‘Niemand heeft het meer over volledige werkgelegenheid’
Een plan om armoede en werkloosheid op te lossen (1)

  

door Bart van Maanen, MUG april 1998

  

Onlangs verscheen een boekje met de titel ‘Armoede en werkloosheid, de oplossing die werkt’. (2) De auteurs stellen een structurele oplossing van de werkloosheid voor, gebaseerd op een historische analyse, waarbij zij zich concentreren op de enorm gestegen loonkosten. MUG’s radioprogramma Loon op Zand had een gesprek met één van de auteurs en vroeg econoom Robert Went om kritisch commentaar. 

‘Armoede en werkloosheid, de oplossing die werkt’ is geschreven door freelance journalist Hans Hulst en zijn broer Auke. Zij werkten samen met econometrist Thomas Cool, die in de jaren tachtig (3) verbonden was aan het Centraal Planbureau en aan wiens ideeën MUG al in 1995 aandacht besteedde. Het boekje is volledig gebaseerd op een analyse van Cool over de ontwikkeling van de loonkosten in Nederland. (4) De auteurs wilden Cools analyse en oplossing die hij denkt te hebben voor de werkloosheid duidelijk maken aan een groot publiek. 

De historische analyse in het boekje begint in 1956. Toen werd door werkgevers en werknemers de eerste collectieve loonstijging afgesproken. Dat zette tot op de dag van vandaag een proces in werking dat het verschil tussen het bruto en het netto minimumloon steeds meer heeft vergroot. Het verschil wordt ook wel de ‘wig’ genoemd. Werkgevers klagen inderdaad al decennia over te hoge loonkosten. Het huidige netto minimumloon van een werknemer (f 22.000) is in ieder geval minder gestegen dan zijn bruto loon (f 36.000). De wig (f 14.000) zou hem zo duur maken dat werkgevers zich wel twee keer achter de oren krabben voor ze iemand in dienst nemen, aldus de auteurs. Zodoende is de structurele werkloosheid gecreëerd. Dit probleem kost veel geld, waardoor de bruto loonkosten weer omhoog moesten. Zo is er een belastingspiraal ontstaan die tot op heden nooit is doorbroken. 

De gebroeders Hulst hebben, in samenwerking met Cool, een plan beschreven om die spiraal te doorbreken. Dit plan komt er op neer dat de belastingvrije voet, die nu is vastgesteld op f 9000,- verhoogd wordt tot het sociaal minimum, dus tot f 22.000,-. Werknemers noch werkgevers hoeven dan belasting te betalen over het minimumloon. De auteurs illustreren dit idee met een uitspraak van de negentiende-eeuwse econoom Cohen Stuart die zei dat een brug eerst zichzelf moet kunnen dragen, voordat je hem kunt belasten. 

Volgens de auteurs kan de werkgelegenheid zo enorm groeien; honderdduizenden banen zou het moeten opleveren. Freelancers en startende ondernemers zouden meer ruimte krijgen. Bovendien kan, door het opschroeven van de belastingvrije voet, bespaard worden op sociale uitkeringen. ‘Met dit plan willen we het aantrekkelijker maken om laagproductieve mensen in dienst te nemen’, zegt Hans Hulst. Hij erkent echter wel het gevaar dat werknemers op deze manier in de laagste loonschaal blijven steken. (5) 

Econoom en medewerker aan de economische faculteit van Amsterdam Robert Went is van mening dat de auteurs het verband tussen loonkosten en werkloosheid niet hebben kunnen aantonen. ‘Als twee dingen tegelijkertijd plaatsvinden moet je natuurlijk wel aantonen dat er een relatie bestaat tussen die dingen. Hoe verklaar je bijvoorbeeld dat in Nederland maar heel weinig mensen voor het minimumloon werken? Je zou volgens de analyse in dit boekje een grote groep verwachten, maar de lage loonschalen zijn vrijwel leeg.’ (6) 

Wat vindt Robert Went van de analyse? 

‘De analyse is toegeschreven naar de conclusie. Het boekje heeft duidelijk het doel een bepaald antwoord op de werkloosheid te promoten. Er worden wat aspecten naar voren gehaald uit de periode van na de Tweede Wereldoorlog tot heden, maar het levert uiteindelijk een erg beperkt beeld op.’ (7) 

‘Eigenlijk moet je kijken hoe het kapitalisme functioneert in de praktijk. (8) In het boek lijkt het of de werkgever alleen kijkt hoeveel het kost om iemand in dienst te nemen. Maar dat is niet zo. Hij kijkt bijvoorbeeld ook naar hoeveel mensen hij in dienst moet hebben om zijn productiviteit te vergroten, en daarmee zijn afzet te kunnen vergroten.’ Ook zijn werkgevers bijvoorbeeld niet bereid winsten te investeren in arbeid. ‘Het probleem is zeker niet dat de winsten niet groot genoeg zijn; die zijn de afgelopen 15 jaar ieder jaar met 6 à 7 miljard gestegen. Maar toch is de werkloosheid niet afgenomen.’ Het is volgens Went dus te simpel om te stellen dat alleen de loonkosten verantwoordelijk zijn voor de structurele werkloosheid. (9) 

Went vindt het, ondanks alle kritiek die hij heeft op het boekje, wel lovenswaardig dat de auteurs op een toegankelijke manier hebben geschreven over mogelijkheden om volledige werkgelegenheid te creëren. 

‘Je moet je afvragen waarom niemand het meer over volledige werkgelegenheid heeft, want die was er gewoon in alle westerse landen. Lees de programma’s voor de komende verkiezingen er maar op na: er is geen politieke partij die denkt dat die situatie weer zou kunnen ontstaan.’ 

En dat vindt u, zo te horen, een nogal moedeloze houding? 

‘Ja, dat vind ik heel erg slecht. Waarom zou het nu niet meer kunnen? En dat terwijl je ziet dat er veel werk is dat niet gedaan wordt, maar waar wel behoefte aan is. Je leest toch over wachtlijsten bij ziekenhuizen, verkleining van de klassen in het onderwijs en over zieke mensen die niet gewassen worden.’ 

‘In de periode tot midden jaren ‘70 leefde het idee dat iedereen het elk jaar een beetje beter zou krijgen. Dat gevoel van vooruitgang is helemaal verdwenen. Jongeren hebben zoiets van: "Ik moet nog maar afwachten of ik een baan vind, ik weet niet hoe mijn toekomst eruit zal gaan zien". Je leest bijna iedere dag in de krant dat het een probleem is dat er zoveel ouderen zijn, waardoor de pensioenen niet langer zijn gegarandeerd.’ 

Ondanks de fundamentele onenigheid over dit plan, zijn de heren het over één punt wel eens: de werkloosheid is een gevolg van falend overheidsbeleid, en niet van een economische natuurramp. (10)

 
 



Commentaar van Thomas Cool, 13 april 1998
 
  1. Niet 'plan' maar 'analyse': een plan is veel uitgewerkter.
  2. Het is 'Werkloosheid en armoede, de oplossing die werkt', Thesis Publishers 1998, f 24,90 (en dus niet 'armoede en werkloosheid')
  3. Oktober 1982 - oktober 1991.
  4. Het is een misverstand dat mijn analyse zich beperkt tot de loonkosten.Mijn analyse omvat bijvoorbeeld ook de doorwerkingen van een verkeerde verdeling van de loonkosten naar de rest van de economie, zoals het monetaire beleid, of de invloed van de effectieve vraag op de productiviteit. Mijn analyse amendeert 'bestaande modellen' en dat betekent dat grote delen uit het bestaande economische denken worden overgenomen. Amenderen is toch wat anders dan verwerpen. Mijn analyse is daarbij beslist niet eendimensionaal. Ik heb vele mogelijke economische verklaringen van de huidige werkloosheid bekeken, zoals onevenwichtigheidsanalyse, rationele verwachtingen, supply side, etcetera, voordat ik tot deze analyse kwam. Daarnaast bevat mijn analyse bijvoorbeeld ook een behandeling van het falen van de beleidscoordinatie.
  5. Ik begrijp niet goed wat hier beweerd wordt. Volgens de analyse is het mogelijk om ook aan de onderkant een glijdende schaal te ontwerpen zoals momenteel voor de hogere inkomens bestaat. Indien men vindt dat de hogere inkomens nu gevangen zitten in hun inkomenspositie, dan zou dat ook voor de lage inkomens gaan gelden. Maar is dat bezwaarlijk ?
  6. (a) Het verband tussen loon en werkloosheid is wel verklaard: immers, wanneer je loon lager is dan het minimumloon, dan kun je geen fulltime werk vinden.

  7. (b) Ik snap niet hoe je uit de analyse zou kunnen afleiden dat de werkgelegenheid onder de laagste inkomens juist enorm groot zou zijn. Zie immers toch (a).
    (c) Voor de loonschalen geldt, dat die nog te hoog zijn voor de productiviteit van de mensen die daar zouden moeten werken (de huidige werklozen, bijstandontvangers, gehandicapten en WAO-ers).
  8. Het boekje is inderdaad toegeschreven op het toelichten van de analyse. 'Promoten' klinkt alsof er knollen voor citroenen worden verkocht. Die suggestie werp ik verre van mij. Andere aspecten zijn niet verwaarloosd, zie de voetnoten. Maar wil je een gedachte onder de aandacht brengen, dan moet je die gedachte ook uitwerken.
  9. Ik kijk inderdaad naar hoe zaken werken in de praktijk. (Waarom de werkelijkheid nu 'kapitalisme' noemen ?)
  10. (a) Het boekje is niet eendimensionaal, zie opmerking 3.

  11. (b) Robert Went gooit alle winsten op een hoop, en alle loonkosten op een hoop. Het boekje bekijkt de winst per werknemer en de loonkosten per werknemer. Indien het bedrijf winst maakt op hoogproductieve werknemers maar verlies op laagproductieve werknemers, dan zal het een voorkeur hebben voor de eerste groep. De winstgevendheid van de laagproductieve werknemers kan vergroot worden door vermindering van hun loonkosten.
  12. (a) Wat is dan de verklaring van Robert Went ?

  13. (b) Het is te gemakkelijk om de houding van de politieke partijen af te doen als 'moedeloosheid'. Zij hebben bepaalde visies op de werkelijkheid, die ook weer steunen op economische analyses. Zie hier mijn analyse t.a.v. de beleidsverstarring.
PS. Ter voorkoming van misverstanden: De suggestie in het artikel is een beetje dat Hans en Auke Hulst mijn analyse voor een groter publiek wilden uitwerken en op grond daarvan een plan presenteren. In feite zijn zij gevraagd om te helpen de analyse voor een groter publiek te verhelderen, zie ook de verantwoording in het boek.


Omhoog