Socrates, Montesquieu en het Economisch Hof

Thomas Colignatus
23 November 2011
 

Samenvatting

De leer van de staathuishoudkunde - in het Engels political economy - geeft een nieuw inzicht ten aanzien van de economische crisis, werkloosheid, de overheidstekorten en overdracht van souvereiniteit aan Brussel. Binnen de Trias Politica hebben de wetgevende, uitvoerende en gerechtelijke machten blijkbaar nog teveel ruimte om de informatie te manipuleren. Gewenst lijkt een uitbreiding met een Economisch Hof op gelijkwaardig grondwettelijk niveau dat toeziet op de juistheid van informatie voor de polis. Het parlement behoudt het budgetrecht maar verliest het vermogen de cijfers mooier of slechter voor te stellen. Voor Nederland betreft het een promotie voor het Centraal Planbureau maar dan wel een CPB met een werkelijke wetenschappelijke basis en een grotere openheid naar wetenschap en samenleving. Wanneer alle landen in de Europese Unie hun eigen Economisch Hof instellen dan is overdracht van souvereiniteit naar Brussel niet nodig. Een eigen Hof kan veel beter rekening houden met lokale omstandigheden dan het verre Brussel. Via het wetenschappelijk circuit ontstaat een betere coördinatie dan het Brussel ooit zal lukken.
 

Inleiding

Socrates (ca. 470 - 399 v.Chr) verdiende de gifbeker:

"Maar ik zweer u," zei de aanklager, "hij bracht zijn volgelingen ertoe minachting aan de dag te leggen voor de vastgestelde wetten door te zeggen dat het dwaasheid was de bestuurders van de stad aan te wijzen via een stemming met bonen, terwijl niemand zich zou willen toevertrouwen aan een stuurman die op zo'n manier was gekozen, of aan een timmerman, een fluitspeler of wat er verder in die sfeer bestaat, ofschoon op die terreinen gemaakte fouten veel minder schade veroorzaken dan de fouten die worden gemaakt bij het besturen van de stad." Xenophon (2000:21) Kamerleden aanwijzen met het lot, het kan natuurlijk. Socrates's leerling Plato kwam met de oplossing van de filosoof-koning. Dat was weer een ideaal of een hersenschim maar in ieder geval niet practisch. Montesquieu (1689-1755) ontdekte dat in Engeland een bepaalde scheiding van machten was gegroeid, en zijn beschrijving daarvan ontwikkelde zich tot het leerstuk van de Trias Politica.

Inmiddels hebben we een veelvoud van eigen bevoegdheden, een Myrias Politica, met provincies, gemeenten, zelfstandige bestuursorganen, schoolbesturen, Europa en noem maar op. Het is de staathuishoudkunde - in het Engels political economy - deze processen te bestuderen. Binnen dit veelvoud is er een Centraal Planbureau (CPB) dat een cruciale rol in het overheidsbeleid blijkt te spelen. Het CPB raamt de rijksbegroting in interactie met de verwachte economische gevolgen, terwijl het budgetrecht een van de belangrijkste rechten van het parlement is. Gezien de interactie van CPB met deze kerntaak van het parlement is binnen de staathuishoudkunde de gedachte aan een Economisch Hof opgekomen. Een uitbreiding van de Trias Politica met een vierde macht, een promotie voor het CPB maar wel met een aanpassing naar de wetenschappelijke grondslag.

Trias Politica en staathuishoudkunde

Het boek Trias Politica & Centraal Planbureau (1994) stelt een uitbreiding voor van de Trias Politica met een grondwettelijk Economisch Hof dat gelijkwaardig is aan de uitvoerende, wetgevende en gerechtelijke macht. Het bijzondere in deze visie is dat de veelvoud van de Myrias Politica weer wordt teruggebracht naar het leerstuk van de Trias Politica, en dat er uit de veelvoud van instellingen juist het CPB wordt uitgekozen tot promotie naar dit fundamentele niveau.

Het voorstel kwam in de periode vanaf 1990 op naar aanleiding van de toen al 20 jaar voortdurende massale werkloosheid in Nederland en de stagnatie in de beleidsvoering. De werkloosheid in Nederland lijkt gering maar is verborgen in allerlei mechanismen. CBS en CPB gaan uit van een traditioneel concept van arbeidsaanbod maar dit miskent al veertig jaar de systeemwerkloosheid die ontstaat door contraproductieve regelgeving. Klosse en Muysken (2011) noemen een aantal van 2 miljoen gewenste arbeidsplaatsen. Het is een onderwerp van staathuishoudkunde om de stagnatie van beleid nader te bestuderen en in een groter historisch kader te analyseren. Dan blijkt het advies vanuit het CPB een sleutelrol te spelen.

Gezien de vele problemen in de Nederlandse samenleving vragen sommigen zich af of er wellicht ook een Psychologisch Hof of een TV Hof of welk X Hof zou moeten komen. Vanuit de gedachte dat het hier om staathuishoudkunde gaat is het echter acceptabel om de argumentatie tot een Economisch Hof te beperken. We leven al in een Myrias Politica. Maar het is essentieel om het argument te zien in de context van de Trias Politica. De huidige drie machten blijken burger en maatschappij de verkeerde informatie te geven en het gaat er hier om dit vermogen ingrijpend te beperken.

De huidige economische crisis plaatst het argument uit 1994 in een nieuw daglicht. Er wordt gesproken over overdracht van souvereiteit aan Brussel. De monetaire unie zou alleen kunnen slagen wanneer er ook een fiscale unie komt. Er is echter een alternatief wanneer ieder land zijn eigen Economisch Hof heeft. Zie Colignatus (2011) en het interview door Stavrou (2011). 

Redenen voor een Economisch Hof

Er is een verschil tussen conditionele en onconditionele ramingen.

De ramingen van het CPB zijn conditioneel op de aanname dat de regering de waarheid spreekt, dat alle geuite beleidsvoornemens daadwerkelijk worden uitgevoerd, en dat het beleid ook het succes zal hebben dat de regering verwacht. Het Centraal Economisch Plan (CEP) is een document van de regering, waarvan het CPB het voorwerk doet en de redactie voert, maar het blijft een rapportage van regeringsbeleid. Het CPB heeft meer vrijheid t.a.v. andere documenten waarvoor geen wettekst bestaat, maar ook daarvoor bestaat eenzelfde attitude. Soms is het groot nieuws wanneer ministers en directeur van het CPB van visie verschillen, maar dit betreft geen fundamentele zaken. Het is ook wel handig voor ministers dat het CPB in de ogen van het grote publiek een soort onafhankelijke status krijgt zodanig dat de CPB-ondersteuning van het beleid een keurmerk verkrijgt alsof het onafhankelijk is getoetst.

Het IMF (2011:63) en Eichengreen et al. (2011:110) stellen het CPB als voorbeeld voor de wereld maar zijn blijkbaar onkundig van de nadelen van conditionele ramingen. Zo zie je maar weer dat economie toch een moeilijk vak is, en dat alleen openheid en wetenschappelijke zorgvuldigheid ons verder brengen.

Bij een Economisch Hof met een wetenschappelijke taak die in de grondwet is verankerd zal de begroting gebaseerd worden op onconditionele ramingen. Het Hof accepteert dan als realiteit dat politici ook zouden kunnen flirten met een onwaarheid. Het Hof raamt wat politici zullen doen, ook al weten politici wellicht nog niet wat ze zullen doen. Het Hof toetst alleen op de kwaliteit van de informatie en kan een veto over een begrotingstekst uitspreken wanneer de informatie naar het oordeel van het Hof niet deugt. Het parlement houdt het budgetrecht maar verliest ruimte om de informatie te manipuleren.

De overgang van CPB naar Economisch Hof zal voor regering, parlement, land en ook CPB dramatisch zijn. Het is daadwerkelijk een aanpassing van de Trias Politica. Ook het CPB zou moeten wennen aan de nieuwe rol. Er is ook een nieuwe structuur voor het CPB nodig waardoor een verankering in de wetenschap en openheid naar de samenleving wordt verkregen. Colignatus en Hulst (2003) bevatten een concept-amendement voor de grondwet.

Kan een samenleving wel economen vertrouwen die elkaar voortdurend tegenspreken ? Kan men de economische wetenschap wel vertrouwen die t.a.v. de crisis faalt ? Is het wel wetenschap ? Hiervoor zijn er in het kort de volgende antwoorden. (1) Het huidige CPB faalt structureel wegens de huidige opzet. Een oude T-Ford auto is geen argument om terug te gaan naar de fiets. Het is geen argument niet aan de mogelijkheid van een Ferrari te denken. Het CPB is na de oorlog ontstaan in een wat rommelig politiek proces, heeft daarna belangrijk bijgedragen aan de stabiliteit van het overheidsbeleid, maar is ook oorzaak van stagnatie gebleken. (2) De internationale wereld van economen bestaat uit eilandjes die ieder hun eigen ding doen. Publiceren in tijdschriften die weinigen lezen en waar uitgevers goed aan verdienen. Er is geen proces waarin de kennis gestroomlijnd wordt ten bate van het algemeen welzijn. Ministeries of CPB-achtige instellingen doen iets wat daarop lijkt maar zijn dus gemankeerd door de politieke context. (3) Ondanks al het falen en gejammer en geschrei, heeft de wereld sinds de 2e wereldoorlog toch een grote vooruitgang gemaakt, niet slechts door de ingenieurs maar ook door het advies van economen, hoe gemankeerd ook. Het advies is dan: zie het positieve en stroomlijn het. (4) Het is op grond van analyse en grondig onderzoek dat het voorstel van een Economisch Hof wordt gedaan. Respecteer de wetenschap, en weerleg de argumentatie, in plaats van te vertrouwen op vluchtige gedachten met de schijn van zekerheid alsof we geen Economisch Hof zouden kunnen gebruiken. Vertrouw niet het CPB want dat is geen wetenschappelijke instelling maar stel bijvoorbeeld een parlementaire enquête in naar het functioneren van de Trias Politica op het het wezenlijke onderwerp van de bestaanszekerheid van de burger, de massale werkloosheid. (5) Ook een Hooggerechtshof zal allerlei interne verschillen van mening hebben en als geheel mogelijk vaak falen, maar als systeem lijkt het te werken. (6) Wat heb je te verliezen ? Het voorgestelde Hof is open naar de wetenschap, zou dat werkelijk niet kunnen werken ? Wel een Rekenkamer voor het verleden maar niet voor de toekomst, terwijl de toekomst wellicht toch iets belangrijker is omdat er nog wat aan gedaan kan worden ? Hoe groot moet je afkeer van wetenschappelijke kennis en attitude zijn, om je tegen een Economisch Hof te keren ?

Betekenis voor Europa in crisis

In de recente EU afspraken, Consilium (Eurozone) (2011), krijgt ieder land een onafhankelijke instelling voor het ramen van de begrotingen. Tevens worden begrotingsregels wettelijk vastgelegd, bij voorkeur in de grondwet. Nu weten we dat de begrotingsregels niet volmaakt zijn en dat vastlegging in de wet tot taferelen kan leiden zoals in de USA afgelopen zomer en recentelijk ook weer met de Supercommissie. Het is beter gebruik te maken van normen en vervolgens te kijken naar die onafhankelijke instelling die gaat ramen. Onafhankelijk: wil nog niet zeggen: wetenschappelijk. Onafhankelijk: kan een CPB betekenen en is dan een recept voor stagnatie in de beleidsvorming. Kortom, de EU plukt nog niet de vruchten van de staathuishoudkunde.

De EU wil ook toetsen op centraal niveau, met een Semester (een rapportvergadering) en klaarblijkelijk een Supercommissaris, met sancties voor lidstaten die zich niet aan de regels houden, met mogelijk nog discussie over hoe groot de meerderheid van stemmen moet zijn om vast te stellen of iemand zich wel of niet aan de regels houdt. Een bedelaar straffen omdat hij geld tekort komt, tja, dat worden lijfstraffen want geld heeft hij niet. Het heeft allemaal iets weg van een gemeente die worstelt met een onhandelbare jeugd die niet netjes naar school wil of werken en belasting betalen. Als soap heeft het iets verslavends maar het is ook een circus dat van lachwekkend naar belachelijk gaat. Dat was denkelijk ook het probleem voor Socrates: ook al breng je de waarheid nog zo bescheiden en onderkoeld, de koning voelt zich in zijn hemd staan.

Wanneer ieder land zijn Economisch Hof heeft dan kunnen wetenschappers van het eigen land die hun pappenheimers van haver tot gort kennen de twee belangrijke slagen maken die van belang zijn: toezien op de kwaliteit van de lokale informatie, en dit vertalen naar de collegae in het internationale netwerk. 

Wanneer de EU de juiste informatie heeft dan kan het zich richten op zijn kerntaak. Voor wat hoort wat, maar dat is gewoon onderhandelen en dat is wat anders dan tucht handhaven. De EU kan weer het samenwerkend verband zijn waar je graag bijhoort.

Door sommige economen wordt het als een dogma gebracht dat een monetaire unie alleen kan slagen met een fiscale unie. Het is slechts een voldoende maar geen noodzakelijke voorwaarde. Overdracht van bevoegdheden aan Brussel is niet onmiddellijk nodig. Noodzakelijk is dat de handelsstromen evenwichtig zijn. Daar gaat het om.

Zoals gezegd geeft het CPB al 40 jaar verkeerde informatie. Dat is hier ook het geval, zie bijvoorbeeld het boek van CPB-directeur Coen Teulings e.a. (2011). Laten we de crisis gebruiken als het onderscheidend argument om te bepalen wie er gelijk heeft en of de CPB-directie al 40 jaar op een dwaalspoor zit of niet. De economische wetenschap is tenslotte empirisch en geen zuivere wiskunde over droomkastelen.

Onderscheidend experiment

Duitsland en Nederland concurreren Zuid Europa de tent uit. Handelsoverschotten zijn uitgeleend waardoor nieuwe export mogelijk werd. De kredietcrisis sloeg de bodem uit de Spaanse en Ierse vastgoedmarkten, maar ook zonder dat zou een aanpassing nodig zijn geweest. Wie pleit voor een terugkeer naar oude munten en wisselkoersen erkent dat zo'n aanpassing nodig is. Wanneer je dat erkent kun je ook die aanpassing plegen zonder wisselkoersen in te voeren. In plaats van anonieme markten waarin mensen daarover nadenken met winstmotief krijg je dan Economische Hoven waarin mensen daarover nadenken met professionele wetenschappelijke integriteit. En zo ingewikkeld is het nou ook weer niet.

Er zijn hier twee antwoorden denkbaar. De standaard visie is van Teulings e.a. (2011). Het probleem ligt niet in Duitsland en Nederland, waar men goed luistert naar het CPB, maar in Zuid Europa waar men onvoldoende werkt aan concurrentiekracht. Overdracht van bevoegdheden aan Brussel is nodig om Zuid Europa te tuchtigen. Het CPB boek p230 erkent: "democratische checks and balances voor het begrotingsbeleid zijn aan te bevelen". Democratie is een "aanbeveling". 

De alternatieve visie zoekt het probleem in de Duitsland en Nederland zelf. Er is beleidsstagnatie ten aanzien van de eigen binnenlandse markt en de investeringen hier. De massale werkloosheid waar al eerder sprake van was wordt door Nederland zelf veroorzaakt en deels ook zelf verborgen in allerlei regelingen. De feiten waren in 1990 al duidelijk en met deze crisis helemaal. 

Hoe kun je bepalen welke visie juist is ? Stel dat we de gulden weer invoeren en dat de koers dan stijgt. Gaan we dan weer loonmatigen om de exportpositie toch maar weer veilig te stellen ? Gaan we terug naar die oude beleidsspiraal waarin het beleid al stagneerde ? Willen we dan weer doen alsof er geen reden was waarom de koers steeg ? Willen we dan weer de kop in het zand steken en de ogen sluiten voor de problemen in Nederland waardoor we afhankelijk worden van zo'n exportoverschot ? Willen we weer de ogen sluiten voor de massale werkloosheid die Nederland zelf met verkeerd beleid op zijn binnenlandse markt veroorzaakt ? 

Als waan lijkt de visie van de CPB-directie wel een beetje consistent. Maar niet helemaal consistent want Teulings weigert te erkennen dat het CPB minstens sinds 1990 maar waarschijnlijk al eerder op een verkeerd spoor zit. De directie van het CPB weigert stelselmatig een alternatief te bekijken dat wel degelijk bestaat. Het is niet dat men geen tegenargumenten geeft, nee, men weigert zelfs erover te spreken en erover na te denken. Er is geen discussie maar een heilig weten. Overdracht van souvereiniteit zou aldus kunnen gebeuren omdat Nederland naar de verkeerde adviezen van het CPB luistert. Democratie lijkt me vervolgens een conditio sine qua non. Maar een CPB-directie die geen respect voor wetenschap en feiten heeft kan natuurlijk ook wonderlijke gedachten over democratie hebben.

Politiek versus wetenschap

Socrates zou anno 2011 als volgt kunnen argumenteren. In het oude Athene werden bonen en potscherven gebruikt, vide het "schervengericht". De moderne democratie lijkt iets geavanceerder maar het toevalselement is nog steeds groot. De leiders zijn weinig bekwaam en dat is op zichzelf weer geen toeval. PvdA-kamerlid Plasterk is bioloog maar toch financieel woordvoerder. Hij laat zich met gezond verstand adviseren door economen. Maar heeft hij wel de kennis om zich tot de juiste adviseurs te wenden ? PvdA-leider Cohen heet integer te zijn maar hoe integer is het een financieel woordvoerder aan te wijzen die eigenlijk de juiste achtergrond ontbeert ? De PvdA is in de ban gekomen van neoliberale economen zoals Van Wijnbergen, Van der Ploeg en Jacobs, en controleert niet of er nog wel openheid van geest bestaat. Toen Plasterk nog wetenschapper was wilde hij niet te maken hebben met de kwestie van de integriteit van de wetenschap die op het CPB speelt. Mijn functie op het CPB was die van wetenschapper, hoe het verder ook met de status van de directie zit. Als Plasterk als wetenschappelijke collega en hoogleraar al geen aandacht voor die integriteit heeft, hoe dan als kamerlid met een portefeuille die hij niet aankan ? Als de PvdA een alternatief had voor het desastreuze beleid van EU en IMF t.a.v. de economie en werkloosheid in Zuid Europa, waarin EU burgers blijkbaar minder tellen dan eigen Nederlandse burgers, dan had men gemotiveerd tegen dat beleid kunnen stemmen. Nu loopt men aan de leiband van inhumaan en anti-democratisch beleid, en roept maar dat het hullie eigen schuld is.

Over de kwaliteit van de Griekse statistiek spreken wij schande maar hoe zit het met de censuur van de wetenschap door de directie van het CPB sinds 1989 / 90 ? Of weet de PvdA reeds bij voorbaat dat er niet zo'n censuur kan zijn zodat het niet uitgezocht hoeft te worden ? Hoeveel checks and balances zijn er, wanneer visitatiecommissies bij het CPB die censuur ook maar negeren ? Wat moet je met een IMF dat wel Griekenland ter orde roept maar niet Duitsland en Nederland met hun overmatige exportoverschotten en Nederland met zijn censuur ? Nee, het IMF is geen wetenschappelijke instelling, dus die kun je meer vertrouwen dan een wetenschapper van het CPB met een andere analyse.

Sinds 1990 neem ik als wetenschapper en econometrist van het CPB afstand van verkeerd wetenschappelijk advies. Wanneer het zoals Socrates in mijn eentje moet dan moet het maar. Gelukkig blijft het wetenschap en kunnen collegae zich laten overtuigen wanneer de censuur ongedaan wordt gemaakt. Hier ligt een schone taak voor de politiek. Wanneer u wetenschap zegt te willen, beperk dat dan niet tot woorden, maar laat ook zien dat u dat wilt.

Ter conclusie

De scheiding der Uitvoerende, Wetgevende en Gerechtelijk machten is nodig maar niet genoeg. In mijn analyse is er een Economisch Hof nodig, dat vanuit de economische wetenschap toeziet op de juistheid van de gebruikte informatie. Regering en parlement bepalen de politieke keuzes maar verliezen de ruimte om verkeerde informatie te geven.

Zijn de huidige economische adviseurs te vertrouwen ? Nee. Ze functioneren in een verkeerd systeem. Een grapje uit de tijd van de Sowjet Unie: In een militaire parade op een nationale feestdag, loopt tussen de tanks en rakketten een groepje mensen in grijze pakken maar zonder insignes. "Wie zijn dat ?" vraagt een buitenlandse gast aan Brezhnev, de leider van de USSR. "Dat zijn de economen, zij hebben de grootste vernietigingskracht." Het geldt ook anno 2011 voor de wereld. 

Ik adviseer tot een parlementaire enquête naar de massale werkloosheid en de rol daarbij van de voorbereiding van het economisch beleid en met name de rol daarbij van het Centraal Planbureau.

Econometrist Thomas Cool gebruikt de naam Colignatus voor zijn wetenschappelijk werk. Hij was wetenschappelijk medewerker bij het Centraal Planbureau in 1982-1991 en protesteert sinds 1990 tegen de censuur van de wetenschap door de directie van het CPB.

Literatuur

Colignatus, Th. (1994), "Trias Politica & Centraal Planbureau", Samuel van Houten Genootschap, http://thomascool.eu/Thomas/Nederlands/TPnCPB/Record/1994/11/30/TPenCPB.html

Colignatus, Th. en H. Hulst (2003), "De ontketende kiezer", Rozenberg Publishers, http://thomascool.eu/SvHG/DOK/DOK-Aankondiging.html

Colignatus, Th, (2011), "Definition & Reality in the General Theory of Political Economy", derde editie, T. Cool (Consultancy & Econometrics), http://thomascool.eu/Papers/Drgtpe/Index.html

Eichengreen, B., R. Feldman, J. Liebman, J. von Hagen, and Ch. Wyplosz (2011), "Public Debts: Nuts, Bolts and Worries", the 13th CEPR/ICMB Geneva Report on the World Economy, http://www.voxeu.org/index.php?q=node/6982

Consilium (2011) "European Council 23 October 2011 Conclusion", EUCO 52 / 11, http://www.consilium.europa.eu/press/press-releases/latest-press-releases/newsroomloaddocument.aspx?id=363&lang=en&directory=en/ec/&fileName=125496.pdf

Consilium Eurozone (2011), besluiten van 26-27 oktober, http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/ec/125644.pdf

IMF (2011), "Regional Economic Outlook: Europe", October,
http://www.imf.org/external/pubs/ft/reo/2011/eur/eng/ereo1011.htm

Klosse, S. en J. Muysken (2011), "Een volwaardige arbeidsplaats voor iedere Nederlander", Me Judice, 2 november, http://www.mejudice.nl/artikel/703/een-volwaardige-arbeidsplaats-voor-iedere-nederlander

Stavrou, P. (2011), "Chaos in Europe, the G20 in Cannes and the need for constitutional changes - Interview with Thomas Colignatus", http://protes-stavrou.blogspot.com/2011/11/chaos-in-europe-g20-in-cannes-and-need.html

Teulings, C. e.a. (2011), "Europa in crisis", CPB Boek 4, Balans, http://www.cpb.nl/publicatie/europa-in-crisis

Xenophon (2000), "Herinneringen aan Socrates", bewerkt door Cornelis Verhoeven, Uitgeverij Voltaire