelling en straf zijn voor wie ze durft aan te gaan.

(2) Op pagina 18 maakt u gewag van een vraag naar de onafhankelijkheid van het Centraal Planbureau, welke vraag met gelach beantwoord wordt. (Deze pagina ontbreekt in de index.) Zo'n antwoord staat haaks op de visie van de directie van dit bureau, die stelt dat het CPB een onafhankelijk wetenschappelijk instituut zou zijn. Anderzijds meen ik dat e.e.a. slecht geregeld is, en adviseer ik al jaren tot een parlementaire enquête. Het verbaast mij dat u hier geen melding heeft gemaakt van mijn casus, en noch van het boek van Hans Hulst en Auke Hulst met mijn medewerking, "Werkloosheid en armoede, de oplossing die werkt", Thesis Publishers 1998. Zie mijn internet site voor (goede!) recensies. U zou mijn begrip kunnen helpen indien u zoudt uitleggen waarom u mijn casus geen aandacht geeft. Dit zou het mij weer makkelijker kunnen maken u uit te leggen wat u niet begrijpt - en waarom de casus zo cruciaal is.

(3) Ik zou het waarderen indien u mij in contact bracht met de heer Broekmeyer. Ik zou gaarne mijn hele casus op CD ROM willen zetten, en wellicht dat men bereid is dit mede te financieren.

(4) Mag ik u adviseren in de toekomst een helder onderscheid aan te brengen tussen: (a) gewone functionarissen, zoals beleidsambtenaren, (b) gewone onderzoekers, (c) wetenschappelijke onderzoekers. Het begrip 'whistleblower' geldt voor (a) en (b). Een onderzoeker bij Phillips die zijn resultaten geheim moet houden, valt onder (b). De wetenschappelijke integriteit beperkt zich tot (c), en deze mensen kunnen geen 'klokkeluiders' zijn (of, dit neemt zijn eigen vormen aan). Als voorbeeld wordt (c) niet besproken in het proefschrift van Bovens. Bijv. in mijn geval had ik op het CPB een wetenschappelijke aanstelling, onder (c). In mijn ervaring krijgt men zonder dit heldere onderscheid een zeer verwarrende discussie.

 

Met vriendelijke groet,

 

 

Thomas Cool