Problemen bij de democratische besluitvorming in het algemeen en t.a.v. milieu en werkgelegenheid in het bijzonder: Naar een betere bescherming van de rol van de economische wetenschap


Datum: vrijdag 19 oktober 2001
 
 

Programma:

Dagvoorzitter: prof. dr. L. Reijnders

10:00 - 10:15: Democratie en wetenschap (Inleiding)
10:15 - 10:30: Werkloosheid en armoede (Thomas Cool)
10:30 - 10:40: De problematiek nader beschouwd (Guido den Broeder)
10:40 - 11:15: Zaal
11:15 - 11:30: Pauze
11:30 - 11:45: Duurzaam Nationaal Inkomen (Roefie Hueting)
11:45 - 12:00: Beleidseconomie, milieu en werkgelegenheid (Jarig van Sinderen)
12:00 - 12:30: Zaal
12:30 - 13:00: Pauze
13:00 - 15:00: Forumdiscussie: Democratie en wetenschap

Organisatie: Samuel van Houten Genootschap

Context: Verkiezingen 2002

Plaats: We zijn te gast bij de Stichting Natuur en Milieu, Donkerstraat 17, 3511 KB Utrecht, Tel. 030-2331328, www.snm.nl. Dit is op loopafstand van het Centraal Station, via Mariaplaats, Zadelstraat en dan 1e straat links. 

Doelgroep: Wetenschappers met belangstelling voor ‘economie en politiek’, de wetenschappelijke bureau’s van de politieke partijen, agenda’s ESB en Economenblad, universiteiten, pers. Belangstellende kiezers zijn ook welkom.

Kosten: Gratis. Omdat maximaal 30 plaatsen beschikbaar zijn, is aanmelding vooraf gewenst: via cool@dataweb.nl.

Toelichting:

In verband met de verkiezingen van 2002 en de opstelling der verkiezingsprogramma’s is het zinvol dat ook in de economische wetenschap enige bezinning plaatsvindt omtrent de rol van de wetenschap bij de democratische besluitvorming. In de economische theorie en met name de Social Choice Theory en de Public Choice zijn vele mogelijke problemen bij die rol geïdentificeerd. De onderwerpen van milieu en werkgelegenheid zijn praktische voorbeelden van een problematische stagnatie in de besluitvorming. In de politiek wordt het milieu vaak tegenover economische groei gesteld. Roefie Hueting heeft uitgewerkt hoe een ‘duurzaam nationaal inkomen’ (DNI) te berekenen valt, en heeft laten zien dat een grotere zorg voor het milieu juist meer werk vergt. Terwijl Huetings inzichten al jaren bestaan, reageren wetenschappers en politici hier tamelijk traag op. Een ander voorbeeld is dat de overheid zegt meer werkgelegenheid na te streven, maar diezelfde overheid kiest dan een belastingstructuur die dat voorkomt. Hier biedt Cool al enkele jaren een analyse die bevorderlijk zou zijn voor werk en milieu, maar ook daar zijn de reacties traag. Hoe komt het dat ‘de politiek’ zo gemakkelijk voorbijgaat aan wetenschappelijke inzichten ? Een eerste reactie is te denken: “Maar de wetenschappers zijn het onderling (ook) niet eens.” Dat is ten dele waar. Maar zo eenvoudig is het antwoord echter ook weer niet, wanneer we een onderscheid maken tussen academische economen die alle tijd hebben en beleidseconomen die snel moeten reageren. Thomas Cool constateert een verstarring in de beleidsvoorbereiding. Zijn advies is de instelling van een grondwettelijk Economisch Hof, als uitbreiding van de Trias Politica. Het probleem bestaat niet zozeer uit tegenstrijdige politieke belangen, of dat wetenschappers het onderling niet eens zijn, maar kan er ook uit bestaan dat er een verkeerde structuur van de beleidsvoorbereiding bestaat waarin onvoldoende ruimte is voor het correcte proces van de wetenschappelijke advisering. 

Enkele stellingen voor de discussie (deels ontleend aan "Werkloosheid en armoede, de oplossing die werkt"):

  1. Waar velen spreken over een ‘lage participatiegraad’ is in economisch opzicht sprake van werkloosheid. De definities van CBS en CPB zijn hier ontoereikend en werken verwarrend ten aanzien van de juiste diagnose. De echte werkloosheid is ook een structureel probleem en geen conjuncturele. Wanneer de ‘paarse coalitie’ stelt dat het een enorm resultaat is dat er in de laatste acht jaar 1,3 miljoen banen zijn geschapen, dan verwart men structuur en groei. Bij een goede structuur zijn er zoveel banen als nodig, en de eigenlijke conclusie luidt dus dat de structuur nog steeds fout is, dat er te weinig banen bijgekomen zijn, en dat dit ook de verkeerde zijn.

  2.   
  3. Vele maatschappelijke problemen, zoals armoede, criminaliteit, de betaalbaarheid van de AOW en andere uitkeringen, houden verband met, of zijn het directe gevolg van, een scheefgegroeide participatiegraad, die weer terug te voeren valt op een falend fiscaal beleid. Het bijstellen van het fiscale beleid kan dientengevolge een positieve uitstraling hebben op al deze beleidsterreinen. 

  4.   
  5. Milieu en werkgelegenheid versterken elkaar. Voor een goede milieuzorg is ook meer werk nodig. Het is zeer ten onrechte dat milieu en economische groei en werk tegen elkaar worden gezet. De eigenlijke keuze is tussen milieu en vervuilende productie, en indien de vervuilende productie wordt afgewezen, dan blijft het economisch welzijn juist in stand.

  6.   
  7. Door ‘blockages’ kan het onduidelijk zijn wat de werkelijke maatschappelijke preferenties zijn ten aanzien van het al dan niet nastreven van duurzame economische groei. Zolang deze onduidelijkheid bestaat, dienen wetenschappelijke instellingen de juiste informatie te verschaffen door naast het standaard nationaal inkomen (NI) ook een cijfer voor het duurzaam nationaal inkomen (DNI) te hanteren.

  8.   
  9. De verkeerde structuur van de beleidsvoorbereiding heeft ook t.a.v. het DNI geleid tot een ontoereikende kwaliteit van de economische en politieke discussie en afweging. Hierdoor ook bevindt het beleid zich al jarenlang op het verkeerde spoor.

  10.   
  11. Werkloosheid is een bestuursprobleem. Als er werkloosheid is, markeert er iets aan het bestuur. Het voortduren van de massale werkloosheid duidt dientengevolge op gebreken in de totstandkoming van het sociaal-economisch beleid. Om deze stremmingen op te heffen is de parlementaire enquête bij uitstek de geschikte weg - begin nl. met informatieverzamelen.

  12.   
  13. In de beleidsvoorbereiding valt vooral de zwakke positie van het Centraal Planbureau op. Deze zwakte gaat ten koste van de kwaliteit van de beleidsvoorbereiding. Een zinvolle oplossingsmogelijkheid is een daadwerkelijk onafhankelijk wetenschappelijk instituut zoals grondwettelijk Economisch Hof.
Literatuur:

Thomas Cool (2000), "Definition & Reality in the General Theory of Political Economy" (DRGTPE), zie ook http://thomascool.eu

Thomas Cool (2001), "Voting theory for democracy" (VTFD) , zie ook http://thomascool.eu

Thomas Cool (2001a), "Roefie Hueting en het DNI", ESB 24-08-2001, zie ook de algemene pagina over het milieu

Roefie Hueting (1996), "Three persistent myths in the environmental debate", Ecological Economics 18, p81-88

Roefie Hueting (2001), "The Theoretical Basis for Estimating SNI", Speech for the World Bank Seminar, October 1, 2001

Hans Hulst en Auke Hulst m.m.v. Thomas Cool (1998), "Werkloosheid en armoede, de oplossing die werkt", Thesis Publishers

Ekko van Ierland cs. (2001), "Economic growth and valuation of the environment: a debate", conference book of the Hueting congres, Edward Elgar

Ed Lof, (1994), "Zo komen we er niet", verslag van conferentie georganiseerd door het SvHG, Intermediair 30 september

Jarig van Sinderen (2001), "Afscheid van de beleidseconomie", ESB 28 september