Aan de redactie NRC-Handelsblad
Rotterdam

Betreft: reacie op interview Jan Pronk NRC 1/7/95

 

 

Geachte redactie,

 

In een interview met Jan Pronk (NRC 1/7/95) wordt deze "zijn grootste misstap" gevraagd. Jan Pronk noemt er drie: WAO, Indonesië en Suriname. De kwestie Indonesië blijkt vooral te betreffen dat het "kansen bood aan degenen die kritiek wensten uit te oefenen". Waar "kritiek om de kritiek" de lezer niet mag overtuigen, resteren er dan twee serieuze misstappen. Eerder in het gesprek was echter ook de interne organisatie van de PvdA aan de orde, waarvan Pronk nu vindt dat deze te elitair is geworden. WAO en interne organisatie waren in de zomer van 1991 aan de orde. Een voorzichtige conclusie is dat 2/3e van de zelf geconstateerde misstappen zijn gemaakt in deze voor de PvdA nogal dramatische periode.

Menigeen zal geneigd zijn het hele ontwikkelingsbeleid vanaf 1975 van vraagtekens te voorzien. Begin jaren 80 heb ik Pronk een notitie met dergelijke vraagtekens gezonden, maar daarop geen adequate reactie gekregen. Hoe dan ook heb ik in de zomer van 1991 de voorgenomen reorganisatie van de PvdA als ondemocratisch afgewezen, en heb ik - zie Trouw 10/8/91 - een goed alternatief voor de WAO kwestie geformuleerd. Ik heb toen ook kort contact met Pronk gehad in het kader van mijn kandidatuur voor het PvdA-voorzitterschap, zodat Pronk ook van deze gedachten kennis kon nemen. Echter, kennis blijkt voor Pronk een betekenisloze categorie.

In het NRC-interview gaat het Pronk niet om de inhoud der gedachten, maar om wat hijzelf (nu) vindt en of hijzelf ergens een rol kan spelen. In plaats van zijn eigen zwakke oordeelsvermogen te erkennen, noemt hij de post van minister van Buitenlandse Zaken of een rol à la Owen.

Bij een interview met een politicus let de lezer vooral op de intellectuele en morele integriteit die eruit naar voren komt. Politici worden bij voortduring geconfronteerd met moeilijke beleidsvragen, hun antwoorden zijn voor ons aller welzijn van groot belang, en graag zag de lezer dat men in ieder geval correct te werk gaat. Het interview met Jan Pronk leidt in dit geval helaas tot de andere conclusie. Hij getuigt van diezelfde pathologische gespletenheid waarop het voormalige "Nieuw Links" patent lijkt te hebben.

In 1991 heb ik (met pijn) de PvdA verlaten omdat mijn kandidatuur verkeerd behandeld is en overigens omdat deze PvdA geen morele basis meer heeft. Ik zie mijn gelijk bevestigd door wat er sindsdien gebeurd is en bekend is geworden. Ik heb Jan Pronk ooit nog een gesprek voorgesteld, maar hij wijst dit af om "de stap" die ik heb gezet. Het je afsluiten voor anderen is niet het gedrag van een goede burgemeester in oorlogstijd, maar van gewoon de meeloper en opportunist.

De voornaamste reden waarom Pronk in het kabinet zit is dat hij door een stroming in de PvdA gezien wordt als de laatste verdediger van het gedachtengoed van Jan Tinbergen. Me dunkt dat het denkpatroon van Pronk hem juist daarvoor diskwalificeert.

Met vriendelijke groet,

 

Thomas Cool
Secr. Sociaal Liberaal Forum
Scheveningen