Interview met Thomas Cool

door Bart van Maanen
Maandblad Uitkeringsgerechtigden, MUG september 1995

 

 
 

De oorzaak van de grote werkloosheid is de hoogte van de loonkosten. Thomas Cool, ex-medewerker van het Centraal Planbureau, schreef daarover een notitie voor een rapport van het Planbureau. Omdat de conclusies van zijn analyse bij de directie niet goed vielen, werd hij weggewerkt en ontslagen. De kern van zijn analyse, het verhogen van de belastingvrije voet voor lage inkomens, wordt nu echter ook in het kabinetsbeleid schoorvoetend geïntroduceerd.

 

In de periode dat Cool (41) zijn gewraakte notitie schreef, werd hem een extra salarisverhoging toegezegd. Vlak daarna werd deze opeens geweigerd. Cool:

"Mijn chef vertelde mij dat de reden daarvoor was, dat de inhoud van de notitie slecht was gevallen bij de directie. Ze gebruikten dus arbeidsrechtelijke middelen in plaats van te discussiëren over de inhoud van de notitie, en dat kan dus niet. Op grond van alle overwegingen ben ik in beroep gegaan tegen die beslissing over mijn salaris. Het is verstandig om, als dit soort rare opmerkingen worden gemaakt, een streep te trekken." Zijn ontslag - onder andere op basis van een negatieve personeelsbeoordeling - vocht hij aan. De rechter vernietigde alle ontslaggronden, maar liet het ontslag in stand. "Om tot een nieuwe personeelsbeoordeling te komen, is een onderzoek nodig naar afdeling en management, waar ik al vijf jaar om vraag. Doordat zo'n onderzoek gewoon wordt geweigerd, is mijn dossier incompleet. Nu heb ik een stigma meegekregen van een rechtbank die op basis van dat incomplete dossier met de directie meepraat. Ik weet ook niet wat de directie bezield heeft. En de rechter is onlogisch, want hij heeft het ontslag in stand gelaten, terwijl de beoordeling en de verplaatsing uit de afdeling vernietigd zijn. Dan zijn er geen ontslaggronden meer."

"Ik heb mij gehouden aan alle vereisten van een betamelijk ambtenaar. Ik heb alleen een motief gehad om mijn rug recht te houden. Tegelijk kan ik ook alleen maar mijn analyse geven, omdat het een product is van de traditie van het Planbureau. Dat is voor mij ook een reden niet rancuneus te zijn, want ik heb ontzettend veel aan het Planbureau te danken. Tot mijn spijt is de gedachte aan rancune voor veel mensen reden aan mijn analyse voorbij te gaan. Stel dat jij mij kent als een degelijk wetenschapper en ik zeg iets dat jij niet zomaar gelooft. Dan stel je een vraag. Als je mij niet kent, loop je mij gemakkelijker voorbij. Dat is vaak gebeurd met mij. Ik heb die [nodige] reputatie niet kunnen opbouwen, omdat mijn werk onder de vlag van het Planbureau is uitgeven [en niet onder eigen naam/TC]."
 

Geen gebrek aan kennis

De nationale werkloosheid gaat hem ter harte, maar meer nog maakt hij zich druk om de massale werkloosheid in Oost-Europa. Daarom spijt het hem des te meer dat zijn notitie nu niet wordt besproken.

"Ik ben begaan met de mensen in Oost-Europa en weet dat die werkloosheid kan worden aangepakt. Miljoenen mensen moeten na de val van de Berlijnse Muur in de wereldeconomie worden opgenomen met een slecht economisch uitgangspunt: niet in staat te concurreren en met massale werkloosheid. Dat leidt tot sociale onzekerheid en de mogelijkheid van populistische bewegingen, zoals we ook in de jaren dertig hebben gekend met Hitler-Duitsland. Zo'n Zjirinovski is nu druk in de weer. Dat zijn enge ontwikkelingen. Ik zeg niet dat het fout gaat, ik zeg dat het risico te groot is." Omdat de werkloosheid overal voortduurt, groeit ook de scepsis ten aanzien van de vermogens van de economische wetenschap, denkt Cool. "Dat leidt ook tot een grote scepsis voor mijn voorstel. Echter, in de jaren vijftig was er volledige werkgelegenheid. Het ligt dus niet aan het feit dat het niet mogelijk zou zijn, maar aan bepaalde objectieve economische wetten. De werkloosheid ligt niet aan het gebrek aan kennis."

"Mijn stelling is, dat het in een verzorgingsstaat - een sociale waarborgstaat - goedkoper is om mensen aan het werk te houden dan ze met een uitkering thuis te laten zitten. De belangrijkste reden is dat mensen dan productief zijn. [...…] Dat is een logisch gegeven, waarvoor ik een wiskundig-economisch bewijs heb geleverd." [Een verkeerde formulering hier weggelaten/TC]

[Zijn analyse/TC] wilde hij het Planbureau voorleggen, maar die mogelijkheid werd hem door de directie ontnomen. Niettemin zoekt hij de wetenschappelijke discussie op. "Ik wil Nederland niet dwingen de werkloosheid op te lossen. Het enige wat ik wil, is deze notitie aan mijn collega’s voorleggen, bediscussiëren en publiceren. Wat de wetenschap en de politiek daarna doen, moeten zij weten. Iedereen mag scepsis hebben. Op grond van argumenten zal het parlement besluiten." Het grootste probleem in Nederland is, volgens Cool, de structuur van de economische beleidsvoorbereiding. Mede daarom acht hij de oprichting van een Economisch Hof, waarin de afstemming tussen wetenschap en politiek geregeld kan worden, een wezenlijke institutionele verandering. […] "Er zijn voldoende mensen geweest die op het probleem van de loonkosten hebben gewezen, er wordt alleen - systematisch, door de structuur - niet naar geluisterd. Wil je de werkloosheid correct aanpakken, dan zal je daar rekening mee moeten houden. Je moet dus de hele gang van zaken rond het Planbureau problematiseren en zo die moeilijkheden onderkennen. Als neutrale wetenschapper in dienst van het Planbureau kan je [d.w.z. kon ik/TC] dat nu alleen doen door beroep aan te tekenen tegen verkeerd genomen, onjuiste besluiten. Zo krijgen ook anderen concrete voorbeelden van interne stagnatie en verstarring."

Lange termijnstudie

De wortels van het plan liggen bij de publicaties van Marein van Schaaijk en Anton Bakhoven voor het Planbureau. Beiden zijn inmiddels niet meer bij het Planbureau werkzaam.

"In 1983 heeft Van Schaaijk geschreven, dat de algemene politiek van loonmatiging niet effectief is. De werkloosheid concentreert zich aan de onderkant van de arbeidsmarkt en dan is het beter de premies aan de onderkant te verlagen, in plaats van alle lonen te verlagen. Zeer belangrijk is, dat hij deze stelling in verband bracht met het grote overschot op de betalingsbalans (meer export dan import, BvM). Als Japan zo’n overschot had, zou de hele wereld moord en brand roepen, van Nederland valt het niet zo op. Verder laat hij zien, dat je een evenwichtiger export-ontwikkeling krijgt als je de loonkosten aan de onderkant verlaagt. Het kabinet begint daar nu een beetje mee. In 1988 gaf Bakhoven een verdere, goede econometrische onderbouwing." Met deze publicaties werd weinig gedaan. Cool plaatste het geheel in [het kader van] een lange termijnstudie. "Ik zag dat de ontwikkelingen op het punt van werkloosheid slechter en slechter werden. Toen bedacht ik hoe je dat - langs de lijnen van Van Schaaijk en Bakhoven - kon aanpakken. De kern van het probleem zit bij de belastingvrije voet. In de inkomensontwikkeling zit een reële component door hogere productiviteit [naast] de inflatie (geldontwaarding): stel dat de reële inkomens 2 procent stijgen en de inflatie 3 procent is, dan stijgen de bruto-inkomens 5 procent. De belastingvrije voet, de vrijstelling, stijgt dan slechts met 3 procent. Als je dit doorrekent betekent dit dat je aan de onderkant van de arbeidsmarkt in 40 jaar tijd een groot probleem opbouwt." Met dit probleem bedoelt Cool de enorme stijging van de loonkosten die met name funest is voor het minimumloon en de laagstbetaalden. Dat komt door de lage vrijstelling. "Je moet dan bruto meer verdienen om netto voldoende over te houden. En dan word je te duur en word je werkloos. Dat mechanisme bestaat internationaal. Bij een hoge vrijstelling kunnen de bruto-loonkosten omlaag zonder dat mensen er netto op achteruit gaan."

"Daarnaast [is er een andere analyse] voor wat betreft de berekening van de zogenaamde marginale tarieven. Waneer je kijkt naar de jaar-op-jaar verandering, dan zie je dat deze niet het marginale tarief van de tabellen volgt. Het correcte tarief is anders en houdt rekening met het feit dat die tabellen ook veranderen. Je moet op een andere manier naar de belasting kijken om te weten wat de gevolgen zijn voor de prikkels op de arbeidsmarkt. Het is niet zo dat, wanneer je een hoge belastingvrije voet kiest aangepast aan de inkomensontwikkeling, je ook hoge marginale tarieven krijgt. Of dat de prikkel tot werken afneemt."

  "De belasting kan worden kwijtgescholden beneden het wettelijk minimumloon. Dat kost niets, omdat mensen niet beneden het minimumloon mogen werken. Dus als je het kwijtscheldt, kost het niets, want ze betalen al niets. Een heleboel mensen moeten deze denkslag nog maken."
Volgens Cool zie je dat ook bij de plannen van minister Ad Melkert. "Ad zegt dat het zoveel geld kost om dit […] uit te voeren. In feite kost het niets. Dat moet toch eens goed bij mensen op het netvlies komen, zou je denken. Ik begrijp niet dat de publicaties van economen dit punt niet benadrukken, want economen moeten de mensen toch uitleggen wat kosten en baten zijn." Cool’s eigen berekeningen liggen intussen te verstoffen bij het Planbureau. "Mijn econometrische onderbouwing zit in het Athena model, (*) dat ik tot 2015 heb gesimuleerd. Alleen heb ik daar geen publicabele resultaten van. Ik mocht er niet verder mee rekenen, daar kreeg ik geen toestemming voor. Dus het enige wat ik heb, zijn die ervaringsfeiten en mijn wiskundig-economische analyse. Dat is maar één aspect en niet een volledig doorgerekend plan."   "Stel dat mensen geloven dat de aarde plat is. Dan komt er iemand die met goede argumenten zeg dat de aarde rond is. Hoe verandert zo’n opvatting ? Dat heeft wel vijfhonderd jaar geduurd. Dat komt niet door onwil alleen. De menselijke conditie wellicht ? Ik weet het niet. Mijn analyse is net zo’n punt van kennis. Daarom heb ik mijn hoop gevestigd op de wetenschap, als veiligheidsklep in deze situatie."  

Voetnoten

 
(*) Het Athena-model is een volledig model van de Nederlandse economie met 7000 variabelen voor 14 bedrijfstakken, een sociaal zekerheidsblok en een monetair blok.