Het huis aan de Boschlaan

Door Gerard Langemeijer, Spiegelschrift Lente 1983. Hier gereproduceerd met toestemming van Netty Langemeijer. Met enkele kleine correcties.
 

De kunstschilder Thomas Cool (geboren 25-12-1851 te Sneek) liet in 1901 door architect Kruisweg op een heuveltje op de hoek Boschlaan – Parklaan een villa bouwen, dat het huisnummer 2a kreeg. In zijn tuin langs de Parklaan werd tevens een zeer grote expositieruimte gebouwd met daarachter aansluitend zijn atelier. 

Thomas Cool schilderde vooral landschappen, stadsgezichten en gebouwen. Hij werkte o.a. in Rotterdam en Rome. In het Frans Halsmuseum hangt zijn Forum te Rome (1894). In Rome schilderde hij ook nog De Via Sacra, De Titusboog bij maanlicht gezien en Gezicht in de Sint Pauluskerk. (Na zijn terugkeer in Nederland woonde hij in 1898 tijdelijk op het adres Graaf Wichmanlaan 19.)

Daar Cool dikwijls bijzonder grote schilderijen maakte, had hij een grote expositieruimte nodig, die tevens zeer grote deuren moest hebben. Daarom liet hij tussen atelier en expositieruimte en aan de kant van de Parklaan twee grote openslaande deuren maken. Recent (1981) zijn atelier en expositieruimte verbouwd tot een moderne villa. De architect [Mart van Schijndel / TC] heeft op interessante wijze gebruik gemaakt van de plaats waar vroeger de openslaande buitendeuren zaten en zo een bijzonder entrée tot de woning gecreëerd.

Thomas Cool plantte bij de opening van zijn huis de prachtige thans bijna te dominerende rode beuk. Er stonden overigens vroeger ook enkele kastanjebomen rond het huis, doch die heeft mijn vader laten rooien, daar het te donker en te vochtig werd in de woning. Aan de Boschlaan-zijde had het huis een kleine serre. Later is die verlengd over de gehele voorkant, waardoor naar mijn mening het architectonisch evenwicht wat verstoord is. Ongeveer op de hoek Boschlaan – Parklaan bevond zich een oprit, die via twee grote houten hekken uitkwam vlak bij het terras. Overigens had het huis een mooie raamverdeling met bovenlichten van geel gekleurd glas. De huidige moderne grote ramen komen het huis bepaald niet ten goede.

Een oude interieurfoto van de grote huiskamer ten tijde van Cool is een openbaring van eenvoud en tegelijk een fijne sfeer. Voor de stenen schoorsteen staat een zwart potkacheltje met er omheen enkele rieten stoelen en een stoof. Midden in de kamer ziet men een vrij kleine ronde tafel bedekt met een kleedje waarop een vaas bloemen staat. Een eenvoudige gaslamp hangt erboven. De wanden zijn tot goed een meter met vurenhout gelambrizeerd. Het plafond aan de schoorsteenkant is ongeveer een meter verlaagd. Aan de voorzijde van deze verlaging zijn enkele door Cool geschilderde [denkelijk niet door hem / TC] portretten aangebracht van Italiaanse kunstenaars, o.a. Leonardo da Vinci, Michael Angelo, Botticelli en anderen.

Kijkend uit zijn raam kon de kunstschilder zich in een bos wanen. De weg was niet meer dan een verhard zandpad aan weerszijden begroeid met gras. Het huidige parkje was toen nog een echt dennenbos. Dicht tegen dit bos, aan het eind van de Boschlaan bij de Middenlaan, stonden twee piepkleine witte huisjes. Een van de huisjes werd bewoond door de oude heer Vos. Op oude ansichten staat hij afgebeeld met kruiwagen. Echt het type van een Gooise boer. Met zijn piepende kruiwagen wekte hij nogal eens de plaagzucht op van de leerlingen van Instituut Gooiland [Gooilandschool / TC], die hem joelend nariepen: "Tjoep, tjoep", hetgeen hem erg boos maakte. In de loop der jaren hebben diverse families in de witte huisjes gewoond. Een van de bekendste was Koch. Voor zijn huisje prijkte een bord met opschrift: "Rijtuigen te huur" en daaronder stond nog: "Klopt kleden en tapijten". Koch beschikte over een vigilante, maar trad ook veel op als kruier en haalde met zijn platte kar bij het station de bagage op van pensiongasten die in Bussum hun vakantie kwamen doorbrengen. Het kloppen van kleden en tapijten was in die stofzuiger-loze tijd een kleine bron van bijverdienste. Ook de loopjongens die voor hun patroon bij de villa’s kwamen "horen en bezorgen" klopten voor enkele dubbeltjes de vloerkleden van de bewoners. Een andere bewoner was kleermaker Van Laarhoven, die met zijn mooie tenorstem heel wat voorbijgangers tot stilstand bracht. In 1934 werden de huisjes afgebroken en in de oorlog verrees er een schuilkelder voor de Duitse soldaten die in de Gooilandschool gelegerd waren. Thans ligt er een kinderspeelplaats. 

Toen Thomas Cool uit zijn venster tuurde was het gezang van de vogels het enige wat hij hoorde. Af en toe kwam er eens een man met een handkar voorbij of soms een rijtuig. Wat zal hem bewogen hebben de levendigheid en pracht van Rome te ruilen voor de stilte van het Spieghel dat toen één groot park was. [Zie daarvoor The five of us in Rome / TC] Het dorp Bussum telde toen slechts 7000 zielen, maar dat was toch wel heel wat meer dan "De lijst der zielen in Bussum in 1 sept. 1808" aangaf, nl. 359 zielen. Recht tegenover hem zag hij het witte hoge huis Boschlaan 3 liggen. (Thans "Hoogh Cate".) De tuin daarvan aan de Boschlaan vertoont nu nog het typische boskarakter van vroeger. In dat huis heeft zeer lang gewoond de kunstenares Maria Elisabeth ("Marie") Cremers. Zij schilderde, tekende en lithografeerde landschappen, stillevens en voornamelijk portretten. Bovendien illustreerde zij boeken en schreef zelf ook.

Als Cool een wandeling maakte door de Parklaan richting Hotel Nieuw Bussum wipte hij even het atelier binnen van Jan Veth (dr. Jan Pieter Veth geboren 18-5-1864 te Dordrecht). Een groot schilder, vooral bekend door zijn portretten. Zo maakte hij o.a. een pastelportret van een van de grondleggers van het Spiegel, Joseph Herman Biegel. Naast hoogleraar aan de Rijksakademie te Amsterdam was hij een belangrijk schrijver over kunst. Het huis van Jan Veth aan de Parklaan nummer 35, genaamd "Op den Akker", werd in hetzelfde jaar gebouwd als het huis van Cool. De kamers beneden liepen in elkaar over zodat een soort woon-expositie-ruimte ontstond. Het atelier van Jan Veth is thans in gebruik als kapel van het St. Olav’s-huis dat sedert 1924 in de villa van Veth gevestigd is. Dr. Veth stierf in 1925 te Amsterdam. 

Misschien heeft hij de familie Tamminga nog gekend die op 3 mei 1923 op Huize "de Wingerd" – hoek Parklaan–Meerweg – kwamen wonen. Hun dochter Elly studeerde ook op de kunstakademie te Amsterdam. Zij was een befaamd schilderes en aquareliste. Na haar dood trof men in "de Wingerd" 1350 schilderijen van haar aan. Huize "de Wingerd" werd in 1890 gebouwd door architect K.P.C. De Bazel en heeft niet minder dan 13 kamers. 

Helaas heeft Thomas Cool niet lang kunnen werken en genieten in het huis aan de Boschlaan. Hij stierf vrij jong op 52-jarige leeftijd te Bussum op 16 mei 1904. Het jaar daarvoor had hij in Leeuwarden nog een grote tentoonstelling gehad. Zijn dochter Gerardina ("Dien") was toen 20 jaar en ook zij schilderde en tekende. Zij stierf op zeer jeugdige leeftijd 28 mei 1911 en was toen 27 jaar. Haar zuster Tine is bekend tuinarchitecte in Bussum geweest. Niet onwaarschijnlijk is, dat de destijds frans aandoende tuin van het huis aan de Boschlaan een creatie van haar was.

Mijn vader kocht het huis in 1919 van de erven Cool, nadat het nog even bewoond geweest was door de familie Van Mierop [denkelijk Lodewijk van Mierop / TC]. Het was een hele opluchting voor hem, dat de erven Cool na het tekenen van het koopcontract hem verzochten de portretten aan het verlaagde plafond alsnog te mogen weghalen. Hij wist niet wat hij met die hem streng aanstarende Italianen moest beginnen. Hetgeen overigens niets wil zeggen van wat zijn kunstgevoel betreft, want tijdens het eten van een Wienerschitzel in de eerste klas stationsrestauratie van het Centraal Station te Amsterdam ontdekte hij twee grote schilderijen van Cool aan de wand. Wij plaagden hem met deze vondst door te zeggen dat hij zijn ontdekking slechts te danken had aan de enorme afmetingen van de schilderijen. Achteraf betreurden wij het toch wel dat in het huis aan de Boschlaan geen schilderstuk van Thomas Cool meer aanwezig was. 

Mijn ouders hebben het overigens wel geweten, dat zij een huis met atelier en expositieruimte gekocht hadden. Zo heeft een zekere Bottermans [zonder s ?/ TC] enige tijd in Cools heiligdom zijn penseel gehanteerd. Vrij kundig zelfs, doch de goede man bleef vooral in leven door het eten dat mijn bezorgde moeder hem bracht. "De man is te mager om goed te kunnen schilderen," verontschuldigde zij zich dan. Moeilijker had zij het met de jonge Bussumse kunstschilder Arnold Pijpers. Kunstvrienden van hem o.a. de te vroeg gestorven altijd opgewekte Frans Weitjens hadden mijn vader overgehaald goed te vinden dat zij een verdieping mochten aanbrengen in de grote holle expositieruimte. Het atelier had mijn vader al ontheiligd door er grote nachthokken voor de kippen te laten aanbrengen en bovendien fungeerde de ruimte voor fietsenbergplaats. "Cool hield geen kippen en had geen fietsen," was zijn repliek wanneer gevraagd werd waarom het atelier niet meer intact was. De oude Weitjens, die lange tijd een bloeiende houthandel had aan de Brinklaan dichtbij de haven in Bussum, leverde het nodige hout, en zo ontstond er een gezellig atelier op palen vlak onder het glazen dak in de expositieruimte. Arnold Pijpers was aan aankomend en zoals dat heet een veelbelovend kunstenaar. Dat laatste ook wat de huur betreft, maar de economisch slechte dertiger jaren waren helaas de jonge kunstschilder niet gunstig gezind. Hij was echter een keurige man en kwam dan ook iedere maand stipt op tijd en welbespraakt mijn moeder vertellen dat hij nog geen huur kon betalen. Hij kon dan uren over kunst blijven praten tot ongenoegen van mijn nijvere moeder die aan haar huishouden dacht. Practisch ingesteld als zij was, drong zij er bij Pijpers op aan weer aan het werk te gaan: met praten kan je geen geld verdienen, vond ze. Maar de kunstenaar klaagde dan dat hij niet in de juiste sfeer was om te werken. Dat voor die tijd nogal moderne woord "sfeer" ontlokte mijn moeder de opmerking dat zij heel goed kon afstoffen zonder sfeer. 

Toen op zekere dag een van broers aan mijn ouders vertelde dat hij naar de kunstacademie te Amsterdam wilde, betreurden mijn ouders het dat zij ooit het huis aan de Boschlaan gekocht hadden. Maar alles liep, althans in de ogen van mijn ouders, goed af. Mijn broer Joop Langemeijer werd tekenleraar en daarnaast beoefende hij zijn werkelijk zeer goede schilder- en tekentalent als hobby. Het atelier van Cool was aan hem goed besteed. Later exposeerd hij op diverse tentoonstellingen. 

Het oude atelier en de expositieruimte zijn nu door architect Mart van Schijndel fraai verbouwd tot woning voor een kunstzinnig echtpaar, dat daarin ook een atelier heeft laten aanbrengen. Het kunstdomein van Thomas Cool aan de Parklaan heeft nu een eigen huisnummer gekregen en wel 29a en is nu een nieuw artistiek bestaan begonnen.

Gerard Langemeijer                                                 

PM 1. Een google op Arnold Pijpers levert ook dit betoog van Ben Hosman op: “Ik was 15 jaar toen ik voor het eerst poseerde in het atelier van de schilder Arnold Pijpers in Bussum. Het hangt hier nog steeds aan de wand. Ik herinner het me nog goed, de lucht van de olieverf, zijn indringende manier van kijken. Ik denk dat er toen een vonk is overgeslagen.”

PM 2. Anne Weitjens was getrouwd met Frans: "Haar eerste huwelijk eindigt door de vroege dood van de heer Weitjens. In ca. 1950 maakt zij in Bussum wandkleden, dit in samenwerking met Arnold Pijpers."