Gedachten over "Couzy"

 
 

In "wat ambtenaren zeggen mogen" (Elsevier 10 juli 1993) vergelijkt Kees Paling de koppels Ter Beek & Couzy, Van Thijn & Nordholt, Andriessen & Zalm. Hij brengt ook incidenten met Van Vuren en met destijds Kalma in herinnering.

In Paling’s bespreking komen een paar punten niet goed uit de verf. Belangrijke nuances zijn:

  1. Nordholt heeft rugdekking van Van Thijn, en Zalm van Minister Andriessen. Couzy had hier juist een probleem.
  2. Zalm claimt dat het CPB een onafhankelijk wetenschappelijk bureau is (Noot) en dan mag je per definitie vrije meningsuiting verwachten.
  3. Ten aanzien van de omgang met de meningen van ondergeschikten:
    1. Het was "vrije meningsuiter" Couzy die ondergeschikte Van Vuren de wacht aanzegde. Couzy deed dat bovendien zó, dat hij verloor juist op het punt van de vrije meningsuiting.
    2. Zalm heeft in 1990 een rapport over de werkloosheid niet willen publiceren wegens de inhoud. In december 1993 vernietigde de rechtbank dit besluit. Er is nu een andere, ook ondeugdelijke, reden gegeven om de publicatiegang niet te maken.
 

Paling’s terloopse veroordeling van oud-politiefunctionaris Kalma is onzorgvuldig. Laten we gruwen van alles wat met de RAF te maken heeft, maar laten we ook toestaan dat politiefunctionarissen meelopen in vreedzame demonstraties. Paling had eerder het arrest van de ambtenarenrechter aan de kaak mogen stellen.

Journalisten zouden moeten opkomen voor tolerantie in plaats van meedoen aan stemmingmakerij tegen andersdenkende ambtenaren. Een land krijgt de overheid die het verdient.

In zomer 1994 meldde Couzy bij nieuwe bezuinigingen op defensie dat er "grenzen zijn aan de loyaliteit van de krijgsmacht". Dit lijkt me juist niet toelaatbaar. Bijvoorbeeld zelfs bij een onterecht ontslag mag van een ambtenaar een hoge mate van blijvende loyaliteit aan de landsdienst verwacht worden. Dit geldt zeker voor een militair.


Noot

Zie de brochure: CPB, “Het Centraal Planbureau”, 1989. De claim is overigens incorrect.