Over Thomas Cool (1851-1904).
Schilder van licht en ruimte

Thomas Cool (1954-2054?)

7 maart 2010
 
 

"Thermen van Caracalla", rond 1895, door Thomas Cool (1851-1904), 
in bezit van de VVNK en beheerd door het Drents Museum 



In Leeuwarden is Willem Winters bezig een tentoonstelling van werken van mijn overgrootvader Thomas Cool (Sneek 1851- Bussum 1904) en diens vriend Pier Pander te organiseren. Winters kwam op bezoek om een foto te maken van het schilderij "Colosseum bij maanlicht" en dat was het begin van enkele ontdekkingen die voor mijzelf nogal woest waren. Een en ander wist ik wel vaag maar klaarblijkelijk ben ik ook een halve of hele cultuurbarbaar waar nog aan geschaafd mag worden. 
 
 

"Santa Maria Maggiore", 1894, door Thomas Cool (1851-1904),
foto van een fotokopie uit een familieboek van TC (1921-2021?). 

(5 juni 2010: de tentoonstelling is vanaf heden !)
(Zie mijn opmerkingen daarbij.)
(Zie meer werken van TC1851 en zijn motivatie.)
(Er is nu het boek van Willem Winters.)
(2011: En de vertaling van Tine's boek met historische annotaties.)

TC1851 is een tijdgenoot van Vincent van Gogh (1853-1890). De laatste wordt vaak ingedeeld bij de post-impressionisten, een term voor schilders in Frankrijk, waar in Nederland de term neo-impressionisme of laat-impressionisme gebruikt wordt. Ik zou niet weten of TC1851 ergens zou passen. Impressionisten wilden hun indruk overbrengen maar bleven bij het onderwerp of object. Bij TC1851 ging het ook wel om de impressie maar vooral het effect bij hemzelf. Kon hij vastleggen hoe licht en ruimte bij hemzelf overkwamen, wat bij hemzelf teweeg werd gebracht ?

"Rembrandt heeft ons door zijn werk de oogen geopend voor 't geen schilderachtig is. Hij leert ons wat zijn licht- en bruineffecten zijn. Ik ga verder, voor mij zijn het phenomena in de natuur en het dramatisch sentiment waarmede ik de dingen zie." Thomas Cool (1851-1904) Het onderwerp of object verandert zo in een spel van licht en ruimte, maar TC1851 gaat nog lang niet zover als de kubisten en abstracten later. Of zijn resultaat overkomt is een andere kwestie. Kunst is efemeer. Afhankelijk ook van wat als smaak gevormd wordt door omgeving en tijd. Wat door tijdgenoten niet begrepen wordt maakt ook weinig kans te overleven.

Willem Winters vraagt zich af of er wellicht een kunstzinnig verband valt te leggen met William Turner (1799-1851) die dromerig-romantische taferelen maakte. Heeft TC1851 werk van hem gezien ? Turner's "Snow Storm: Hannibal and His Army Crossing the Alps" is inderdaad heel dramatisch maar diens "Rome The Colosseum" is weer erg braaf. Een vergelijking met Turner is wel gevaarlijk want Turner is een imposant kunstenaar en het is maar de vraag of overgrootvader daarbij overeind blijft.
 
 

"Colosseum bij maanlicht", circa 1890, Thomas Cool (1851-1904)




TC1851 kreeg lovende maar ook erg negatieve kritieken. In het digitaal archief van de Leeuwarder Courant dat lofwaardig zoekbaar is, is er op 12 augustus 1895 een positieve reactie van dr. Albert Zacher "In de villa Strohl-Fern". [Juli: Contacten met kunstenaars aldaar.] Bij zijn overlijden is er op 24 februari 1904 het artikel "Een Friesch schilder" dat Willem Winter inspiratie gaf. Een tentoonstelling in het Rijksmuseum 1916 brengt de handen niet op elkaar, zie het artikel met het commentaar van C.L. Dake op 4 februari 1916, "Tentoonstelling Thomas Cool". 

TC1851 had jarenlang in de zaak van zijn vader gewerkt, de fabricage en handel in marmer, schoorsteenmantels en grafmonumenten, Gerrit & Jetze Cool, in Sneek en Amsterdam, zie ook het pui van G. & J. Cool aan de Bloemgracht 77 in Amsterdam - gebruik ook Street View om het pui te zien of zie ook Jordaan Web met de gevelsteen "Saaijer". Maar de kunst riep en hij werd leerling van J.F.H.C. Nachtweh. Vader Gerrit helpt met de financiën en zoon Thomas kan met vrouw en twee dochters en zoontje naar Rome. Een ziekte van dochter Gerardina dwingt tot terugkeer naar Friesland waarbij klaarblijkelijk werken verloren gaan. Een tentoonstelling in Duitsland, en wonderlijk genoeg niet in impressionistisch Frankrijk, levert geen verkopen op. Hij laat in Bussum een villa met atelier bouwen, maar na het overlijden raakt uiteindelijk het familiekapitaal op en de villa moet worden verkocht (en nu woont Gerard Unger er). Gerrit jr. wordt ingenieur maar heeft het niet breed in crisisjaren en oorlog. Drie kleinzonen zijn ingenieur geworden en er zijn wel weer financiën maar de kunstzinnige aandrift is bekoeld. Het "Colosseum bij maanlicht" heeft jarenlang bij Oma Cool bij de fietsen gestaan, daarna heb ik het jarenlang kunnen laten hangen op de studentenkamer van het Econometrisch Instituut te Groningen, totdat ook daar verbouwingen waren en Douwe de Jong me belde, zodat ik het thuis in Scheveningen kon gaan genieten. 

Terwijl Vincent van Gogh vaak ongelukkig in de liefde was en zich om welke reden dan ook uiteindelijk in een inrichting liet opnemen en bij het opjagen van de kraaien het pistool verkeerd richtte, prachtig werk maakte maar dat ook moeilijk kon slijten, had hij tenminste nog een broer Theo in de kunsthandel. Van TC1851 weten de kunstcritici niet eens meer. Hij had het ongeluk alles zelf te kunnen financieren, niet aangestuurd door opdrachtgevers, maar hij was tenminste gelukkig getrouwd en daar valt ook wat voor te zeggen. Dochter Gerardina toonde ook talent en had voor beiden het pad kunnen effenen maar stierf op haar 27e.

* * *

Verbijsterend vond ik deze ontdekking in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. Aan het eind van de 19e eeuw verblijft Louis Couperus in Rome en krijgt gezelschap van journalist Maurits Wagenvoort, Pier Pander (zie Marcel Broersma, "Pier Pander, 1864-1919. Zoektocht naar zuiverheid") en anderen. In nagebleven briefjes spreken Couperus en Wagenvoort over het ontmoeten met de schilder, zie de voetnoot over de "Koolsche plannen":

"De 'Koolsche plannen' hebben mogelijk betrekking gehad op een voorgenomen ontmoeting met de schilder-tekenaar Thomas Cool (1851-1904), een kennis van Wagenvoort in Rome. Cool woonde met zijn gezin in de kunstenaarsvilla 'Strohl-Fern', net buiten de Porta del Popolo aan de rand van de Pincio. Wagenvoort schetste de schilder en diens gezin in zijn roman De droomers. (Zie De vrijheidzoeker, p. 206-208.) 

Thomas Cool schilderde en tekende in Italië voornamelijk Romeinse tempels en ruïnes, waaronder veel nachtgezichten met maanverlichte, duistere wolkenpartijen, en herschiep in zijn werk Romeinse bouwvallen tot paleizen - motieven die ook Couperus niet onberoerd lieten. Geliefde onderwerpen van Cool waren het Forum Romanum, de Termen van Caracalla en de St. Pauluskerk. (Gegevens over Cool zijn ontleend aan de Rijksdienst voor Kunsthistorische Documentatie te Den Haag.) 

Er zijn enkele opvallende overeenkomsten tussen Thomas Cool en Couperus' mannelijke hoofdpersoon Duco van der Staal uit zijn roman Langs lijnen van geleidelijkheid (1900): ook Duco van der Staal schildert, en hij heeft net als Cool een voorkeur voor antiquiteiten en voor ruïnes, die hij in zijn fantasie in hun oude luister herstelt; in de roman betrekt Van der Staal een atelier in de Via del Babuino, vlakbij het werkelijke huis van Cool. Het is niet onaannemelijk dat Couperus' personage gedeeltelijk op Thomas Cool geïnspireerd is. Over welke dames Couperus in zijn briefje spreekt, is mij niet bekend."

In 1900 is schilder TC1851 met zijn 49e veel ouder dan romanheld Duco van der Staal maar naast de kunstzinnige belangstelling valt het me ook op dat het gezin Van der Staal twee dochters en een zoon bevat. En "Staal" vanwege de felblauwe ogen ? Couperus schets van het werk van Van der Staal is niet onverdeeld gunstig; maar kon Couperus waardering opbrengen voor Van Gogh ? Couperus ontleent zijn andere hoofdpersoon Cornelie denkelijk ook aan een bestaand persoon: "In de Nederlandse literatuur is de naam van Cécile (1866-1944) het meest bekend: zij is de auteur van de allereerste feministische roman in Nederland, Hilda van Suylenburg (1897), die een grote maatschappelijke en politieke betekenis heeft gehad. De roman is wel 'de Nederlandse Negerhut van Oom Tom' genoemd. Volgens recent onderzoek was dit boek, met zijn duidelijk emanciperende bedoeling, de meest verkochte Nederlandse roman van het laatste kwart van de negentiende eeuw. Cécile de Jong van Beek en Donk publiceerde hem onder de naam van haar toenmalige echtgenoot, de puissant rijke Hagenaar Adriaan Goekoop, van wie ze kort na publicatie scheidde. Haar vlucht uit haar huwelijk, naar Rome, vormde naar vermoeden de stof voor een van de meest bekende romans van Louis Couperus, Langs lijnen van geleidelijkheid (1900). Cécile werkte later als journalist in Parijs en schreef nog twee, minder succesvolle romans." (Citaat op DBNL.) De roman van Couperus is wat dubieus omdat de feministe na haar overspel met Duco van der Staal weer naar haar dominante echtgenoot terugkeert, wegens vage neigingen die met duistere voorbepaaldheid aan vrouwen zouden toekomen. Enfin. Overgrootvader heeft dus weinig succes gehad om zijn beleving van schoonheid met anderen te delen maar zijn leven zelf heeft klaarblijkelijk wel inspiratie geboden. Verrassend is de indirecte invloed zelfs tot Amerika en China: Na De stille kracht is nu ook Langs lijnen van geleidelijkheid in het Chinees verschenen. De vertaalster is wederom Yongmin Huang, die als brontekst een Engelse uitgave van de roman gebruikte. De vertaling kwam tot stand met steun van het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds, die sinds vijf jaar de Beijing Bookfair, een van de toonaangevende boekenbeurzen ter wereld, bezoekt en daar veel succes boekt met de promotie van de Nederlandstalige literatuur. Volgens de website van deze instelling is Couperus' roman uit 1900 een groot succes in China: "Van Couperus' Langs lijnen van geleidelijkheid werden in Shanghai in een maand tijd 4000 exemplaren verkocht - Zouden er in Nederland 4000 mensen zijn die het boek hebben gelezen?" (November 2009) Maurits Wagenvoort schrijft lovend in 1895 in de Haarlemsche Courant, en vond nadien dat "Thomas Cool een waar en gelukkig kunstenaar was" - zie 1909 en 1930. Recensent Jan Greshoff is evenwel negatief over Maurits' autobiografie "De vrijheidszoeker":  "Ik ben een teleurstelling rijker. Tot mijn oprechte spijt moet ik verklaren, dat ik in tijden niet een zoo volkomen onbelangrijk, kindsch en zelfingenomen gezeur heb moeten aanhooren. Dat dikke boek is zoo gehéél Niets, dat ik na de lezing er aan twijfelde of ik het wel goed gelezen had; dat ik mij afvroeg of er tusschen de regels niet een wijsheid en een schoonheid verborgen lagen, welke mij ontgaan waren. Maar ook bij herlezing heb ik hier niets anders kunnen ontdekken, dan eenige mededeelingen van persoonlijken aard, voor de buitenwereld van geen enkel belang; en enkele zinledige anecdotes." (Mijn god, Jan Greshoff gaat herlezen !) Anderzijds is er recentelijk weer Gerrit Komrij die de beide heren Wagenvoort en Greshoff de revue laat passeren en die wel oog heeft voor het kunstenaarsleven. 

Ik gun Wagenvoort in deze materie het laatste woord. In een interview:

"'Wilt u me over uw werken vertellen?'

'Wat zal ik over mijn werk zeggen? Dat werk ligt daar, dat moeten anderen doen. Een herinnering over De Droomers, Dat is een zwaar boek. 

Domela Nieuwenhuis heeft er van gezegd, dat het beter dan een boek is, het is een daad. Hermans, het tegenwoordige lid van de Eerste Kamer, was vroeger boekenleurder en die vertelde mij, dat het volk er voor spaarde om het boek te koopen.

En ik was in Tunis, toen ik in het Kameroverzicht van het Handelsblad las, dat dr. Kuyper een rede had gehouden over den modernen geest en daarin gezegd had, dat het daarmee zoover gekomen was, dat Maurits Wagenvoort den vorstenmoord in Nederland had ingevoerd. Wel beschouwd vond ik het een eer, dat een man als dr. Kuyper een boek van mij als uiterste van modernen geest in de Tweede Kamer had geciteerd. Maar nu het verrassendste. Een paar jaar geleden sprak ik met den Haagschen wethouder van Financiën, mr. de Wilde, en die vertelde mij, dat dr. Kuyper, die ook hoogleeraar was aan de Vrije Universiteit, aan de studenten gezegd had: Ik lees bijna nooit romans, maar ik raad jullie aan De Droomers te lezen van mijn collega Maurits Wagenvoort. Zoodat dus Domela Nieuwenhuis en dr. Kuyper beiden met ingenomenheid spraken over hetzelfde boek.'"

(Augustus 2010: Aanvulling Cool - Couperus)

* * *

Bijzonder is dat dochter Tine Cool (1887-1944), zuster van mijn grootvader en dus mijn oudtante, een kinderboek "Wij met ons vijven in Rome" schrijft dat in 1928 een eerste prijs voor meisjesboeken wint. De jury bestond uit C. Joh. Kieviet, Theo Thijssen, Top Naeff en J.P. Zoomers-Vermeer. In "Het Geheugen van Nederland" staat het boek blijkbaar al helemaal digitaal beschikbaar. Ikzelf heb geen zicht op het denken van meiden en de psychologie bij meisjesboeken, meer belangstelling voor De Kameleon, Biggles, Arendsoog en Karl May, maar bij lezing kon ik me een "feel good movie" voorstellen. Stel je voor, Rome in 1890. Bij de keuze tussen de kunst en de terugkeer naar Friesland wegens die ziekte van de lieve dochter laat de spanning zich proeven.

"Het bekroonde boek voor meisjes, "Wij, met ons vijven, in Rome" (1928) van de tuinarchitecte Tine Cool heeft minder indruk gemaakt. De opdracht voor in het boek 'aan den kleinkinderen van den kunstschilder Thomas Cool (=de vader van Tine)' wijst op autobiografische bronnen. Het verhaal beschrijft hoe een moeder met haar kinderen naar Rome reist om zich daar bij haar man te voegen. Het leven in een kunstenaarskolonie, in een vreemd land, zonder geld en in een ander klimaat, levert de nodige spanningen op. Beschrijvingen over kunst en gebouwen staan naast huiselijke zorgen over vlooien, een akelige huisbaas en een ziek kind. Het slot van het liedje is dat de familie in zijn geheel terugreist naar Nederland waar vader zijn schetsen zal gaan uitwerken. 'De sfeer van een gelukkig gezinsleven tintelt door heel dit werk en doet ons warm aan... Naast veel genot wordt hier ook nog heel wat kennis aangebracht. Warm aanbevolen!' aldus Het Schoolblad. Maar het zou het enige meisjesboek blijven dat Tine Cool schreef." (Citaat DBNL.)  Nou ja, ze schreef daarna wel andere boeken ! Verwarrend is dat de titel al dan niet met (lelijke) comma's wordt geschreven. Er zijn ook verschillende uitgaven: het grotere origineel met foto's van Rome en een verkorte en verkleinde TipTop uitgave met alleen tekeningen, ondermeer van overgrootpapa die het Colosseum schildert – "Wat waren zijn ogen groot, wat ging er een bezieling van hem uit".




Op dit moment is e.e.a. nog te vinden op boekwinkeltjes.nl. Maar laten we de concurrent "Het beugeljong" van Anna Hers niet vergeten !

* * *

Tamelijk bizar vond ik te ontdekken dat er een gezamenlijke voorouder Gilles (Hessels) Mesdag bestaat met de schilders Taco Mesdag (1829-1902) en Hendrik Willem Mesdag (1831-1915) van de Haagse School. TC1851 heeft vaak de kritiek gekregen dat hij te grote schilderijen maakte maar met het Panorama Mesdag zit dat dus in de familie.

Even terug naar de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Lieden van allerlei geloven en gezindten vluchtten her en der, en predikten en schreven veel waardoor tamelijk veel in archieven is terug te vinden. Toen de Spanjolen Groningen innamen bleven de Ommelanden prinsgezind. De doopsgezinden in Friesland en Groningen kregen versterking van opgejaagde Vlamingen. Als er vrijheid van godsdienst komt dan moet, is de redenering, ook de dopeling kunnen kiezen. De doopsgezinde gedachte 'je kunt pas gedoopt worden wanneer je oud genoeg bent om te begrijpen wat het betekent' tekent zowel het liberale als het logisch rechtlijnige. Het gaat natuurlijk om de juiste combinatie en het leggen van de juiste accenten maar dat gaat niet vanzelfsprekend. Volhouden ook, tot het doel is bereikt ! In de stamboom van TC1851 komen vooral Friezen en Groningers voor maar de Vlamingen geven houvast om het verhaal te volgen. Zo is er de Vlaamse familie Mesdag die bij Bolsward neerstreek. In het Oldambt in Groningen, een wijkplaats ook dankzij de tolerante Christoffer van Ewsum, ontstond evenwel onenigheid over de wijze van voetwassen met vervolgens een afsplitsing "Oude Vlamingen" met predikant en "vermaner" Derk Philips. Daar is voorouder Geert Roelefs Cooll (rond 1625) te vinden, met handelaren en predikanten in de familie. De heraldiek mooiste hypothese is dat wellicht vanuit Dordrecht of heerlijkheid Cool bij Rotterdam verhuisd is naar Vlaanderen en daarna terug naar Nederland, zoals bij de ketterse David Joris, maar dat is pure speculatie en vast onwaar. Eventueel betreft de naam de groente, of een variant op Nicolaas (Claesen) of wellicht Collecteur der contributies. In het Blauwe Boekje der patriciërs (sine nobilitas – snob) is Cool uit Appingedam in ieder geval afzonderlijk opgenomen naast Cool uit Overschie.

In www.archieven.nl vinden we:

"Deze Gilles Hessels Mesdag werd een man van aanzien in Bolsward. Van leerlooier werkte hij zich op tot koopman en grondbezitter. In 1749 was hij een van de tien rijkste mannen van de stad. Politieke belangstelling had hij ook, getuige zijn deelname aan de Doelistenvergadering van 1748 in Leeuwarden. Voor doopsgezinden waren echter de overheidsambten nog gesloten. De enige zoon van Gilles en zijn derde echtgenote Riemke Coopmans, Taco Mesdag, studeerde rechten te Franeker en Leiden. Na afronding van deze studie keerde hij terug naar Bolsward om de ouderlijke goederen te beheren. Uit zijn huwelijk met Engeltje Monsma werden tien kinderen geboren, waarvan er negen op hun beurt een gezin stichtten. Vier daarvan bleven in Bolsward wonen, een verhuisde naar Akkrum en de overige vier vestigden zich in Groningen." Gilles Hessels Mesdag eerste huwelijk is met Aaltje Cnoop. Zij krijgen Dieuwke Mesdag (1734-1820), de grootmoeder van Thomas Cool (1800-1870), houthandelaar te Sneek en Amsterdam, en de grootvader van TC1851. Aldus:
  1. Gilles Mesdag & Aaltje Cnoop, Dieuwke, Imke Menalda, TC1800, Gerrit, dan TC1851. 
  2. Gilles Mesdag & Riemke Coopmans, Taco, Klaas, dan schilders Taco & Hendrik Willem van de Haagse School.
Er zijn hier verschillende predikanten. Dieuwke trouwt met dominee Thomas Menalda, van wie klaarblijkelijk mijn voornaam vandaan komt. Haar kleinzoon TC1800's oudoom is de ds. G.J. Cool van de Schuitpraatjes. TC1851 trouwt met Berber, dochter van de dominee Kijlstra van Beers en Wirdum

Aaltje Cnoop's broer Claes Wopkes Cnoop was getrouwd met Riemke Coopmans en zij hadden zoon Wopko. Na het overlijden zowel van Aaltje (klaarblijkelijk bij de geboorte van Dieuwke) als van Claes vinden de achtergebleven Gilles en Riemke elkaar, waaruit Taco Mesdag wordt geboren. In een boek van de familie Mesdag vinden we deze aardige passage:

"Dieuwke Mesdag verloor haar moeder reeds enkele dagen na haar geboorte. Toen zij 12 jaar was, kwam, door haar vaders derde huwelijk, haar zeven jarige neef, en nu tevens stiefbroer, Wopke Cnoop in huis, en zij was reeds achttien, toen er in de familie nog een stamhouder werd geboren. (...) In het meergenoemd dagboek van haar oom Gerrit Cnoop Middagten komen Dieuwke Mesdag en haar man meermalen voor, deelnemend aan het gezellig familie-verkeer." Deze Wopko Cnoop is de "Patriot van Bolsward". We vinden ook een vermelding van hem in de "egodocumenten" met de verbanning (hetgeen althans zo werd ervaren) naar Amsterdam.

Het boek van Cor Trompetter "Eén grote familie: doopsgezinde elites in de Friese Zuidwesthoek 1600-1850" bevat deze mooie passage over Aaltjes broer Gerrit Cnoop Middagten (Dieuwke's oom):

Hetgeen een waardig punt is om deze voor mij woeste ontdekkingstocht te eindigen. 

* * *

Hopelijk gaat de tentoonstelling door en wordt die niet getroffen door de alomgevoelde noodzaak tot bezuinigen nu het kabinet op zoek is naar 35 miljard.

Voor de goede orde: Naast de zoektocht op internet gebruik ik hier enige familieverbanden om de omstandigheden van de schilder te duiden. Een wereld van handelaars en dominees met zowel liberalisme als rechtlijnigheid. Ruimte om zijn weg te gaan. Kracht ook om te volharden. Het zegt nog weinig over de kunstenaar zelf en wat hem vooral ook aanging: de kunstenaarswereld. Dat laat ik graag aan kunstenaars en kunsthistorici die ook veel kunnen (her-) ontdekken. En aan de vrije burger die de eigen smaak volgt. Een nieuwe eeuw, een nieuwe kans.

PM. Voor deze tekst is veel dank verschuldigd aan het internet en de archivarissen die alles in het verleden hebben opgeslagen en nu digitaal maken. Als ik iets terug mag doen: schrijven over archieven schept materiaal voor nieuwe archieven. Voor informatie dank ik ook TC1851's kleinzoon en mijn vader Thomas Cool (1921-2021?) – een familie met ofwel weinig fantasie ofwel gevoel voor traditie.
 

PS 1. Kleinkinderen van Dieuwke, dus kinderen van Gerrit Wolters Cool & Ymke Menalda waren:

  1. TC1800, Thomas Cool (1800-1870), houthandelaar te Sneek en Amsterdam, trouwt met Jeltje de Vries Buwalda. Hij wordt nog genoemd als voogd voor armen in Sneek voor 1838-1845 en is grootvader van TC1851.
  2. Wouter Cool (1802-1879) en Jikke de Vries Koopmans zijn ouders van vroeggestorven schilder Thomas Simon (Thom) Cool en ook Emma Johanna Henriëtta Cool, die weer trouwt met Martinus Nijhoff, met weer zoon Wouter Nijhoff, uitgevers. Na het overlijden van zijn vrouw Jikke trouwt Wouter Cool met Maria van Coppendaal, en zij zijn ouders van generaal en de minister van oorlog Wouter Cool (1848-1928) en grootouders van Wouter Cool jr
  3. Simon Cool (1804-1864) is kamerlid voor Amsterdam 
  4. Pieter Cool (1807 – 1891) is predikant te Harlingen, één van de oprichters van de "Doopsgezinde Bijdragen". Diens zoon Gerrit Cool (1840-1902) is predikant te Wormerveer. Diens dochter Catharina Cool (1874-1928) wordt door de Ned. Mycologische Ver. geeerd doordat ze hun tijdschrift naar haar "Coolia" noemen. Hier is nog een foto van Catharina (links) en haar hoogleraar Johanna Westerdijk (midden) (nr 100000795, "groep amsterdam 1910")(gebruik zelf de zoekfunctie). In Trouw 31 jan 1996 ("Zoals Adam alle levende ziel noemen zoude, dat zou haar naam zijn") wordt ze beschreven als een "zenuwzwakke domineesdochter in een vrouwonvriendelijke wereld die zich op aanraden van een zenuwarts op de natuurstudie had gestort" maar haar werk wordt positief aangehaald.
  5. Gerrit Cool (1816-1890) zeepzieder
PS 2. Tot mijn intense verbazing blijkt Wouter Cool jr. lid te zijn geweest van de Econometric Society http://www.jstor.org/pss/1905343, wat mij als huidig lid natuurlijk goed doet. Overigens zien we daar ook het overlijdensbericht van andere econometristen zoals Lizzy van Dorp, Irving Fisher en Von Stackelberg ! Van Dorp is een belangrijk econome, was blijkbaar kamerlid voor de Liberale Partij van Samuel van Houten. Van Houten was sterk bevriend met de Mesdagen. Als secretaris van het Samuel van Houten Genootschap doet me dat veel goed; de cirkel raakt rond.

PS 3. Gerrit Wolters Cool (echtgenoot van Ymke Menalda) heeft een broer Pieter Cool, zilversmid te Sneek, en een zuster Grietje Cool die trouwt met Toussaint Bokma wier zoon Wouter Cool van Bokma (1813-1863) te Sneek: "richtte in zijn geboortestad op het Grootzand in 1841 een boekdrukkerszaak op met binderij, steendrukkerij en boekhandel. Hij nam de bestaande Sneeker Courant over en maakte ze tot het orgaan der Liberale partij, later ging zij over op zijn zoon Toussaint Bokma (geb. 1840, overl. 1916), Falkena en Brandenburgh." De Leeuwarder Courant heeft hier nog een aardig artikel "Multatuli en Friesland".

(Aanvulling 27 mei: Je blijft je verbazen. Patriot Wopko Cnoop (1740-1801) trouwt Dieuwke Brouwer en zij krijgen dochter Janke Cnoop, die trouwt met Rinse Klaasses Koopmans (1770-1826), en zij krijgen zoon Wopko Cnoop Koopmans (1800-1849). De laatsten zijn beiden hoogleraar aan het Amsterdams Doopsgezind Seminarie. Zie NNWB en Gameo. Een kleinzoon van Wopko Cnoop Koopmans is Franc van der Goes, door W.H. Vliegen de "geestelijk vader" van de S.D.A.P. genoemd. Klaarblijkelijk heeft Van der Goes te maken met de Sneeker Courant waar Troelstra aan verbonden is. Hier spreken de bronnen elkaar een beetje tegen over welke krant wanneer is opgericht of overgenomen of gefuseerd, zie bijv. ook Sneek zelf en deze chronologie.)

PS 4. De gebruikte genealogie blijkt tamelijk mannelijk chauvistisch. Excuses, zo was het niet bedoeld. Later wellicht meer over mijn oom en oudtante aan moederszijde, doordrenkt met het katholicisme. Maar het ging hier niet om mijn genealogie maar om de context voor TC1851. Ikzelf weet nu in ieder geval waar mijn neiging de kwast te trekken vandaan komt (cq. de wijkwast).

PS 5. Op marktplaats.nl kocht ik een TipTop exemplaar van "Wij met ons vijven in Rome". De prent hierboven door Van Looij van de schilder aan het Colosseum is daaruit gehaald. De verkoopster schrijft, ik citeer haar met dank: "5 maart 2010. Bijzondere oudtante! Leuk! (... Ik bedoel, meer,...) pijn in mijn hart omdat het een prachtig boekje is en voor mij een cadeautje van een oude buurvrouw. Ik kan alleen niet alles bewaren en ben echt aan het opruimen. Ik vind het nu wel heel leuk dat dit boek bij iemand terecht komt die er ook echt iets mee heeft. Dus pijn is misschien iets te sterk maar het is een wel een boek waar ik over twijfelde of ik wel of niet wilde verkopen!" 

PS 6. Bovenstaande foto van het "Colosseum bij maanlicht" is een deel van het doek. Het hele doek meet 210 x 157 cm en met de forse lijst erbij is het 255 x 205 cm (breedte x hoogte). Hier is een JPEG welke echter is vertekend door ongunstige lichtval en met de camera op "wide angle". Het geeft zo wel een aardige indruk van de omvang. En het schilderij behoeft duidelijk enige restauratie.

PS 7. (31 mei 2010) Mijn rustige bestaan in Scheveningen zal niet meer hetzelfde zijn nu ik naast het Panorama ook het digitale Museum Mesdag & Van Calcar heb ontdekt. Informatief is het schema van de zes doopsgezinde families.