Aan de redactie van Trouw
Ingezonden brief

 

14 april 1996

 

 

 

Geachte redactie,

 

In Trouw van 12 april vraagt de heer F. Meeder, oud-gemeentesecretaris van Tilburg, of er bij de voordracht van de heer Havermans tot lid van de Algemene Rekenkamer sprake is van domheid of cynisme. Mijn indruk is dat er in ieder geval sprake is van een gebrek aan kennis. Er is alle reden voor de Tweede Kamer om bij deze voordracht wat langer stil te staan.

Inmiddels landelijk bekende personen die uit de Haagse locale politiek voortkomen zijn de heren Duivesteijn (zie zijn optreden tegenover staatssecretaris Tommel), Nyqvist (vervoerbedrijven), en Van Otterloo (CTSV, overigens niet te verwarren met zijn broer, de oud-wethouder). Het is misschien onredelijk om van de heer Havermans te verwachten dat hij tegen zo’n overmacht bestand is. Er kan tevens een structurele reden zijn waarom de Haagse locale politiek een gebrek aan bestuurlijk vermogen vertoont. Vele Hagenaars zijn werkzaam in het landsbestuur, en zijn geneigd afstand tot politiek te houden. In de locale politiek treft men bijgevolg vooral diegenen die minder bestuurlijk zijn ingesteld. De oude Willem Drees is een van de weinige uitzonderingen.

Toch blijft de vraag hoe ver de tolerantie moet gaan. Van een burgemeester van een van de vier grote steden zou men die ene extra bijdrage mogen verwachten. Ook zijn er normen van bestuurlijk fatsoen. Ik ontkom niet aan het voorbeeld van het nieuwe Haagse stadhuis. Dit op zich al te dure gebouw is tot stand gekomen via wat alleen een ‘politieke truuc’ genoemd kan worden: via dit spraakmakende gebouw zijn de tekorten bij het grondbedrijf voor het Spuikwartier aan de aandacht onttrokken. Echter, van een burgemeester mag men toch verwachten dat hij ertoe bijdraagt dat de discussie zuiver gevoerd wordt.

Het kan een voordeel van onze democratie genoemd worden dat de voordracht in alle openheid plaatsvindt, want dit geeft burgers de gelegenheid om bezwaren naar voren te brengen die in een eerdere fase helaas over het hoofd zijn gezien. Het zou prijzenswaardig zijn wanneer de Kamer veel aandacht aan die bezwaren besteedt. Mijn suggestie is dat de Kamer een onderzoek instelt naar de gang van zaken rond de Haagse tekorten en het Haagse stadhuis, en dat de Kamer dat rapport afwacht, voordat men definitief over de voordracht besluit.

 

Met vriendelijke groet,

 

Thomas Cool

Econometrist, oud-lid van de steungroep Financiën van de Haagse gemeenteraadsfractie van de PvdA, inmiddels ook oud-PvdA

(geplaatst)