Het verband tussen werkloosheid, Hitler, Joegoslavië en de risico’s ten aanzien van Rusland

 

 

[Zie eerst deze noot.]

 

 

Menigeen werd deze zomer geraakt door nieuwe gruwelen in Joegoslavië. Maar ook is er het gevoel van machteloosheid. Veel mensen keren zich af en wennen zich aan onverschilligheid omdat er aan de situatie toch niets gedaan lijkt te kunnen worden. Echter: ieder die met de situatie begaan is nodig ik uit om goed na te denken over het volgende. Want we kunnen wel degelijk iets zinvols doen en een verschil maken.

Er is een zeker verband tussen massaal geweld en massale werkloosheid. De werkloosheid na de eerste wereldoorlog was een factor voor het aan de macht komen van Hitler, en daarmee het ontstaan van de tweede wereldoorlog. Vanzelfsprekend is werkloosheid als oorzaak niet voldoende. In de jaren dertig hadden ook Amerika, Engeland en Nederland een grote werkloosheid, en daar bleek de democratie toch sterker. Duidelijk is dan wel dat werkloosheid grote eisen aan de democratie stelt, en dat daaraan niet altijd voldaan wordt. Werkloosheid vergroot de instabiliteit, en bepaalde politici gebruiken dan etnische en religieuze verschillen om mensen een schijn van zekerheid te bieden en ondertussen hun politieke macht te vergroten. Joegoslavië is een voorbeeld van de negatieve bijdrage van de economie aan een geweldspiraal. Onder Tito werd het land verwend met leningen van het IMF die na diens dood plotseling terugbetaald moesten worden. De werkloosheid bereikte 20%, en hierbij voegde zich de ineenstorting van de communistische wereld. Etnisch-religieuze verschillen waarvoor eerst werkbare oplossingen bestonden werden nu instrumenten voor oud-communisten om aan de macht te kunnen blijven. Van direct belang voor de westerse wereld is wat er in Rusland gebeurt. Het land heeft al een coup gehad, afscheidingsoorlogen, een opkomst van de mafia, en er is een grote aanhang voor Zjirinovski. Vanzelfsprekend is het niet mogelijk om te zeggen waartoe dit allemaal zal leiden. Wel kun je oordelen dat het risico van een ontsporing nu te groot is. Wanneer Rusland de aansluiting op de wereldmarkt vindt en de massale werkloosheid daar zo bedwongen kan worden, dan is ook het grootste risico van ontsporing bedwongen.

Het punt is dan: dat werkloosheid zich laat aanpakken. Deskundige economen hebben de huidige werkloosheid analytisch al jaren opgelost. De enige reden waarom die werkloosheid voortduurt en waarom niet naar die economen geluisterd wordt, is dat westerse landen te maken hebben met problemen in de voorbereiding van hun economisch beleid. Ook onze politici en bureaucratieën hebben belangen, en een van de grootste belangen is wel het verbergen van beleidsfouten in het verleden. Ook het westen is niet vrij van de gevolgen van de massale werkloosheid: met 32 miljoen werklozen in het rijke OESO-gebied ervaren deze landen een druk in de richting van een minder vrije maatschappij, en dat voedt weer de politiek-bureaucratische verstarring.

Nederland kan nu een verschil maken door het serieus aanpakken van de eigen werkloosheid. Het verdwijnen van de werkloosheid in Nederland zou namelijk een practisch voorbeeld zijn voor de Europese landen, en zo invloed hebben op hun gedachten. Wanneer Europa de handelsbarrières vermindert, dan krijgen Oost-Europese landen meer kansen voor hun export en voor het verdienen van de deviezen welke zij nodig hebben voor investeringen om op de wereldmarkt mee te komen.

Van niet-economen kan niet gevraagd worden genoemde deskundigen te controleren. Dat zal al moeilijk genoeg worden voor de collega-economen die genoemde analyse nog niet kennen. Wat burgers wel kunnen doen is proberen te bewerkstelligen dat er een parlementair onderzoek komt naar de voorbereiding van het economisch beleid. In een parlementaire democratie legt de regering verantwoording af aan het parlement, en het parlement wordt gekozen door de burgers.

In Nederland is er iets aan de hand met het Centraal Planbureau, dat een sleutelrol vervult in de voorbereiding van het economisch beleid. Een voorstel t.a.v. de werkloosheid wordt niet besproken en niet doorgerekend, en de man wordt gespeeld in plaats van de bal. Terwijl ik gewoon mijn werk wil doen en de wetenschappelijke discussie in de openbaarheid wil voeren, worden allerlei maatregelen tegen me genomen. Omdat ik het wetenschappelijk betamelijk acht niet te zwijgen of weg te gaan heb ik me gedwongen gezien de diverse maatregelen voor toetsing voor te leggen aan externe instanties. Inmiddels heb ik op de cruciale punten gelijk gekregen. In de recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep wordt de laatste grond onder het ontslag weggehaald. Curieus genoeg blijft het ontslag in stand, met als enige reden dat de Centrale Raad meer geloof hecht aan de onbewezen mening van de directie van het CPB dan aan mijn al vijfeneenhalf jaar lopend verzoek om nader onderzoek van management en afdeling.

De minister is veroordeeld tot het opmaken van een nieuwe beoordeling, en ik doe andermaal een verzoek tot zo’n onderzoek. Met zo’n onderzoek zal meen ik bewezen worden dat ik goed gefunctioneerd heb: terwijl ik toch ontslagen ben. Me dunkt dat enige maatschappelijke druk nodig is wil de minister zo’n onderzoek alsnog toestaan.

Een voordeel van de hele affaire is dat het accent verschuift van het ongrijpbare van de ‘collectieve schuld’ of het ‘collectief onvermogen’ naar iets concreets: wat iedereen kan begrijpen en waarvoor iedereen nader onderzoek kan vragen.

 

 

30 augustus 1995
 



Noot, 21 februari 1998

The Financial Times van 21 januari 1998 plaatste een artikel van E. Wayne Nafziger, een "senior research fellow and co-director of research on humantarian emergencies at the UN University's World Institute for Development Economics Research in Helsinki".

In dit artikel "Root of human suffering" wordt verslag gedaan van een studie van 42 onderzoekers. De bevindingen van de studie sporen met het bovenstaande.

Zie ook Homo Homini Lupus, het opstel opgenomen in Trias Politica & Centraal Planbureau