Rouvoet als premier

Thomas Colignatus

13 en 16 juni 2010

André Rouvoet kan premier worden, en met grote waarschijnlijkheid wanneer de Tweede Kamer meer aandacht geeft aan een nieuw wetenschappelijke inzicht, namelijk de keuzetechniek van de Borda Fixed Point methode. Net als in 2006 komt de naam van Rouvoet uit mijn computermodel rollen. De huidige conventie dat de grootste fractie in de coalitie ook de premier aanlevert heeft iets middeleeuws. Het zou beter zijn om een persoon te kiezen die over breder draagvlak beschikt, niet alleen in de coalitie maar zelfs in de hele Kamer. Zo’n premier heeft meer handelingsruimte en is ook geneigd boven de partijen te staan. Wie premier wordt is momenteel onderdeel van de onderhandelingen omdat een partijleider een coalitie kan vormen waarin zijn partij de grootste is, en je zou dit oneigenlijke effect liever niet zien. Ook de fractiedwang dat bijvoorbeeld iedereen in het CDA met de meerderheid in het CDA moet meestemmen heeft iets archaïsch en oud-communistisch. Wat het kiezen van de premier betreft leven we nog in barbaarse tijden.

De afgelopen jaren is Jan Peter Balkenende premier geweest niet vanwege de gekozen coalitie of zijn vermeende kwaliteiten maar door deze middeleeuwse toestanden. Het CDA-blok koos hem en de andere partijen legden zich daarbij neer. Vier jaar geleden had het waarschijnlijk Rouvoet moeten zijn en ik heb de indruk dat die meer boven de partijen zou hebben gestaan. Heeft de val van het CDA daar mee te maken ? Niet alleen met de performance van Balkenende maar ook de dreiging dat hij weer premier zou worden ? Oordelen als deze worden snel beschouwd als politieke oordelen maar dat zou in dit geval een misvatting zijn. De keuzetechniek geldt ook voor dropjes, sokken, vakantielanden of wat dan ook. Je kunt deze techniek beoordelen op zijn eigenschappen en tot de conclusie komen dat het de beste techniek is.

De huidige conventie dat de grootste partij de premier levert heeft het voordeel dat de methode inzichtelijk lijkt. Dat is echter alleen maar zo omdat we daaraan gewend zijn. Aan die andere methode kun je ook wennen zodat het ook inzichtelijk wordt en daarna wil je niet meer terug naar de barbarij. Je moet alleen aandurven om iets nieuws te leren. De Tweede Kamer heeft de mond vol over innovatie maar heeft op dit punt geen belangstelling. Innovatie is natuurlijk wel een beetje eng. Zodra de Kamer merkt dat het stemmen beter kan dan zal spoedig blijken dat dit niet alleen voor de premier geldt maar ook voor vele andere terreinen.

Waar we op dit moment voor moeten vrezen is dat Job Cohen vasthoudt aan zijn nationaal democratieakkoord en in ruil een aantal extra bezuinigingen en ingrepen in de sociale zekerheid accepteert. VVD en CDA zien de ingrepen in de economie als essentieel en de PvdA zou die vermeende democratisering kunnen krijgen om aan de achterban te verkopen dat men toch iets heeft binnengesleept. Beide zouden echter verslechteringen zijn. Bezuinigen als het kan is mooi maar bezuinigen alleen wegens de staatsschuld is onverstandig, we moeten juist investeren en de schuld via groei verminderen – en dan bedoel ik de groei zoals berekend op de methode van Roefie Hueting. De aloude kroonjuwelen van D66 zijn juist ondemocratisch en die partij zou zich mogen opheffen – en de PvdA dus ook. Het zou prachtig zijn wanneer de ChristenUnie de positie van Rouvoet zou gaan ondersteunen door de wetenschappelijke basis daarvan over het voetlicht te brengen. Zijn er zulke wiskundigen en economen die daarvoor belangstelling hebben ?

Thomas Colignatus is econometrist. Voor een onderbouwing van de keuze van Rouvoet zie dit artikel op MPRA. De algemene wetenschappelijke onderbouwing staat in het boek Voting theory for democracy.

PS. Er is hiernaast een interessante analyse van professor Stokman e.a. over de coalitievorming, zie hier. Ik zou het wel toejuichen wanneer Stockman e.a. ook de censuur door de directie van het CPB en de fouten in de modellen aldaar aankaarten en daarmee de mogelijkheden voor een afspiegelingskabinet.

PPS. Nadere toelichting op de onderbouwing / de direct gekozen premier

De Borda Fixed Point methode wordt wetenschappelijk alleen ondersteund door mij en nog niet door andere wetenschappers voorzover ik weet. Erkend moet worden dat de wetenschap de wereld al zestig jaar een slechte dienst heeft geleverd. Wiskundige Kenneth Arrow liet in zijn proefschrift van 1951 zien dat bepaalde eigenschappen tesamen tot een tegenspraak leiden, en hij interpreteerde dat als de onmogelijkheid van het democratisch ideaal. Deze vermeende onmogelijkheid van democratie heeft vanaf 1951 het wetenschappelijke denken gedomineerd en sommige economen kozen zelfs expliciet voor dictatuur. In 1972 kreeg Arrow de Nobelprijs economie voor zijn indrukwekkende lijst van bijdragen waaronder ook deze stelling. Het pleidooi van D66 sinds 1966 voor de direct gekozen premier heeft weinig wetenschappelijke kritiek ondervonden want gangbaar menen wetenschappers dat er geen ideaal mogelijk is zodat de politiek zijn gang maar gaat. In mijn wetenschappelijke analyse is de direct gekozen premier juist minder democratisch, zodat D66 wel degelijk tegen de wetenschap ingaat.

Op het Centraal Planbureau (CPB) in 1990 analyseerde ik namelijk dat Arrow geen onderscheid maakt tussen stemmen en beslissen. Iedere stemuitslag is in zijn axioma’s ook een beslissing, terwijl in de praktijk echter patstellingen kunnen bestaan, die doorbroken kunnen worden door regels die niet van stemuitslagen afhangen. Arrow’s exacte axioma’s kunnen bijvoorbeeld niet overweg met het oplossen van patstellingen door een beslissing van de voorzitter of het opgooien van een muntje omdat er van Arrow steeds hetzelfde moet uitkomen. Op grond van deze nieuwe analyse kun je wel degelijk komen tot een wetenschappelijke onderbouwing van de democratie. Iedereen houdt natuurlijk de vrijheid om zijn eigen keuzeprocedure de mooiste te vinden – wanneer de Tweede Kamer barbaars wil blijven dan is dat een democratisch recht – maar de Borda Fixed Point methode beschikt over eigenschappen die in alle waarschijnlijkheid door de meeste mensen aantrekkelijk gevonden zullen worden.

Mijn analyse is per implicatie kritisch t.a.v. de CPB-werkwijze die onverdroten uitgaat van de verkeerde interpretatie van Arrow. Ramingen van het CPB zijn conditioneel op de veronderstelling dat het regeringsbeleid succes zal hebben en tot stand is gekomen op democratische grondslag, terwijl mijn analyse aangeeft dat een wetenschappelijk verantwoorde raming er ook rekening mee houdt dat het beleid kan falen en dat op democratische grondslag juist iets heel anders gewenst kan zijn. Het CPB is soms kritisch ten opzichte van beweringen van politieke partijen zoals we zien bij de doorrekeningen van verkiezingsprogramma’s maar het CPB is dat niet systematisch en dit zeker niet t.a.v. het officiele beleid. In mijn analyse kom je tot een herziening van de Trias Politica en tot een grondwettelijke uitbreiding met een Economisch Hof. In die constructie blijft de Tweede Kamer bepalen wat het beleid moet worden maar verliezen de politici de ruimte de informatie die de burgers krijgen suggestief bij te sturen. Mijn voorbeeld sinds 1990 is de desinformatie omtrent de werkloosheid.

Hier neemt de geschiedenis een bizarre wending. De directie van het CPB onder toenmalige leiding van Gerrit Zalm meende mijn analyse van bespreking en publicatie tegen te houden en ging over tot onwaarheden en machtsmisbruik om mij in 1991 te ontslaan. Enerzijds meende onderdirecteur Den Hartog dat de theorie van Arrow de intelligentie van het CPB te boven ging zodat hij er niet over kon oordelen en anderzijds meende hij dat mijn analyse daarover onvoldoende niveau had, waarbij hij zich op twee manieren tegensprak en geen rekening hield met het empirische feit dat ik weldegelijk op het CPB werkte. Ik protesteer tegen deze censuur van de wetenschap. Aan externe wetenschappers verzoek ik zo mogelijk mijn protest maar in ieder geval mijn verzoek tot onderzoek van de situatie te ondersteunen. Tot mijn spijt reageren externe wetenschappers gangbaar ook verrassend vijandig op mijn analyse. Alleen al de melding dat je enige kritiek hebt op de interpretatie van de stelling van Arrow doet klaarblijkelijk hersens op tilt en deuren dichtslaan (en men ziet bijvoorbeeld niet het subtiele onderscheid tussen de stelling zelf die wiskundig gewoon geldt en de interpretatie die daaraan gegeven wordt).

PPPS. Er valt wel dit succesje te melden. Hoogleraar wiskundige statistiek Richard Gill (Leiden, KNAW) die ook enige bekendheid heeft gekregen bij de verdediging van Lucia de Berk, heeft hier mijn logicaboek besproken dat ik als student schreef:

http://www.math.leidenuniv.nl/~naw/serie5/deel09/sep2008/reviewssep08.pdf

In deze bespreking noemt hij me excentriek maar dat ben ik niet, ik ben een bescheiden wetenschapper die graag nadenkt over cruciale vragen en die soms een nieuw idee heeft. Gill heeft zijn kwalificatie toegelicht in een email aan een Groningse wetenschapper en geeft me toestemming dit aan anderen te laten lezen:

Cc: Thomas Cool / Thomas Colignatus
From: Richard Gill
Subject: Re: Stand van zaken ?
Date: Mon, 11 Jan 2010 14:20:42 +0100
To: XXX

Beste XXX

Zeker wil ik bevestigen dat als ik Thomas Cool excentriek noem, dat als een compliment bedoeld is. (Uitleg stond expliciet bij in mijn boekbespreking van een van zijn werken). Hij heeft de nieuwsgierigheid en de originaliteit en doorzettingsvermogen en intellectuele capaciteiten van een top wetenschapper. Jammer dat deze eigenschappen niet zo gewaardeerd worden in Polderland. Ik wou dat er meer eccentrieke economen/econometristen waren in nederland.

Met vriendelijk groet

Richard Gill

http://www.math.leidenuniv.nl/~gill
Master statistical science: http://www.math.leidenuniv.nl/statscience
 
 

Hoogleraar Harrie de Swart, wiskundige, logicus en sociale keuze theoreticus, onlangs met pensioen gegaan aan de UvT maar nog actief aan de Erasmus Universiteit, trekt zich van dit alles niets aan. Sterker nog, met een voor mij nog onduidelijke manipulatie voorkwam hij dat ik mijn analyse presenteerde op een wiskundig congres waarop ook Donald Saari sprak, waardoor weer misverstanden bij Saari zijn gerezen. Zie voor deze onverkwikkelijke episode

http://thomascool.eu/Thomas/English/Science/Letters/SCT-working-group.html

De Swart maakte deel uit van de groep wetenschappers die de EU adviseerde om de Penrose wortel-gewichten te gebruiken bij het toedelen van zetels – maar die analyse deugde niet en ik heb geen correctie gezien. Zie http://thomascool.eu/papengli.html.

Het emeritaat van De Swart was aanleiding tot enkele artikelen in kranten waarin hij zijn misvattingen breed kon uitmeten zonder erbij te zeggen dat het misvattingen zijn en dat hij mijn "Voting theory for democracy" weigert te lezen. Zie bijvoorbeeld

http://www.volkskrant.nl/wetenschap/article1380108.ece/Een_ander_kiessysteem_zou_beter_werken

Ook de "wiskundemeisjes" doen aan zulk lezersbedrog mee.

Eerder adviseerde ik al tot ontslag van de hoogleraren economie. Inmiddels adviseer ik dat ook ten aanzien van wiskundigen en natuurkundigen – behalve de onvolprezen Richard Gill. Van hoogleraren die de laatste 20 jaar niets aan de censuur gedaan hebben kan salaris en pensioen teruggevorderd worden. Ook iemand als Robbert Dijkgraaf, de president van de KNAW, die mooie woorden over de integriteit van de wetenschap prevelt maar niets doet aan de censuur van de wetenschap door de directie van het Centraal Planbureau, of iemand als Jan Karel Lenstra, directeur CWI, die in staat zou zijn om mijn analyse te verifiëren maar die niet bereid is een gecensureerd wetenschapper die dienst te verlenen, en die wel over het onderwijs in rekenen en wiskunde schrijft maar mijn boek over het onderwijs in wiskunde "Elegance with Substance" negeert, terwijl dat boek hem dat kan inspireren om die dienst te verlenen: hier is ontslag op zijn plaats.

Wanneer Rouvoet premier wordt dan verandert het aangezicht van het land.