Zie ook deze brief van 30 januari 2005 aan NRC-Handelsblad, Cultureel Supplement
De tragiek van Jan Pen
 
 

door Thomas Cool




Het Hollands Maandblad 1998 - 8/9 biedt de lezer twee artikelen op politiek-economisch vlak: Jan Pen’s Post-electorale wroeging en Dirk Horringa’s Polderkolder. Er is een enorme kloof tussen deze beide auteurs. Terwijl Pen aangeeft dat hij niet meer vertrouwt op de uitlatingen van Wim Kok over de inkomensverdeling, slechts, stelt Horringa dat de burger stelselmatig belogen wordt en dat het land eigenlijk failliet is. 

Wanneer we beide posities tot ons laten doordringen, dan wordt de kloof alleen nog maar groter. Wie moeten we geloven ? Als Horringa gelijk heeft, waarom komt Pen dan niet met die kritiek ?

Vervolgens zullen velen als volgt denken: Horringa roept dit al jaren, heeft nog nimmer gehoor gevonden, en, waar Pen de eigenlijke econoom is, moet Horringa wel de querulant zijn. Mooie teksten schrijft Horringa, spannende verhalen over list en bedrog, maar nee, op de keper beschouwd moet dit overtrokken zijn.

De kloof wordt aldus gedicht. Pen wordt door velen als een authoriteit gezien, en dat beslecht het debat. Natuurlijk, Pen is na zijn emeritaat de eerste geweest die zichzelf is gaan beschrijven als journalist, en schilder. Iemand met grote belangstelling voor economie, maar geen professionele wetenschapper meer. Hij blijft schrijven, want dat zit in het bloed, maar het zijn columns, ook politieke opstellen, en het is niet gebaseerd op de jongste inzichten. Hij doet zijn best natuurlijk, en de collega’s houden hem op de hoogte, maar de pretentie is slechts journalistiek. En toch, toch kan de lezer niet nalaten hem als een authoriteit te zien. Want Pen heeft natuurlijk een grote reputatie opgebouwd, hij schrijft toegankelijk en overtuigend, en dat hij zich nu journalist noemt siert hem eerder dan dat we zijn stukken kritischer gaan lezen.

Tragiek is: het eigen gruwelijk lot zien aankomen, en er niets aan kunnen doen, sterker nog, het eigenlijk moeten bevorderen. Er is tragiek bij Pen. Hij moet de dag vrezen dat hij door de mand valt. En hij blijft schrijven, waardoor die dag steeds dichter bij komt. Want die dag komt naderbij. Want het is een schande, dat Horringa meer gelijk heeft dan menigeen denkt en dat Pen zwijgt.

Kent u het verhaal van de Rabbi ? Op een dag komt een jong paar bij hem op bezoek, en zegt bewonderend dat hij zulke mooie preken houdt. Zijn adviezen zijn steeds verstandig geweest. De Rabbi neemt het paar naar een raam, en wijst naar een houten schutting aan de overkant. Het paar kijkt, en ziet allerlei schietschijven op de schutting. Er heeft een vakman geoefend: in elke schijf is de roos geraakt. Ze hebben geluk, en zien iemand in actie. Het moet wel de vakman zijn. Ze zien hem schieten, ... en dan naar de muur lopen om rond het schot de schietschijf schilderen. "Precies als bij mijn preken," zegt de Rabbi.

Zoals bij Pen’s reputatie. Waar hij zwijgt ten aanzien van Horringa’s bevindingen is Pen als de goochelaar die onze aandacht afleidt van de werkelijke gebeurtenissen, en die ons verleidt tot applaus voor zijn schijnwereld. Het is mooi geschreven, en ja, door iemand van wie we veel geleerd hebben, maar, waar gaat het nu helemaal over ? De overheid vertelt de burgers leugens over de economie, leugens over de Betuwelijn, leugens over de Bijlmerramp, leugens over de moorden in Srebrenica, en terwijl de inkomensverdeling al jaren verslechtert, heeft Jan Pen slechts een beetje het vertrouwen in papa verloren ?
 
 

-----------



Denkelijk is het nuttig om aan te geven dat Pen als econoom de nodige steekjes heeft laten vallen. Laat ik ook aangeven dat ik veel van hem geleerd hem, dus mijn oordeel is een evenwichtige. Maar enkele kritiekpunten lijken niet breed bekend.

  • Beurskrach 1987: Jan Pen in "Wie heeft er gelijk?", Academic Service 1989, p 212, meldt van zijn ‘Keynesiaanse geloof’ afgevallen te zijn - voor hem "de diepgewortelde gedachte, dat markten gemakkelijk ontregeld raken" - omdat de beurscrisis van 1987 niet tot een grote recessie leidde. Evenwel, Alan Greenspan van de Amerikaanse centrale bank voorkwam zo’n recessie met Keynesiaanse middelen (door namelijk de rente te verlagen) !
  • Belastingen 1969: Destijds adviseerde Pen met Tinbergen tot een redelijk bestaansminimum, maar Pen adviseerde tegen automatische indexatie in de belastingen, hetgeen toch tegenstrijdig is (zie "Dat stomme economenvolk met zijn heilige koeien", 1976, p76-81, het artikel "Inflatiecorrectie: liever niet doen", oorspronkelijk: Hollands Maandblad van juni/juli 1969). Hij onderkent hier niet het verband met werkloosheid en armoede, en ziet niet dat een automatische correctie voor de welvaartsstijging economisch zinvol is. 
  • Belastingplan voor de 21 eeuw anno 1998: Dit plan van minister Zalm en staatssecretaris Vermeend is een grote leugen. Men doet het voorkomen alsof een heffingskorting nodig is om bepaalde ongelijke werkingen van de belastingvrije voet ongedaan te maken. Dit is absoluut onwaar. In Post-electorale wroeging verklaart Pen zich geen tegenstander van de heffingskorting. Correct zou echter zijn: (a) de leugen van Zalm en Vermeend ontmaskeren, (b) afstand nemen van de heffingskorting omdat dit de inkomensposities alleen maar ondoorzichtiger maakt.
Begrijp me goed, Pen heeft hele goede kanten. Ik heb ooit zeer veel respect voor Jan Pen gehad, dus ik kan me goed voorstellen dat wie dit leest toch even achter de oren krabt. Toch, mijn advies is: niet op Pen vertrouwen.

Ik zeg dit als econometrist van 44 jaar, vermoedelijk zo’n beetje in de kracht van mijn professionele bestaan. Bijvoorbeeld heeft The Economic Journal, een van de toptijdschriften, een positief concluderend review van mijn economische software gepubliceerd in Juli 1998, v 108 n 449, pag 1229-1234, door Ron Shone.
 
 

-----------



U wordt door de Nederlandse overheid belazerd op economisch terrein. Wist u dat er een wetenschappelijk medewerker van het Centraal Planbureau is die adviseert tot een parlementaire enquête naar de voorbereiding van het economisch beleid en in het bijzonder de rol van het Centraal Planbureau ?

U wist dat niet ?

Dank Jan Pen dan voor uw onwetendheid. Wat hij over de kwestie weet heeft hij niet aan u doorverteld.

Wist u dat er in januari 1998 bij Thesis Publishers een boekje is verschenen: Werkloosheid en armoede, de oplossing die werkt, door Hans Hulst & Auke Hulst m.m.v. Thomas Cool ? De recensent van "De Arme Krant van Nederland" schrijft: "Het plan verdient serieuze bestudering (...)". De recensent van DISKkrant schrijft: "(...) een interessant, goed leesbaar boek, dat voor vuurwerk zorgt en degelijke argumentatie aandraagt. Nuttig voor eigen studie. Bruikbaar in groepswerk. Ondersteunend voor de armoedebeweging in het politiek debat. Wij raden het gaarne aan." Meer informatie op: http://thomascool.eu/SvHG/SvHG.html.

Lees dit boekje, besef dat dit boekje voor de verkiezingen van 1998 verschenen is, en lees dan nog eens Jan Pen’s Post-electorale wroeging. Uw economisch journalist Jan Pen heeft u vergast op zijn innerlijke woelingen maar u niet goed voorgelicht. 
 


-----------


U kunt zeggen: "Hoho, Pen is inmiddels over de 75 jaar. U moet dimmen, meneer Cool." Mijn antwoord is dan: Mijn kritiek bestaat al een paar jaar, het is misschien dat u er nu van hoort. Wanneer de oud-premier van Italië Andreotti inmiddels een oude man is, wil dat niet zeggen dat er geen rechtszaak meer gehouden kan worden over vermeende fouten uit het verleden. Leeftijd is een hoedanigheid die onze zorgvuldigheid richting geeft, maar is geen absolutie.

Laat ik u uitleggen dat Pen in 1989-1990, bijna 10 jaar geleden, als wetenschapper faalde. Als lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW).

Om te beginnen moet u weten dat het economisch debat in Nederland eigenlijk is dichtgetimmerd. Economen aan de universiteiten concentreren zich vooral op de theoretische details in de vaktijdschriften, en profileren zich eigenlijk liever niet in publieksmedia. Economen bij bedrijven en overheid hebben hun broodheren, en kunnen niet uit de toon vallen. Zoals de secretaris-generaal van EZ, Sweder van Wijnbergen, onlangs tot de orde werd geroepen. Er zijn de spaarzame oprispingen, zoals van Eduard Bomhoff, maar deze maken vooral duidelijk dat men maar beter niet uit de toon kan vallen.

Voor de Nederlandse economen besta ik denkelijk niet. Ik kan een baanbrekende analyse ontwikkelen, maar wanneer iemand niet bestaat dan kan wat hij zegt ook gewoon genegeerd worden. In 1982-1991 toen ik wetenschappelijk medewerker bij het Centraal Planbureau was en in 1998/90 toen ik dus die persoon werd die tot dat advies tot die parlementaire enquête kwam, was ik nietser dan niets.

In zo’n geval is de steun van externe onafhankelijke en integere wetenschappers cruciaal. En wanneer mensen als Pen zich zo profileren, en dan als het er op aankomt niet-thuis geven, dan is dat pijnlijk - en mag men zeggen dat zij falen. Zoals Pen faalde toen in ik 1989/91 bij hem om steun aanklopte. Niet als de jood in de oorlog die een onderduikadres zoekt, want dat zou een geforceerde analogie zijn, maar heel zuiver als de ene wetenschapper die de andere aanspreekt op de integriteit van de wetenschap.

In 1983 legde Pen ("De verrassingen van de economie", Spectrum 1984, p146/7) de schuld van misleiding bij de politiek en niet zozeer bij het CPB dat hij in bescherming nam:

"Mijn kritiek op de informatieverstrekking door de regering kan ook zo worden geformuleerd dat zij beleidsalternatieven probeert weg te drukken. (...) De tijd van Tinbergen ligt ver achter ons, dat het CPB op eigen kracht beleidsalternatieven publiceerde. (...) De regering (...) mag geen Haagse subcultuur scheppen waarin woorden taboe zijn, algemeen geaccepteerde theorieën niet meer besproken worden, de werkelijkheid wordt versluierd, irrationele angsten worden aangewakkerd en het Centraal Planbureau wordt gefrustreerd in zijn openhartigheid. De regering mag en moet propaganda maken voor haar politieke keuze. Maar als zij de informatie manipuleert zal zij de wetenschap tegenover zich vinden." Ik ben het niet geheel eens met Pen’s toenmalige analyse. In mijn observatie was en is het CPB noch naar wet noch naar (interne) praktijk en sfeer een wetenschappelijk instituut. Derhalve is het CPB deel van het probleem. Blijft staan dat toen ik Pen in 1989/91 op zijn woorden aansprak, ik nul op rekest kreeg. 

Op zich haalde Pen in het Parool, 5 juni 1992, nog aan dat ik ontslagen was. De passage is: 

"Het verbaast mij, dat dit alternatief van de verhoging van de belastingvrije voet zo weinig in discussie wordt gebracht. Alleen D66 komt er mee, en verder een aantal verspreide economen: Hugo Keuzenkamp (van de Katholieke Universiteit Brabant) in Intermediair, Thomas Cool (econometrist bij het CPB, maar daar ontslagen) in de Volkskrant. Waarom publiceert het CPB niet eens een snelle studie over de voordelen van dit alternatieve plan? Is het waar wat sommigen zeggen, dat een dergelijke publikatie door het CPB niet naar buiten komt omdat de regering zoiets tegenhoudt ?"  Maar daar hield het mee op. In het Hollands Maandblad meldde Pen later nog eens dat ik hem zoveel stukken stuurde, met stellingen over de misstanden op het CPB. Omdat hij niet aangaf dat hij er iets mee deed, was dit eerder een teken voor de lezer dat de kwestie geen aandacht zou verdienen. Ik vond deze gang van zaken ook wat onheus, want eerder hadden we wel gecorrespondeerd, met duidelijke interesse wederzijds, en hij heeft me niet gemeld niet langer geïnteresseerd te zijn.

Voor de goede orde: Ik zou het nog steeds heel erg op prijs stellen wanneer Pen zich uitspreekt voor een parlementaire enquête naar de voorbereiding van het economisch beleid. En ik zou het uitermate fijn vinden wanneer Pen mijn economische analyse eindelijk eens begrijpt - zodat hij het ook in zijn mooie Nederlands kan uitleggen. Ik zou het waarderen dat hij eindelijk inzag dat ik een hele zuivere integriteit heb en dat mijn voorbeeld Jan Tinbergen is - zodat je mij beter kunt vertrouwen dan de directie van het CPB. Maar hij is wel mede-verantwoordelijk voor de vertraging sinds 1990 en de non-reactie van de economenwereld tot nu toe.
 


-----------


Inmiddels begin ik een beetje verlost te raken van het gezien en behandeld worden als een ‘non-entity’. Het goede werk dat ik op het CPB gedaan heb komt meer in een kader te staan. Er is mijn boek Trias Politica & Centraal Planbureau, Samuel van Houten Genootschap 1994. Er is mijn bijdrage aan de CBS-bundel voor De Nederlandse ArbeidsmarktDag 1995, CBS/NAD 1996. Ik heb meer werkgevers gehad met positieve oordelen over mijn kwaliteiten. Het ministerie van EZ heeft begin 1998 erkend dat er inderdaad machtsmisbruik heeft plaatsgevonden toen ik in april 1990 uit mijn werkzaamheden werd geplaatst. Er is bovenstaand boekje met Hans en Auke Hulst. Mijn economische software vindt zijn weg over de wereld. Er is een aantal artikelen van hoge kwaliteit over verschillende onderwerpen. Het kan erg leuk worden wanneer mijn analyse ten aanzien van de werkloosheid internationaal doorbreekt.

Ik ben benieuwd hoelang het zal duren voordat de Nederlandse economenwereld gaat erkennen dat er toch een probleem t.a.v. de directie van het CPB bestaat, en wanneer bijvoorbeeld Bomhoff’s steun voor mijn zaak verder gaat dan het aanbod me te helpen emigreren. Duidelijk is echter dat er nog veel moet gebeuren. Arjo Klamer noemt me niet zijn "Telgen van Tinbergen" (maar hij noemt ook Hans van den Doel niet). Frank Kalshoven van de Volkskrant behandelt me als een paria. Coen Teulings, zowel hoogleraar als verbonden aan SZW als vooraanstaand Groen-Linkser, met dus een geheide positie in het circuit, meent dat het wettelijk minimumloon geen werkloosheid veroorzaakt, en negeert dus mijn analyse en kan deze alleen accepteren met een vorm van gezichtsverlies. Het zijn ‘Chinese toestanden’ hier.
 


-----------


Overigens denk ik dat Dirk Horringa overdrijft wanneer hij concludeert dat Nederland failliet is. Zijn bespreking van de ontwikkelingen in Zweden gaat ook aan enkele cruciale punten voorbij. Voor een eerste reactie, zie Werkloosheid en armoede, de oplossing die werkt. Maar dat de overheid leugens verkoopt, daarin heeft hij gelijk. Hopelijk is hij het eens met mijn advies tot een parlementaire enquête naar de voorbereiding van het economisch beleid.
 


-----------


Zoals gezegd: Pen heeft prachtige dingen gedaan. Bijvoorbeeld het boek met Tinbergen over de inkomensverdeling: zonder Pen was dit boek er denkelijk niet geweest - en het moet een last van Tinbergen’s schouders hebben gehaald. Bijvoorbeeld de heldere besprekingen in tientalle publieksartikelen, die ervoor hebben gezorgd dat velen meer van economie begrijpen dan anders het geval zou zijn geweest.

Dit stukje gaat eigenlijk ook maar een beetje over Jan Pen. Het gaat vooral over het machtsmisbruik dat de Nederlandse overheid pleegt, en dat door het parlement onderzocht zou mogen worden. Het gaat ook over de wetenschappelijke incompetentie van de economische vakbroeders die de leugens en het machtsmisbruik maar accepteren. Pen is hier slechts deel van de kudde, en misschien nog de betere, omdat hij af en toe toch iets zegt. 

Maar de spanning tussen Horringa’s betoog en dat van Pen is te groot. Die spanning illustreert precies de vertrouwenscrisis in onze maatschappij. Je kunt de overheid niet meer vertrouwen, je kunt Pen niet meer vertrouwen. Wie nog wel ?
 
 

Zie: http://thomascool.eu/Thomas/index.html
 
 

17 september 1998
Aangeboden aan Hollands Maandblad - maar zonder redenen geweigerd.
Zie ook deze brief van 30 januari 2005 aan NRC-Handelsblad, Cultureel Supplement