We maken de armoede zelf !

 

 

Een merkwaardig feit, armoede in Nederland. Er zijn landlopers en bedelaars op straat, jongeren worden het drugscircuit ingeduwd. Wat gebeurt er toch ? Nederland is een van de rijkste landen ter wereld en heeft misschien wel de beste sociale voorzieningen. Hoe kan armoede dan tot zo’n probleem zijn uitgegroeid ? 

Het antwoord op die vraag is verbijsterend: We maken de armoede zelf ! We maken wetten en regelingen die mensen tot armoede brengen - ook al vinden we bijna allemaal dat die armoede onbehoorlijk is. Nederland is rijp voor de diagnose van collectieve verstandsverbijstering. 

Er is een recept voor het maken van armoede. Het recept is als volgt: 

Begin met niet toe te staan dat wie slechts het bedrag van het netto minimumloon kan verdienen, dat bedrag gewoon mag houden. Wie werkt moet ook nog hoge premies betalen, ook over het minimumloon. Vorig jaar was het netto minimumloon voor een alleenstaande 20.700 gulden, en voor een echtpaar 22.700 gulden. Maar iemand die het minimumloon verdient, kost zijn baas - door de bijkomende belastingen en sociale premies - gemiddeld 34.000 gulden. Voor ondernemers zijn deze kosten veel te hoog om lonende banen te kunnen scheppen voor de groep waar het hier om gaat. 

Stap één van het recept voor armoede is dus: leg zodanige heffingen op het bestaansminimum dat er nauwelijks nog banen overblijven waarin dit bestaansminimum zelfstandig kan worden verdiend. Dwing mensen aldus tot afhankelijkheid van een uitkering. 

Pas dan stap twee van het recept toe: verlaag de uitkeringen ! 

Het recept vergt dus dat de linkerhand niet weet wat de rechterhand doet. De ene hand dringt mensen van de arbeidsmarkt en dwingt ze dan om bij familie aan te kloppen of een uitkering aan te vragen. De andere hand verlaagt de uitkeringen net zolang tot er armoede ontstaat. 

Met dit recept is er een bizarre situatie geschapen. Laaggeschoolde werklozen geven we een uitkering, en we maken het hen onmogelijk tenminste die uitkering te verdienen. Veel eenvoudig werk, dat werkgevers niet de vereiste hoge toegevoegde waarde oplevert, is intussen naar het buitenland verdwenen, geautomatiseerd of blijft eenvoudig liggen. Denk aan reparatiewerk, de verzorging van bejaarden, persoonlijke assistentie, kleine zelfstandigen die zich uit de naad werken omdat ze de hoge kosten van hulp niet kunnen betalen enzovoort. 

Waarom leggen we toch die drempel: dat laaggeschoolde werklozen belastingen en hoge premies moeten gaan betalen wanneer zij gaan werken ? Logica ontbreekt hier. Deze mensen zijn immers niet-werkend óók al verzekerd. Zij zitten in het ziekenfonds, ontvangen bijstand. Het kost niemand geld wanneer zij deze verzekeringsrechten gratis houden wanneer zij voor het netto minimumloon gaan werken; eis van hen dan geen tol waardoor de bruto loonkosten zo hoog wordt dat er voor hen helemaal geen banen meer komen ! 

Minister Melkert van sociale zaken is het voor 40.000 banen met ons eens. We erkennen dat het politiek betekenis heeft dat de minister die stap zet. Maar laten we objectief blijven. De andere werklozen blijft hij dwingen thuis te zitten. Laten we er niet omheen draaien: de minister blijft het recept voor armoede nog voor 95% hanteren. Het beleid laat de foute, werkvijandige hoofdstructuur van ons heffingsstelsel intact. 

Het gaat niet om kleine aantallen inactieven. Minstens 750.000 laaggeschoolden die voor het minimumloon zouden kunnen werken zijn nu veroordeeld tot een uitkering of hulp van familie. In 1994 genoten bijna 500.000 huishoudens een uitkering op bijstandsniveau. Bovendien hadden 440.000 personen WW, en ruim 900.000 een WAO/AAW uitkering - van wie velen verkapt werkloos zijn. 

Waarom verhindert Nederland het onstaan van banen voor al die inactieven, die welbeschouwd grotendeels toch voor zichzelf zouden kunnen zorgen ? 

Laten we het recept voor armoede nog eens van een andere kant bekijken. De huidige absurde situatie is ontstaan doordat regering en parlement hebben verzuimd het sociaal minimum consequent vrij te houden van heffingen. Het van lasten vrijhouden van het sociaal minimum is de sleutel tot het werkloosheids- en armoedevraagstuk. 

Deze sleutel werd reeds meer dan een eeuw geleden door de Nederlandse econoom Cohen Stuart aangereikt. Hij gebruikte het beeld dat ‘een brug eerst zijn eigen gewicht moet ondersteunen voordat hij een last kan dragen’. Rond 1950 hield de inkomstenbelasting hier nog rekening mee. Toen was er ook volledige werkgelegenheid. Maar de sindsdien sterk toegenomen sociale premies hadden merendeels geen vrije voet. En de wetgever heeft de belastingvrije voet niet laten meegroeien met de welvaartsstijging. De belastingtarieven werden gewoonlijk wel aangepast aan de inflatie, maar de lonen stegen sneller. Het gevolg was dat de lasten op minimumniveau voortdurend stegen, door verschillende oorzaken naar verhouding zelfs sterker dan de gemiddelde lasten. 

Het is een sluipend proces dat maar moeilijk aandacht krijgt. Overigens laat economisch onderzoek zien dat zo’n proces zich in de hele Westerse wereld heeft afgespeeld, omdat landen in onderlinge verstandhouding hun belastingtarieven alleen voor de inflatie corrigeren. Niet ‘globalisering’ of ‘automatisering’ maar het eigen beleid veroorzaakt de grote werkloosheid. 

Echter, niet alle onzin kwam als een dief in de nacht. In 1974 maakte het kabinet Den Uyl een onvoorstelbare fout. Het kabinet besloot “dat het sociaal minimum dermate was verhoogd dat het inmiddels geacht kon worden draagkracht te verschaffen voor het betalen van belasting”. Dat was de nekslag voor ‘volledige werkgelegenheid’. Het verband tussen werken en inkomen werd omgedraaid: inkomen werd vooropgesteld, werk kwam op de tweede plaats. Mensen met een inkomen op het bestaansminimum werden tot de bijstand veroordeeld. Werken voor een inkomen op minimumniveau werd en wordt hen practisch onmogelijk gemaakt door de hoge lasten. 

We zouden nu kunnen juichen, want analytisch is het armoedevraagstuk opgelost. Hoe het heffingssysteem precies gerepareerd moet worden is echter een nieuwe horde. Over de details zullen de meningen verschillen. Het moet zonder aantasting van de netto inkomens en liefst ook zonder kostenverhogingen elders, dus zonder toenemende ‘herverdeling van inkomens’. We zijn ervan overtuigd dat dit ook kan. In bepaalde opzichten is zo’n inkomensneutrale reparatie eenvoudig, in andere opzichten niet. Voorlopig is het belangrijkste dat meer mensen gaan inzien hoe het recept voor armoede werkt. En dat het ontgrendelen van de poort naar de arbeidsmarkt voor een grote, achtergestelde groep, alleen maar winnaars kan opleveren.
 

29 maart 1996, Thomas Cool & Arie de Goederen
Trouw 3/5/96, Parool 10/4/96