SLF home
 

Sociaal liberale aanpak van de werkloosheid

Geplaatst in Trouw 5/6/93, AD 25/6/93, Haagsche Courant 29/7/93

 

De werkloosheid stijgt weer [in mei 1993]. Internationaal gaat het niet best, met name in het voor Nederland economische belangrijke Duitsland. Voor Nederland komt daar nog bij dat, nu het kabinet het beroep op ziektewet en WAO afgeremd heeft, en deze vluchtroutes enigszins beperkt zijn, de economische verslechtering zich direct vertaalt in een groeiende werkloosheid. 

Hoe kan de werkgelegenheid in vredesnaam weer groeien ? Het Sociaal Liberaal Forum is in januari 1993 opgericht om te komen tot een nieuwe coalitie van VVD, D66, Groen Links en PvdA, om met name ook de werkloosheid aan te pakken. Het forum heeft daartoe ideeen ontwikkeld die aan belangrijke sociale en liberale eisen voldoen. 

Veel mensen denken dat er niets tegen werkloosheid te doen valt. Ze beschouwen het als een soort natuurramp waar je maar mee moet leren leven. Dit is een nogal ongelukkig misverstand. Werkloosheid speelt tussen mensen, en is afhankelijk van regels waar we zelf invloed op hebben. In feite kun je werkloosheid zien als een thermometer voor de kwaliteit van het landsbestuur. Wanneer er werkloosheid is, mankeert er blijkbaar iets aan het bestuur. De minister van sociale zaken en werkgelegenheid, dr. Bert de Vries, is zich van het bestuursprobleem bewust. De Volkskrant van 3 april citeert hem:

    “Ik troost mij met de gedachte dat er geen natuurwet is, die voorschrijft dat er maar x miljoen arbeidsplaatsen kunnen zijn. Als er niet meer dan x miljoen arbeidsplaatsen zijn, komt dat omdat we met z'n allen niet in staat zijn, de samenleving zo te organiseren dat er meer reguliere arbeidsplaatsen zijn.”
Dat er een bestuursprobleem ligt, is al een belangrijke constatering. Maar dan ben je er nog niet. De samenleving is ingewikkeld, en je kunt lang zoeken voordat je een oplossing gevonden hebt. Bovendien, zoveel mensen zoveel zinnen, dus 'de' oplossing zal wel niet bestaan. Toch willen wij een bepaalde aanpak verdedigen. 

Ons voorstel is de laagstbetaalden vrij te stellen van belastingen en premies. Daardoor worden de loonkosten verlaagd waar het nodig is. De werkloosheid is nu geconcentreerd bij mensen die blijkbaar niet eens het (CAO) minimumloon kunnen verdienen. Het wettelijk minimumloon voor full-timers bedraagt ongeveer 34.000 gulden bruto per jaar, alles inbegrepen. Vrijstelling van belasting en premies voor deze mensen betekent dat hun loonkosten fors verlaagd kunnen worden, naar ongeveer 18.000 gulden. 

Dit gaat niet ten koste van het netto inkomen, en maakt het voor werkgevers aantrekkelijk werk aan te bieden. Het wordt zelfs zo aantrekkelijk mensen aan te nemen, dat werkgevers graag goede arbeidsomstandigheden zullen bieden. In zo'n situatie wordt ook een hogere strafkorting voor werkweigeraars acceptabel. 

Hoeveel kost die maatregel ? In principe niets. Het kwijtschelden van belastingen en premies geldt namelijk alleen voor een gebied waar nu toch niemand werkt. Mensen die nu het minimum van 34.000 gulden verdienen (of iets hoger, CAO), zijn dat blijkbaar waard, en kunnen dat blijven verdienen. Daaronder ontstaan nieuwe banen voor mensen die nu toch al geen belastingen inbrengen. Het kwijtschelden van belastingen en premies voor full-timers in dat gebied van 18 tot 34 duizend gulden kost dus niets. 

Doordat uitkeringen worden uitgespaard, levert de maatregel juist geld op. Dat laatste is voordelig voor de hogere inkomens, die daarmee koopkrachtige vraag uitoefenen. Het scheppen van werk vraagt dus geen extra geld. Dat geld is er nu reeds in de vorm van de opgebrachte uitkeringen. Het gaat er alleen om dat geld goed te besteden. 

Het voorgaande geeft alleen de kern van het voorstel. Het uitgebreide voorstel is ingewikkeld, met maatregelen voor de korte en de lange termijn, en bijvoorbeeld aandacht voor inflatie, marginale tarieven en internationale aspecten. 

Het voorstel van het SLF is gebaseerd op een economische analyse van het ontstaan van de huidige werkloosheid. Ook in de jaren vijftig waren de laagste inkomens vrijwel van belastingen vrijgesteld, en feitelijk van premies. Volgens ons beschikbare gegevens gold die situatie toen voor vrijwel de gehele westerse wereld. 

Internationaal zijn we het slachtoffer van 'het bestuursprobleem' geworden. Internationaal worden belastingen en met name de belastingvrije voet alleen voor de inflatie aangepast, terwijl het bestaansminimum groeit met inflatie en welvaartsstijging. Reken maar uit dat de minst productieven op den duur het sociaal minimum niet meer zelf kunnen verdienen. Op deze wijze zijn de laagstbetaalden in veertig jaar tijd traag maar gestaag van de arbeidsmarkt verdrongen. 

Alternatieve analyses zijn niet overtuigend. We lopen ze kort langs:

  • Dat loonkostenmatiging nodig zou zijn, gaat voorbij aan de loonstructuur. Alleen de laagste kosten moeten lager. Gezien de zwakte van de binnenlandse markt kunnen de inkomens best hoger. Het Nederlandse overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans tekent de grote onevenwichtigheid.
  • Dat de internationale conjunctuur en de wereldhandel werkloosheid veroorzaken, miskent het dominerende structurele probleem, en miskent de binnenlandse mogelijkheden.
  • Dat technologische groei werkloosheid zou veroorzaken, overtuigt niet, omdat we in vergelijking met de middeleeuwen dan allemaal werkloos zouden moeten zijn. Er is weliswaar een aanpassingsproces van neergaande en opkomende bedrijfstakken, maar dat laat zich beheersen.
  • Dat de werkloosheid onder laagstbetaalden komt door concurrentie uit de lage-lonen-landen, is slechts ten dele waar, en versterkt ons argument dat dan belastingverlichting nodig is.
  • Dat investeringen nodig zouden zijn, is geen tegenargument. De lagere loonkosten en hogere winstmogelijkheden lokken juist de investeringen uit.
  • Dat arbeidsduurverkorting nodig is, overtuigt niet, omdat dit niets aan de loonstructuur doet.
  • Dat een basisinkomen nodig is, overtuigt niet, omdat het zestig miljard gulden extra kost (voor huisvrouwen).
  • Dat de migranten werkloosheid veroorzaken, overtuigt niet. Weliswaar staat juist de groep van laagstbetaalden op de arbeidsmarkt in concurrentie met migranten, maar beide groepen zijn het slachtoffer van het verkeerde beleid van de laatste decennia.
  • Dat het de WAO het probleem zou zijn, miskent dat het juist de druk vanuit de werkloosheid was, die het misbruik van deze regeling uitlokte. Hiermee is het misbruik overigens niet goedgepraat, want de toenmalige politici hadden ook de werkloosheid kunnen aanpakken.
  • Dat ook academici e.d. werkloos zijn, gaat voorbij aan specifieke argumenten die hier van toepassing zijn.
Er spelen dus allerlei alternatieve factoren een rol, maar het is onjuist om een daarvan tot hoofdoorzaak te maken. In een evenwichtige afweging komt de loonkostenstructuur wel naar voren als het echte hoofdprobleem. Lossen we dit op een goede manier op, dan zijn er sterke argumenten om de verwachting te rechtvaardigen dat een situatie van volledige werkgelegenheid zoals in de jaren vijftig weer kan terugkeren. 

Nu een aanpak van de arbeidsmarkt is geschetst, verschuift de aandacht naar de politieke markt. Wanneer de politiek niets doet, dan is 'het bestuursprobleem' niet opgelost en blijft werkloosheid voortbestaan. Doet de politiek bijvoorbeeld niets aan de genoemde indexatie, dan zal de werkloosheid jaar op jaar stijgen, tenzij natuurlijk de politiek het bestaansminimum verlaagt, zoals minister De Vries voorstelt. 

Van meer alledaagse politiek verwachten we weinig heil. De problematiek is te ingewikkeld en de ermee gemoeide maatschappelijke belangen zijn te groot. Bijvoorbeeld is de vakbeweging heel beducht voor verdringing door goedkope arbeid. Een parlementaire enquête die het inzicht bij het publiek vergroot, die de kiezer informeert over 'het bestuursprobleem', lijkt ons minimaal nodig. Bovenal echter bepleiten wij een geheel nieuwe coalitie van de sociaal liberale partijen.
 

Thomas Cool, Eric van Stappershoef en Fred Kromhout
Sociaal Liberaal Forum 24 mei 1993