Nee tegen dit Ontwerp voor een EU Grondwet
 

Thomas Cool / Thomas Colignatus 
20  en 21 mei 2005
 

Ik adviseer al langer dan een jaar tegen dit Ontwerp voor een EU Grondwet. Nu Nederland zelfs een referendum heeft en nu de dag van 1 juni 2005 nadert is het misschien nuttig om dit advies opnieuw te formuleren. Ik maakt daarbij gebruik van wat anderen inmiddels geschreven hebben. Het doet me deugd dat het weekblad Elsevier en prof. dr. R. Plasterk (VK 20 mei 2005) zich ook tegen dit Ontwerp hebben uitgesproken, met standpunten die veel  doordachter zijn dan die van andere tegenstemmers. 

Het is van belang dat men tegen dit Ontwerp voor een EU Grondwet stemt en het is inderdaad van belang dat men dit met degelijke argumenten doet. Immers, wie flut-argumenten hanteert, zoals de SP geneigd is te doen, die heeft eigenlijk geen standpunt, en werkt de voorstemmers in de kaart. De voorstemmers hebben daarentegen juist veel uit te leggen omdat juist zij de problemen veroorzaken.
 

Het is een echte grondwet


Het eerste punt dat duidelijk moet zijn is dat het echt om een Grondwet gaat. De officiële naam luidt "Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa" met daarin "verdrag" als eerste woord omdat landen onderling alleen verdragen kunnen sluiten. Voorstanders willen nog wel eens stellen dat het daarom maar een verdrag is en geen echte grondwet. Echter, het punt is juist dat het verdrag die grondwet vaststelt. Wanneer het verdrag is aangenomen, is die grondwet vastgesteld. Hierna kunnen de instellingen van de EU steeds naar deze grondwet verwijzen. "U heeft toch voorgestemd ?" klinkt het dan. Wie voorstemt geeft essentieel de nationale souvereiniteit op, en de EU neemt het over. 

De voorlichtingsfolder die iedereen in de bus kreeg stelt: "Verdwijnt de Nederlandse Grondwet ? Nee, deze blijft van kracht." Tja. Wat is dat nu voor een antwoord ? Onze grondwet blijft van kracht in de zin dat het de basis vormt op grond waarvan het Nederlandse Parlement bevoegd is om de macht aan Brussel over te dragen. Maar vervolgens is die macht overgedragen en geldt voortaan artikel I-6: "De Grondwet en het recht dat de instellingen van de Unie bij de uitoefening van de haar toegedeelde bevoegdheden vaststellen, hebben voorrang boven het recht van de lidstaten." Dus je bent officieel nog eigenaar van je huis, maar je hebt je rechten aan de huurder overgedragen en die heeft het voortaan voor het zeggen.
 

Dit ontwerp schept geen democratie


Het tweede punt dat duidelijk moet zijn is dat dit Ontwerp geen democratie schept. Wanneer het Ontwerp zou bijdragen tot een grotere democratie, niet alleen in eigen land maar ook in Europa, dan zou je erover kunnen gaan denken om de nationale souvereiniteit op te geven. Maar de democratie neemt niet toe. De macht wordt overgedragen aan in belangrijke mate oncontroleerbare en ondemocratische lichamen. Het probleem is niet dat er een "super-staat" ontstaat (zoals leden van de SP nogal demagogisch willen stellen) maar het probleem is dat er dan geen echte democratie meer is.

Je kunt het al zien aan de Preambule. Het is niet "We, the People, …" maar "Zijne Majesteit de Koning der Belgen, de President van de Tsjechische Republiek, …" en dus helemaal geredeneerd vanuit de overheid en niet vanuit de burger. Dit Ontwerp is daarmee precies weer een voorbeeld van de vertrouwenscrisis tussen burger, overheid en politiek die de laatste decennia is gegroeid. 

Een kernpunt is dat dit Ontwerp in artikel I-11 een bepaalde invulling geeft aan de toedeling van bevoegdheden, met een eigen interpretatie van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid. "Subsidiariteit" betekent dat besluiten daar genomen worden waar alle belangen vertegenwoordigd zijn. De democratische interpretatie van subsidiariteit is dat met machtsoverdracht ook een overdracht plaatsvindt van democratische vertegenwoordiging, zodanig dat een democratisch gekozen representatief lichaam toezicht houdt op de machtsuitoefening. In strijd met deze gedachte stelt lid 2 dat de EU alles gaat doen wat de lidstaten overdragen – zonder toets op die democratische controle. Een voorbeeld van hoe dit werkt is dit Ontwerp zelf, waarin al van alles wordt overgedragen zonder dat er navenante democratische controle is. Vervolgens geeft lid 3 een omgekeerde invulling aan het begrip van subsidiariteit, namelijk dat wanneer bevoegdheden niet worden overgedragen, het aan de EU is om te bepalen of men misschien toch niet moet ingrijpen.

Een ander kernpunt is het afschaffen van het generieke vetorecht en de vervanging daarvan door geclausuleerde en beperktere mogelijkheden tot een veto. Dit Ontwerp ziet "democratie" derhalve als de dictatuur van de meerderheid en niet als de bescherming van de minderheden Voor een echte democratie is het echter essentieel dat de rechten van minderheden beschermd blijven, in dit geval de nationale minderheden. Een veto-recht betekent immers dat overeenstemming bereikt wordt via de dialoog en niet via het machtswoord van de meerderheid. Maar volgens het voorliggende Ontwerp verliezen de minderheden hun bescherming en worden zij afhankelijk van de goedwil van de meerderheid op dat moment.
 

De vertrouwenscrisis is nog niet opgelost


Het derde punt is dat gebleken is dat burgers hun politieke leiders niet meer goed kunnen vertrouwen. 

  • Ruud Lubbers als premier van Nederland bleek bij de EU onderhandelingen in Edinburgh 1992 bereid om de Nederlandse belastingbetaler te laten betalen voor het winnen van de gunsten van andere landen voor hemzelf: "Lubbers boog, volgens de huidige CDA-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot – die er als hoge diplomaat bij was – omdat hij graag voorzitter van de Europese Commissie wilde worden. De laatste tien jaar zijn er als gevolg van ‘Edinburgh’ tientallen miljarden euro’s meer naar Brussel gegaan dan er naar Nederland zijn teruggekomen." (Syp Wynia, Elsevier, 16 april 2005) 
  • Over de Belgische premier Guy Verhofstadt kunnen we lezen: "Maar België steunde Nederland totaal niet. (…) Verhofstadt had bovendien een verborgen agenda. Hij deed alles om in het gevlei te komen bij president Chirac en kanselier Schröder. Hij wilde voorzitter worden van de Europese Commissie. Dat was bijna gelukt. Frankrijk en Duitsland stelden hun volgeling Verhofstadt vorig jaar officieel kandidaat. De Europese christen-democraten en premier Blair spraken hier echter hun veto over uit." (Jan Werts, NRC Handelsblad 19 mei 2005) 
De hoogste regeringsleiders kunnen ervan verdacht worden dat zij hun eigen ambitie zwaarder laten wegen dan het nationaal belang. Vanzelfsprekend kunnen Lubbers en Verhofstadt stellen dat zij, indien zij Commissie-voorzitter waren geworden, wellicht beter de belangen van hun landen hadden kunnen verdedigen, maar, dat zou een problematisch standpunt zijn, want die voorzitter is er juist voor iedereen. 

Het is, al met al, zorgelijk dat in de EU Grondwet een hoofdrol wordt gegeven aan dergelijke ambitieuze regeringsleiders in de Europese Raad en de Raad van Ministers bij het vertegenwoordigen van het nationale belang en het eventueel uitspreken van het veto waar dat nog behouden is. Die rol zou juist moeten toevallen aan de Parlementen – die daar dan ook de tijd voor moeten krijgen.
 

Censuur van de wetenschap


Het vierde punt, en voor mij het hoofdpunt, is dat dit Ontwerp tot stand is gekomen met censuur van de wetenschap. De Preambule stelt te handelen in de geest van "vrijheid, democratie, gelijkheid en de rechtsstaat" terwijl tegelijkertijd de Nederlandse overheid censuur pleegt van de wetenschap en misbruik maakt van het zwakke arbeidsrecht om iemand met leugens en laster te ontslaan. Die censuur bestaat inmiddels zo’n 15 jaar. Censuur gaat niet voorbij, die blijft bestaan totdat die is opgeheven. 

Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 schreef ik de interne notities op het Centraal Planbureau in 1990 "Why a social welfare (meta-) function does exist: The Arrow Impossibility Theorem for Social Choice resolved, A better analysis suggested" (interne notitie III/90/37) en "After 20 years of mass unemployment; Why we might wish for a parliamentary inquiry" (interne notitie III/90/38). Daarin ontwikkel ik een analyse die anders luidt dan de gangbare denktrant over democratie en economie. Ik laat zien dat die gangbare denktrant bepaalde denkfouten en inconsistenties bevat. Deze notities mochten van de directie echter niet besproken worden en werden zo ook van publicatie tegengehouden. Die gangbare denktrant met al zijn fouten heeft nu ook zijn weerslag gekregen in dit Ontwerp.

Zo'n cruciale fout is dat in dit Ontwerp onderscheid wordt gemaakt tussen Parlement, Regering en Rechtbank, met aldus de scheiding van de wetgevende, uitvoerende en gerechtelijke machten, conform de Trias Politica van Montesquieu. Maar, de geschiedenis heeft juist laten zien dat zo'n scheiding onvoldoende is. Er is een extra scheiding nodig, namelijk een extra bescherming van het wetenschappelijke advies dat aan de wetten, uitvoering en rechterlijke toetsing ten grondslag ligt. In het traditionele model van de Trias Politica raakt dit wetenschappelijke advies bekneld en ondergesneeuwd in het politieke gedoe, met als gevolg dat de burger niet meer de juiste informatie krijgt. Er is een nieuw lichaam nodig, een Economisch Hof, dat een grondwettelijk verankerde wetenschappelijke taak heeft om het beleid van advies te dienen, zodat de informatie niet langer gecorrumpeerd raakt.

De bovenstaande argumenten laten zien dat de gangbare denktrant heel discutabel is. Echter, al 15 jaar frustreert de Nederlandse overheid de wetenschappelijke vooruitgang en de voorlichting aan het publiek omtrent deze cruciale punten. Inmiddels heb ik genoemde CPB-notities uitgewerkt in twee boeken (DRGTPE 2000, 2005 en VTFD 2001, zie onder), met een Nederlandstalige samenvatting in het boekje "De ontketende kiezer" (2003). Het is mooi dat die boeken er zijn maar de bespreking van de analyse kan pas werkelijk doorgang kan vinden wanneer de censuur op het CPB is opgeheven. Een probleem kan bijvoorbeeld zijn dat mensen huiverig zijn iemand serieus te nemen die op censuur wijst, bijvoorbeeld omdat men abusievelijk meent dat in Nederland geen censuur kan voorkomen, of omdat men meent dat de overheid toch te machtig is zodat zo’n probleem nooit opgelost kan worden. De beste oplossing blijft echter dat de censuur wel wordt opgelost. 
 

Conclusie


Mijn advies is derhalve tegen dit Ontwerp te stemmen en vervolgens te zorgen dat er een parlementaire enquête komt naar de inmiddels 20 + 15 = 35 jaar voortdurende massale werkloosheid en de rol daarbij van de voorbereiding van het economisch beleid, in het bijzonder de rol van het Centraal Planbureau. Aan de andere EU landen adviseer ik een boycot van Nederland totdat de censuur in Nederland is opgelost.

Het lijkt mij het beste dat alle lidstaten van de EU eerst de discussie aangaan of zij er niet beter aan doen ieder hun eigen Economisch Hof in hun grondwetten op te nemen, en dat we pas daarna, voorzien van de juiste informatie, verder praten over het juiste Ontwerp voor een EU Grondwet.
 

Thomas Cool is voorzitter van het Sociaal Liberaal Forum en voor het SLF kandidaat voor het presidentschap van de EU. Ter onderscheiding van deze politieke positie hanteert hij sinds 2004 de naam Colignatus wanneer hij spreekt in de hoedanigheid van wetenschapper en oud-medewerker en econometrist van het Centraal Planbureau. In dit artikel komen beide aspecten voor.

Thomas Colignatus is de auteur van 

  1. "Definition & Reality in the General Theory of Political Economy", (DRGTPE) eerste editie 2000, tweede editie 2005, Dutch University Press, Januari 2005, ISBN 90-3619-172-6. Hierin is een concept opgenomen voor een grondwetsvoorstel t.a.v. een Economisch Hof.
  2. "Voting Theory for Democracy", (VTFD) eerste editie 2001, ISBN 90-804774-3-5 (ook gedistribueerd via DUP). Hierin wordt onder meer het belang van het veto-recht uitgewerkt en wordt een kiesprocedure voorgesteld die tegemoet komt aan breed gedragen gedachten omtrent "democratie".
Daarnaast is er Thomas Cool en Hans Hulst, "De ontketende kiezer", Rozenberg Publishers 2003. Dit geeft een Nederlandstalige samenvatting van DRGTPE en VTFD.
 

PS. 21 mei 2005
 

  • Marko Bos (NRC Handelsblad 20 mei 2005) geeft voortreffelijke kritiek op het artikel van Jan Werts. Ik heb diens artikel alleen aangehaald t.a.v. de ambities van Verhofstadt. Op de andere punten deel ik de kritiek van Bos. Werts betoogt dat Nederland op vier cruciale onderdelen de slag heeft verloren: permanente voorzitter, behoud commissaris, euro in de grondwet, vermelding christendom. Werts spreekt de hoop uit dat een nee-stem leidt tot nieuwe onderhandelingen. Net als Bos kan ik niet inzien dat die vier punten werkelijk cruciale Nederlandse belangen zouden zijn. Het artikel van Werts is daarmee een voorbeeld van de weinig doordachte argumentaties die de kwestie geen goed doen. Stel je voor, dat de EU straks op een van die vier punten van Werts een klein compromis doet, en dat we dan wel voor dit Ontwerp van een Grondwet zouden moeten zijn. Dan leveren we onze sourvereiniteit in voor zo'n flutpunt. Vervolgens meent Bos dat we deze Grondwet juist wel moeten hebben: en dat begrijp ik weer niet. Bos meent dat dit verdrag beter is dan dat van Nice, maar, argumenten daarvoor geeft hij niet. 
  • Ik ben zeer verbaasd over het hoofdredactioneel van de redactie van de Volkskrant van 21 mei 2005: 
    • Men stelt "waarbij het woord grondwet trouwens achterwege had kunnen blijven, want het gaat in wezen [om] een verdrag tussen 25 staten". Het is zeer wonderlijk dat deze redactie wel het woordje "verdrag" ziet staan maar niet ziet wat het inhoudt.
    • Men meent dat de bepaling "De Grondwet en het recht dat de instellingen van de Unie bij de uitoefening van de haar toegedeelde bevoegdheden vaststellen, hebben voorrang boven het recht van de lidstaten." nu ook al bestaat in de huidige verdragen, zodat er niets verandert. Echter, in de huidige situatie hebben de lidstaten nog hun veto-rechten, waardoor er evenwicht bestaat. In het Ontwerp worden deze veto-rechten echter in belangrijke mate opgeheven, zodat deze bepaling van karakter verandert. (Wat bezielt de redactie van de Volkskrant dat men dit niet ziet ?)
  • De Volkskrant van 21 mei 2005 bevat, naast het curieuze hoofdredactioneel, ook stukken van Jos de Beus (voor), Harrie Verbon (tegen) en Paul Bordewijk e.a. (tegen). Deze tegen-stemmen zijn m.i. solide geformuleerd. Het 'voor' van De Beus is essayistisch gemotiveerd en gaat voorbij aan bovenstaande argumenten t.a.v. het verlies van democratie. Op zich heeft hij gelijk t.a.v. zijn weerzin t.a.v. het populisme van het 'nee' ter linkerzijde en ter rechterzijde, maar, dat maakt nog niet dat zijn eigen betoog wel hout snijdt. T.a.v. De Beus is het nuttig op te merken dat hij, als hoogleraar politicologie (UvA) voorzover ik weet mijn CPB-analyse nooit bestudeerd heeft, en in ieder geval niet met mij besproken. 
  • Overigens ben ik groot voorstander van de toetreding van Turkije. Terwijl Giscard d'Estaing groot voorstander is van dit Ontwerp en tegenstander van de toetreding van Turkije, ligt het bij mij juist andersom. De toetreding van Turkije kan het beste beoordeeld worden binnen de context van een economisch beleid dat weer zorgt voor volledige werkgelegenheid - anders raken economie en politiek nodeloos vermengd.